In dit zesde deel van onze reeks „In de aanloop naar de Europese verkiezingen“ gaat het hoofdzakelijk over links, en daarmee bedoelen we wat zich links van sociaal-democraten en Groenen afspeelt. Daartoe laten we een Duitse gastauteur aan het woord: Klaus Dräger, die tot zijn pensionering bij de linkse fractie in het Europees Parlement (GUE/NGL) stafcoördinator was van het Comité Werkgelegenheid en Sociale Zaken.

(Door Klaus Dräger, oorspronkelijk verschenen bij Ander Europa)

Hij is lid van het adviescomité van het Duitse tijdschrift ‘Z‘ (Zeitschrift Marxistische Erneuerung, Tijdschrift voor marxistische vernieuwing) Ook nu blijft hij de ontwikkelingen in de Europese Unie op de voet volgen, en schrijft regelmatig kritische bijdragen, onder andere een hoogst interessante ‘Digest‘ voor het Lexit-netwerk.
De eerste paragrafen van het artikel zijn aan de opgang van rechts gewijd, waardoor de ontwikkelingen aan de linkerzijde extra aandacht verdienen.

Rechts in opmars, links versplinterd?

Klaus Dräger

Van 23 tot 26 mei 2019 hebben verkiezingen voor het Europees Parlement plaats. De media zien donkere wolken verschijnen aan het Europese firmament; er wordt gevreesd dat rechtspopulisten het er nog beter zullen van afbrengen dan bij de Europese verkiezingen van 2014. Samen zouden ze een derde van de Europarlementsleden kunnen uitmaken, 150 of meer van de 705 te begeven zetels (onderstellend dat Brexit er door komt). Matteo Salvini, Italiaans minister van Binnenlandse Zaken en aanvoerder van de uiterst rechtse Lega, probeert een samenwerking tot stand te brengen met de Hongaarse Fidesz-partij van Viktor Orbán en het PiS van Jaroslaw Kaczynski in Polen; hij mikt daarbij ook op een gezamenlijk optreden in de Raad van de Europese Unie. Salvini probeert ook zoveel mogelijk partijen van radicaal rechts, die tot nog toe in het Europees Parlement over vier fracties verdeeld waren, ervan te overtuigen samen een zo groot mogelijke fractie uit te bouwen. Sinds enige tijd lopen er gesprekken met partijen als de AfD (Alternative für Deutschland), het Rassemblement National van Marine Le Pen, de Oostenrijkse FPÖ, enzovoort. Het is nog wel niet zeker dat Salvini zal slagen met zijn project.

Maakt radicaal rechts zijn intrede in de instellingen?

Er wordt voorts gevreesd dat een dergelijke samenwerking van radicaal rechts gevolgen zou kunnen hebben voor de samenstelling van de volgende Europese Commissie, waarvan de leden door de nationale regeringen worden voorgesteld. Zo zouden er afspraken kunnen gemaakt worden tussen de Oostenrijkse ÖVP-FPÖ- coalitie, de Poolse PiS- regering, de Italiaanse coalitie van Lega en Vijfsterrenbeweging, de Hongaarse regering van Viktor Orbán en mogelijks anderen, die dan hun eisen zouden kunnen stellen.

Op 28 april 2019 zijn er in Spanje vervroegde parlementsverkiezingen. Volgens opiniepeilingen beschikken de rechtse partijen (Partido Popular, Ciudadanos en het  radicaal rechtse Vox) over een stabiele absolute meerderheid. In dat geval zouden ze op nationaal vlak een regering kunnen vormen zoals ze het deden na de regionale verkiezingen in Andalusië. Bij de laatste regionale verkiezingen in Italië (Abruzzen, Sardinië) werden de formaties die door de Lega gesteund werden de sterkste kracht, de Vijfsterrenbeweging van di Maio leed zware verliezen. De Europese verkiezingen zijn voor Salvini (33% in de laatste peilingen) een test, waarna hij eventueel nieuwe verkiezingen zou kunnen uitschrijven en een meerderheid vormen met Berlusconi‘s Forza Italia, het proto-fascistische Fratelli d’Italia en kleinere uiterst rechtse formaties.

De druk door radicaal rechts op de EU-instellingen komt daardoor eerder vanuit het nationale niveau, op de Raad en de samenstelling van de toekomstige Commissie. Partijen als de Lega, de FPÖ of Marine Le Pens Rassemblement National hebben hun vroegere anti-europositie verlaten en streven ernaar meer speelruimte voor de nationale budgettaire politiek te winnen en de reeds door Merkel en Macron doorgevoerde verstrenging van de Europese migratiepolitiek nog verder te verscherpen. Daarover zal het uiteindelijk gaan.

Piotr Buras, hoofd van het Warschau-bureau van de European Council on Foreign Relations (ECFR) merkt op: „Ik zou de gevolgen op het Europees debat van wat gebeurt in het Europees Parlement niet overschatten. Het is de situatie in de lidstaten die implicaties heeft voor de situatie in het Europees Parlement, niet omgekeerd.“ Als gewezen medewerker van de linkse fractie in het Europees Parlement (GUE/NGL) kan ik dat uit eigen ervaring alleen maar beamen.

Het eurofiele ‘extreme centrum‘

De opiniepeilingen over de Europese verkiezingen voorspellen dat de huidige ‘Grote Coalitie‘ van christendemocraten (EVP) en sociaaldemocraten (S&D) in het Europees Parlement niet meer over een absolute meerderheid zou kunnen beschikken. Maar deze ‘Grote Coalitie‘ werd ook tijdens vroegere legislaturen vaak door de Liberalen (ALDE) en op een aantal punten ook door de Groenen ondersteund. Het ‘extreme centrum‘ (naar de uitdrukking van Tariq Ali) van christendemocraten tot Groenen is verenigd in zijn inzet voor de bestaande EU en zijn credo ‘Europa boven alles‘. Als men dit kamp bijeen neemt (inclusief Macrons ‘En Marche‘) kan het volgens voorspellingen over meer dan 440 zetels (*1) beschikken. Het eurofiele centrum zou daardoor wel verzwakt zijn, maar nog steeds in staat om meerderheden in het Europees Parlement tot stand te brengen.

De Duitse Groenen (die in eigen land aan het wachten zijn op een zwart-groene coalitie (*2) worden dan de sterkste groep in een globaal verzwakte groene fractie. Ze zijn tot veel bereid, zoals bleek bij de mislukte onderhandelingen voor een Jamaica-coalitie op federaal niveau. Destijds deden ze zelfs verregaande toegevingen aan Seehofers eisen (*3) voor een bovengrens aan het aantal vluchtelingen. Er kunnen binnen het blok van het ‘extreme centrum‘ wat verschuivingen optreden, maar over de fundamentele kwesties in het EU-beleid kunnen ze het verder eens blijven. En als Groenen en delen van de sociaaldemocratie eens niet mee zouden willen doen, kunnen vertwijfelde christendemocraten en Liberalen altijd de nodige steun halen bij het uiterst rechtse kamp, zoals ze vroeger reeds deden (bijvoorbeeld bij de Europese dienstenrichtlijn).

Veelstemmig links

Terwijl de radicaal rechtse formaties naar eenheid streven bij de Europese verkiezingen, is het spectrum van ‘radicaal links‘ sinds enige tijd al uiteen aan het drijven. De nederlaag en de capitulatie van de Griekse SYRIZA-regering onder leiding van Alexis Tsipras onder druk van de brutale chantagepolitiek van de EU en de Trojka leidden tot een strategiediscussie in het linkse kamp. Een aantal partijen aangesloten bij de Partij van Europees Links (European Left, EL) bleven trouw aan SYRIZA. Hun redenering was dat de linkse krachten eerst moeten sterker worden om een hervorming van de EU te kunnen doorvoeren in de richting van een solidair, vredelievend, ecologisch en feministisch Europa (Plan A). Daarentegen kwamen Jean-Luc Mélenchon van de Franse Parti de Gauche (PdG), Oskar Lafontaine en anderen op voor een Plan B voor het geval de hervormingen (Plan A) niet vlug van stapel liepen: uitstap van de crisislanden uit de euro, weigering door linkse regeringen in de EU om liberaliseringsrichtlijnen, het Begrotingsverdrag enz. door te voeren (strategie van de ‘ongehoorzaamheid‘).

Begin 2018 stelde Mélenchons PdG voor om SYRIZA uit European Left te bannen, wegens een nieuwe verscherping van de soberheidspolitiek en een beperking van het stakingsrecht in Griekenland. European Left wees dit af, waarop de PdG zich uit EL terugtrok. Mélenchon begon dan zijn eigen coalitie voor de Europese verkiezingen 2019 uit te bouwen: Maintenant le Peuple (‘Nu het Volk‘) dat eerder de richting van Plan B uitgaat.

Pogingen tot rood-rood-groene toenadering (*4)

In november 2017 riepen krachten binnen EL een Progressive Forum bijeen in Marseille, de kieskring van Mélenchon; ook een aantal Groenen en sociaaldemocraten namen eraan deel. In de strijd tegen een oprukkend rechts kwam het er voortaan op aan om het gemeenschappelijke tussen linksen, sociaaldemocraten en Groenen meer op de voorgrond te laten treden. Op het Forum in Marseille volgde in november 2018 een vervolg in Bilbao en daar zei Gabi Zimmer, de voorzitster van de linkse fractie in het Europees Parlement: „Om sterker te zijn moeten we ons breder uitbouwen en uit ons zelf opgelegd isolement treden.“ Gregor Gysi, voorzitter van EL, beaamde: „Europees Links neemt tegenover de mensen in Europa de verantwoordelijkheid op zich om in de strijd tegen de neoliberale politiek de eenheid te bewerkstelligen van de linkse en progressieve krachten, in de geest van het Forum van Bilbao van november 2018 en van andere progressieve samenwerkingsverbanden.“

Het blijft echter vaag welke strategische en programmatorische gemeenschappelijkheid het Progressive Forum ontwikkeld heeft. Het volstaat niet om in de toekomst meerderheden te verwerven in het Europees Parlement door sociaaldemocraten, Groenen en linksen, en na de verkiezingen van 2019 zal dat nog minder het geval zijn. De commentaar van Yanis Varoufakis op deze poging voor nauwere rood-rood-groene samenwerking luidde: „Ze hebben geen gemeenschappelijk programma, debatten over een ‘progressieve caucus‘ hebben geen invloed op hun kiesstrijd, de caucus is irrelevant.“ (*5)

Bezorgdheid over de linkse fractie in het Europees Parlement

In januari 2019 verscheen een oproep van linkse en communistische partijen voor de Europese verkiezingen; in Duitsland werd deze oproep door Die Linke en de Deutsche Kommunistische Partei (DKP) ondertekend. In essentie gaat het over de bekende linkse kritiek op de bewapening binnen de EU, de neoliberale politiek, een pleidooi voor vrede, sociale en ecologische vooruitgang, enzovoort. Uit bezorgdheid voor het voortbestaan van de linkse fractie in het Europees Parlement, gezien de toenemende divergentie binnen radicaal links in de EU, wordt daarin gesteld: „(…) Wij verplichten ons ertoe om het werk voort te zetten van de fractie van Verenigd Europees Links/Noords Groen Links (GUE/NGL) in het Europees Parlement op basis van gelijkheid en wederzijds respect voor onze verschillen, wegen, ervaringen en eigenheden.“

Tot de ondertekenaars van de oproep behoren de Portugese KP (PCP/CDU) die tot de GUE/NGL behoort maar niet tot EL, en partijen van GUE/NGL die wel bij EL aangesloten zijn als het Spaanse Izquierda Unida (UI), de Tsjechische KP (KSCM) en de Cypriotische Arbeiderspartij (AKEL). Verder de Franse PCF en Rifondazione Comunista(*6) uit Italië, beide lid van EL maar zonder kans op een zetel bij de Europese verkiezingen van 2019. Ook de Belgische PVDA/PTB (geen lid EL) ondertekende de oproep.

Het is interessanter te kijken naar wie niet ondertekende: de partijen van de coalitie rond Mélenchons Maintenant le Peuple, partijen die tot nog toe tot de linkse EP-fractie behoren zoals de Nederlandse SP en het Ierse Sinn Féin; ook SYRIZA ondertekende niet. Naar SYRIZA toe zijn er ondertussen veel aanzoeken vanuit de Europese sociaaldemocratie, tot groot ongenoegen van de Griekse sociaaldemocratische PASOK. De voorzitter van de sociaaldemocratische fractie in het Europees Parlement, Udo Bullmann, zei daarop droogjes: „Voor de toekomst van Griekenland en de EU komt het aan op de juiste ideeën, niet op de juiste partij-affiliatie.“ Wat zoveel betekent als: PASOK is geschiedenis, SYRIZA haalt nog steeds 25% bij de peilingen, niettegenstaande de regering Tsipras beter dan elke voorganger de richtlijnen van de Trojka heeft opgevolgd. Van hoop gesproken…

De ‘Spitzenkandidaten‘ van de Partij van Europees Links

Eind januari 2019 stelde ELhaar ‘Spitzenkandidaten‘ voor het ambt van Commissievoorzitter voor: Violeta Tomic van de Sloveense Linkspartij (Levica) en Nico Cué, de voormalige voorzitter van de Waalse socialistische metaalarbeidersbond MWB-FGTB. In tegenstelling tot Alexis Tsipras, de Spitzenkandidaat van EL in 2014, zijn ze allebei niet zo bekend. Nico Cué maakte naam als een strijdbare vakbondsman, met vaak heftige kritiek op de Waalse sociaaldemocraten. Als geëngageerde militant van het Progressive Forum is hij daar nu een gevierd medestander met vakbondsachtergrond. Blijkbaar staat hij op geen enkele lijst van de EL voor de komende Europese verkiezingen, en positioneerde hij zich in België/Wallonië steeds tegen de opkomende arbeiderspartij PTB/PVDA. Cués kandidatuur als Spitzenkandidaat moet nogal irritant zijn voor deze partij, die graag met EL en Die Linke zou samenwerken in een nieuwe linkse fractie in het Europees Parlement.

Drie blokken van linksen

 Alles bijeen krijgen we een vrij verward beeld van de manier waarop ‘radicaal links‘ zich opstelt voor de Europese verkiezingen 2019. Om een fractie in het Europees Parlement te kunnen vormen zijn er minstens 25 verkozenen nodig uit zeven lidstaten. Op dit ogenblik zijn er daarvoor drie aanzetten binnen het linkse spectrum. Om de krachtsverhoudingen tussen deze in te schatten doe ik beroep op de laatste peilingen van politico (*7)(26 februari 2019). Peilingen zijn natuurlijk maar peilingen en er kan nog veel veranderen, maar voorlopig schetst dat toch een zeker beeld.

Mélenchons coalitie ‘Maintenant le Peuple‘

Toen Mélenchon zijn coalitie opzette waren daarbij betrokken:

  • zijn eigen formatie, La France Insoumise (LFI), bij peilingen in 2018 goed voor 16% bij de Europese parlementsverkiezingen;
  • het Portugese Linkse Blok (Bloco, lid van EL, 10% in de peilingen);
  • Podemos (Spanje) (18 à 20%)

Later kwamen er de Scandinavische partijen bij: de Finse Linkse Alliantie, de Deense Rood-Groene Eenheidslijsten (allebei lid van EL) en de Zweedse Linkspartij (geen lid EL). Ze zijn programmatorisch eerder links-sociaaldemocratisch, maar wijzen traditioneel de euro en/of lidmaatschap van de EU (Zweden, Denemarken) af.

Wat deze coalitie bindt is het benadrukken van ‘een linkse opvatting over democratische volkssoevereiniteit‘ tegenover de neoliberale autoritaire EU. Een andere partner van de coalitie is de Griekse ’Volkseenheid‘, een afsplitsing van SYRIZA, en het Italiaanse ‘Potere al Popolo‘ (Volksmacht), maar met percentages in de peilingen van rond de 1% hebben ze niet echt een vooruitzicht op een EP-mandaat. De EL vreesde dat Mélenchon een goede uitgangspositie zou kunnen nemen om zo fundamenteel gestalte te geven aan de toekomstige linkse fractie (zonder SYRIZA) in het Europees Parlement.

Afgaande op de vermelde peilingen ziet het er voor deze coalitie niet al te rooskleurig uit: LFI Frankrijk (8%, 7 MEPs (*8)), Unidos Podemos Spanje (14%, 9 MEPs), Bloco Portugal (8%, 2 MEPs), Linkse Alliantie Finland (9%, 1 MEP), Linkspartij Zweden (9,6%, 2 MEPs), RGE Denemarken (9%, 1 MEP). Alles samen: 6 landen, 22 MEPs, te weinig voor een fractie. Daarenboven zijn er een aantal politieke problemen.

In Frankrijk hebben zich voor de Europese verkiezingen drie lijsten gemeld die gelieerd zijn met de gele hesjesbeweging. Tot nog toe voldoen ze niet aan het criterium om 79 kandidaten te kunnen opgeven voor een Europese lijst. Zou er toch nog iets uit voortkomen, dan kan de rekening er weer anders uitzien.

Tot 3 mei kunnen in Frankrijk nog nieuwe lijstafspraken gemaakt worden. Er circuleren verschillende oproepen voor een coalitie van ‘links in de brede zin‘ : PS, LFI, PCF, Groenen, Génération-s – de structuur van de gewezen PS-kandidaat voor het presidentschap Benoit Hammon – tot en met de antikapitalisten van trotskistische signatuur NPA en LO. Enkele leidinggevenden van de PCF willen het eerder tot de ‘doorslaggevende delen‘ van breed link beperken: LFI, PCF, NPA, LO, Hammon en Gilets jaunes. Sinds hun laatste partijdag beklemtoont de PCF (2 % in de peilingen) enerzijds sterker haar ‘communistische identiteit‘, maar anderzijds zoals voorheen haar bereidheid om samen te gaan met de socialisten. De coalities met de PS stonden vroeger garant voor de financiering van het PCF-apparaat, maar deze partijlijn ging in tegen de afspraken met Mélenchon in het Front de Gauche, wat tot het verval van het FdG leidde.

In Spanje zijn Podemos en Izquierda Unida (IU) tot een akkoord gekomen om voor de Europese parlementsverkiezingen van 2019 gezamenlijk met de lijst Unidos Podemos (UP) op te komen. Maar het rommelt bij UP. Bij de regionale verkiezingen in Madrid is medeoprichter van Podemos Iñigo Errejón opgestapt en komt met een aantal medestanders op tegen de UP-lijst, op de lijst van burgemeester Manuela Carmena. Ook in andere regio‘s ontstaan breuken binnen de coalities (confluencias) die gevormd werden voor de regionale verkiezingen in mei 2019. UP heeft duidelijk aan dynamiek verloren

De aanhangers van Gysi in de Partij van Europees Links (EL)

De EL was jarenlang de dominante formatie binnen de linkse fractie GUE/NGL in het Europees Parlement. Trouw aan de lijn Gysi (voorzitter van EL) zijn Die Linke ( 6 à 8%, 5 à 8 MEPs) en de Tsjechische KP (8,5%, 2 MEPs). Dan wordt het al wat moeilijker. AKEL (Cyprus, 23%, 2 MEPs) steunt politiek eerder Plan B posities en was destijds voor een uittrede uit de euro tegen de Trojka-dictaten die Cyprus werden opgelegd. Het is onduidelijk of SYRIZA (25%, 6 MEPs) binnenkort nog tot de linkse fractie zal behoren. De Sloveense Linkspartij (8%, 1 MEP) werd aanvankelijk in aanzienlijke mate ondersteund en gestabiliseerd door de spitzenkandidatuur van Tsipras voor de EL in 2014. Omwille van Tsipras‘ soberheidsbeleid, en ook zijn buitenlands beleid, heeft een meerderheid zich van hem afgekeerd, sympathiseert met Varoufakis en droomt van een zeer brede coalitie van linksen en progressieven.

Nemen we er ook de partijen bij die niet aangesloten zijn bij EL en met kans op verkozenen voor het Europees Parlement, en die zich uitspraken voor de oproep van de linkse en communistische partijen voor het voortbestaan van de linkse fractie in het Europees Parlement: de Portugese PCP/CDU die wel voor de uittrede uit de euro was (6,5%, 1 MEP) en de Belgische PTB/PVDA. Samen met SYRIZA (dat zich niet inzette voor het voortbestaan van GUE/NGL) zou dit hypothetische en politiek heterogene geheel neerkomen op zeven landen, maar slechts op 21MEPs, en wel op voorwaarde dat Die Linke het zeer goed doet. Maar ook dan zou het niet volstaan om een fractie te vormen.

 

DiEM25 werd aanvankelijk hoofdzakelijk als een ‘burgerbeweging van onderuit‘ opgevat, met als hoofddoel tegen 2025 tot een fundamentele democratisering en hervorming van de EU te komen. Programmatorisch komt DiEM25 op voor een Europese New Deal, een pseudo-keynesiaans begrip, dat het EU-kapitalisme van zichzelf moet redden. Eigenlijk wilde DiEM25 voor de Europese verkiezingen van 2019 een transnationale lijst opstellen, maar dat is niet mogelijk. In de plaats daarvan heeft deze beweging verschillende ‘kiesvleugels‘ in diverse landen van de EU, waar met de Europese New Deal als gemeenschappelijk programma opgetreden wordt onder het label ‘Europese Lente‘.

Om het kort te houden: het meest kans maakt nog de kandidatuur van Varoufakis zelf die in Duitsland opkomt voor ‘Democratie in Europa‘. In Duitsland volstaan immers bij de Europese verkiezingen 1% van de stemmen om een Europees mandaat te bemachtigen. De ‘profeet‘ zou er dus kunnen komen. De andere ‘kiesvleugels’ van de Europese Lente maken geen kans op een mandaat: in Griekenland Varoufakis’ partij MeRA25, in Frankrijk Hammons Génération-s,  in Polen Razem, in Portugal LIVRE (Rui Tavares, voorheen MEP voor Bloco in de GUE/NGL), in Denemarken Alternativet (groen libertair), in Spanië Actúa (Gaspar Llamazares, de voormalige secretaris-generaal van Izquierda Unida), ‘Der Wandel’ in Oostenrijk. Bij peilingen liggen al deze structuren duidelijk onder de kiesdrempel van de respectieve landen.

Varoufakis had veel hoop gesteld op een mogelijke Italiaanse kiesvleugel, onder leiding van de Napelse burgemeester Luigi De Magistris. Maar deze lijkt er niet in te slagen een lijst samen te stellen. In plaats daarvan probeert wat rest van voormalig ‘breed links’ (Sinistra Italiana, verder het sociaaldemocratisch restant van de LEU (Liberi e Uguali) en de Groenen) iets in elkaar te steken. Aan de radicaal linkse kant dient zich de rest van Potere al Popolo aan. Een zetel voor een van deze formaties is eerder onwaarschijnlijk.

Tussenbalans

Bij de laatste Europese verkiezingen in 2014 en ook daarna verklaarde de Partij van Europees Links (EL) nog vol hoop dat het zou komen tot een linkse omwenteling in Europa, aangestoken door de ‘vonk’ van SYRIZA in Griekenland. Maar vandaag biedt EL nog maar een vrij triest beeld.

Komt er uiteindelijk een toenadering tussen het blok rond Mélenchon en de anderen (maar waarschijnlijk zonder SYRIZA, waarvan het lidmaatschap van de linkse fractie in het Europees Parlement betwijfeld kann worden) ? Of gebeurt dat niet? Alle mogelijkheden blijven open. Het hangt er misschien ook van af hoe de Nederlandse SP (8%, 2 MEPs) of het Ierse Sinn Féin (17,4%, 3 MEPs) zich opstellen in deze discussie en de komende onderhandelingen.

De partijleiding van Die Linke heeft voorzichtigheidshalve de beslissing naar zich toe getrokken bij welke fractie de nieuw gekozen MEPs van de partij zich moeten aansluiten. Ze heeft ook bepaald dat MEPs die het niet eens zijn met de keuze van de partijleiding hun mandaat terug moeten geven. Het wordt uitkijken naar de beslissing die de leiding van Die Linke hierin zal nemen.

Voorlopig kunnen we alleen met Bertolt Brecht en Marcel Reich-Ranicki vaststellen: Het gordijn is dicht, alle vragen open.(*9)>

--------------------

Noten:

(*1) Het cijfer kan variëren, omdat de prognoses regelmatig geactualiseerd worden. [Noot van de vertaler]

(*2) Zwart is in Duitsland de kleur van Angela Merkels CDU. [Noot van de vertaler]

(*3) Horst Seehofer is een politicus van de CSU, de Beierse vleugel van de Duitse christendemocratie. Hij was 10 jaar lang minister-president van Beieren, en nu-Bondsminister van Binnenlandse Zaken. [Noot van de vertaler]

(*4) In Duitsland wordt onder rood-rood-groen een toenadering of coalitie verstaan van sociaaldemocraten (SPD), Die Linke en Groenen. [Noot van de vertaler]

(*5)Over deze ‘caucus‘, zie Ander Europa, Progressieve ‘caucus’ in Europees Parlement tegen CETA . [Noot van de vertaler]

(*6) Rifondazione had tot nog toe een Europese verkozenen, Eleonora Forenza, in het kader van de toenmalige (2014) Italiaanse lijst Un altra Europa con Tsipras, die met grote moeite drie verkozenen in het Europees Parlement kreeg. Het boegbeeld van de lijst, Barbara Spinelli (dochter van Altiero Spinelli, een van de auteurs van het ‘Manifest van Ventotene‘ tijdens de Tweede Wereldoorlog) trok zich weldra terug van deze lijst omwille van een conflict tussen Rifondazione en Nichi Vendolas van de lijst SEL. SEL (‘Links-Ecologie-Vrijheid‘) eiste haar terugtreden ten voordele van iemand van hun rangen. Spinelli bleef als onafhankelijke in de GUE/NGL. Ook toen al was er veel miserie bij wat restte van Italiaans links.

(*7) Zie https://www.politico.eu/ ; klik bovenaan op 2019 EU elections.  

(*8) MEP is de gebruikelijke afkorting voor europarlementslid, Member of the European Parliament.[Noot van de vertaler]

(*9) Het citaat, “Wir stehen selbst enttäuscht und sehn betroffen/Den Vorhang zu und alle Fragen offen” komt uit Brechts toneelstuk Der gute Mensch von Sezuan (1943). Het werd door de bekende Duitse recensent Reich-Ranicki steevast gebruikt om het literatuurprogramma Das Literarische Quartett op ZDF af te sluiten. [Noot van de vertaler]