Migratie zal nog een hele tijd de politieke gelederen beroeren. Opvallend is de poging om een onderscheid te maken tussen legale en illegale vluchtelingen. Maar vlucht niet iedereen om uit een miserabel bestaan ten gevolge van geweld, oorlog, armoede, honger, uitsluiting naar een betere toekomst te gaan zoeken? Als de media ons vertellen dat de vluchtelingen in België voornamelijk uit Afghanistan, Irak, Syrië en Palestina komen, dan moeten we toch niet ver zoeken naar de reden? En is de ontwikkelde wereld niet vooral op zoek naar goedkope toegang tot grondstoffen? Ik las een artikel van Bruno Guigue, voormalig Frans topambtenaar en politiek filosoof, waarvan ik u graag de hoofdlijnen schets hieronder.

 

(Door Antoine Uytterhaeghe, oorspronkelijk verschenen op Uitpers, illustratie: wikimedia commons)

De zogenaamde ‘migrantencrisis’ is een veelzijdig verschijnsel, maar het werd zelden diepgaand bestudeerd. Het dominante commentaar beschrijft de bevolkingsstromen en de dilemma’s die deze met zich meebrengen. Ze zwijgen echter over de kracht van de mechanismen die aan de basis liggen en over de oorzakelijke relatie tussen armoede en migratie. Migratie wordt geduwd door de slechte ruilverhoudingen in de wereld, door een systeem waarvan rijke landen de begunstigden zijn.

Om deze analyse te beginnen kan men een merkwaardige paradox vaststellen. Diegenen die huiveren voor de migratiestromen zien geen graten in wat de Franse militaire aanwezigheid in Afrika doet noch in het feit dat de Franse bedrijven er de lakens uitdelen. Deze houding is fascinerend omdat het een wereldbeeld weergeeft waar sommige genieten van privilegies, die gebaseerd zijn op ras, klimaat of noorderbreedte. Deze relaties tussen Frankrijk en zijn voormalige Afrikaanse kolonies hebben in feite niets van een correcte samenwerking tussen soevereine staten. De koloniale geschiedenis heeft een netwerk van afhankelijkheid geweven waarin veel Afrikaanse landen opgesloten zitten.

neokolonialisme

Het gaat inderdaad om structurele afhankelijkheid, in tegenstelling met wat de algemeen geldende uitleg over de dekolonisatie vertelt. De nationale onafhankelijkheid van de ex-kolonies wordt aldus een lege doos. Een land waarvan het BNP lager is dan de omzet van een Frans bedrijf bijvoorbeeld heeft geen reële soevereiniteit alleen een soevereiniteit in naam.

En wanneer het nodig is om een mijncontract te onderhandelen, oefent de voormalige koloniale metropool een exorbitante invloed uit op de lokale politieke beslissingen. Natuurlijk verdedigen Frankrijk en de ander westerse koloniale machten hun belangen. Maar de vraag rijst of de Franse invloed respect heeft voor de belangen van zijn partners. De huidige Franse premier Eduard Philippe weet er iets van. Het contract tussen het nucleair consortium AREVA en Niger werd ondertekend terwijl hij de leiding had van de public relations van de groep.  De overeenkomst werd aangeklaagd door vele Nigerese organisaties en heeft bijgedragen tot de opwinding die dan heeft geleid tot een nieuwe Toeareg opstand in 2012 in de hele Sahelregio.

Militaire interventie

Deze opstand leidde tot de ontbinding van de Malinese regering en tot een militaire coup die op zich dan weer de aanleiding was voor de militaire interventie in het kader van de operatie Serval, januari 2013. Sinds die datum heeft de Franse militaire aanwezigheid in de Sahel twee perverse gevolgen veroorzaakt, namelijk het diskrediet van de lokale overheid niet in staat om de veiligheid van de bevolking te garanderen en de geweldige toename van terroristische aanslagen in de regio . In theorie moest de Franse aanwezigheid de terreur beteugelen, in feite groeide de interventie echter uit tot het tegendeel. Daarom vragen de Afrikanen zich terecht af of die interventie van Frankrijk in samenwerking met zijn EU bondgenoten niet het probleem is in plaats van oplossing, en of terreur geen excuus is voor een gewapende aanwezigheid in samenhang met sterke mijnbelangen.

Kortom het officiële discours mag nog zoveel herhalen dat de koloniale tijden voorbij zijn, er zijn nu in 2018 meer Franse militairen in Afrika dan in 1960 bij de dekolonisatie. In de Westerse machtscentra vindt men dit normaal.

Nochtans zou het samenvallen met de migrantencrisis  de burger moeten interpelleren. Temeer dat de armste landen in Afrika tegenwoordig die landen zijn waar het Franse leger het meest aanwezig is. Momenteel voert Frankrijk militaire operaties in vier Afrikaanse landen: Mali, Niger, Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek. Toch hebben drie van deze landen de laagste index van menselijke ontwikkeling (HDI)* op het continent, het staat op 0,352 voor Centraal-Afrika, 0,353 voor Niger en 0,396 voor Tsjaad, waar het HDI hoger is dan van de eerdergenoemde landen, maar het is toch kleiner dan in de meeste landen van Afrika.

De landen in Afrika die er niet in slagen economisch echt te groeien zijn duidelijk het speelterrein van een neokoloniale macht die hen in afhankelijkheid houdt en hun leiders corrumpeert om de minerale rijkdommen te exploiteren. De aanwezigheid van het Franse leger in deze landen is groot.  Hoewel de correlatie opvallend is, verklaart de aanwezigheid van de Franse troepen op zich de armoede niet. De Franse militaire aanwezigheid is zowel het symbool van deze afhankelijkheid als het instrument van haar bestendiging.

ellende

Tegenstanders voor de opvang van migranten in Frankrijk en Europa benadrukken dat de asielzoekers geen politieke vluchtelingen  zijn maar dat ze vluchten voor ellende. Dit is niet onjuist, maar we moeten hieraan toevoegen dat de politiek van de Europese landen niet vreemd is aan deze ellende. Sinds het werk van wijlen Samir Amin weten we hoezeer het  koloniale mechanisme van ongelijke ruilverhoudingen na de ‘onafhankelijkheid’ werd bestendigd. De ‘verplichte’ inschakeling in de wereldmarkt  die de economie van de zuidelijke landen duwt tot uitvoer van grondstoffen of landbouwproducten, of het mechanisme van de  overheidsschuld zijn niet verdwenen. Integendeel ze zijn in de loop van tijd gegroeid en verfijnd. Voor Frankrijk is Ivoorkust bijvoorbeeld een reservoir van cacao en Niger een reservoir van uranium. De prijs van deze grondstoffen wordt bepaald door internationale machtsverhoudingen, de zogenaamde ‘marktwetten’, en niet door de filantropie van de westerse machten, laat staan door de autoriteiten van de betrokken landen.

Beweren dat de Franse troepen gestationeerd zijn in de Afrikaanse landen om redenen van democratische bekommernis of beteugeling van obscurantisme, is lachwekkend. De Franse en andere EU-landen is het kennelijk geen zorg dat duizenden Afrikaanse kinderen gedwongen worden te werken in de cacaoplantages. Deze boerderijen zijn op zich het slachtoffer van de tussenhandelaars die hen prijzen opleggen door de internationale markt gedicteerd – lees drie multinationals de die mondiale chocolademarkt beheersen.

economie

Ze geven niets om ‘t broze evenwicht in de Sahel maatschappij waar de schaamteloze exploitatie van uraniumdeposito’s in Toeareg gebieden  de kiem heeft gelegd voor de burgeroorlog. Dan spreken we nog niet over de catastrofale effecten van de opzettelijke vernietiging van de Libische staat. De structuren van ongelijke uitwisseling wegen op Afrikanen als een verdoemenis en duwen hen in ballingschap om aan de ellende te ontsnappen. Door te weigeren deze verblindende realiteit te zien, door het gewicht op de structuren vanuit koloniaal tijdperk te negeren, verwerven we te weinig inzicht in de economische drijfveren van de migrantencrisis.
De tragedie is dat deze economische drijfveren helaas niet de enige zijn. Niet alleen lijden de zuidelijke landen onder de voorwaarden van ongelijke ruil, maar zij betalen ook de prijs voor de buitenlandse inmenging. Het meest in het oog springende dossier is Syrië waar een proxy-oorlog wordt georkestreerd door westerse mogendheden die banden hebben met de petro-monarchieën  in het Midden-Oosten. Voor de oorlog was Syrië een voedselonafhankelijk en industrialiserend land met een ontwikkelende bevolking en modern gezondheidsstelsel. De ‘chaosstrategie’ heeft honderden huursoldaten geïmporteerd die de Syrische regering na acht jaar oorlog (2011-18) nauwelijks vanaf geraakt. Bedoeld om een staat die weigert te gehoorzamen te destabiliseren, veroordeelde de imperialistische interventie vijf miljoen mensen tot ballingschap. Westerse regeringen dragen zelf de verantwoordelijkheid voor een tussenkomst die de oorzaak is van migratie.

honger

Syrië is geenszins een alleenstaand geval. Landen waar hongersnood dreigt, zijn de plekken waar veel vluchtelingen vandaan komen. Maar honger is geen tegenslag. Honger heeft een oorzaak. Op de lijst van landen met een hongerlijdende bevolking staan Jemen, Nigeria, Zuid-Soedan bovenaan. Burgeroorlog, terrorisme hebben staatsstructuren geruïneerd, endemisch geweld, ziektes, honger en de uittocht van mensen veroorzaakt.

In Nigeria betekent de chaotische situatie in het noordoosten een gangreen voor de hele regio. Boko Haran terreurgroepen drijven miljoenen mensen op de vlucht.  Ze worden gevoed door Saoedische propaganda en teisteren deze staat, die de meest bevolkte is op het Afrikaanse continent en 440 miljoen inwoners zal telleen in 2050. Het optreden van de NAVO-partners mondde uit in de rampzalige vernietiging van Libië. Sindsdien is dit deel van sub-Sahara Afrika, Mali, Niger, de Centraal Afrikaanse Republiek,  het jachtgebied van fascistische Jihadisten. In Zuid-Soedan leidde de onafhankelijkheidsverklaring in 2011 tot een burgeroorlog waarin twee rivaliserende kampen strijden om de controle over energiegrondstoffen. Deze kunstmatige creatie had tot doel de invloed van Soedan te stoppen, dat door Washington op de lijst van ‘schurkenstaten’ was geplaatst. Zuid-Soedan is vandaag een puinhoop: tienduizenden doden, drie miljoen vluchtelingen, vijf miljoen burgers die aan ondervoeding lijden.

trio

De uittocht van de armen in de wereld is de bittere vrucht van de Westerse politiek. Zo lang ongelijke economische ruilverhoudingen de overhand hebben zal de kloof tussen rijk en arm vergroten. De migratie die de media voeden is een coproductie met drie groepen acteurs: de neokoloniale roofdieren van de gastlanden, de corrupte elites in de landen van herkomst en de slavenmaffia in transitlanden. Bij hen ligt de hoofdverantwoordelijkheid.

De migratiecrisis is een immense alarmbel. Ze dwingt ons de dringende nood aan ontwikkeling opnieuw naar voor te schuiven. Migratielanden worden slecht bestuurd omdat de rijke landen de grondstoffen komen weghalen, en omdat hun soevereiniteit louter fictief is. China en India en veel andere Aziatische landen zijn wel op weg om er bovenop te komen, precies omdat ze het tegendeel doen en de economische ketens van afhankelijkheid hebben gebroken.

reserve

In Europa biedt noch het tegenhouden van migratie van de rechterzijde, noch de open armen politiek van humanitair links een oplossing. Identiteitsideologie en humanitaire ideologie zijn de uitdrukking van een tweevoudige blindheid. Ze versterken elkaar, voeden een steriel opbod dat naar  een doodlopend straatje leidt.  De media botsing tussen ‘globalisten’ en ‘populisten’ is een schaduwspel dat ontworpen is om de ware belangen van de crisis te maskeren en het gewicht van structuren te verdoezelen. Identiteit negeert de oorzaken van ongelijkheid in de wereld; terwijl hulpverleners niet zien dat ze slechts de gevolgen beheren.
Tegenover deze dubbele blindheid, is het goed om de formule van Spinoza te herinneren:  “niet lachen, niet wenen, maar begrijpen”. Egoïsme noch mededogen helpen begrijpen wat zich voor onze ogen ontvouwt. Massa migratie gestimuleerd door ellende is voor niemand goed. Ze is geen toeval noch een ramp, maar een probleem waarvoor het Noorden en het Zuiden verantwoordelijk zijn en dat ons verplicht naar de oorzaken te kijken. De kwestie van het redden van schipbreukelingen zou dan niet eens naar voor komen, want het antwoord ligt voor de hand.

Maar de ethiek van verantwoordelijkheid moet de ethiek van overtuiging voortzetten. Het beste wat we de vluchtelingen kunnen wensen die de Middellandse Zee oversteken omwille van de Westerse luchtspiegeling, is bij te dragen aan de ontwikkeling van hun land.

We weten heel goed welke belangen het zonder-grenzen-discours dient.  Zij die de massale opvang van migranten eisen, zoeken profijt te halen uit de ongelijke uitwisseling met het zuiden. De Duitse werkgevers, om alleen hen te noemen, zijn blij met de komst van flexibel personeel dat volgens de formule van Marx, het reserveleger van het kapitaal is.

‘Onze’ vluchtelingen

Niet dat een ideale maatschappij een gesloten samenleving zou zijn, noch dat het sluiten van de grenzen een oplossing is voor het probleem. Maar soevereiniteit kan niet worden verhandeld. Het streven van een staat om de controle van zijn grenzen te behouden is volkomen legitiem, dat is wat alle staten hebben aanvaard. Behalve de EU-lidstaten die gekozen hebben om in het kader van Schengen de controle van hun grenzen te verleggen naar de buitengrenzen van de Unie. Dat leidt tot wel een tegenstrijdigheid die vandaag explosief is geworden en waarvan het niet zeker is dat de Europese Unie er ongeschonden zal kunnen uit geraken. Het heeft ook geen zin om diegenen te stigmatiseren, zoals Italië en Hongarije, die besloten hebben om de toegang tot het nationale grondgebied te beperken. Wie voorstander is van soevereiniteit, is dat voor de volle draagwijdte, en beslist zelf op welke manier een probleem wordt aangepakt, ook als is dat niet onze manier.

Maar iedereen moet wel zijn verantwoordelijkheid nemen. Het is niet Italië dat besloot om Libië te vernietigen, noch om terroristen in Syrië te steunen. De migranten crisis is de spiegel van de schandelijke westerse activiteit, waar Parijs, London, Washington en de NAVO het leeuwendeel in hebben. Onze westerse oorlogen onder de slogan ‘responsabilty to protect’ toedekken is schijnheilig en verbergt de waarheid. Men zegt wel ‘s “onze oorlogen, hun doden”, wellicht moeten we daar aan toevoegen “onze oorlogen, hun vluchtelingen” of beter nog “onze oorlogen, onze vluchtelingen”. De Westerse structuren zijn verantwoordelijk en het is bij ons dat een deel van hen komt zoeken naar een betere toekomst.

*   de Human Development Index is een samengestelde index voor het combineren van het BBP per hoofd van de bevolking, scholingsgraad en levensverwachting. HDI werd voor de VN ontwikkeld door de Indiase econoom Amartya Sen en meet het algemeen niveau van ontwikkeling van een land. Bijvoorbeeld, de hoogste HDI in Afrika is die van Algerije (0,745), het land veroverde zijn soevereiniteit bevochten in de confrontatie met het Franse leger tijdens de bevrijdingsoorlog (1954-1962). De laagste is de Centraal Afrikaanse Republiek