Zoals alle steun die de VS verleent aan het vervangen van regimes die haar onwelgevallig zijn, gebeurt dat ook in het geval van Oekraïne in naam van de democratie. Zo ging het, om een reeks na-oorlogse voorbeelden te noemen, ook in Griekenland (1947), Guatemala (1954), Cuba (1961), Afghanistan (2001), Irak (2003) ... De lijst Amerikaanse interventies is te lang om ze hier allemaal te noemen. De herinnering aan deze interventies zou reden genoeg moeten zijn om de bewering van de VS en hun trawanten dat zij Oekraïne steunen om de ontluikende democratie een kans te geven met een flinke korrel zout te nemen.

(Door Kees van Oosten, overgenomen van DeWereldMorgen foto: Ukraine – NATO Commission chaired by Petro Poroshenko, President of Ukraine, wikimedia commons CC4.0)

Tijdens en in de aanloop van de Maidanrevolutie 2014 spoedden politici als Timmermans, Van Balen en Verhofstadt zich naar Kiev om hun steun te betuigen aan de demonstranten. Wie daar ook was om zich onder de demonstranten te begeven, was de VS-onderminister buitenlandse zaken Victoria Nuland. Op 24 april 2014 liet zij, net teruggekomen uit Kiev, weten dat de VS inmiddels 5 miljard dollar had geïnvesteerd om de democratie en de mensenrechten in Oekraïne te promoten.

Directe aanleiding tot de protesten in 2013 die tot de Maidanrevolutie leidden, was de weigering van president Janoekovitsj om de associatieovereenkomst met de EU te tekenen en akkoord te gaan met de voorwaarden verbonden aan de IMF-lening van 20 miljard dollar, nodig om de overeenkomst met de EU aan te kunnen gaan.

De protesten in aanloop naar de Maidanrevolutie worden door de VS, EU-regeringsleiders en westerse media algemeen beschouwd als protest van en door het volk. De vraag is of dat juist is.

Die protesten worden door de VS, EU-regeringsleiders en in navolging daarvan door westerse media algemeen beschouwd als protest van en door het volk. De vraag is of dat juist is. In zijn artikel over de Oranjerevolutie (2004) maakte David Lane (destijds hoogleraar in Cambridge) een onderscheid tussen people’s revolution en revolutionary coup, en stelde op basis van public polls [1] en gesprekken in focus groups [2] met activisten dat er sprake was van het laatste. De vraag is of dat niet ook het geval was bij de Maidanrevolutie 2013/2014.

De revolutionary coup gaat, anders dan de people’s revolution, uit van wat David Lane een elite noemt. De participatie van een massa zou van een audience type zijn. In andere woorden: een elite opstandigen slaagt erin veel mensen op de been te brengen, maar dat wil niet zeggen dat de beweging van onderop komt en het wil ook niet zeggen dat wat die elite beweegt hetzelfde is als wat het volk beweegt, al zal die elite natuurlijk zijn best doen het wel zo voor te stellen.

Het zou in dit geval goed kunnen dat er een grote massa meeloopt uit onvrede over de sterk gestegen kosten van levensonderhoud en de groeiende werkloosheid, terwijl de elite opstandigen zich opwerpt als pleitbezorger van aansluiting bij de EU en, al of niet gemeend, van echte democratie. Het is in de politiek niet ongewoon dat elites die erop uit zijn de macht over te nemen ontevredenheid bij het volk gebruiken om de eigen machtspositie te versterken zonder echt de bedoeling te hebben iets aan de problemen te doen die voor de bevolking belangrijk zijn.

Wat erop wijst dat dat ook bij de Maidanrevolutie het geval was, is dat aansluiting bij de EU herstructureringsproblemen met zich meebrengt met ingrijpende gevolgen voor de werkgelegenheid. Door het wegvallen van handelsbelemmeringen zullen bedrijven in de Oekraïne moeten gaan concurreren met Europese multinationals en vaak het onderspit delven.

Het is goed om daarbij te bedenken dat het BNP in 2005 in Oekraine nog maar 59 procent was van dat in 1987 (zie Lane). De introductie van de markt-economie “had very damaging effects on the well-being of the population”, aldus Lane. Overigens, na de hereniging van Duitsland en de invoering van de markteconomie in de DDR bleek er veel verborgen werkloosheid te heersen. Dit resulteerde in het verdwijnen van 50 procent van de banen in de Oost-Duitse industriesector en leidde daarmee tot een werkloosheidspercentage van 15,4% binnen twee jaar na de eenwording, aldus de Clingendael Spectator.

Onaannemelijk is dus dat “de bevolking” stond te juichen bij het vooruitzicht deel te gaan uitmaken van de EU en daar op aandrong. Dat aan leningen bij het IMF snoeiharde voorwaarden verbonden worden, zal de Oekraïners, met Griekenland als recent voorbeeld (2010) ook niet zijn ontgaan: verhoging van energieprijzen voor particuliere huishoudens, snoeien in het sociale netwerk (afschaffen kinderbijslag), snoeien in gezondheidszorg en pensioenen, bevriezen van lonen, privatiseren van staatsbedrijven en staatseigendommen (uitgestrekte landbouwgronden, kolen- en uraniummijnen en industrieën).

Aannemelijk is dat de protesten georganiseerd werden door spraakmakende minderheden die eerder hun eigen belangen voor ogen hadden dan het belang van het volk.

Het is dus moeilijk voor te stellen dat het volk dat tijdens de Maidanrevolutie massaal de straat op ging dat deed omdat het verlangend uitkeek naar de gevolgen van aansluiting bij de EU en van IMF-leningen, te meer niet omdat Rusland bereid was leningen te verstrekken zonder voorwaarden en daarbij tevens aanbood de prijs voor gas met een derde te verlagen. Wat voor aansluiting bij de EU geldt, geldt ook voor aansluiting bij de NAVO. Daar zat het volk destijds ook niet in meerderheid op te wachten. Uit opiniepeilingen in 2013 bleek dat 29% van de Oekraïners de NAVO eerder zagen als bedreiging en maar 17% als een bescherming van hun land.

Gezien de zware offers die de bevolking zou moeten brengen voor aansluiting bij de EU en de lening bij het IMF, en de weerstand tegen aansluiting bij de NAVO, is het dus inderdaad de vraag of de indruk terecht is die door de VS, en in navolging daarvan door de NAVO, de EU en de Westerse media, wordt gewekt dat de Maidanrevolutie door het volk gedragen werd.

Aannemelijk is dat de protesten georganiseerd werden door spraakmakende minderheden die eerder hun eigen belangen voor ogen hadden dan het belang van het volk en dat om die reden moeilijk gesproken kan worden van een democratiseringsbeweging. Het lijkt er op, gegeven de mededeling van Nuland dat de VS in 2014 al 5 miljard gestoken had in hulp aan Oekraïne, dat er sprake was van een met buitenlandse hulp doorgevoerde regimechange waarbij de nieuwe machthebbers zeker niet méér democratisch waren of zouden zijn dan de vorigen.

Chris de Ploeg [3] laat in zijn uitstekende boekje Oekraïne in het kruisvuur zien dat de drijvende kracht achter de Maidanrevolutie gevormd werd door extreemrechtse, vaak gewapende groepen (politiek georganiseerd in partijen als Svoboda, de Rechtse Sector en Vaderland), en gesteund werd door met name de VS en de klasse oligarchen die na de onafhankelijkheid in 1991 ontstond door privatisering van staatsbedrijven.

Over die extreemrechtse groepen: het Europese parlement nam op 13 december 2012 een resolutie aan waarin bezorgdheid werd uitgesproken over de “racist, antisemitic en xenophobic” opvattingen die door Svoboda werden uitgedragen. Het steunen van een beweging die wordt aangevoerd door zulke extreemrechtse groepen valt moeilijk te rijmen met het steunen van democratie.

“Democratiseringsbeweging”

Tegen de bewering dat de Maidanrevolutie het begin zou zijn van een democratiseringsbeweging kan ook worden ingebracht dat er inmiddels 11 oppositionele politieke partijen door Zelensky verboden zijn, waaronder die van de tweede partij van het land, omdat die pro-Russisch zou zijn en een bedreiging voor zijn populariteit en die van zijn partij Dienaar van het Volk.

Evenmin democratisch is dat andere talen dan het Oekraïens onmogelijk worden gemaakt. Sinds 16 januari 2021 mag in het handelsverkeer alleen het Oekraïens worden gebruikt. Bulgaars, Krim-Tataars, Hongaars, Pools, Roemeens en Russisch, die door minderheden als eerste taal worden gebruikt, zijn verboden. Ook in onderwijs en het culturele leven moet .

Aangenomen dat de Maidanrevolutie, zoals David Lane stelt en anders dan wat door Westerse politici en media wordt beweerd, niet kan worden aangemerkt als een people’s revolution, hoe kan dan worden verklaard dat de drijvende groeperingen daarachter erin geslaagd zijn de gekozen president Janoekovitsj het veld te doen ruimen en de macht over nemen? Tien jaar eerder vond de Oranjerevolutie plaats. Ian Traynor schreef daar in 2004 over in US campaign behind the turmoil in Kiev:

But while the gains of the orange-bedecked “chestnut revolution” are Ukraine’s, the campaign is an American creation, a sophisticated and brilliantly conceived exercise in western branding and mass marketing that, in four countries in four years, has been used to try to salvage rigged elections and topple unsavoury regimes.

Funded and organised by the US government, deploying US consultancies, pollsters, diplomats, the two big American parties and US non-government organisations, the campaign was first used in Europe in Belgrade in 2000 to beat Slobodan Milosevic at the ballot box.

Een belangrijke rol, zo schreef Traynor verder, werd gespeeld door Michael Kozak, ambassadeur in Minsk “a veteran of similar operations in central America, notably in Nicaragua”. De operatie zou eerder ook zijn uitgeprobeerd in Georgië en Belarus. “The operation – engineering democracy through the ballot box and civil disobedience – is now so slick that the methods have matured into a template for winning other people’s elections.

In veel gevallen waren Amerikaanse interventies juist gericht tegen democratisch gekozen presidenten en regeringen en brachten en hielden zij dictators aan de macht.

David Lane stelt in The Orange Revolution: People’s Revolution or Revolutionary Coup? (2008) dat “People’s power is in reality an elite-manipulated demonstration.” In 2012 waren er zo’n 150 NGO’s in Oekraïne actief, gefinancierd door merendeels Amerikaanse instellingen als Operation Earnest Voice, National Endowment for Democracy (afgesplitst van de CIA in 1983 om openlijk regimechange te bewerkstelligen) en Agency for International Development [4].

Mede gelet op de talloze interventies door de VS in Latijns-Amerika, Azië, het Midden-Oosten en Europa, al of niet met steun van NAVO-lidstaten, die de na-oorlogse generaties zich toch goed moeten kunnen herinneren, is het opmerkelijk dat er in de Westerse media zo weinig twijfel valt te bespeuren aan de officiële VS-, EU-, en NAVO-retoriek dat de Westerse steun mede wordt ingegeven om op te komen voor de democratie in Oekraïne.

In veel gevallen waren Amerikaanse interventies juist gericht tegen democratisch gekozen presidenten en regeringen en brachten en hielden zij dictators aan de macht. Dus waarom geloven dat het de VS en de NAVO-bondgenoten dit keer wél gaat om het beschermen van de democratie, die overigens sinds de Maidanrevolutie ver te zoeken is in Oekraïne.

Kees Van Oosten is socioloog en specialist bestuursrecht.

Notes:

[1] Lane verwijst naar polls gehouden in 2005 en 2006 door het Institute of Sociology and the National Academy of Science of Ukraine.

[2] Focus groups werden door Lane geinitieerd en georganiseerd door het Institute of Sociology of the Unkranian Academy of Sciences and Kharkov National University. Gesprekken vonden plaats in 2005 en 2006.

[3] Chris de Ploeg in Oekraïne in het kruisvuur pp 28-45, uitgegeven door De Papieren Tijger in 2016. Warm aanbevolen door Volodimir Isjenko lector Sociologie-faculteit in Kiev

[4] Chris de Ploeg in Oekraïne in het kruisvuur p.39 Uitgegeven door De Papieren Tijger in 2016