Een dezer dagen labberkakte de minister-president van de Lage Landen, de heer Rutte, in het kader van de klimaatdiscussie: ‘Het doel is dit doel te halen’. Kan een politieke frase nog holler klinken? Omdat er in Den Haag van andere politieke partijen dan de VVD nog meer van het soort als Rutte rondlopen, van Buma’s tot Koolmezen, lijkt het daar op een afvalputje.

(Door Thom Holterman, van zijn website Libertaire Orde) foto Jos@FPS_Groningen cc/flickr)

Overigens, vlak de Klavers ook niet uit. Zij allen doen namelijk hun uiterste best de kapitalistische maatschappij in stand te houden – en dan kan je het wel vergeten dat de klimaatproblematiek naar behoren te lijf wordt gegaan. Bij hen is het ‘het kapitalisme eerst’ en daarna pas de rest. Dan komt alle politieke gehuichel, hypocrisie, ge-jij-bak boven, gelijk we dat dat van deze meute onbetrouwbaren gewend zijn.

Benodigd draagvlak

De oplossing van het probleem is, zoals het in zo’n geval heet, complex. Dat is die zeker. De kwestie die deze onbetrouwbaren namelijk willen oplossen is: Hoe zie je kans de bovenmatige CO‘producenten’ zoals vervuilende industrie, het vliegverkeer, het operationele oorlogstuig (waarover niemand het heeft: tanks, helikopters, gevechtsvliegtuigen, bommenwerpers wat produceren die niet aan CO2?) niet in de weg te zitten, door de burgerbevolking op te zadelen met de bekostiging van de door hen noodzakelijk geachte klimaatbeslissingen? Dat levert dan gestotter op over het ‘benodigde maatschappelijke draagvlak’ voor de te nemen maatregelen.

Het ‘benodigde draagvlak’ moet worden afgeleid uit het idee van een aanzienlijk deel van de bevolking dat ‘achter ons staat’. Het idee. Dat zal een fictieve constructie blijken, want een optelsom van politieke partijen, bijvoorbeeld als Rutte (VVD) het lukt de leiders van GroenLinks (Klaver) en/of PvdA (Asscher) mee te krijgen met zijn plannen. Dus als slechts als een van die twee figuren zijn huid verkoopt, is het ‘benodigde draagvlak’ een politiek feit. We zitten hier dus in de sfeer van het ‘virtuele’. De woede in de maatschappij – denk aan de beweging van de gele hesjes – zal er niet minder groot om zijn.

Klimaatdiscussie

Het is een volstrekte drogreden te beweren dat de klimaatcrisis iets is van de laatste decennia. Ik ga niet verder terug dan rond 1900. Toen al (en daarvoor ook reeds) werd geconstateerd dat milieutechnisch de boel door de vervuilende industrie wordt verziekt. Steeds werd dit als waarschuwing herhaald. Wat de herhaling aangaat moet ik altijd denken aan twee Engelse (burgerlijke) economen. De eerste is de econoom A.C. Pigou (1977-1959). Die was in zijn tijd met de problematiek van de externe effecten in de slag waaronder vervuiling. De effecten ervan verstoorden de ‘marktwerking’ en moesten worden ‘gecorrigeerd’. De tweede econoom is E.J. Mishan (1917-2014) met zijn boek The Cost of Economic Growth (1967). De schadelijke effecten worden niet als kostenpost opgenomen, dat wil zeggen: de vervuiler betaalt niet. Tel uit je winst. Want daarmee zijn de kosten nog niet vervlogen. Die zijn ‘sociale kosten’ geworden en het is aan ‘de maatschappij’, dat wil zeggen aan de gewone burgers, om de opruiming via belastingen te bekostigen.

Opgemerkt zal worden dat de leerstukken van de genoemde en ook andere economen ertoe hebben bijgedragen het systeem van ‘milieuheffingen’ in te voeren. Evenwel, gelet op het type klimaatcrisis waarin de wereld nu gedompeld is, mag worden geconcludeerd dat het stelsel van milieuheffingen (en bijvoorbeeld de latere uitgifte van CO2-aandelen) zodanig is opgezet, dat dit geen (noemenswaardig) effect heeft gehad – anders zouden we nu niet de hiervoor bedoelde klimaatdiscussie hebben gehad en alle camouflage en gehuichel daar omheen (‘we doen al zoveel’). We doen al zoveel? We hebben een eeuw stil gezeten, terwijl bekend was wat er allemaal aan destructie op mens en milieu werd losgelaten.

Sociale revolutie

Wat men rond 1900 ook al goed door had, was hoe je een ‘benodigd draagvlak’ creëert, waarbij zelfs het overgrote deel van de maatschappij betrokken is. Wat wil het geval? Ik ben begonnen de serie jaarboeken Unter dem Pflaster liegt der Strand (1974-1985) te herlezen. En reeds in het eerste artikel in het eerste deel kom ik Noam Chomsky tegen (met de Duitse vertaling van zijn bijdrage in The New York Review of Books, 1970; een beschouwing over het anarchisme). Ik kom bij hem geciteerd tegen de Engelse marxistische auteur William Paul (1884-1958), wiens boek ik ooit las, maar vergeten was, getiteld The State: its Origin and Function (1917). Ik heb het erbij gepakt. Tegen het einde ervan lezen we, en ik vertaal:

‘We hebben gezien waarom de staat de industrie niet democratisch kan besturen. De industrie kan alleen democratisch eigendom zijn van en gecontroleerd worden door de werknemers die rechtstreeks uit hun eigen gelederen industriële bestuurscomités kiezen. Het socialisme zal in wezen een industrieel systeem zijn: de kiesgroepen zullen een industrieel karakter hebben. De sociale activiteiten en industrieën van de samenleving zullen dus rechtstreeks vertegenwoordigd zijn in de lokale en centrale industriële raden van de sociale administratie. Op deze manier zullen de bevoegdheden van dergelijke afgevaardigden van beneden naar boven lopen namelijk van degenen die het werk uitvoeren en vertrouwd zijn met de behoeften van de gemeenschap. Vandaar dat de kapitalistische politieke of geografische staat zal worden vervangen door het industrieel bestuurlijk comité van het socialisme. De overgang van het ene sociale systeem naar het andere zal de sociale revolutie zijn.’

‘De politieke staat heeft door de geschiedenis heen de regering van mensen door heersende klassen betekend; de Republiek van het socialisme zal de regering van de industrie zijn die door en namens de hele gemeenschap wordt bestuurd. Het eerste sociale systeem betekende de economische en politieke onderwerping van de massa’s; het tweede betekent de economische vrijheid van allen – het zal dus een echte democratie zijn.’ [William Paul, The State: its Origion and Function, Socialist Labour Press, Glasgow, 1917,p. 197-198; herdrukt door Proletarian Publishing, Edinburgh, 1974.]

Als Rutte en al die andere onbetrouwbare politici uit zijn op het creëren van een ‘benodigd draagvlak’ weten ze hierbij wat hen te doen staat en anders pakken ze maar in en hoepelen op. En ik weet ook wel, ze zullen deze aanwijzing niet volgen. Zij zullen blijven heulen met de vijanden van bevolkingen. Voor de bevolkingen rest revolte, want van onbetrouwbare politici en statelijke politieke partijen moet je het niet hebben, weten ze inmiddels wel…

[Beeldmateriaal van de Rotterdamse dichter en illustrator Manuel Kneepkens.]