Tien jaar geleden. Wat er in de herfst van 2008 op Wall Street gebeurde hielden de meeste mensen toen voor onmogelijk, er was de burger eenvoudig wijs gemaakt dat zoiets niet kon gebeuren. En toch sloeg de bankencrisis in volle hevigheid toe. Verbijstering, verwarring, hulpeloosheid, de mensheid keek toe in alle stilte. Wie kon dit verklaren? Yanis Varoufakis is iemand die zijn kijk hierop graag deelt. Hierna volgt een beeld van zijn gedachtegang.

(Door Antoine Uytterhaeghe, oorspronkelijk verschenen op uitpers.be, illustratie: wikimedia commons)

crisis

Wat een paar weken eerder als vanzelfsprekend werd beschouwd werkte plots niet meer. Het duurde niet lang voordat de effecten voelbaar waren. Zekerheden gebaseerd op tientallen jaren overtuiging verdwenen, samen met de activa ter waarde van ongeveer 40 biljoen dollar wereldwijd, er gingen duizenden banen per maand verloren, talloze huizenkopers moesten hun huis opgeven omdat ze hun lening niet konden afbetalen. De lijst is zo lang dat de getallen ongelooflijk zijn.
Deze collectieve verbijstering werd nog versterkt door de reactie van de regeringen die zich koppig vastklampten aan hun neoliberaal economisch beleid. Miljarden dollars, yen en euro’s werden gepompt in een financieel systeem dat ooit als op rolletjes liep en nu geweldige verliezen noteerde. De protagonisten maakten aanspraak op de spreekwoordelijke gouden pot en kregen grote steun van de overheid, de belastingbetaler dus.

Tien jaar later is de crisis nog steeds aanwezig. Men merkt ze in verschillende situaties en landen zoals Griekenland met zijn grote depressie, in het spaargeldprobleem van de middenklasse in de EU of de strenge begrotingsregels, in de brute ongelijkheid in de Verenigde Staten, of als een constante bron van geopolitieke spanningen en handelsconflicten in Azië en Europa. De crisis gaat van continent naar continent, van land tot land. Ze genereert werkloosheid en deflatie, zorgt ervoor dat de toegenomen wereldhandel en kapitaal in onevenwichtig vaarwater terecht komen.

Nationalistische internationale

De heersende elite van Europa heeft deze crisis met een reeks belachelijke foute antwoorden aangepakt en slaagde erin om de morele en politieke grondslagen van de Europese Unie te vernietigen. Het presidentschap van Trump brengt nog meer verwarring op het economische wereldtoneel.

Hoe meer onze regeringsleiders beweren dat ze de crisis onder controle hebben, des te dieper ze eigenlijk is. De enigen die profiteren van al deze voortdurende mutaties van de crisis zijn de rijkste 0,1 procent, vooral in de financiële sector.

Maar er is ook de nationalistische internationale die in Europa, de Verenigde Staten en daarbuiten een gunstige bodem vindt voor een nieuwe fascistische stroming en de weg bereidt naar een afschuwelijk xenofoob tijdperk.

Komt er een volgende crash?

Om deze vraag te beantwoorden moeten we beginnen bij het begin van 1944. Na de oorlog had de Amerikaanse industrie nood aan nieuwe afzetmarkten, wilde men een terugkeer van de grote depressie van 1930  voorkomen. Amerikaanse overschotten moesten kunnen verkocht worden door in Europa en Japan meer vraag te creëren.
Het resultaat van dit VS-project was de dollarisatie van Europa, de oprichting van  een kartel van zware industrie (EGKS), Amerikaanse investeringen in Europa en Japan. Dit alles binnenin een wereldwijde monetaire unie, gekend als het Bretton Woods systeem, een op de dollar gebaseerd systeem van vaste wisselkoersen en bijna constante rentetarieven. De banken werden onderworpen aan strenge kapitaalcontroles. De VS beheerste de totale vraag naar goederen en diensten van het wereldwijde kapitalisme.

Het was een spectaculaire economische wereldorde met jaren van lage werkloosheid, lage inflatie, sterke groei en afnemende ongelijkheid. Het Bretton Woods systeem werd echter beëindigd omdat de VS geen overschotten meer genereerde en omdat Washintong zowel een handels- als een begrotingstekort kende. Zonder overschotten kon het zijn mondiale systeem niet langer stabiliseren.  Op 15 augustus 1971 zette de toenmalige VS-president, Richard Nixon Europa en Japan uit het ‘dollargebied’. Washington was zeker niet bereid om de tekorten te compenseren door bezuinigingsmaatregelen, omdat dit het vermogen van de Verenigde Staten om de wereldeconomie te sturen zou hebben beperkt. Daarom was het beter voor Washington om zijn tekorten te laten stijgen. De VS markt functioneerde als een enorme stofzuiger die de gigantische netto uitvoer uit Duitsland, Japan en China opzoog.  Een tsunami van geld van andere landen,  – ongeveer 70 % van de Europese winsten – zochten hun toevlucht en hogere winsten op Wall Street .Dit gaf aanleiding tot de tweede fase van de naoorlogse groei – 1980 -2008.

kringloop

Eigenlijk ging er in de jaren 1970 een recycling mechanisme van het globale overschot van start, ( het heropnemen van cashoverschot door positieve handelsbalans in de mondiale economische cirkel). De Verenigde Staten absorbeerde een groot deel van de industriële surplus goederen uit de rest van de wereld, terwijl Wall Street de kapitaaltoestroom op drie manieren gebruikte. Ze kon makkelijk leningen verstrekken aan Amerikaanse consumenten, waardoor de lonen stagneerden, maar het verbruik kon stijgen.  Ten tweede. De hoge Amerikaanse winstvoet van Wall Street was zeer aantrekkelijk voor buitenlandse kapitaalinvesteringen uit Europa en Japan. Deze directe investeringen werden gekanaliseerd in Amerikaanse bedrijven (vooral wapenindustrie). Ten derde werd de aankoop van Amerikaanse obligaties gepromoot, wat de Amerikaanse begrotingstekorten nog opdreef.

Om deze aanzuigkracht te behouden moesten de strikte regels van het New Deal en Bretton Woods tijdperk worden weggewerkt.  De geïnstitutionaliseerde hebzucht, de grootschalige deregulering, de nieuwe derivaat-beursproducten  enzovoort waren slechts symptomen van dit nieuwe wereldwijde recyclingmechanisme. De financialisering werd een feit.

Na 1991 vervoegden twee miljard arbeiders uit de voormalige Sovjet-Unie, Oost-Europa, China en India het wereldwijde proletariaat om de nieuwe output te produceren die de eenzijdige handelsstromen verder deden toenemen. De globalisering was begonnen.

euro

In het vaarwater van de globalisering heeft de EU haar gemeenschappelijke munteenheid gecreëerd. Ze had die nodig omdat ze net als andere kartels de prijzen van de belangrijkste industriële oligopolies op de Europese binnenlandse markt stabiel wilde houden. Wisselkoersen moesten opnieuw gestabiliseerd worden, zoals tijdens het Bretton Woods tijdperk. Dat was in de periode van 1972 tot het begin van de jaren negentig steeds mislukt. Daarom besloot de EU alles op alles te zetten om een gemeenschappelijke munteenheid in te voeren. Dit gebeurde in een gunstige omgeving van tijdelijke indrukwekkende wereldwijde stabiliteit, die werd geschraagd door het wereldwijde surplus-recycling mechanisme. Helaas heeft de EU haar euro gecreëerd op basis van een paradox : een Centrale Bank zonder ondersteunende overheid, 19 landen zonder centrale bank om de munt te steunen. Dus de ECB voorzag de banken van 19 landen van een gemeenschappelijke valuta, waarbij de aparte regeringen dezelfde banken uit een crisis moesten redden zonder een centrale bank te hebben om hen te ondersteunen.

Ondertussen gebruikten Wall Street, de City of London, de Franse en Duitse banken hun centrale positie in het VS wereldwijde recycling systeem om met de nettowinst die toestroomde uit de rest van de wereld naar de Verenigde Staten, kolossale kaartenhuizen te bouwen uit particulier kapitaal. Dit bevorderde het recycling-model, dat de snellere vraag stimuleerde in de VS in Europa en Azië. Het leidde tot de loskoppeling van financiële kapitaalstromen van de onderliggende handelsstromen.
Toen de privé huizenmarkt instortte in 2008, kon Wall Street niet langer meer de wereldwijde recyclingcyclus rond krijgen. De Amerikaanse banken gingen over kop en konden het dubbele tekort (handelsbalans en begroting) van de VS niet langer gebruiken om voldoende binnenlandse vraag te genereren om de netto uitvoer naar de rest van de wereld te ondersteunen.

Sindsdien is de wereldeconomie, en specifiek ook de Europese economie, er niet in geslaagd zichzelf weer naar een normaal niveau te hijsen.

Wat we sindsdien meemaken kan worden beschreven als socialisme voor bankiers, soberheid voor de massa; gekoppeld aan de (voorlopig) niet te stuiten opkomst van een nationalistische, racistische en xenofobe internationale.