Binnen een goed half jaar zijn er Europese verkiezingen en wordt een nieuw Europees Parlement verkozen. Het belang van verkiezingen in het burgerlijk-democratisch kader wordt door maatschappijkritisch links terecht gerelativeerd; dat is des te meer het geval voor het Europese pseudo-Parlement, dat niet eens wetgevend initiatiefrecht heeft, en alleen voorstellen van een onverkozen Commissie kan goed- of afkeuren. Ook de soms uiterst lage opkomst bij deze verkiezingen is er getuige van dat weinig mensen geloven dat het hier om fundamentele keuzes gaat.

(Door Herman Michiel, oorspronkelijk verschenen op Ander Europa illustratie: logo verkiezingen 2014)

Europese verkiezingen toch niet zonder betekenis

Desalniettemin zullen de ontwikkelingen van de voorbije jaren ervoor zorgen dat de verkiezingen van mei 2019 een sterkere politieke betekenis hebben dan in het verleden het geval was. Nooit eerder was er een confrontatie tussen een lidstaat en het EU-apparaat zoals met Griekenland. Nooit eerder besliste een lidstaat de Unie te verlaten, nooit eerder was er sprake van eurolanden die uit de muntzone zouden stappen. Nooit eerder ook in de naoorlogse periode kon uiterst rechts zulke vooruitgang boeken, maar ook nooit eerder kreeg traditioneel sociaaldemocratisch links zo zware klappen. En dat alles in een weinig bemoedigend economisch klimaat waar het afwachten is wanneer de volgende financiële crisis uitbreekt, en in een internationale omgeving die nog weinig houvast biedt.

Het doet er dan weinig toe of het Europees Parlement veel of weinig te zeggen heeft, de uitslag zal een politiek feit zijn dat ook op de toekomst van de lidstaten zal wegen. En de programma’s, campagnes en eventuele allianties waarmee partijen deze verkiezingen aangaan zullen een beeld geven van de conclusies die ze uit de gebeurtenissen van de voorbije jaren trokken en van hun verdere plannen.

Het verschuivend politieke landschap maakt dat de keuzes voor geen enkele politieke familie voor de hand liggen, noch voor links noch voor rechts. Waarschijnlijk weet uiterst rechts nog het best wat het zal doen: verder teren op de demagogie rond migratie als bedreiging van de welvaartstaat (daarbij pogend  de grofste racistische uitingen uit het publieke domein te weren) en zich opwerpen als de echte verdedigers van de slachtoffers van het neoliberaal beleid, in de steek gelaten door een verkochte sociaaldemocratie. Uiterst rechts kan een voorbeeld nemen aan Marine Le Pen: de fascistische papa uit het Front National gegooid en de naam veranderd in Rassemblement National, en bij gelegenheid een verschijning aan het stakerspiket bij woedende arbeiders.

Het extreme centrum

 Iets minder gemakkelijk ligt het bij traditioneel rechts. De spil ervan, de Europese christendemocraten (de Europese Volkspartij op Europees vlak) wist zich in het verleden doorgaans verzekerd van de steun van de sociaaldemocratische partner (S&D), maar deze is dermate verzwakt dat het  bondgenootschap nog maar op één been loopt. De andere confrater van het ‘extreme centrum’, de liberale ALDE, ligt niet meteen voor de hand als vervanger; Guy Verhofstadt zwaait er de plak en zijn frivool karakter past minder bij het jezuïtisch EVP-ideaal. Hij stak in een te happige bui de hand uit naar de Italiaanse Vijfsterrenbeweging, wat hem zelfs in eigen kringen niet in dank werd afgenomen. Het is waar dat de EVP Orbáns onfatsoenlijke Fidesz onder de vleugels houdt, maar twaalf Europarlementariërs gooi je zomaar niet te grabbel. Van deze verwarring profiteert in ieder geval één man: Emmanuel Macron (EM) en zijn ‘beweging’ En Marche (EM). Alhoewel deftig getrouwd lijkt hij wel de ideale toekomstige schoonzoon in het hele extreme centrum te zijn (en zelfs daarbuiten). Leuk voor hem natuurlijk; tegen ALDE zei hij een paar dagen geleden dat hij samen met hen campagne zou voeren voor de Europese verkiezingen, maar of hij tot de liberale fractie zou toetreden zou hij pas na die verkiezingen  beslissen. De EVP moet dus nog niet wanhopen om EM in de familie op te nemen.De charme van deze gewezen Rotschild & Cie-bankier is zelfs zo  onweerstaanbaar dat er aanminnige woorden tot hem werden gericht vanuit radicaal links (zie verder).

En dan de sociaaldemocratische S&D, zaliger gedachtenis. Wat te doen? Als je je een halve eeuw, van Spaak tot Dijsselbloem, ten dienste gesteld hebt van de ‘Europese zaak’ kun je niet zomaar de oceaanstomer van koers doen veranderen, ook al is die inmiddels verschrompeld tot een visserssloep. In een poging de oude glorie te herstellen wordt Jean-Claude Junckers rechterhand Frans Timmermans de sociaaldemocratische ‘Spitzenkandidat’ voor het commissievoorzitterschap, en hij hoopt dat zijn goede staat van dienst voor het Duits budgettair  radicalisme hem daarbij behulpzaam zal zijn. Anderen willen aan plastische chirurgie doen en de sociaaldemocratie een facelift bezorgen. Bijvoorbeeld  door meer op te trekken met Alexis Tsipras en zijn getemd SYRIZA:  op 10-11 november organiseerde de Duitse SPD een conferentie (‘Debattencamp‘) waar niet de Griekse zusterpartij PASOK, maar Tsipras uitgenodigd was om er de gevleugelde woorden te spreken: “Alle progressieve krachten in Europa, links, socialistisch, sociaal-democratisch, ecologisch, moeten zich vandaag realiseren dat Europa, ons gemeenschappelijk huis, een groot risico loopt. Daarom moeten we onze verschillen opzij zetten, we moeten samen ons huis redden”. Eerst moet de  SPD echter nog haar ziel redden, want de grote slogan van de conferentie was “Wir werden Hartz IV hinterlassen”; weg dus met Hartz IV waar kameraad Schröder en zijn rood-groene coalitie indertijd zoveel werk voor verzet hebben. De logica in dit alles is moeilijk te achterhalen, maar dat heb je wel meer in verkiezingsaangelegenheden.

Radicaal (?) links

Maar hoe zit het dan met eigenlijk links, ‘radicaal links’,  en zijn voorbereiding van de Europese verkiezingen 2019? Het is te vroeg om hierover nu reeds definitieve uitspraken te doen, maar een bepaalde tendens tekent zich af, en deze is weinig geruststellend. In een vorige bijdrage hadden we het al over de overheersende tendens binnen Europees radicaal links (de parlementsfractie GUE/NGL en de Europese partij EL) : een ‘brede alliantie van democraten’, gaande van Tsipras tot Macron, met inbegrip van Verhofstadts liberalen en gematigde christendemocraten, als antwoord op de opkomst van extreem rechts in Europa. Een tweede kenmerk van deze stroming is dat ze Alexis Tsipras en SYRIZA blijven promoveren als exponent van het verzet tegen het neoliberaal beleid van de EU, niettegenstaande een derde Troika-memorandum aanvaard werd tegen het OXI-referendum van juli 2015 in. Een minderheid binnen partijpolitiek radicaal links verwerpt deze beleidslijn, en het was voor Jean-Luc Mélenchon en de Parti de Gauche aanleiding om EL, de partij van Europees links, te verlaten. De keuze van Tsipras als boegbeeld van radicaal links zou wel eens zuur kunnen opbreken, want hij wordt steeds meer opgemerkt bij sociaaldemocratische evenementen, zoals op het reeds vermelde ‘Debattencamp’ van de SPD.

Verschillende verklaringen en initiatieven de voorbije weken bevestigen de indruk dat de toonaangevende kringen binnen partijpolitiek radicaal links in Europa niet aansturen op een verkiezingscampagne die het bilan maakt van het samen door centrum-rechts en centrum-links gevoerde beleid om daar een radicaal links alternatief tegenover te plaatsen. Nee, in hun ogen is er een dringender taak:  een halt toeroepen aan extreem rechts, dat dreigt ‘ons gemeenschappelijk huis’ kapot te maken. Daartoe moeten we ‘onze verschillen opzij zetten’ en een ‘brede alliantie van democraten’ vormen. Vooraleer we dit idee van naderbij bekijken, eerst een aantal illustraties van dit voornemen.

Nog op het Debattencamp van de SPD zei Tsipras dat links en de sociaaldemocratie moeten samen optreden op basis van een progressief project van de 21e eeuw in Europa; hij verwees daarbij naar de door links gesteunde kabinetten in Portugal en Spanje.

Terwijl in Berlijn het Debattencamp doorging, was Bilbao de plaats voor het tweede European Forum Of Progressive, Ecological And Leftist Forces. De eerste uitgave ervan had verleden jaar in Marseille plaats; het opzet ervan is “het bijeenbrengen van de vele krachten die strijd en weerstand bieden in Europa, om een gemeenschappelijke toekomst uit te bouwen van vrede en sociale, ecologische en democratische vooruitgang in een eerlijk Europa, een Europa van solidariteit”. De bijeenkomst bracht mensen samen uit sociaaldemocratische, groene en links-radicale partijen, vakbondsmilitanten en linkse bewegingen (*1). Het gaat er ons hier zeker niet om een dergelijk initiatief van de hand te wijzen, integendeel, discussie en overleg in brede progressieve kringen kan alleen aangemoedigd worden. Het komt vooral  aan op wat gezegd werd en wat er verder mee gedaan wordt. We kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat hier vooral de reformistische stroming binnen radicaal links een forum vond om het idee van een ‘eenheidsfront van de democratische krachten’ te promoten. Gabriele Zimmer, fractievoorzitster van GUE/NGL, hield een pleidooi opdat links verschillen zou respecteren om aldus tot een gemeenschappelijke strategie te komen om een meerderheid te veroveren in het toekomstig Europees Parlement en daar neoliberalisme en racisme te bestrijden. “Onze vijand is niet de sociaal-democratie maar extreem rechts “, voegde ze eraan toe. Van zijn kant zei Gregor Gysi (Die Linke, voorzitter van Partij van Europees Links EL) dat hij niet gekant is tegen een samenwerking met de groep van Macron in het toekomstig Europees Parlement.

De idee van een ‘breed democratisch front’ spoort ook goed met de plannen zoals uiteengezet door de nieuwe secretaris van het centraal comité van SYRIZA, Panos Skourletis, tot voor enkele maanden de minister van Binnenlandse Zaken onder Tsipras. Hij stuurt aan op een strategie van ‘allianties in de post-memorandum context’ waarbij SYRIZA partnerschappen zoekt met ‘naburige politieke krachten’. “Wij zijn geïnteresseerd in dat deel van centrum-links dat zich aan het verwijderen is uit het sociaal-liberalisme”, aldus nog Skourletis.

Einheit, Einheit über alles?

Het idee is niet nieuw dat links zijn ambities moet temperen als het extreem rechts (of volgens sommigen het fascistisch) gevaar dreigt. Men mag er zelfs gif op innemen dat linkse critici van het ‘breed democratisch front tegen extreem rechts’ het verwijt zullen krijgen dat ze zich onvoldoende bewust zijn van het dreigend gevaar. Veeleer dan historische parallellen te trekken wil ik hier een paar vaststellingen in herinnering brengen over de huidige situatie.

Het Europees neoliberaal beleid is er gekomen vanaf het midden van de jaren 80 met het tienjarig Commissievoorzitterschap van Jacques Delors  en met de zegen van de sociaal-democratie. Toen er eind jaren 90 een meerderheid aan sociaal-democratische regeringen was kwam er geen enkele koerswijziging. De desastreuze euro werd met groot sociaal-democratisch enthousiasme voorbereid en ingevoerd. Het Troika-schrikbewind in Griekenland werd door prominente sociaal-democraten gelegitimeerd. Het bilan van de Groenen is genuanceerder, maar het was bijvoorbeeld wel samen met de Grünen dat de SPD de Hartz-hervormingen doorvoerde, en het was onder de groene minister Joschka Fischer dat Duitsland de NAVO-aanval op Kosovo mee uitvoerde.

Zeggen dat de sociaal-democratie niet de vijand van links is, vraagt dus wel om enige uitleg. Het is zeker waar dat de miljoenen Europeanen die voor sociaaldemocratische partijen stemmen dat niet doen omdat ze een neoliberaal beleid willen, of omdat ze de Grieken een lesje willen leren. In die zin is de sociaal-democratie niet de vijand van links, maar een groot deel van haar doelpubliek. Maar het veroveren van meerderheden, zoals Gabriele Zimmer het uitdrukt, gaat niet over de basis van de sociaal-democratie, maar over een parlementaire tactiek (in het Europees Parlement, maar voor de ‘realos’ in Die Linke ook in de bondsstaten, en voor de meest ambitieuzen misschien zelfs in de Bundestag).

Wat kan men van een dergelijke tactiek verwachten? Niets goeds, dat is gemakkelijk in te zien. Sociaaldemocratische partijen verliezen hun leden en hun kiezers, voor een klein deel aan radicaal links en Groen, maar steeds meer ook aan demagogisch rechts en extreem rechts, van wie het lokaas bestaat uit xenofobie en de migrant als profiteur, maar ook uit beloftes op sociaal vlak die tegen het neoliberaal beleid ingaan. Ze weten maar al te goed  wat mensen woedend of wanhopig maakt, waarom ze zich van centrum links afkeren.  Zowel in Polen, Hongarije als Italië draaien uiterst rechtse regimes de verhoging van de pensioenleeftijd terug, Italië heeft er zelfs een open conflict met de EU voor over om de sacrosancte budgetregels te overtreden. Kan radicaal links onder die omstandigheden ernstig menen sociale meerderheden te veroveren door zich te alliëren met degenen die mee verantwoordelijk zijn voor het uitgespuwde beleid?

Men moet zich trouwens geen illusies maken. Radicaal links steekt de hand uit naar centrum links, maar het omgekeerde is niet het geval. Op geen enkel ogenblik hebben de sociaaldemocratische (of  groene) hoofdkwartieren bekendgemaakt dat ze nu wel de lessen getrokken hebben uit de reëel bestaande Europese integratie, en af willen van het verdragsrechtelijke liberale keurslijf. Geen enkele politicus, zelfs Dijsselbloem niet, werd uit een partij gezet wegens onsociaal of ondemocratisch gedrag. Zelfs als we niet zover gaan als Gysi om Macron erbij te betrekken zal het ‘breed front van democraten’ als een zoveelste manoeuvre van de politieke klasse gezien worden. In plaats van te ontsnappen uit het ‘zelf-isolement’ door mee te bouwen aan ‘meerderheden’ zoals Zimmer zei in Bilbao, zou radicaal links met deze aanpak op zijn beurt afgedaan hebben als alternatief.

Moet er dan geen samenwerking zijn tussen wat we in het algemeen als progressieve krachten kunnen aanduiden? Natuurlijk wel, maar dit kan op geen enkele manier inhouden dat een politieke formatie haar identiteit opgeeft. Als ‘radicaal links’ een plaats heeft in het politieke spectrum is het als antikapitalistische kracht; dat is haar essentie. Hiervan afstappen door zich op te lossen in een ‘breed democratisch front’ is zich overbodig maken. Als partner in een samenwerkingsverband verliest men in feite zijn bestaansreden. Aan wie ongeduldig wordt om successen te boeken zeggen we: het antikapitalisme heeft een schitterende toekomst. Zowel het sociale Europa waarover sociaal-democraten het hebben als het ecologische Europa van de Groenen is enkel realiseerbaar in een Europa dat het kapitalisme achter zich gelaten heeft. Geen reden dus voor radicaal links om zichzelf te verloochenen.

-----------------------

(*1) Onder de ondertekenaars van de oproep voor de bijeenkomst noteren we o.a. Nico Cue, voorzitter van de metaalbond van het ABVV in Wallonië, Line De Witte en Marco Vanhees van de Belgische PVDA/PTB, Francine Mestrum (Global Social Justice), Felipe Van Keirsbilck (christelijke bediendenbond CNE), Luca Visentini (algemeen secretaris van het Europees Vakverbond) , Susan George (Attac) en vooral veel toonaangevende namen uit de leiding van de partij van Europees Links (EL) en de Tsipras-stroming van GUE/NGL (Walter Baier, Gregor Gysi, Katja Kipping, Pierre Laurent, Dimitrios Papadimoulis, Bernd Riexinger, Gabriele Zimmer…