“In de strijd tegen de oorlog is geen enkele regering onze bondgenoot”
Het Transnational Social Strike Platform (TSS) roept op tot een grote bijeenkomst tegen de oorlog op 28 februari in Keulen. Eerder kon je op globalinfo.nl al een vertaling van de oproep daartoe lezen, en een actualisatie daarvan. Nu een interview met een van de organisatoren
(Foto van eerdere antimilitaristische acties tegen wapenbedrijf Rheinmetal in Keulen)
Het Transnational Social Strike Platform (TSS) roept op tot een grote bijeenkomst tegen de oorlog op 28 februari in Keulen. Kunnen jullie jullie alliantie kort voorstellen?
Het Transnational Social Strike Platform beschouwt zichzelf als een politieke infrastructuur die tot doel heeft om over nationale grenzen heen de strijd tegen uitbuiting, patriarchaat, racisme en oorlog te verbinden. We hebben ons platform opgericht omdat we ons realiseerden dat de organisatie van arbeid is veranderd. In individuele bedrijven zijn de arbeidsomstandigheden tegenwoordig heel verschillend, terwijl het kapitaal transnationaal is georganiseerd en deze verschillen uitbuit. We bedoelen hiermee de nationaliteit en het arbeidscontract, maar ook de politieke voorwaarden, zoals geslacht of verblijfsstatus. Als we onze strijd willen winnen, is het daarom niet meer voldoende om alleen lokaal op te treden. We hebben een politieke beweging nodig die elke vorm van nationalisme afwijst en transnationaal georganiseerd is. Alleen zo kunnen we iets tegen de huidige verhoudingen inbrengen.
Bovendien hebben we de afgelopen jaren kunnen zien hoe stakingen hun klassieke arena van bepaalde sectoren van de arbeidswereld hebben verlaten en een verbindend instrument zijn geworden voor nieuwe bewegingen. Stakingen van migranten, feministische stakingen, stakingen in de logistiek en klimaatstakingen hebben allemaal aangetoond dat we een middel in handen hebben om collectieve macht op te bouwen in de strijd tegen de heersende omstandigheden in de productie en de sociale reproductie. Dit werd ons recentelijk duidelijk door de stakingen tegen de genocide in Gaza, de door de oorlog veroorzaakte economische verslechteringen en de dienstplicht. Deze stakingen waren gericht tegen de bommen en de vernietiging, maar ook tegen de patriarchale, racistische en autoritaire dimensies van het militarisme.
Het Transnational Social Strike Platform wil de stakingsbeweging op transnationaal niveau bevorderen. Het doel van de bijeenkomst op 28 februari in Keulen is om een ruimte voor communicatie en organisatie te creëren. We willen bespreken hoe een transnationaal netwerk binnen en tegen een Europa in oorlog eruit zou kunnen zien.
De bijeenkomst in Keulen moet een soort startschot zijn voor een hele reeks bijeenkomsten en vergaderingen. Volgens jullie aankondiging moet er enerzijds een “strategisch debat worden gevoerd over wat ons omringt” en anderzijds moeten er nieuwe banden worden gesmeed tegen een “Europa in oorlog”. Wat kunnen we precies verwachten in Keulen?
We willen bespreken hoe de oorlog onze strijd beïnvloedt en met welke belemmeringen we momenteel te maken hebben, maar ook waar mogelijkheden voor een gezamenlijk anti-oorlogsbeleid ontstaan en waar we strijd in de productie en reproductie kunnen verbinden.
Lange tijd waren sociale bewegingen in Europa losgekoppeld van arbeidsconflicten. En in ieder geval wordt de organisatie op de werkplek momenteel geconfronteerd met tal van moeilijkheden, aangezien de arbeidsomstandigheden, de vakbonden en de mobiliteit van de werknemers de afgelopen decennia zijn veranderd. Daar komt nog bij dat het oorlogsbeleid bestaande trends versterkt en de arbeids- en levensomstandigheden verder verslechtert. De aanval op de sociale zekerheid, de bezuinigingen en het huidige industriebeleid zijn erop gericht de werkdag te verlengen en de arbeidersklasse te verzwakken. Deze veranderingen gaan gepaard met een opkomst van militaristische ideologieën, die de arbeidersklasse alleen maar verder verdelen. Militarisme is afhankelijk van gehoorzaamheid en bereidheid tot opoffering. Van vrouwen wordt verwacht dat ze hun zogenaamd natuurlijke rol als moeder vervullen, terwijl migranten worden afgeschilderd als interne vijanden van de nationale eenheid. Tegelijkertijd vindt er ook een militarisering plaats van het onderwijs en de wetenschappen, die zogenaamd concurrerend moeten blijven en zich moeten committeren aan strategische doelstellingen. In sommige landen hebben we te maken met een terugkeer van de dienstplicht in een neoliberale vorm, d.w.z. dat er sterk wordt ingezet op economische prikkels en een retoriek van zelfpromotie.
Deze veranderingen vinden niet overal op dezelfde manier plaats. In Italië zijn de militaire uitgaven nog steeds vrij laag, maar de oorlog dient als voorwendsel om enorme bezuinigingen door te voeren. In de Oost-Europese landen daarentegen wordt het heersende verhaal van een op handen zijnde Russische aanval gebruikt om de stijgende militaire uitgaven te rechtvaardigen. In Keulen zullen we ons vooral richten op het analyseren en aantonen hoe deze verschillende situaties met elkaar verband houden.
In jullie aankondiging schrijven jullie ook dat de sociale bewegingen in Europa verdeeld zijn, met name wat betreft de oorlogskwestie. Waar zien jullie de belangrijkste scheidslijnen? En waarom zijn wij als linksen er nog niet in geslaagd een sterke anti-oorlogsbeweging op te bouwen?
Sinds de Russische invasie in Oekraïne hebben we binnen sociale bewegingen te maken met talrijke verdeeldheden die verband houden met de oorlog. Voor sommigen stond het opzetten van een anti-oorlogsbeweging lange tijd niet centraal. Er werd geëist dat we ons zouden blijven beperken tot andere “sociale” kwesties, alsof de oorlog niet in hoog tempo de omstandigheden en mogelijkheden van onze strijd zou veranderen. Tegen deze tendensen in heeft de Permanent Assembly Against the War, een initiatief dat voortkomt uit het TSS Platform, in juli 2022 haar manifest voor een transnationaal vredesbeleid gepubliceerd. In het manifest wordt de Russische agressie beschouwd als het begin van de Derde Wereldoorlog, omdat de gevolgen van de oorlog overal ter wereld voelbaar kunnen zijn. Met de term Derde Wereldoorlog wordt niet alleen bedoeld dat de oorlog mondiale dimensies heeft. Het is ook een mondiale oorlog tegen de levens- en arbeidsomstandigheden van arbeiders, tegen de vrijheid van beweging en tegen de vrijheid van vrouwen. De strijd tegen de oorlog neemt voor ons daarom een centrale politieke plaats in, omdat deze ook gericht is tegen de sociale vrede die de staten en het kapitaal proberen te creëren wanneer ze van ons eisen dat we ons opofferen voor de nationale eenheid.
Dat brengt ons bij het tweede grote politieke probleem dat we de afgelopen jaren hebben kunnen waarnemen: de logica van het ‘ kampisme’. Voor sommigen leidde de oppositie tegen de oorlog ertoe dat ze de kant van de andere staat of regionale alliantie kozen. Met betrekking tot de oorlog in Oekraïne betekende dit dat men ofwel partij koos voor het autoritaire regime van Poetin, omdat men geloofde dat men zich zo tegen het westerse imperialisme verzette, ofwel het neoliberale kamp van Zelensky en de Europese Unie steunde. De discussie over de wapenleveranties aan Oekraïne, die gepaard ging met de retoriek van een “nationale volksoorlog”, leidde tot het verdringen van het feit dat duizenden Oekraïners weigerden voor hun land te sterven en vluchtten voor Russische bommen en de Oekraïense dienstplicht. Ook ging volledig onder in de vergetelheid welke prijs vrouwen moeten betalen, of ze nu in hun thuisland bleven of naar EU-landen konden vluchten, waar ze te maken kregen met racisme, geweld en uitbuiting.
Dezelfde logica was vaak terug te vinden in de beweging tegen de genocide in Gaza. Terwijl westerse regeringen geen kritiek uitten op het geweld van de Israëlische staat of zich halfslachtig beriepen op het internationaal recht, hoorden we vaak dat men in de strijd tegen de genocide op de Palestijnen Hamas en de zogenaamde “as van verzet” moest steunen. Deze logica was recentelijk te zien na de ontvoering van Maduro door de VS en tijdens de protesten in Iran. Verzet tegen de militaire interventies van Trump betekent voor sommigen dat ze, in het geval van Iran, de kant kiezen van een regime dat arbeiders op grote schaal uitbuit en gebaseerd is op religieus fundamentalisme en patriarchaal geweld, en in het geval van Venezuela dat ze partij kiezen voor een staat die zeker ver verwijderd is van de progressieve beloften die aan het begin van het bolivarianisme stonden.
We moeten de verantwoordelijkheid van westerse regeringen die wereldwijd oorlog en geweld verspreiden in naam van vrijheid en democratie onverbloemd benoemen. Maar we moeten ook duidelijk zeggen dat er op dit moment geen enkele regering onze bondgenoot is. We weigeren partij te kiezen voor de ene of de andere regering. De enige mogelijke oppositie tegen de oorlog is partij kiezen voor arbeiders, migranten, vrouwen en LGBTQ’ers die zich verzetten tegen de oorlog en de materiële en ideologische gevolgen ervan, zowel op het slagveld als elders. Deze strijd moet zichtbaar worden gemaakt en met elkaar worden verbonden. Dat is momenteel de grootste uitdaging.
Jullie doel is het opzetten van een Europese anti-oorlogsbeweging. Waar en hoe willen jullie die opzetten? Richt je je op een praktijk binnen de vakbonden of linkse partijen of buiten bestaande instellingen?
De opbouw van een transnationale anti-oorlogsbeweging vereist verdere stappen. Onze bijeenkomst is slechts het begin. We moeten in staat zijn om meer mensen te integreren en te groeien. Enerzijds moeten we ons aansluiten bij de reeds bestaande, maar gefragmenteerde strijd, en anderzijds moeten we ook in staat zijn om te anticiperen op waar collectieve ongehoorzaamheid zich in de toekomst zal ontvouwen. De afgelopen maanden hebben we een onverwachte terugkeer gezien van de staking als middel in de strijd tegen de genocide in Gaza, maar ook tegen de bewapening en de sociale verscherpingen die daarmee gepaard gaan. De schoolstaking tegen de dienstplicht in Duitsland begin december 2025 is hier een voorbeeld van. Maar tegelijkertijd is het niet eenvoudig om deze stakingsbeweging gaande te houden. Vakbonden zijn een belangrijk instrument voor werknemers, maar ze hebben ook keer op keer bewezen hoe beperkt ze zijn als het gaat om het creëren van de voorwaarden voor langdurige en effectieve sociale strijd.
We moeten echter in staat zijn om als autonome organisaties, die verankerd zijn in de bedrijven, het kader van de vakbonden ten volle te benutten en uit te breiden. Tegelijkertijd moeten feministische strijd en de strijd van migranten centraal staan in ons initiatief. Als we de macht willen opbouwen die we nodig hebben om dit verschrikkelijke heden van oorlog, uitbuiting en geweld te overwinnen, moeten we productie en sociale reproductie met elkaar verbinden.
Wat moeten mensen die naar Keulen willen komen nog meer weten?
Ons programma en het inschrijfformulier vind je hier:
En je kunt ons volgen op Facebook of Instagram (@tssplatform).
Tot ziens!
Het interview werd afgenomen door Thomas Ernest.
(Nederlandse vertaling van de oproep voor de bijeenkomst in Keulen vind je hier, en een aanvulling daarop hier)