Tila: Een grotere plek (Un Lugar Mas Grande)
Afgelopen zondag zagen we in Filmhuis Cavia de lange documentaire Un Lugar Mas Grande, in bijzin van de producent Nicolas Défossé. De film volgt enkele recente jaren de bewoners van een kleine stad in Chiapas, in het zuiden van Mexico, die zich autonoom hebben verklaard en belaagd worden door paramilitaire moordenaars en politieke partijen.
Afgelopen zondag zagen we in Filmhuis Cavia de lange documentaire Un Lugar Mas Grande, in bijzin van de producent Nicolas Défossé. De film volgt enkele recente jaren de bewoners van een kleine stad in Chiapas, in het zuiden van Mexico, die zich autonoom hebben verklaard en belaagd worden door paramilitaire moordenaars en politieke partijen.
De film, legt de maker uit, is gemaakt volgens het principe van het direct cinema, met Frederic Wisemann als een van zijn voorbeelden. Het betekent dat je de beelden het werk laat doen: zo min mogelijk uitleg in de vorm van tekstblokken en zeker geen voice over. Het doel daarvan is dat de gefilmden zelf zoveel mogelijk het beeld bepalen, wat in het geval van Tila geheel in lijn is met hun leven. De inheemse bewoners hadden na jarenlang door autoriteiten aangevallen te zijn geweest, het gemeentehuis ‘opgeheven’ en de politie de gemeentegrenzen overgezet. Ook wilden ze geen politieke partijen meer in hun gebied toelaten, want die lossen nooit wat op en komen alleen maar verdeeldheid en corruptie zaaien. De film begint als de buurtvergadering moet beslissen over wat er moet gebeuren met de lading van een vrachtwagen vol verkiezingspropaganda die in het centrum is aangehouden. Uiteindelijk wordt besloten de paraplu’s en T-shirts te verbranden.
We zien hoe de bewoners zich organiseren, dag en nacht moeten wachtlopen om te voorkomen dat er suspecte auto’s binnen komen rijden om mensen te terroriseren. En ze moeten de orde en veiligheid zelf regelen. We zien uitgebreid wat het betekent als een vrouw met een baby komt melden dat ze geslagen is door haar dronken man en de man opgehaald en vastgezet moet worden. Na 72 uur komt hij vrij, maar niet nadat de dorpsraad heeft besproken (in aanwezigheid van de man en zijn vrouw) hoe hij zich voortaan moet gedragen.
De jongens die de dronken man opsluiten, leggen voor de camera ook uit hoe het vroeger ging, dat ze vaak in elkaar werden geslagen door de politie en bij arrestaties steevast alles dat ze bij zich hadden kwijtraakten: tot aan de kleren en schoenen die ze aanhadden toe.
Verder zien we veel beelden van het dagelijks leven, veel natuur en prachtige nachthemels vol krekelgeluiden, en het vermaak dat de bewoners organiseren. Alles wordt collectief georganiseerd en geëvalueerd met behulp van ellenlange vergaderingen waar iedereen zijn zegje mag komen doen. De vergaderingen die we zien zijn van een specifieke buurt van het stadje. Ze klagen erover dat sommige mensen zich drukken als het de dag is om vuilnis op te halen. De gemeenschap regelt dan een vrachtwagen, maar de mensen moeten zelf hun vuilnis er in kieperen en de straat schoonhouden. Er is een discussie over de mogelijkheid om anderen te betalen voor jouw corvee. Dat wordt uiteindelijk afgekeurd door de vergadering, want dat zou het begin van het einde zijn. Als je een goede reden hebt dat je niet kunt werken, mag je verstek laten gaan, en anders moet je de volgende keer een dubbele shift draaien.
Verder is iedereen overtuigd van het nut van hun ‘ejido’. Hun landbouwgrond wordt gemeenschappelijk beheerd en kan niet verkocht worden. Dat was ook de voornaamste reden van de Zapatistas om in 1994 de strijd voor autonomie te beginnen, want het vrijhandelsakkoord NAFTA dat vanaf dan van kracht zou zijn, zou hen van hun grond beroven en de grootgrondbezitters en financiële speculanten de vrije hand geven.
Tila is een stadje dat buiten het ‘ hardcore’ zapatista gebied ligt, en zich later heeft aangesloten. Het nadeel is dat ze geïsoleerd liggen en veel kwetsbaarder zijn. In de ‘echte’ zapatista regio is bijvoorbeeld alle alcoholconsumptie op verzoek van de vrouwen uitgebannen.
De mannen die wachtlopen vertellen ook dat ze vaak op hun wachtposten gefotografeerd worden. Kennelijk wordt er buiten hun gebied goed bijgehouden wie aan de autonomie-opstand bijdraagt. Als ze dan hun gemeente verlaten voor werk of inkopen en naar de grote stad gaan, worden ze vaak gevolgd en bedreigd. De film eindigt dan ook met een opdracht: twee van de hoofdrolspelers die we in de film vaak aan het werk zagen, zijn dan inmiddels doodgeschoten.
Desondanks laten de bewoners zich niet intimideren. Ze hebben zich ook juridisch tot in de Hoge Raad verdedigd over hun besluit om hun zaken zelf te regelen en zien daarvan dagelijks de voordelen. Het carnaval-marktfeest dat ze organiseren is anders dan in voorgaande jaren opvallen rustig verlopen zonder doden en vechtpartijen.