Plotseling is het er weer: flinke inflatie. In de maand december bedroeg die in de VS 7%, en in de EU 5 %. De laatste keer dat dat niveau gehaald werd, was zo’n twintig jaar geleden (*). Maar wat zijn de gevolgen voor ons dagelijks leven en voor de economie in het algemeen en moeten we ons daar zorgen over maken?

(Door Kees Stad geschreven voor het komende nummer van kwartaaltijdschrift Buiten de Orde, plaatje van pixabay)

“Inflatie treedt op als er sprake is van een algemene stijging van de prijzen van goederen en diensten, niet alleen van individuele producten; dat betekent dat je vandaag minder kunt kopen voor 1 euro dan gisteren. Met andere woorden: door inflatie wordt de munt in de loop van de tijd minder waard.” (*1) Ziedaar de definitie van de Europese Central Bank. En dat is de enige instelling, samen met de collega centrale banken van vermogende landen, die er ook echt wat aan kan doen.

Je kunt inflatie omschrijving als een trend tot prijsstijging, zoals de ECB doet, maar net zo goed met de andere kant van die medaille: geldontwaarding. Je bezit in geld, en dus je loon of uitkering, wordt minder waard. Doorgaans wordt inflatie berekend op jaarbasis aan de hand van de prijsontwikkeling van een ‘mandje’ aan consumptiegoederen. Daar horen bijvoorbeeld huizen(prijzen) niet bij, maar huisvestingskosten wegen wel op een bepaalde manier mee. Het CBS legt uit hoe de inflatie wordt berekend.

De index die centraal staat is die van de consumenten prijs index CPI . Voor de EU bestaat dan nog een geharmonizeerde prijsindex, de HIPC. De index is een hele grove aanduiding van de individuele effecten van economische ontwikkelingen. Hoe sterk je getroffen wordt door prijsstijgingen hangt immers van van alles af dat hier niet meegenomen wordt. Stijging van brandstofprijzen bijvoorbeeld, treft iemand die in een busje pakjes rondbrengt veel harder dan als je thuis zit te kantoren. Hoewel die daar ook effect heeft, want je verwarmingskosten worden hoger.

Daarnaast treft inflatie sommige landen periodiek veel harder dan andere. Momenteel is Turkije bijvoorbeeld veel harder de klos. De inflatie was daar vorig jaar meer dan 30%. Nu gunnen we dat Erdogan natuurlijk van harte, wiens beleid om de rente verder te verlagen alleen maar heeft bijgedragen aan de ellende. Hij heeft al drie directeuren van zijn Centrale Bank en het hoofd van de statistiekdienst ontslagen omdat ze het niet met zijn beleid eens waren. Maar voor veel bewoners betekent het grote armoede.

Beetje inflatie

Een beetje inflatie wordt over het algemeen door bankiers en politici goed gevonden, omdat die kan zorgen voor de door hen nodig geachte economische groei. Doorgaans wordt gemikt op 2%. Maar teveel (of te weinig, en helemaal negatieve oftewel deflatie) baart ze zorgen. In feite heeft de ECB toen de EU opgezet werd als voornaamste taak gekregen om ervoor te zorgen dat die inflatie niet uit de hand zou lopen. Het spook van de jaren 1970, toen de westerse welvaartsstaat op zijn hoogtepunt was, was hier de aanjager voor. Natuurlijk zijn er nog veel meer dingen mis met deze neoliberale invulling van de Europese Unie, maar deze zeer beperkte taakstelling van de Centrale Bank staat zeker in de top tien.

Lange tijd was inflatie dus van het toneel verdwenen en werd het zelfs als voornaamste probleem gevonden dat die er niet was. Nu de prijzen plotseling weer gaan stijgen zijn economen bezig met een spelletje raden of dat blijvend of tijdelijk is. En de uitkomst daarvan is best belangrijk. Overigens hebben we het bij inflatie over een ‘algemene stijging van prijzen van consumptiegoederen’. Maar er zijn in de economie nog andere zaken die in waarde kunnen stijgen en dalen, zoals bijvoorbeeld vermogens en vastgoed. De zogenaamde asset price inflation was natuurlijk al jaren een feit (wikipedia) zonder dat die terug te zien was in de reguliere indexen. En ook die was het bewuste product van ‘overvloedig krediet’ die door de centrale banken is verschaft. Het kapitalisme van dit moment is er een die stoelt op het uitbaten van bezit en vermogen, het Rentier Capitalism, veel eerder dan reële productie. En dus is de ontwikkeling van de waarde van die assets in het belang van de klasse die ze uitbaat. (*2)

Inflatiecorrectie

Als lonen en andere inkomsten niet evenzeer stijgen als de inflatie, word je dus armer. In tijden dat de inflatie een constante factor was, hebben vakbonden geëist dat die automatisch in lonen en uitkeringen gecompenseerd zou worden. Dat is in de huidige cao’s vaak niet meer het geval. Er worden in veel sectoren wel loonstijgingen binnengehaald, maar die zijn minimaal en blijven achter bij de inflatie.

De FNV heeft nu weer voorzichtig geëist dat de compensatie automatisch opgenomen wordt in cao’s , maar werkgevers en overheden hebben daar weinig zin in. De druk vanuit de mainstream economen en politici op de vakbeweging (en trouwens ook van een deel van ecologisch links *3) is groot om af te zien van eisen voor inflatiecorrectie. Want als die ingewilligd worden, zou dat pas de inflatie bestendigen, is de gedachte daarbij.

De mainstream theorie is dan dat deze inflatie tijdelijk is, een correctie omdat op allerlei plekken de economie weer op gang komt nu de coronacrisis over zijn hoogtepunt is. Daardoor neemt de vraag naar onder andere olie toe, waarvan de prijs stijgt en die brengt allerlei andere prijsverhogingen met zich mee. Een soort natuurverschijnsel dus. Maar dat is natuurlijk propaganda. De ontwikkelingen op de oliemarkt en andere grondstoffen zijn het resultaat van politieke beslissingen en de opbrengst gaat eenzijdig de kant op van investeerders en bezitters. Eisen dat je inkomen navenant omhoog gaat is dan ook zeer terecht en regelrechte klassenstrijd.

Daar komt bij dat een groot deel van de prijsverhogingen op de markt van consumptieartikelen van de laatste tijd bewuste keuzes zijn geweest van multinationals, die doordat ze alle kleintjes er uitgewerkt hebben, monopolieposities in markten hebben behaald. (*4)

Een andere reden dat prijzen nu snel stijgen, en dat heeft wel degelijk te maken met het wederom aantrekken der economieën, is dat veel grondstoffen schaars aan het worden zijn en opkomende landen als China daar beslag op leggen. Het zijn de befaamde ‘grenzen aan de groei’ die door neoliberalen belachelijk worden gemaakt maar door alle anderen nu gevoeld worden. Het voert niet alleen tot prijsstijgingen, maar ook tot militaire spanningen en conflicten.

Structureel

De Centrale Bankiers in de VS erkennen inmiddels dat de verhoogde inflatie structureel is, en dat die te maken heeft met hun beleid. De linkse econoom Michael Roberts citeert de voorzitter van de Federale Bank als die opmerkt dat ‘de inflatie die we nu zien helemaal niet de inflatie is die we hadden gehoopt’ (*5). Dat zou volgens de FED-directeur te maken hebben met de effecten van corona op de economie, maar interessant is ook dat ze dus kennelijk gehoopt hadden op inflatie.

Bij de Europese ECB wordt nog volgehouden dat de inflatie een tijdelijke correctie is, mede om druk te zetten op het loonbeleid van de vakbonden. Maar interessant genoeg gelooft het personeel van de ECB in Frankfurt zelf daar geen snars van. Hun vakbond IPSO heeft geëist dat ze meer loonsverhoging krijgen dan de 1,3% die de ECB ze aanbiedt, omdat inflatie en dure levensomstandigheden in Frankfurt. Het wordt uitgelegd door econoom Carlos Bowles, die bij de ECB werkt, maar ook vicepresident van IPSO is. Hij verklaart ook dat het onzin is om de werknemers verantwoordelijk te stellen voor inflatie, als die immers vooral door het monetaire beleid van de bank wordt veroorzaakt.

Beursslag

Volgens NRC Handelsblad gaat het geweldig met de economie en die verwijst dan naar de feestelijke ontwikkelingen op de aandelenbeurzen in de laatste jaren. Daar heeft het beleid van de centrale banken voor gezorgd om de crises - eerst die van 2008 en verder, daarna door corona - te ‘bestrijden’ door op een ongekend niveau geld te pompen. Tegelijkertijd werd de rente zo laag gehouden dat die helemaal niet meer bestond of zelfs negatief werd. Dit heeft inderdaad gezorgd voor een immens opgezwollen financiële handel, die overal zijn uitwerking had. Het feit dat de vastgoedprijzen zo ontploft zijn, en je overal in de stad ineens belachelijke start-ups in flitsbezorging aantreft, of dat er hele flatgebouwen vol servers gebouwd moeten worden om het mijnen van criptocurrency te faciliteren, is daar allemaal op terug te voeren. Of dat slopen van een bos door Nedcar in Born. Dat blijkt onder meer door de beursgang van Tesla-concurrent Trivian mogelijk te worden gemaakt, die 12 miljard dollar (!) op wist te halen door de beurs op te gaan.

Maar dat kon allemaal alleen goed gaan zo lang er geen of lage inflatie was. En nu die de kop opsteekt, lijkt de bonanza voorbij. Dat is een van de mogelijke positieve effecten van de huidige inflatie. Er zal in ieder geval gesleuteld moeten worden aan de rente. De ECB houdt dus vol dat dat nog niet nodig is, maar in de VS is al aangekondigd dat die eindelijk stapsgewijs opgevoerd gaat worden. Maar eigenlijk weten ze ook daar niet goed hoe ze aan die kraan kunnen draaien, zonder dat het grote gevolgen produceert en mogelijk oncontroleerbare crises in de kapitaalmarkten. Hun economie is immers totaal verstrengeld geraakt met de toevloed van goedkoop geld.

Het is ook de vraag waar de beleggers dan vervolgens naar toe zullen gaan, als de aandelenbeurzen niet zo rendabel meer zijn. (*6). Ondertussen zijn de neoliberale planners achter de EU nog steeds naarstig bezig om een eigen kapitaalsmarkt () op te tuigen. Daar horen we de laatste tijd weinig meer over, maar dat ligt echt niet stil. Zie analyse Capital Markets Union door SOMO.

Linkse visie

Het hele monetaire veld is veelal gemeden door linkse bewegingen en hun economen. Het wordt over het algemeen als een oersaai onderwerp gezien dat niet echt met politiek beleid te maken heeft. Recentelijk kwam de stroming van de Modern Monetary Theory op (MMT), waar gesteld werd dat er in ieder geval niet zo paniekerig gedaan moest worden over grote overheidsuitgaven. Overheden konden immers gratis geld bijdrukken en zouden dan ook het recht moeten hebben om dat te besteden aan nuttige zaken als huisvesting of gezondheidszorg... Dat ging lijnrecht in tegen het neoliberale geloof dat overheden zo zuinig mogelijk moesten doen. Maar nu is het geld niet meer gratis.

Over inflatie zijn al helemaal weinig zinvolle linkse analyses te vinden. Of we moeten terug naar de klassieker van R.E. Rowthorn uit 1977 (overigens een historisch inflatiejaar) Conflict, inflation and money (Cambridge Journal of Economics). Van recentere datum is Marc Lavoie’s Post-Keynesian Economics (2014). Maar dat is nogal taaie wetenschappelijke vakliteratuur.

Onlangs stond op de website van het Amerikaanse ‘democratisch socialistische’ blad The Jacobin wel een leerzaam interview met politiek econoom Tim Barker. (*7): A Socialist Primer on Monetary Policy and Inflation.

Uit de inleiding: Barker beweert dat inflatie complexer is dan lonen - en dat de oplossingen voor inflatie niet anti-arbeider hoeven te zijn. Hij stelt dat links moet vechten voor een andere interpretatie van inflatie en genoeg arbeidersmacht moet opbouwen, zodat we, als het moment daar is, de analyse en de kracht hebben om aan te dringen op uitgaven en planning in plaats van bezuinigingen en besparingen. Het interview is het lezen (en vertalen) meer dan waard.

In Nederland moeten we het doen met Maarten van Rossem. En op Joop.nl heeft voormalig PvdA-statenlid Eline van den Boogaard gewezen op de stijgende energieprijzen. Dat is een van de eerste posten waar normale huishoudens de gevolgen van het beleid merken. En daar de taferelen al zeer alarmerend. Er zijn huishoudens waar de energiekosten verdubbelen. Ondertussen knalt de prijs van het dagelijks brood ook door alle plafonds.

De schrijfster stelt voor om de crisis nu eens niet te proberen op te lossen door de overheid geld te laten bijdrukken, want dan betalen we achteraf daar alsnog de rekening voor, maar door “de elite een substantiële vermogensbelasting op om de investeringen in energie te financieren”. Hah! Omdat we niet verwachten dat Rutte dit op korte termijn gaat doen, moeten we in de tussentijd ook strijd leveren, en directe actie, om onze inkomens, uitkeringen en pensioenen op peil te houden. Ook dat kunnen we in principe weghalen bij die rijke bovenlaag die tijdens de coronacrisis alleen maar rijker is geworden. Geld genoeg, het zit alleen allemaal bij hen.

-----------------

*) De laatste keer dat er een inflatie van 5 procent was in 1992 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2022/02/inflatie-2-7-procent-in-2021

(*1) https://www.ecb.europa.eu/ecb/educational/hicp/html/index.nl.html

(*2) Zie het glasheldere boek van Brett Christophers hierover, Rentier Capitalism: Who Owns the economy and who pays for it? (Verso 2020)

*3) Met name binnen de degrowth beweging. Zo vroeg Platorm DSE de FNV om af te zien van het beleid van looneisen om zodoende bij te dragen aan het afnemen van de economische groei

*4) Zie bijvoorbeeld Robert Reich op de website van The Guardian https://www.theguardian.com/commentisfree/2021/nov/11/us-inflation-market-power-america-antitrust-robert-reich?

(*5) https://www.cadtm.org/The-central-bankers-dilemma

(*6) Zie ook Roubini over het verschuiven van de portefeuilles nu inflatie werkelijkheid is geworden. https://www.project-syndicate.org/commentary/inflation-will-hurt-both-stocks-and-bonds-by-nouriel-roubini-2022-01

*7) https://jacobinmag.com/2021/09/socialist-primer-monetary-policy-inflation-federal-reserve-volcker-shock-class-tim-barker-interview

------------------

(Toegevoegd kadertje)

Hoeveel gaat het huishoudens komend jaar kosten?

Het Nibud is goed in berekenen van economische effecten voor huishoudens en komt uit op een gemiddelde achteruitgang van 40 euro per maand. Nibud-directeur Arjan Vliegenthart: “We zien dat grote groepen huishoudens iedere maand tientallen euro’s minder te besteden hebben. Dat is des te nijpender voor de meer dan twee miljoen huishoudens die zich nu al suf budgetteren om alle rekeningen betaald te krijgen. Deze koopkrachtdaling maakt het voor hen nog veel lastiger. Velen krijgen deze week een loonstrookje waarbij het netto salaris hoger is dan wat ze vorig jaar kregen, en toch vliegt het geld sneller de portemonnee uit.” (...)

Huishoudens die hun loon niet zien stijgen, moeten rekening houden met een koopkrachtdaling die kan oplopen tot ruim 200 euro per maand. De grootste boosdoener is de hoge inflatie, met als belangrijkste onderdeel de sterk gestegen energieprijzen.

Natuurlijk hebben we hier te maken met een gemiddelde en is een dergelijke daling van inkomen en koopkracht (wat een vreemd begrip is) voor lagere inkomens veel ingrijpender.

In de Suddeutsche Zeitung (22/23 januari 2022) wordt voorgerekend dat het verlies op jaarbasis in Duitsland zo’n 550 euro per huishouden geschat wordt. In dat land woedde een discussie nadat sommige economen hadden gesteld dat rijke mensen harder getroffen zouden zijn door deze inflatie, dan armere. In het stuk wordt voorgerekend dat het vooral gezinnen met kinderen zijn in de middenklasse en daaronder, die het hardst getroffen worden en ‘singles’ het minst, vooral als ze goed verdienen. De rijke bovenlaag wordt zeker niet bijzonder getroffen en armeren des te meer. Die zijn veel meer afhankelijk van de prijzen in de discountsupermarkt, en hebben veelal geen spaargeld om op terug te vallen. Een snelle oplossing zou zijn om in ieder geval nu de btw op energie te verlagen. Ook het Nibud wijst daarop, en vraagt daarnaast om een gemeentelijke energiecompensatie van 200 euro per gezin voor huishoudens met een laag inkomen.