Het weekend van 15-16 september markeerde de tiende verjaardag van de instorting van de investeringsbank Lehman Brothers en de daarop volgende algemene financiële systeemcrash. Zake­lijke en reguliere media overspoelden de ether en drukten publicaties af met opnieuw uiteenzet­ting­en en beoordelingen van de gebeurtenissen van tien jaar geleden. De meesten promootten het the­ma over hoe de Federal Reserve en het ministerie van financiën ons allemaal redden voor een soort­gelijke depressie als in de jaren dertig. De achterliggende boodschap is dat 'HET' vandaag niet kan gebeuren vanwege de verschillende hervormingen die zijn ingesteld na de crash en die nu de herhaling van iets vergelijkbaars zoals 2008 zouden voorkomen.

(Door Jack Rasmus (Engelstalige origineel) (vertaling H. van Maasakker), wordt u donateur van deze website?)

Begraven in de beoordelingen van gebeurtenissen in 2008 is de penibele vraag of de zakenbank Lehman Brothers wel had moeten omvallen - zoals de Amerikaanse minister van Financiën, Hank Paulson, en de voorzitter van de Federal Reserve, Ben Bernanke, besloten om toe te staan. De ineenstorting van Lehman zorgde voor een opeenvolging van gebeurtenissen en daaruit voortvloeiende mislukkingen die resulteerden in een virtuele bevriezing van het gehele Amerikaanse (en een groot deel van de rest van het wereldwijde) financiële stelsel. Krediet, verminderde niet alleen, het verdween in es­sen­tie voor een bepaalde periode. De bijna totale afwezigheid van beschikbare kredieten vloeide over naar de rest van de niet-financiële economie. Bedrijven ontsloegen werknemers met een snelheid van 1 miljoen per maand voor de komende zes maanden - een traject bijna precies dat van 1929-1930. Tegen maart 2009 verklaarden zelfs reguliere economen zoals Paul Krugman dat we een andere ‘Grote Depressie’ waren ingegaan.

Sinds 2008 heeft een debat gewoed of het duo Paulson-Bernanke Lehman Brothers failliet had moeten laten gaan, waardoor er een kettingreactie ontstond van derivatenclaims die weergalmden in het hele Amerikaanse banksysteem en daarbuiten. De gigantische verzekeringsmaatschappij, AIG, een belangrijke uitgever van derivatencontracten, had snel een bail-out nodig na de instorting van Lehman. Makelaarskantoren zoals Merrill Lynch werden ook gered. De grote banken - Bank of America en Citigroup - waren eind 2008 technisch failliet en hadden kunnen worden ontmanteld als de Amerikaanse overheid niet voor een bedrag van 300 miljard dollar aan schuldbetalingsgaranties garant had gestaan. De financiële armslag van de autoconcerns, met name GMAC van General Mo­tors, die zwaar hadden geïnvesteerd in subprime-hypotheken, sleepten hun werkmaatschappijen naar de financiële onder­gang totdat ze werden gered door nog eens 180 miljard dollar aan over­heids­injecties. Middelgrote banken kregen meer dan 100 miljard dollar. En de Federal Reserve heeft speciale 'faciliteiten' (ook wel veilingen) opgezet voor verschillende sectoren van het financiële stel­sel en noodfondsen verstrekt op basis van het belang dat zij, de beleggingsfondsen, inves­te­rings­banken en anderen hebben aange­geven te willen betalen.

De leners stellen met andere woorden hun eigen rentetarieven vast. Die koersen werden snel door de Fed naar een historisch dieptepunt van 0,10% gebracht en werden 7 jaar lang op dit niveau ge­houden. De Fed betaalde aan iedereen die van haar leende 0,25% en liet deze geleende fondsen begaan die op deze wijze een subsidie kregen van 0,15% voor het ‘niets doen’. Het Democratische Congres speelde ook een rol, waardoor banken de normale ‘interbancaire’ boekhoudpraktijken kon­den schorsen en zo konden liegen over hoe slecht hun balans eigenlijk was. De Fed voerde vervol­gens 'stresstests' uit bij de banken om hen te helpen hun insolvabele situatie te verbergen, zodat be­leggers dan weer konden beginnen met het aankopen van bankaandelen. Daar­na, in de loop van de volgende zeven jaar, tot en met 2016, kocht de Fed, door middel van zijn kwan­titatieve monetaire verruimingsprogramma (QE), slechte activa van de banken, schaduwbanken en individuele beleggers met in totaal meer dan 6 biljoen dollar (tegen meer dan gemiddelde marktprijzen) op.

Wat de begrotingspolitiek van het bail-out programma betreft, verstrekte de regering-Obama slechts 25 miljard dollar om de 14 miljoen huiseigenaren te redden die uiteindelijk te maken zouden krijgen met faillissementen tijdens de crash- en 'herstelperiode'. Daarentegen leverde het in 2009 en 2010, 1 biljoen dollar aan belastingverlagingen voor ‘zaken-investeerders’ op ( 200 miljard dollar in het her­stel­pro­gram­ma van 2009 aangevuld met nog eens 800 miljard dollar aan het einde van 2010). Obama zou vervolgens de belastingverlagingen van Bush van 2001-04 nog eens twee jaar verlengen, 2010-2012, voor een bedrag van 450 miljard dollar per jaar. En als klap op de vuurpijl, in januari 2013, stem­­ de Obama ermee in de belastingverlagingen door Bush voor nog een decennium te verlengen, ten koste van de schatkist van nog eens 5 biljoen dollar in wat de 'fiscal cliff'-deal met het nu Republikein­­ se Congres werd genoemd.

Deze ongekende, massale bail-out van bankiers, bedrijven en eigenaars van kapitaalinkomens, werd aantoonbaar in gang gezet of versneld door Paulson en Bernanke, door de ineenstorting van Lehman Brothers mogelijk te maken - een van de twee mijlpalen van de crisis van 2008. De andere mijlpaal, die plaatsvond in maart 2008 was de redding door Bernanke's Fed van de Bear Stearns investerings­bank.

Het penibele debat: Waarom wel Bear maar niet Lehman?

Het debat over waarom Bear Stearns werd gered en Lehman niet, is nooit helemaal verdwenen sinds de gebeurtenissen van 2008. Hetzelfde geldt voor de argumenten of Lehman had failliet moeten gaan. Autobiografieën gepubliceerd door Paulson, Bernanke en Tim Geithner (hoofd van het belang­rijkste New York Fed district belast met grote bankregulering) -alle belangrijke beslissers van de besluitvorming in de zaak Lehman in die tijd - allemaal houden vol dat Lehman niet gered had moe­ten worden, of dat ze gewoon de gevolgen niet zagen. Met andere woorden, het was ofwel de 'juiste beslissing' ofwel een simpele fout.

Maar er is nog een argument dat min of meer in de pers en de media niet aanbod komt: dat Lehman failliet mocht gaan de om de investeringsbank van Goldman Sachs te laten profiteren door tientallen miljarden dollars te oogsten op derivatencontracten van de verzekeringsgigant, AIG. Toen AIG ver­volgens ten onder ging, ging Paulson snel over tot het uitkopen van AIG (in tegenstelling tot Lehman een week eerder), dat de schatkist destijds 180 miljard dollar kostte. Evenzo werd in het geval van Bear Stearns in maart 2008 door de Fed, een lening van 29 miljard dollar aan JP Morgan Chase ver­strekt, om de activa van Bear Stearns te absorberen tegen zeer lage prijzen.

Goldman profiteerde dus enorm van de instorting van Lehman terwijl Chase enorm profiteerde van de redding van Bear Stearns. En de regering - de Amerikaanse schatkist en Federal Reserve - was me­deplichtig aan het regelen van de redding van de een en de ineenstorting van de andere. De schijn­ba­re anomalie van de reden waarom Bear werd gered en Lehman toestemming gaf om failliet te gaan, is dus te verklaren door de rol van de Amerikaanse overheid waardoor nog grotere en invloed­rijkere mondiale investeringsbanken - JP Morgan Chase en Goldman Sachs - hun concurrenten (Bear en Lehman) op goedkope manier kunnen absorberen. In de ene profiteerde Chase van de reddings­ope­ratie; in de andere profiteerde Goldman van de ineenstorting.

Dit suggereert dat het verenigende element van de schijnbaar verschillende behandelingen van Bear v. Lehman het onofficiële beleid van de Amerikaanse regering op dat moment was - het ministerie van Financiën en de Fed - dat ze probeerden de crisis op te lossen door nog grotere banken financieel solvabeler te maken en zo de crisis te kunnen weerstaan, ten koste van de kleinere.

Dit beleid om de grote bankiers te redden ten koste van de kleinere was echter desastreus. In het geval van Bear Stearns gaf het een signaal aan speculanten dat ze de aandelenkoersen van andere

financiële instellingen konden aanvallen en verlagen en dat de Fed-schatkist niets zou doen. En dat is precies wat er gebeurde na maart 2008, toen ‘de gieren’ die afdaalden op Fannie Mae en Freddie Mac, de GSE's, door het ministerie van financiën van Paulson vervolgens werden gered voor een bedrag van 300 miljard dollar; Toen vervolgens kleinere banken als de Washington Mutual aanvielen, waardoor het ook failliet ging, toen naar makelaarskantoren zoals Merrill Lynch; en dan naar Lehman Brothers. Als de speculanten en short-sellers van deze aandelen van banken en financiële instellingen niet in staat waren om te doen wat ze deden mogelijk gemaakt door Paulson en het ministerie van financiën of door het Amerikaanse congres, dan zou er geen Lehman Brothers zijn geweest om te la­ten instorten- of Washington Mutual of AIG, of GMAC of Bank of America of Citigroup, of de 6 biljoen dollar bail-out door de Fed die volgde tussen 2009-16.

Weinig vooruitstrevende economen nemen de moeite om dit allemaal te onderzoeken, waardoor hun commentaar in de val loopt van de 'veilige zone' van discussiethema's die zijn vastgesteld door het bedrijfsleven en de officiële reguliere pers. Net als de reguliere pers hebben ze de neiging om zich te concentreren op de vraag of de ineenstorting van Lehman 'noodzakelijk' was - en niet op 'wie heeft geprofiteerd', waarom en op de rol van de Amerikaanse regering (Thesaurier en Fed).

Een uitzondering hierop is het onlangs uitgegeven boek van Laurence Ball, zeker geen progressieve of 'linkse' econoom. Zijn 'The Fed and the Lehman Brothers' boek (Cambridge University Press, 2018) op de vraag van de rol van de Schatkist en de Federal Reserve bij het manipuleren van ‘het falen’ van Lehman Brothers (en de situatie van Bear Stearns). Het is een essentieel lees­voer. Jack zelf stelde deze kwesties in 2010 aan de orde in zijn boek 'Epic Recession: Prelude to Global Depression' (Pluto books, Londen, 2010).

Bear Stearns Bailout door de Fed: JP Morgan Chase's multimiljard dollar meevaller

In het boek beargumenteer ik dat Bear Stearns – het eerste slachtoffer van de crisis - een ket­ting­reactie op gang bracht van liquiditeits- en insolventie-evenementen in de sector 'schaduwbankieren', begin 2008, die culmineerde in de Lehman-crash in september. De implosie van Lehman verergerde en verdiepte vervolgens de liquiditeitsinventarisatieproblemen in vrijwel het hele financiële systeem, terwijl besmetting zich verspreidde als de 'transmissiemechanismen' van de crisis, d.w.z. het ver­snel­len van de deflatie van algemene activaprijzen en derivatenclaims tussen banken en financiële in­stel­lingen - de ene na de andere kredietsector infecteerde, ook internationaal. Met Lehman was wat in 2007 begonnen was als een probleem van sub prime-hypotheekleningen een algemeen krediet­pro­bleem geworden dat verband houdt door de voortwoekerende verstrengeling van derivaten die ban­ken en financiële instellingen wereldwijd met elkaar verbinden. 2008 was een derivatencrisis en geen hypotheekcrisis.

De instorting van Bear Stearns werd grotendeels veroorzaakt door de gigantische handelsbank, J.P. Morgan Chase, die uiteindelijk de grote begunstigde werd van de insolventie van Bear Stearns. De uiteindelijke overname van Bear Stearns door JP Morgan Chase in april 2008 werd geregeld met de directe hulp van de Federal Reserve van Ben Bernanke, de Amerikaanse centrale bank. Bernanke organiseerde voor Chase een lening met een lage rente van 29 miljard dollar waarmee ze de activa van Bear Stearns 'opkocht'. Chase wendde dus geen eigen kapitaal aan. Chase nam de activa van Bear over tegen hele lage marktprijzen. Het gebouw van Bear Stearns in New York Manhattan en haar eigendommen alleen al hadden een waarde van meer dan 100 miljard dollar. De resterende financiële activa en rekeningen waren miljarden dollars meer waard. Het klantenbestand was onnoe­melijk veel meer miljarden dollars waard voor Chase.

Lehman Brothers beslissing van US Treasury: Goldman Sachs krijgt 69 miljard dollar

Evenzo werd de ineenstorting van Lehman geconstrueerd met de hulp van de Amerikaanse overheid, met name de directe hulp van het Amerikaanse ministerie van financiën. In de Lehman-zaak was de directe begunstigde van de instorting van Lehman, de Goldman Sachs-investeringsbank, een belang­rijke concurrent van Lehman.

De Fed bood niet aan om Lehman te redden, in tegenstelling tot bij Bear Stearns. Het zwakke excuus van Bernanke was dat het niet de autoriteit had om dat te doen. Of de liquiditeit, aangezien de Fed het grootste deel van haar balansactiva in voorgaande maanden had uitgegeven om Bear en anderen te redden. Het laatste argument is misleidend. Het ministerie van financiën had de Fed gemakkelijk de liquiditeit kunnen verschaffen om Lehman te redden. Maar zoals Laurence Ball in zijn 'The Fed and Lehman Brothers' in zijn vier jaar durende studie over de Lehman-zaak samenvat: "de Fed had Lehman kunnen redden, maar functionarissen kozen niet vanwege politieke druk". Welke ambte­na­ren? Welke politieke druk?

De ambtenaren en de druk werden gesuggereerd door minister van Financiën, Henry Paulson, die slechts twee jaar eerder de CEO was van Goldman Sachs. Door Lehman failliet te laten gaan, zorgde Paulson ervoor dat zijn voormalige werkgever, Goldman Sachs (waarvan hij persoonlijk nog steeds eigenaar was bij het verlaten van Goldman in 2006), in staat zou zijn om miljarden dollars te verza­me­len in Credit Default Swaps (CDS) die ze kocht van AIG. CDS zijn 'weddenschappen' dat een in­stel­ling faalt. Als het mislukt, moet de uitgever van de CDS-weddenschappen de koper van de CDS be­ta­len. AIG had een enorm aantal CDS uitgegeven dat Lehman failliet zou gaan. Het zou Goldman tien­tallen miljarden dollars moeten betalen als Lehman failliet ging. Toen Lehman failliet ging (door Paulson), incasseerde Goldman. Omdat AIG te veel aan de CDS van Lehman had uitgegeven be­schik­te ze niet meer over liquide middelen en werd AIG ook insolvabel.

Door AIG te redden voor 180 miljard dollar, kon AIG Goldman en anderen op hun CDS-wed­den­schap­pen betalen dat Lehman zou falen. Kort gezegd, Lehman mocht falen (door Paulson's beslissing), waardoor AIG kon een meevaller van miljarden dollars kan laten toevallen aan Goldman Sachs, de voormalige werkgever van Paulson, en Paulson keurde het reddingsplan van AIG goed zodat het Goldman kon betalen. Als dit geen 'smoking gun' is, wat dan wel?

Natuurlijk stond er niemand op het punt om de rol van Paulson (en de bereidheid van Bernanke om mee te gaan en Lehman ook niet te redden) te onderzoeken, ondanks het prima facie bewijs. Im­mers, geen van de bankiers die verantwoordelijk waren voor de crisis van 2008 in het algemeen werden ooit aangeklaagd of naar de gevangenis gestuurd. Dus waarom zou de minister van Finan­ciën, de grote bankier, CEO van Goldman van de Amerikaanse regering iets in rekening worden ge­bracht?

Het is belangrijk om te begrijpen dat de Amerikaanse overheid een centrale rol speelde in het bij­staan ​​van de twee grotere banken - Chase en Goldman - om hun kleinere kapitalistische con­cur­renten, Bear Stearns en Lehman Brothers, op te slokken. En dat deze hulp plaatsvond nadat zowel Chase als Goldman een sleutelrol speelden die de ineenstorting van Bear en Lehman veroorzaakte.

Bear's redding kwam rechtstreeks in de tientallen miljarden ten goede aan JP Morgan Chase; Van de instorting van Lehman profiteerde ook Goldman Sachs in de tientallen miljarden. Kapitalistische ban­kiers verslinden elkaar, maar Amerikaanse politici spelen ook hun rol. Dat is hoe het systeem werkt.

Deze rol van overheid en politici bij de bankcrash in 2008 wordt vaak oppervlakkig behandeld, of geheel genegeerd, door reguliere economische en zakelijke beoordelaars het boek van Ball uit 2008, is hier enigszins een uitzondering op.

Deze week markeert het 10-jarig jubileum van de crash van 2008. De meesten zeggen dat 'het' nooit meer zou kunnen gebeuren. Banken zijn beter gereguleerd. Ze hebben aanzienlijke kapitaalbuffers om verliezen te compenseren als een andere ineenstorting van hun activaprijzen optreedt. We hebben de 'Volcker Rule'. Het huisvestingsprobleem van de subprime-hypotheken is niet langer. Er zijn huisfinancieringshervormingen doorgevoerd. Enzovoorts. Maar wed daar niet op. En wed dat niet in de volgende crisis die komt dat overheid en politici niet diep betrokken zullen zijn bij het helpen van hun grotere bankvrienden om geld te verdienen aan de crisis.

kapitalistische banken zijn ‘kannibalen’. Ze eten hun ‘eigen soortgenoten’ op. Nooit was dit meer voor de hand liggend dan tijdens de financiële crisis van 2008. En onze regering en politici zijn er om ervoor te zorgen dat ze goed worden gevoed.

(Lezers die geïnteresseerd zijn in mijn analyse van de 'steun' aan Bear-Lehman in de crisis van 2008 zijn welkom om de fragmenten van de gebeurtenissen van maart tot september 2008 te lezen op mijn website die te vinden is op http://www.kyklosproductions.com/articles.html