Ga naar de inhoud

Kapitaloceen

Sommigen zeggen dat de huidige tijd het Antropoceen genoemd zou moeten worden, als opvolger van het Holoceen, de periode waar we officieel in leven, die samen met het Pleistoceen onderdeel uitmaakt van het Kwartair, dat is de periode (vanaf ca 2,58 miljoen jaar geleden) waarin planten en dieren leefden ongeveer zoals we die nu kennen.

4 min leestijd

(Foto: Krokussen besproeien ILO/Flickr, (Marcel Crozet / ILO) CC-BY-2.0)

De mens hield zich miljoenen jaren gedeisd, leefde min of meer zoals andere dieren, maar dat is vooral sinds de industriële revolutie aardig (of liever gezegd ónaardig) uit de hand gelopen. Ik hoef de voorbeelden hier niet te noemen. Of, nou ja, eentje dan: op Hawaii is een nieuwe ‘steensoort’ ontstaan: ‘plastiglomeraat’, een steen die een mix bevat van natuurlijk materiaal (zand, grind, schelpen) vermengd met gestold plastic. In het Museon in Den Haag schijnt een stuk te liggen van meer dan een meter lang en meer dan 50 cm breed. Op Wikipedia kun je er een foto van zien.

Niet dat ik een tijdperkendeskundige ben of zo, maar de term Antropoceen spreekt me wel aan, al is het misschien ook wel weer te veel eer. Wat zal er over pakweg een miljoen jaar van ons over zijn? Van ons, de mensheid, van de smeerboel die ‘we’ ervan gemaakt hebben? Nee, niet iedereen. Gelukkig zijn er nog mensen die dicht bij de rest van de natuur leven, niet alleen diep in de bossen van Brazilië, maar overal, ook in grote steden, of op het dichtbevolkte platteland, te midden van grootschalige vee-industrie en grif gif-spuitende boeren. Daarover straks meer.

Ook het plastiglomeraat zal niet het eeuwige leven hebben. Kauwgom (meestal grotendeels polyethyleen, dus plastic) op straat neergekwakt schijnt toch uiteindelijk na zo’n twintig tot vijfentwintig jaar vergaan te zijn. Zelfs plutonium en uranium vallen op den duur uit elkaar en veranderen in lood. Als je het zo bekijkt is het hele tijdperk van de mensheid niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat.

De term Antropoceen slaat misschien vooral op de uitstervingsgolf die ‘we’ veroorzaken onder alles wat leeft, inclusief de mensheid zelf. Misschien dat daar toch ‘later’ iets van te zien is in bepaalde aardlagen. Te zien, door weer nieuwe nieuwsgierige en intelligente diersoorten, die hopelijk niet weer dezelfde fouten als ‘wij’ zullen maken.

In elk geval vind ik de term bruikbaar en toepasselijk voor ons, alle mensen, hier en nu. Niet om ons op de borst te slaan omdat we zo goed samenleven in harmonie met elkaar en met de andere dieren en met de planten, maar om onszelf (en natuurlijk vooral de rijken en machtigen) een flinke schop onder de kont te geven: geef die dominante positie op, ga op gelijke voet samenleven. Dat is fijner, leuker en gezonder voor iedereen, ook voor degenen die nu alleen begaan zijn met hun eigen hachje. (Alleen, hoe krijg je ze zover…?)

Misschien gaat het er vooral om een wereld op te bouwen buiten alle onderdrukkende structuren om. Daarover schrijf en denk ik altijd graag, maar het is steeds weer leuk om mensen tegen te komen die de daad bij het woord voegen. Ik schreef hierboven al dat er overal mensen te vinden zijn die ervoor kiezen om prettig samen te leven met elkaar, met overige dieren, met de natuur.

Ze noemen hun project het Kapitaloceen. Je zou kunnen zeggen: dat is waar we nu juist in zitten en wat we achter ons moeten laten. En dat is dan ook precies wat ze bedoelen:

‘Stichting Kapitaloceen is een postkapitalistisch experiment in een kapitalistische ruimte. (…) Een experiment dat kapitaal nodig heeft, maar het weigert te accumuleren.’

Het gaat ze erom geld uit het kapitalisme weg te halen, te bevrijden. Om er vervolgens grond mee te bevrijden, de aarde terug te geven aan iedereen, aan niemand, aan wie er goed mee omgaat.

Het gaat erom ‘kapitaal bijeen te brengen voor het vrijkopen van landbouwgrond die voorheen werd gebruikt voor monocultuur/intensieve veeteelt. Van deze grond leven vanaf het moment dat het gekocht is een kleine groep mensen en een grote groep niet-mensen samen. En samen beslissen ze, zo goed en zo kwaad als dat gaat, wat er gebeurt. In eerste instantie wordt de grond als volgt verdeeld: minimaal vijftig procent van de grond is gereserveerd voor niet-mensen; maximaal tien procent voor mensen; en op de rest (maximaal veertig procent) wordt eerlijk gedeeld en samen geleefd.’

Dit zijn niet alleen mooie woorden, het eerste stuk land is al aangekocht (bevrijd!) en ongeveer tien procent daarvan is ingericht als moestuin, biologisch én veganistisch, dus niet alleen zonder kunstmest en zonder landbouwgif, maar ook zonder dierlijke mest. De opbrengst is prima, de tomaten en worteltjes smaakten uitstekend. Alle dieren die er rondlopen zijn wilde, vrije dieren, en ze kunnen er hun buikjes rond eten.

Doe mee, doneer (zie https://kapitaloceen.nl/manifest)! Hoe meer mensen zich aansluiten bij het Kapitaloceen en vergelijkbare initiatieven, hoe eerder we het Antropoceen achter ons kunnen laten!