Raoul Vaneigem: Eerbetoon aan een onverbeterlijke levensliefhebber
„Een samenleving die elk avontuur afschaft, maakt van zijn eigen afschaffing het enige mogelijke avontuur.” Dit is een van de zowel treffende als intelligente uitspraken waar Raoul Vaneigem zo goed in was. Een zin die wij zeer waarderen, omdat hij in deze duistere tijden nog steeds actueel is.
Terwijl de beroemdheden van mei ’68 zich vaak hebben laten meeslepen door het neoliberale en autoritaire slijk, zoals de sinistere Cohn-Bendit, hebben andere figuren de tijd doorstaan zonder ooit zichzelf te verloochenen, met een altijd waakzame geest en een opstandige tong. Raoul Vaneigem behoorde tot die groep.
Hij is onlangs in Barcelona overleden, op 28 juli, op 92-jarige leeftijd, na een lang en mooi leven. Raoul dronk een biertje, at wat meloen, ging naar bed, viel in slaap en stierf, vertelt Didier Platteau, een van zijn vrienden. De denker en activist neemt afscheid van ons zoals hij geleefd heeft: rechtop en vrolijk, tot zijn laatste ademtocht.
Raoul Vaneigem werd in 1934 geboren in Lessines, een arbeidersstad in België, in een familie van spoorwegarbeiders. Hij wist zich uit zijn proletarische achtergrond te bevrijden door tussen 1952 en 1956 een briljante studie filosofie te volgen in Brussel. Hij ontmoette de filosoof en socioloog Henri Lefebvre, een groot marxistisch denker, verzetsstrijder tijdens de bezetting en vooral bekend om zijn vernietigende kritiek op de naoorlogse stedenbouw. Lefebvre publiceerde *Kritiek op het dagelijks leven* en *Het recht op de stad*, essentiële werken tegen de commodificatie van het lichaam en de ruimte.
Door deze ontmoeting leert Raoul Vaneigem Guy Debord kennen, een jonge revolutionaire intellectueel. In 1961 sluit hij zich aan bij de Situationistische Internationale. Deze literaire en politieke beweging beoefende in de jaren zestig eindeloze ‘dérives’ door de stad, allerlei vormen van excessen, met name alcoholisch misbruik, graffiti om de muren opnieuw toe te eigenen, rebellie als levenswijze en poëzie.
Raoul Vaneigem verwoordt deze opstand in zijn “Traité de savoir-vivre à l’usage des jeunes générations”, dat in 1967 verschijnt (In Nederlandse vertaling tien jaar later als Handboek voor de jonge generatie (De Arbeiderspers, 1978). Dit werk oefent een grote invloed uit op de jeugd; de auteur roept daarin op tot een „opstand van het dagelijks leven”, hekelt de consumptiemaatschappij en de vervreemding, en pleit voor spel en plezier. Vaneigem haalt ook fel uit naar het werk en de somberheid van de moderne samenleving. Hij is dan 33 jaar oud.
Een jaar later barstte de opstand van mei 1968 los, en de situationistische ideeën kwamen zowel in de studentenstakingen als op de muren van de steden tot uiting. Vaneigem nam deel aan de beweging en schreef het lied „La vie s’écoule”, een melancholische ode aan de tijd die door het kapitalisme wordt opgeslokt: „Het leven vloeit weg, het leven vlucht / De dagen trekken voorbij in het tempo van de verveling / De partij van de roden, de partij van de grijzen / Onze revoluties worden verraden…“ Al snel wordt de Situationistische Internationale een even intens als conflictueus avontuur, en uiteindelijk verlaat Raoul Vaneigem de beweging.
Toch blijft hij altijd nadenken en strijden, waarbij hij theorie en praktijk voortdurend met elkaar verweeft. Terwijl de meeste intellectuelen van zijn generatie zich aansluiten bij de gematigde linkse beweging van de jaren 1980 en vervolgens bij de harde rechtse beweging van de jaren 2000, is Vaneigem de medestrijder van alle opstanden en zelfbesturende experimenten van zijn tijd: de ZAD van Notre-Dame-des-Landes, de Zapatisten in Chiapas in Mexico, het verzet in Rojava, de Gele Hesjes… Hij blijft trouw aan zijn libertaire kompas, dat zijn wortels heeft in de Commune en de opstand van Makhno. Zijn hele leven lang zal Vaneigem een hekel hebben aan militarisme, repressie en morele orde, ook bij linkse activisten.
In zijn werken richt hij zich vaak tot de jeugd, bijvoorbeeld in zijn *Avertissement aux écoliers et lycéens* (Waarschuwing voor leerlingen en scholieren, 2024, vertaling GC (online op globalinfo)) uit 1995, waarin hij het onderwijssysteem aan de kaak stelt dat de creativiteit van kinderen ondermijnt. Hij schrijft ook over plezier, verlangen en ketterijen.
In 2022 publiceert hij een klein boek bij Éditions Grévis: *Rien ne résiste à la joie de vivre* (Niets weerstaat de levensvreugde). Nog steeds gedreven door zijn onwankelbare optimisme, haalt hij in zijn tekst uit naar de droefheid en de wrok die overal ons bestaan aantasten. Vaneigem stelt daar vreugde, vrijheid en wederzijdse hulp tegenover. Het boek is opgedragen „aan de Zapatisten, de Gele Hesjes en de opstandelingen overal ter wereld die het leven tegenover de economie plaatsen die het doodt“. Hij roept erin op om onze „levenskrachten“ tot uitdrukking te brengen in plaats van ze te laten doven.
„We willen geen wereld waarin de garantie dat we niet van de honger zullen sterven, wordt ingeruild voor het risico om van verveling te sterven”, stelde Raoul Vaneigem in 1967. Dat was een andere tijd, de jaren van groei en vrede, waarin de protestcultuur de overhand kreeg. Een tijd waarin men het motto „metro, werk, slapen“ aan de kaak stelde en droomde van een spannend leven zonder verveling.
Vandaag de dag staat de wereld in brand, rukt het fascisme op en breidt de oorlog zich uit. We zijn gedoemd om te redden wat er te redden valt, voordat we weer groots kunnen dromen. Maar we behouden van Raoul Vaneigem zijn levensvreugde en zijn glimlach, onmisbaar voor succesvolle strijd.