Het monopoliekapitaal trekt ten strijde
Is Trumps buitenlandbeleid chaos of een berekend staatsmonopolie? Blakeley fileert de fusie tussen megacorporaties en de staat, waarin handelsoorlogen en invasies slechts instrumenten zijn voor winstmaximalisatie van de elite.
(Foto James Vaughan, Flickr, CC BY-NC-SA 2.0)
Is Trumps buitenlandbeleid chaos of een berekend staatsmonopolie? Blakeley fileert de fusie tussen megacorporaties en de staat, waarin handelsoorlogen en invasies slechts instrumenten zijn voor winstmaximalisatie van de elite.
Venezuela is een van die buitenlandse avonturen waarbij er geen twijfel bestaat over de VS-motieven. Trump heeft ons herhaaldelijk verteld dat het allemaal om olie gaat. Hij gaf aan dat hij Amerikaanse oliemaatschappijen zal inzetten om Venezuela’s natuurlijke hulpbronnen te exploiteren. Die bedrijven eisen winstgaranties en Trump wil die maar al te graag geven.
Niets van dit alles – buitenlandse oorlogen, bedrijfswelvaart, schaamteloze exploitatie – is ongebruikelijk voor het Amerikaanse kapitalisme. Alle kapitalistische economieën baseren zich op de nauwe samenwerking tussen grote monopolistische bedrijven, financiële instellingen en de staat. Dat toonde ik eerder al aan in mijn boek Vulture Capitalism. (*1)
Die samenwerking leidt vaak tot imperialistische (mis)avonturen in het buitenland. Wat ongebruikelijk is aan Trump, is hoe openlijk hij de logica van dat imperialisme omarmt.
Alle kapitalistische economieën baseren zich op de nauwe samenwerking tussen grote monopolistische bedrijven, financiële instellingen en de staat
Trump maakt geen geheim van zijn minachting voor de zogenaamde ‘liberale, op regels gebaseerde orde’. Die orde stond al onder druk vóór hij aantrad: westerse mogendheden vielen herhaaldelijk zuiderse landen binnen, ondanks retorische toezeggingen over hun soevereiniteit. Vóór de financiële crisis van 2008 hadden oneerlijke kredietprogramma’s en handelsovereenkomsten de legitimiteit van de ‘Washington Consensus’ al lang uitgehold.(*2)
De inherente zwakte van de neoliberale globalisering maakte het voor Trump gemakkelijk om met de liberale orde te doorbreken en terug te keren naar de oudere tradities van mercantilisme en territoriale concurrentie.
Trumps retorische kentering doet echter geen afbreuk aan de diepe continuïteit van het VS-imperialisme van de voorbije eeuw. Zijn acties brengen gewoon veel flagranter de waarheid aan het licht: kapitalisme en imperialisme gaan hand in hand. Vandaag probeert de heersende klasse, bij monde van Trump, die realiteit niet eens meer te verbergen.
Boecharin, monopoliekapitaal en imperialisme
Naarmate Trumps handelsoorlog voortduurt en zijn buitenlands beleid vorm krijgt, denk ik dikwijls terug aan het werk van Nikolaj Boecharin. Tijdens de Eerste Wereldoorlog schreef hij Imperialisme en Wereldeconomie. Daarin betoogde hij dat imperialisme een onvermijdelijk gevolg is van monopoliekapitalisme.
Afbeelding
In Het Kapitaal toonde Marx al aan dat kapitalistische economieën onvermijdelijk naar monopolievorming neigen. Naarmate de productie complexer wordt, moeten kapitalisten investeren in meer machines en apparatuur om te kunnen concurreren met (andere) gevestigde giganten.
Daardoor ontstaan er drempels die voor kleine bedrijven nefast zijn en de grote, gevestigde bedrijven ten goede komen. Grote bedrijven zijn immers concurrentiëler dan kleinere bedrijven: ze profiteren van ‘schaalvoordelen’. Zo komt het kapitaal steeds meer terecht in de handen van een kleiner aantal spelers. Dat proces leidt tot monopolisering.
Grote bedrijven zijn concurrentiëler dan kleinere bedrijven: ze profiteren van ‘schaalvoordelen’
Terwijl deze monopolistische bedrijven groeien, ontwikkelen ze nauwere banden met financiële instellingen. Die financiële instellingen zorgen voor het kapitaal en de technische expertise die bedrijven nodig hebben om te groeien. Na verloop van tijd vallen de belangen van de bedrijfsleiders en die van hun financiers steeds meer samen. Een tijdgenoot van Boecharin, Rudolf Hilferding, omschreef dat proces als de ‘financialisering’ van de economie.
Deze ‘gefinancialiseerde’ megabedrijven ontwikkelen onvermijdelijk nauwe banden met staten. Ze sponsoren politici, beïnvloeden partijprogramma’s en infiltreren in regelgevende structuren. Machtige lobbygroepen – van de CBI in het Verenigd Koninkrijk tot bedrijfs-PAC’s in de Verenigde Staten(*3) – krijgen een plaats aan de regeringstafel en bepalen er een beleid van eigenbelang.
Het ‘monopoliekapitaal’ vormt dus een machtskluwen van bedrijfs-, financiële en politieke leiders en legt zo de basis voor het imperialisme. De staat wordt op die manier de verdediger van zijn nationale monopolies in het buitenland en zet zijn economische en politieke macht in om de belangen van de bedrijven te beschermen en te bevorderen. Bedrijven worden op hun beurt instrumenten van staatsmacht en bevorderen de strategische doelstellingen van de nationale heersende klasse.
De economische rivaliteit tussen bedrijven wordt dan omgezet in een geopolitieke rivaliteit tussen staten. Deze rivaliteit culmineert in open of virtuele conflicten tussen machtige blokken – de VS versus China – en tot invasies van kleinere staten die gekneld zitten tussen beide partijen. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval met Venezuela en Groenland. Die strijd is dan ook de meest gewelddadige uiting van conflicten die inherent zijn aan de internationale betrekkingen onder het kapitalisme.
Wanneer het IMF en de Wereldbank arme landen met hoge schulden dwingen hun economieën open te stellen voor westerse multinationals of anders hun financiering te verliezen, is dat imperialisme. Wanneer een machtige staat een armere staat dwingt een eenzijdige handelsovereenkomst te ondertekenen, waardoor het arme land geen toegang krijgt tot generieke geneesmiddelen, zaden en cruciale technologie, is dat imperialisme.
De handelsoorlog met China is een oorlog over de toekomst van de kapitalistische productie
Wanneer een Amerikaans bedrijf een buitenlandse regering voor een geheime internationale rechtbank aanklaagt omdat die een beleid voert dat zijn winsten aantast, is dat imperialisme.
Imperialisme, Trump-variant
In de veel grotere oorlog die door het kapitaal – vanuit zijn centrum de VS – wordt gevoerd tegen de mens en tegen de planeet, is de invasie van Venezuela door Trump niet veel meer dan één recente slag. Zo komen we vanzelf bij de handelsoorlog met China. Die strijd is in feite een oorlog om technologie. Het is een oorlog over de toekomst van de kapitalistische productie.
Het centrale strijdtoneel draait niet langer om textiel of staal, maar om de geavanceerde technologieën die de basis vormen voor de productieprocessen van de eenentwintigste eeuw: die van halfgeleiders, kunstmatige intelligentie, kwantumcomputers, biotechnologie, groene technologie.
Zoals ik in dit artikel heb uitgelegd, loopt het Amerikaanse imperium het risico om te worden ingehaald door een opkomend China. Het zou zijn controle kunnen verliezen over de hoogste regionen van de wereldeconomie.
Trumps strategie wil dat voorkomen door Silicon Valley aan de staat te binden in één nationaal-kapitalistisch blok. Hij wil dat doen door economische oorlog(en) te voeren in het buitenland en door de macht van het bedrijfsleven in eigen land te consolideren. Daarom heeft Trump een aandeel genomen in Intel, en daarom voerde Biden – vóór hem – ook al de CHIPS-wet in.
De invasie van Venezuela is een militair front in het imperialistische Trumpproject
In het mondiale financiële stelsel is ook een front geopend. De dollar is daarin het meest geduchte wapen van de VS. De VS hebben het ‘exorbitante voorrecht’ om ‘s werelds reservevaluta te kunnen drukken. Daardoor mogen zij zich zowel begrotings- als handelstekorten permitteren.
Iedereen heeft dollars nodig en – op de een of andere manier – komen dollars van de Fed.(*4) De Fed speelt dus een enorme rol in het functioneren van de mondiale financiën. Trump probeert de dollar te gebruiken als onderdeel van zijn handelsoorlog met China en dringt aan op een devaluatie van de munt om het concurrentievermogen van de VS-export te vergroten en de Chinese import te ontmoedigen.
Een techniek die China al decennialang toepast. Hij was opmerkelijk succesvol in zijn devaluatiestreven, al bleken de effecten niet helemaal wat hij ervan verwacht had (hierover binnenkort meer). En, zoals ik in dit artikel heb uitgelegd, wordt de dominantie van de dollar meer en meer in vraag gesteld.
De invasie van Venezuela is een militair front in het imperialistische Trumpproject. Zoals ik vorige week al aantoonde, staat de oorlog over het veiligstellen van de Amerikaanse olieproductie in het licht van de groeiende energieonafhankelijkheid van China.
Trumps dreigementen aan het adres van Groenland en zijn onderhandelingen over Oekraïne draaien om de toegang tot zeldzame aardmetalen. Die zijn nodig voor alle hightechindustrieën die Trump wil domineren. De haast absolute Chinese dominantie over deze zeldzame aardmetalen is de reden waarom zijn handelsoorlog tot nu toe heeft gefaald: van zodra China ermee dreigde technologiebedrijven uit de VS de toegang te ontzeggen tot die zeldzame aardmetalen, moest Trump terugkrabbelen.
Een imperium voor velen
De echo’s van Boecharin zijn onmiskenbaar. Wat we nu zien, is een poging om staatsmacht en bedrijfsmacht te versmelten. Boecharin noemde het “de opkomst van ‘staatskapitalistische trusts’”.
Apple, Nvidia en Google – om nog maar te zwijgen van Chevron en Exxon Mobil – zijn niet alleen particuliere bedrijven die concurreren op de markt; ze zijn radertjes in een imperialistische machine die ontworpen is om waarde te onttrekken aan arbeiders in het Zuiden. Die gerealiseerde meerwaarde concentreert zich vervolgens in de handen van kapitalisten in het Noorden.
Biden, Obama, Bush, ze lanceerden allemaal imperialistische interventies
De verschuiving naar mercantilisme onder Trump vertegenwoordigt slechts een retorische breuk met het beleid van eerdere regeringen. Biden, Obama, Bush, ze lanceerden allemaal imperialistische interventies. Soms ging het daarbij om regelrechte oorlogen, dan weer om eenzijdige handelsakkoorden of om de manipulatie van mondiale regels en instellingen.
Het grote verschil is dat Trump het vandaag hardop en onbeschaamd doet. Hij gaat er immers van uit dat hij op die manier het Amerikaanse volk ervan kan overtuigen dat het imperialisme vooral voor hén belangrijk is en niet zozeer voor het Amerikaanse kapitaal.
Die strategie kan alleen werken zolang er geen levensvatbaar politiek alternatief is. De Democraten nemen genoegen met de rol van tweede viool van het kapitaal, weigeren de betaalbaarheidscrisis te framen als een crisis van zakelijke hebzucht en grijpen in plaats daarvan naar niet overtuigende, technocratische argumenten die gebaseerd zijn op een aanbodeconomie.
Als de Democraten wakker zouden worden en de overname van de Amerikaanse staat door de zakenlui aan de kaak zouden stellen, zou het project van Trump veel van zijn populariteit verliezen.
Voor de elite is alles wat de VS-bedrijven verrijkt, ook goed voor het land
Sommige Amerikanen zijn misschien bereid hun kinderen op te offeren in buitenlandse oorlogen op voorwaarde dat die worden gevoerd om het ‘nationale belang’ te dienen. Niemand zou echter bereid zijn om zijn kinderen uit sneuvelen te sturen in een oorlog die enkel de directeuren van fossiele brandstofbedrijven verrijkt.
Voor de elite zijn beide rechtvaardigingen legitiem en onderling inwisselbaar. Voor hen is alles wat de Amerikaanse bedrijven verrijkt, ook goed voor het land. Maar voor de overgrote meerderheid van de bevolking gaat dat niet op. Alleen een politicus die bereid is deze tegengestelde belangen aan de kaak te stellen, kan Trump uitdagen.
Dit artikel verscheen eerder op de substack van Grace Blakeley. Daar kun je je ook abonneren op haar nieuwsbrief. De vertaling is van Jan Reyniers.
Notes:
(*1) Het boek is beschikbaar in het Nederlands als Aasgierkapitalisme, Amsterdam, Arbeiderspers, 2024.
(*2) De Washington Consensus is een set neoliberale beleidsrecepten (zoals begrotingsdiscipline, privatisering en liberalisering) die vanaf de jaren 1980 door het IMF, de Wereldbank en de VS werden opgelegd, vooral aan ontwikkelingslanden, vaak hadden die ‘Structurele Aanpassingsplannen’ (SAP’s) ingrijpende sociale en economische gevolgen.
(*3) CBI staat voor Confederation of British Industry. Dit is de grootste werkgevers- en bedrijfsorganisatie in het Verenigd Koninkrijk. De CBI vertegenwoordigt de belangen van bedrijven en lobbyt bij de Britse regering over economische, fiscale en sociale beleidskwesties. PAC staat voor Political Action Committees (PAC’s). In de Verenigde Staten zijn dit organisaties die geld inzamelen en besteden om politieke kandidaten, verkiezingen of wetgeving te steunen. Bedrijfs-PAC’s vertegenwoordigen de belangen van specifieke bedrijven en oefenen invloed uit via campagnedonaties en lobbywerk.
(*4) De Federal Reserve (‘de Fed’) is de Centrale Bank van de Verenigde Staten. Zij is verantwoordelijk voor het monetaire beleid, het toezicht op de banken en ze waarborgt de stabiliteit van het financiële systeem.