Het corona virus gooit langzamerhand hoge ogen als 'game changer'. De aankomende vaccinatiegolf – hoe vertraagd ook – inspireert tot een progressieve omvorming van eerder noodzakelijk geachte crisisaanpassingen. Zo legde een antropoloog afgelopen zaterdagmorgen voor Radio 1 uit. Thuis werken (minder files), online onderwijs (wisselende schooltijden), minder regelzucht (flexibeler) bieden mogelijkheden tot gewenste 'transformaties', tot een te sturen 'cultuurschok'. Positieve veranderkansen die we moeten grijpen.

(Door Hans Boot, oorspronkelijk verschenen op konfrontatie.nl foto Daniel Lobo, Flickr/CC2.0)

Eén van de interviewers vroeg zich af wat dat voor het kapitalisme betekent en hoe we uit de crisis komen. Hij kreeg een wedervraag als antwoord: wat voor samenleving willen we zijn. Een meeluisterende gastspreker vond dat een prangende vraag, maar zag de traditionele coalitiepolitiek als een hinderpaal en vandaag helemaal, omdat zo'n beetje elke politieke partij staat te trappelen om mee te mogen regeren. De game changer raakte uit beeld en verdween in de opsomming van de actuele crisisverschijnselen. Zo ook het kapitalisme.

Transformaties

Jammer. Want dat sociaaleconomisch systeem heeft nogal wat kenmerken die de komst, verspreiding en hardnekkigheid van Covid-19 en de pandemie bevorderen en verklaren. Om er een paar te noemen: de globalisering, de ontbossing, de commercialisering van dieren, de vermenging van staat/economie en nieuwsvoorziening, de privatisering van de gezondheidszorg en de beschermde positie van de farmaceutische industrie. Tegen die achtergrond is het boeiend dat één van de fameuze uitspraken van Albert Einstein door vriend en vijand gretig wordt aangehaald: We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt. Door vriend: weg met de kapitalistische productiewijze en haar ideologie; door vijand: weg met de door overleg vertraagde beslissingen.

Nog even terug naar de 'transformaties'. Ze worden beschouwd als de oplossing op de lange termijn van de veelvoudige – en internationale – crisis waarin we terecht zijn gekomen. Voor de aanhangers van de game change gaat het niet zo zeer om een aanval op de bron van die crisis, maar om de benutting van de ingezette 'bestrijdingsmiddelen'. Met als voorbeelden: de arbeidsorganisatie is niet meer aan tijd en plaats gebonden, werken kan ook 'thuis' – het onderwijs volgt niet meer de dwang van de roosters, maar kiest voor de belangen van de leerlingen – in de ziekenhuizen maken bureaucratische voorschriften plaats voor improvisaties in de persoonlijke zorg.

Deze wens of hoop onderschat echter de ernst van de gevolgen van de crisis, in het bijzonder de omvang van de faillissementen, de duur van de werkloosheid, de sociale ontwrichtingen en de onvermijdelijke overheidsbezuinigingen.

Politieke crisis

Dat de pandemie zo ingrijpend was, is mede toe te schrijven aan de al in gang zijnde economische crisis met onder meer de internationale afhankelijkheid van de productie en de afzet van goederen. De sociale crisis als gevolg daarvan hing direct samen met de kwetsbaarheid van de geflexibiliseerde arbeid en de positie van de daarin (precair) werkenden. In de als essentieel aangeduide sectoren als het onderwijs en de zorg leidde deze broosheid tijdens de pandemie tot onhoudbare situaties. De directe verantwoordelijkheid van de overheid voor deze neergang is de aanzet voor wat een politieke crisis genoemd kan worden. Een crisis die de geloofwaardigheid van de overheid aantast en met genoegen binnen en buiten het parlement uitgevent wordt door radicaalrechtse partijen, bewegingen en groepen.

Maar de politieke crisis omvat meer. Los van Covid-19 is het meest schrijnend wat de kindertoeslagaffaire is gaan heten, waarin naast de regeringspartijen, hun ministers en andere functionarissen ook de PvdA onmenselijk is opgetreden. Meestal los van deze affaire komen ook binnen partijen fricties, meningsverschillen en tegenstellingen in de openbaarheid. Niet van één (regerings-)partij, niet alleen van 'jonge' partijen of na afsplitsingen, wel mogelijk in verband met het virusbeleid en vast onder invloed van de komende verkiezingen. Dat laat onverlet dat het 'politieke bedrijf' zich minstens crisisgevoelig toont, een ontwikkeling die aangescherpt lijkt door alles wat met Covid-19 samenhangt.

Noodtoestand

Wat te doen met deze noodtoestand? Juist omdat ook de PvdA, GroenLinks en de SP niet gevrijwaard zijn van deze perikelen, is het niet aannemelijk dat zij de kop nemen in de strijd tegen deze economische, sociale en politieke crisis. Ze likken hun wonden en suggereren alleen gezamenlijk aan een regeringscoalitie deel te zullen nemen.

Misschien dat de FNV uit haar overlegschaduw weet te stappen, maar deze vakbond heeft de handen vol aan bijvoorbeeld de verdeeldheid rond het gesloten pensioenakkoord en de aanstaande verkiezingen van een nieuwe voorzitter. Bovendien blijft het ledental dalen en zal het eerder aangekondigde verlies van interne arbeidsplaatsen prioriteit moeten krijgen.

De kleine linkse organisaties, met actieve leden in de vakbeweging, handhaven zich moeizaam. Hun kwaliteiten om waardevolle analyses te presenteren over ontwikkelingen in binnen- en buitenland – dus ook over de crises – zijn onmiskenbaar, dat geldt helaas niet voor hun mobilisatiekracht.

Zo'n nogal sombere balans – overigens in volle levensmoed opgemaakt – wordt in de praktijk gelogenstraft door Black Lives Matter, MeToo en de klimaatbeweging. Hun eisen dringen door in het dagelijks leven en de 'erkende' organisaties. Juist om die reden worden zij aangevallen door 'radicaal rechts'. Al of niet in politieke partijen genesteld, is haar internationale groei met uitgesproken verbindingen met het fascisme, het meest verontrustend in de veelvoudige crisis. Openlijke en zichtbare kritiek staat ons te doen.