Ga naar de inhoud

Portugal, de bloem en de sikkel – J. Rentes de Carvalho

Grândola, vila morena en wat volgde…

13 min leestijd

(Oorspronkelijk verschenen op literairnederland.nl, met toestemming overgenomen)

Op 25 april 1974 werd met een geweldloze coup een eind gemaakt aan het autoritaire en gewelddadige regiem van premier Caetano, die in 1968 de beruchte dictator Salazar was opgevolgd. Deze Anjerrevolutie bracht het land een parlementaire democratie. Nu zou alles beter worden. Voorbij was het militaire (koloniale) geweld. Voorbij de uitbuiting van het eigen volk. Het land juichte. Heel Europa juichte.

Maar niet José Rentes de Carvalho. Hij was ten tijde van Salazar het land ontvlucht en doceerde in het revolutiejaar Portugese taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij voegde zich niet in het koor van feestvierders. Hij schreef zijn cynisme een jaar later van zich af in het, door zijn collega August Willemsen in het Nederlands vertaalde, Portugal, de bloem en de sikkel. Een geschiedenis. Er was weinig veranderd met de staatsgreep, vond hij: de nieuwe machthebbers waren bijna allemaal schatplichtig aan de oude. Met een bijtende spot schreef hij op hoe zijn moederland eeuwenlang was geplukt door de leiders. Die rovers kregen nu alleen een ander gezicht. En hij spaarde in zijn boek ook de bevolking zelf niet, die genoegen nam met illusies. De vroeger arme mensen schaften zich ineens spullen aan die ze helemaal niet nodig hadden, omdat ze dachten dat de macht om dat te kunnen was wat vrijheid voorstelde: ze konden het nu, want ze waren verlost.

Maar hoe zou men geen begrip kunnen hebben voor deze aanstellerij? Ze bezitten wat ze nooit gedroomd hadden te zullen hebben, plus geld op de bank! (…) Vele van deze vrouwen hebben zelf nog van de vroege ochtend tot de late avond gespit en gemaaid, hebben in de winter van de koude grond één voor één de olijven opgeraapt die de welgestelden achteloos in de mond steken. Ze hebben nog hun kinderen geworpen als beesten, ze hebben de angst gekend voor ziekten en geen geld te hebben voor de dokter of de medicijnen (…) denkend dat het Gods wil was. Net zoals ze tegenwoordig denken, omdat het hun zo gezegd wordt, dat de verbetering in hun levensomstandigheden een zegen Gods is, en dat God daarvoor betaald moet worden. En ze betalen, mannen en vrouwen, maar al te graag, opdat de ellende nooit meer terug zal keren.’

De auteur kreeg veel kritiek. Menigeen wierp zijn spot ver van zich: er gebeurde toch iets geweldigs in Portugal? In het land zelf werd zijn boek niet uitgebracht, maar ook in Nederland mocht de roes niet worden verstoord: er verscheen maar één recensie en er werden nog geen vijftig exemplaren verkocht.

Pas dit jaar verscheen het boek in Portugal; binnen een week was de eerste druk uitverkocht. Veertig jaar nadat het radiostation Rádio Renascença het lied Grândola, vila morena (Grândola, het bruine dorp) ten gehore bracht en daarmee het startsein gaf voor de revolutie, is het gewild.

In Nederland is nu tegelijkertijd een herdruk verschenen in de reeks Kritische Klassieken van Uitgeverij Schokland.

Rentes de Carvalho doet zijn verhaal in twintig min of meer thematische hoofdstukken, die in chronologische orde zijn gerangschikt. Daaraan zijn eveneens, meestal door hem zelf geschreven appendices toegevoegd, toevallig ook twintig, die uitweiden over gegevens, statistieken, stellingen enzovoort, die hij in het boek gebruikt.

Strikt gescheiden zijn de thema’s niet. Het ene houdt nu eenmaal verband met het andere. Tot aan 1974 zijn dat bijvoorbeeld de verkiezingen die altijd kluchten waren. En de grote verschillen tussen het platteland en de hoofdstad Lissabon. In vrijwel het hele boek komt de enorme emigratie van Portugezen om de hoek kijken: omdat de bewoners nauwelijks te eten hebben, is er een grote trek naar andere landen om daar geld te verdienen en het thuisfront te kunnen onderhouden (op pagina 72 noemt de schrijver Parijs qua inwonertal de derde stad van Portugal). Een verbijsterend thema is het optreden van Portugal in de koloniën Guinee-Bissau, Angola en Mozambique, waar de macht geldverslindend en met zinloos bloedvergieten moet worden gehandhaafd om enige status te behouden tegenover Europese naties met rijkere wingewesten. En er is het wonder van Fatima, de verschijning van Maria aan drie herderskinderen in het begin van de 19de eeuw, die door de Portugese leiders, gesteund door de kerk, gretig wordt ingezet om het volk te laten geloven dat God (en de regering) het beste met land voor heeft.

Rentes de Carvalho heeft veel oog voor de absurditeiten waartoe die geschiedenis van Portugal leidde. Ronduit vermakelijk – als het niet zo wrang zou zijn – is bijvoorbeeld het hoofdstuk over de censuur onder Salazar en Caetano. De censoren kunnen hun werk nauwelijks goed doen omdat ze genadeloos worden afgestraft als ze fouten maken. Uit angst onwelgevallige publicaties in kranten over het hoofd te zien, knippen ze daarom maar alles uit, waardoor de censuur zichzelf belachelijk maakt. Er wordt in al dat knipwerk meer gelet op woorden dan op inhoud: bij gebruik van nauwelijks verdachte termen schiet de schaar al in het papier. Een klein maar prachtig voorbeeld is dat over Paus Paulus VI. Die heeft in 1961 een opmerking gemaakt over de Portugese politiek, die Salazar niet beviel. Vier jaar later wilde een tijdschrift een artikel publiceren waarin de zin voorkwam ‘Paulus VI is een intelligent man’. De schaar amputeerde het woord ‘intelligent’, waardoor in de goedgekeurde tekst bleef staan: ‘Paulus VI is een man’.

Onder de Salazar-Caetanodictatuur kroop iedereen in zijn schulp. Rentes de Carvalho stelt dat er geen noemenswaardige literatuur werd voortgebracht omdat de schrijvers te laf waren om hun hart uit te storten: ‘Als de censuur er niet was, zeiden ze, zouden ze grootse dingen schrijven. Wanneer de vrijheid kwam, dan zouden ze de manuscripten uit de laden halen, de meesterwerken, de door het fascisme verstikte hartenkreten. De vrijheid kwam op 25 april 1974, maar de laden waren helaas leeg’.

Dat is allemaal geschiedenis als Rentes de Carvalho in 1975 zijn Portugal, de bloem en de sikkel schrijft. Maar de essentie van zijn boek is dat hij aantoont, zo vers na de staatsgreep, dat er geen reden is om te verwachten dat het plotseling beter is geworden. Die stellingname beviel vrijwel niemand en daarom was het boek de ramsj beschoren. Het is zinvol om het 40 jaar na dato alsnog ter hand te nemen om te beoordelen in hoever onze eigen kijk destijds vertroebeld was door de euforie.

Daar komt bij dat Portugal, de bloem en de sikkel een boek is dat ook nu nog kostelijk is om te lezen. Het is verrassend fris van stijl en toon en de vlammende, giftige pen doet ook nu nog zijn werk. Natuurlijk zijn alle gebruikte statistische cijfers (en daarmee bijna het hele hoofdstuk 2) van vóór 1975. Maar dat maakt het boek niet minder de moeite waard, vooral omdat de persoonlijke stem van Rentes de Carvalho, die zelf de dictatuur van zijn land ontvluchtte, zo aanwezig is. Oppervlakkig lezend zou je denken dat hij toen rancuneus afgaf op zijn vaderland, maar tussen de regels door is voelbaar hoezeer hij er tijdens het schrijven aan leed dat het land dat hij liefhad weer een illusie rijker was. En hoezeer hij zich alleen voelde te midden van landgenoten en sympathisanten die zonder reserve de vlag uithingen.

Portugal, de bloem en de sikkel
Een geschiedenis

Auteur: J. Rentes de Carvalho
Verschenen bij: Uitgeverij Schokland (2014)
Aantal pagina’s: 262
Prijs:  € 24,50

Op 25 april 1974 werd met een geweldloze coup een eind gemaakt aan het autoritaire en gewelddadige regiem van premier Caetano, die in 1968 de beruchte dictator Salazar was opgevolgd. Deze Anjerrevolutie bracht het land een parlementaire democratie. Nu zou alles beter worden. Voorbij was het militaire (koloniale) geweld. Voorbij de uitbuiting van het eigen volk. Het land juichte. Heel Europa juichte.
Maar niet José Rentes de Carvalho. Hij was ten tijde van Salazar het land ontvlucht en doceerde in het revolutiejaar Portugese taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij voegde zich niet in het koor van feestvierders. Hij schreef zijn cynisme een jaar later van zich af in het, door zijn collega August Willemsen in het Nederlands vertaalde, Portugal, de bloem en de sikkel. Een geschiedenis. Er was weinig veranderd met de staatsgreep, vond hij: de nieuwe machthebbers waren bijna allemaal schatplichtig aan de oude. Met een bijtende spot schreef hij op hoe zijn moederland eeuwenlang was geplukt door de leiders. Die rovers kregen nu alleen een ander gezicht. En hij spaarde in zijn boek ook de bevolking zelf niet, die genoegen nam met illusies. De vroeger arme mensen schaften zich ineens spullen aan die ze helemaal niet nodig hadden, omdat ze dachten dat de macht om dat te kunnen was wat vrijheid voorstelde: ze konden het nu, want ze waren verlost.

Maar hoe zou men geen begrip kunnen hebben voor deze aanstellerij? Ze bezitten wat ze nooit gedroomd hadden te zullen hebben, plus geld op de bank! (…) Vele van deze vrouwen hebben zelf nog van de vroege ochtend tot de late avond gespit en gemaaid, hebben in de winter van de koude grond één voor één de olijven opgeraapt die de welgestelden achteloos in de mond steken. Ze hebben nog hun kinderen geworpen als beesten, ze hebben de angst gekend voor ziekten en geen geld te hebben voor de dokter of de medicijnen (…) denkend dat het Gods wil was. Net zoals ze tegenwoordig denken, omdat het hun zo gezegd wordt, dat de verbetering in hun levensomstandigheden een zegen Gods is, en dat God daarvoor betaald moet worden. En ze betalen, mannen en vrouwen, maar al te graag, opdat de ellende nooit meer terug zal keren.’

De auteur kreeg veel kritiek. Menigeen wierp zijn spot ver van zich: er gebeurde toch iets geweldigs in Portugal? In het land zelf werd zijn boek niet uitgebracht, maar ook in Nederland mocht de roes niet worden verstoord: er verscheen maar één recensie en er werden nog geen vijftig exemplaren verkocht.
Pas dit jaar verscheen het boek in Portugal; binnen een week was de eerste druk uitverkocht. Veertig jaar nadat het radiostation Rádio Renascença het lied Grândola, vila morena (Grândola, het bruine dorp) ten gehore bracht en daarmee het startsein gaf voor de revolutie, is het gewild.
In Nederland is nu tegelijkertijd een herdruk verschenen in de reeks Kritische Klassieken van Uitgeverij Schokland.

Rentes de Carvalho doet zijn verhaal in twintig min of meer thematische hoofdstukken, die in chronologische orde zijn gerangschikt. Daaraan zijn eveneens, meestal door hem zelf geschreven appendices toegevoegd, toevallig ook twintig, die uitweiden over gegevens, statistieken, stellingen enzovoort, die hij in het boek gebruikt.
Strikt gescheiden zijn de thema’s niet. Het ene houdt nu eenmaal verband met het andere. Tot aan 1974 zijn dat bijvoorbeeld de verkiezingen die altijd kluchten waren. En de grote verschillen tussen het platteland en de hoofdstad Lissabon. In vrijwel het hele boek komt de enorme emigratie van Portugezen om de hoek kijken: omdat de bewoners nauwelijks te eten hebben, is er een grote trek naar andere landen om daar geld te verdienen en het thuisfront te kunnen onderhouden (op pagina 72 noemt de schrijver Parijs qua inwonertal de derde stad van Portugal). Een verbijsterend thema is het optreden van Portugal in de koloniën Guinee-Bissau, Angola en Mozambique, waar de macht geldverslindend en met zinloos bloedvergieten moet worden gehandhaafd om enige status te behouden tegenover Europese naties met rijkere wingewesten. En er is het wonder van Fatima, de verschijning van Maria aan drie herderskinderen in het begin van de 19de eeuw, die door de Portugese leiders, gesteund door de kerk, gretig wordt ingezet om het volk te laten geloven dat God (en de regering) het beste met land voor heeft.

Rentes de Carvalho heeft veel oog voor de absurditeiten waartoe die geschiedenis van Portugal leidde. Ronduit vermakelijk – als het niet zo wrang zou zijn – is bijvoorbeeld het hoofdstuk over de censuur onder Salazar en Caetano. De censoren kunnen hun werk nauwelijks goed doen omdat ze genadeloos worden afgestraft als ze fouten maken. Uit angst onwelgevallige publicaties in kranten over het hoofd te zien, knippen ze daarom maar alles uit, waardoor de censuur zichzelf belachelijk maakt. Er wordt in al dat knipwerk meer gelet op woorden dan op inhoud: bij gebruik van nauwelijks verdachte termen schiet de schaar al in het papier. Een klein maar prachtig voorbeeld is dat over Paus Paulus VI. Die heeft in 1961 een opmerking gemaakt over de Portugese politiek, die Salazar niet beviel. Vier jaar later wilde een tijdschrift een artikel publiceren waarin de zin voorkwam ‘Paulus VI is een intelligent man’. De schaar amputeerde het woord ‘intelligent’, waardoor in de goedgekeurde tekst bleef staan: ‘Paulus VI is een man’.

Onder de Salazar-Caetanodictatuur kroop iedereen in zijn schulp. Rentes de Carvalho stelt dat er geen noemenswaardige literatuur werd voortgebracht omdat de schrijvers te laf waren om hun hart uit te storten: ‘Als de censuur er niet was, zeiden ze, zouden ze grootse dingen schrijven. Wanneer de vrijheid kwam, dan zouden ze de manuscripten uit de laden halen, de meesterwerken, de door het fascisme verstikte hartenkreten. De vrijheid kwam op 25 april 1974, maar de laden waren helaas leeg’.

Dat is allemaal geschiedenis als Rentes de Carvalho in 1975 zijn Portugal, de bloem en de sikkel schrijft. Maar de essentie van zijn boek is dat hij aantoont, zo vers na de staatsgreep, dat er geen reden is om te verwachten dat het plotseling beter is geworden. Die stellingname beviel vrijwel niemand en daarom was het boek de ramsj beschoren. Het is zinvol om het 40 jaar na dato alsnog ter hand te nemen om te beoordelen in hoever onze eigen kijk destijds vertroebeld was door de euforie.

Daar komt bij dat Portugal, de bloem en de sikkel een boek is dat ook nu nog kostelijk is om te lezen. Het is verrassend fris van stijl en toon en de vlammende, giftige pen doet ook nu nog zijn werk. Natuurlijk zijn alle gebruikte statistische cijfers (en daarmee bijna het hele hoofdstuk 2) van vóór 1975. Maar dat maakt het boek niet minder de moeite waard, vooral omdat de persoonlijke stem van Rentes de Carvalho, die zelf de dictatuur van zijn land ontvluchtte, zo aanwezig is. Oppervlakkig lezend zou je denken dat hij toen rancuneus afgaf op zijn vaderland, maar tussen de regels door is voelbaar hoezeer hij er tijdens het schrijven aan leed dat het land dat hij liefhad weer een illusie rijker was. En hoezeer hij zich alleen voelde te midden van landgenoten en sympathisanten die zonder reserve de vlag uithingen.

Portugal, de bloem en de sikkel
Een geschiedenis

Auteur: J. Rentes de Carvalho
Verschenen bij: Uitgeverij Schokland (2014)
Aantal pagina’s: 262
Prijs:  € 24,50