Zoals bekend poneerde Jozef Stalin de these van ‘socialisme in één land’. Hij was daarover heel pragmatisch:

Als we tevoren wisten dat we niet opgewassen waren tegen de taak [van het opbouwen van socialisme in Rusland door onszelf], waarom moesten we dan in hemelsnaam de Oktoberrevolutie tot stand brengen? Als we het gedurende acht jaar hebben gefikst, waarom zouden we het niet fiksen in het negende, tiende of veertigste jaar?

(Door Sjaak Scheele, oorspronkelijk verschenen op krapuul)

Stalin was echter wel zo voorzichtig zijn these voor één specifiek land te laten gelden: Rusland. Hij vermeed generaliserende theorie. In Over de strijd voor ‘Socialisme in één land’ heb ik er zes jaar geleden iets meer over geschreven. Linkse politici na Stalin waren en zijn echter minder vertrouwd met socialistische theorie met als consequentie dat ieder land volgens hen een linkse maatschappij kan creëren. Linkse maatschappij omdat socialisme in de hedendaagse verhoudingen gerust mag worden verruimd naar linkse politiek teneinde de discussie niet bij voorbaat in een doctrinaire hoek te plaatsen.

Linkse politiek

Het idee van een linkse maatschappij in een willekeurig land is zeer actueel geworden na de Europese verkiezingen. De actualiteit hangt samen met verlies voor de meeste partijen uit de Europese parlementaire groepering GUE/NGL. Deze partijen, zoals de Nederlandse SP, doen hartstikke hun best om een linkse politiek in hun land te verwezenlijken. Ze doen dit echter zonder zich daarbij al te veel te bekommeren om de geschiedenis of de oorspronkelijke marxistische theorie, waarin internationale solidariteit de kerngedachte is. De Belgische partij PTB/PVDA, die eveneens deel uitmaakt van GUE/NGL, boekte wel winst, maar die profileert zich volmondig als pro-Europees en laat zich niet leiden door kortzichtige populistische overwegingen. De linkse kiezer lijkt zich dus de tekortkomingen van het populisme langzamerhand te realiseren.

Kortzichtigheid

Een aardige illustratie van kortzichtigheid geeft een recent artikel van Costas Lapavitsas. Hij herinnert ons eraan dat Labourleider Jeremy Corbyn een links project voor het VK wil. De Griekse econoom meent: als je zo’n project wil, dan kies je voor Brexit omdat de EU geen linkse politiek tolereert. Dat laatste klopt. Maar Lapavitsas fixeert zich alleen op Corbyns wens, en betrekt daarbij niet de kosten van Brexit en de mogelijkheden van een geïsoleerd VK. Is met andere woorden het VK in staat tot iets wat lijkt op ‘linkse politiek in één land’? Weglating van voor de hand liggende vragen maakt dat zijn verhaal geframed is in een ahistorische en economisch onrealistische context.

EU-exit

Maar als ‘linkse politiek in één land’ niet realistisch is voor het VK, is het dan onzin? De idee dient evenwel voor ieder land afzonderlijk beschouwd te worden. De VS lijkt vanwege de omvang en het economische potentieel in principe de grootste kans op realisatie ervan te maken. Voor wat betreft de EU-lidstaten stelt Francine Mestrum dat sommige landen misschien beter af zouden zijn buiten de EU of de Euro, maar ze zitten er nu eenmaal in en kunnen er onmogelijk op een positieve manier uit. De economische en electorale prijs zou gewoon te hoog zijn.

DiEM25

Als het lot van EU-lidstaten aan elkaar zit vastgeklonken, en een linkse politiek in enig land in EU-verband niet te realiseren is, zoals Lapavitsas terecht opmerkt, zou je denken dat een Europese linkse partij als DiEM25 als geroepen komt. Die heeft evenwel uiterst teleurstellend gescoord in de Europese verkiezingen. Menno Grootveld en Geert Lovink besteden er aandacht aan. Ze noemen als belangrijke reden voor het echec dat er een enorme kloof bestaat tussen de top (de ‘coterie’ van internationale beroemdheden rondom Yanis Varoufakis) en de basis van de beweging. Wat dat betreft kan DiEM25 leren van PTB/PVDA, die activistisch bewegingen aan de basis steunt. Nu lijkt DiEM25 nogal op een klein zusje van de Groenen. Groene standpunten zijn prima maar een nieuwe linkse politieke beweging heeft een onderscheidende thematiek nodig die de sociaal georiënteerde kiezer aanspreekt. Europese democratie is op zich niet iets waarvoor je, algemeen gesproken, van je luie bank afkomt. En met betrekking tot groene onderwerpen kun je na de verkiezingen altijd nog samenwerken met de Groenen.

DiEM25 kan in principe wel gelijk hebben, maar het gaat er in de politiek om dat te concretiseren in heldere, mobiliserende voorstellen. Die ontbreken tot nog toe. Maar op zich is de vorming van DiEM25 positief. Net zoals het verlies van partijen die vasthouden aan de idee van ‘linkse politiek in één land’ eigenlijk positief is. Dan kan links zich eindelijk gaan richten op de slogan van Karl Marx uit het Communistisch Manifest: proletariërs aller landen, verenigt u!