Ga naar de inhoud

Multinationals shoppen investeringsverdragen in Nederland

Nederlandse bilaterale investeringsverdragen faciliteren ‘treaty shopping’ door multinationale ondernemingen. In Nederland gevestigde multinationale ondernemingen (MNO’s) die investeren in het buitenland maken dankbaar gebruik van Nederlandse investeringsbeschermings-overeenkomsten (IBO’s). Middels deze verdragen is al voor meer dan 100 miljard dollar schadevergoedingen geëist van buitenlandse overheden voor vermeende schade aan de winstgevendheid van hun investeringen. Dit is één van de bevindingen uit het vandaag gelanceerde SOMO-rapport Dutch Bilateral Investment Treaties. A gateway to ‘treaty shopping’ for investment protection by multinational companies. Uit het onderzoek blijkt ook dat het bij de meerderheid van deze ondernemingen gaat om zogenaamde ‘brievenbus-maatschappijen’ die geen personeel in dienst hebben en geen concrete economische activiteiten in Nederland ontplooien.

2 min leestijd
treatycover

Het is een bekend gegeven dat veel multinationale ondernemingen mede in Nederland zijn gevestigd vanwege het aantrekkelijke Nederlandse belastingregime dat belastingontwijking faciliteert. Minder bekend is het schimmige maar verstrekkende terrein van de Nederlandse IBO’s. Deze verdragen staan er internationaal om bekend toegankelijk en aantrekkelijk te zijn voor buitenlandse investeerders. Nederland beschikt over één van de meest uitgebreide netwerken van bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomsten ter wereld. De Nederlandse IBO’s, die buitensporige rechten en slechts zeer minimaal plichten aan investeerders toekennen, tasten beleidsruimte van overheden aan en vormen een bedreiging voor duurzame ontwikkeling en het waarborgen van collectieve belangen en publieke diensten. Omdat de aanwezigheid van buitenlandse investeerders, in het bijzonder uit opkomende economieën, in toenemende mate voelbaar in Europa voelbaar is, vormt dit ook een risico voor Nederland zelf. SOMO-onderzoekster Roos van Os onderstreept dat ‘treaty shopping’ de mogelijkheden vergroot om gebruik te maken van de gaten in de wet als het gaat om regulering van multinationale ondernemingen: “In tegenspraak met recente adviezen van de Verenigde Naties zijn verdragsparadijzen zoals Nederland vaak zeer terughoudend in het toezicht houden op extraterritoriale activiteiten van multinationals die in hun land zijn gevestigd. Dit vergroot de kloof tussen noodzakelijk mondiaal toezicht op multinationale ondernemingen en de weerbarstige realiteit.”

Als gevolg van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon (2009), wordt er nu een gemeenschappelijk Europees investeringsbeleid ontwikkeld, waar op termijn alle IBO’s van de lidstaten in worden ondergebracht. Het Europese Parlement stelt een betere balans tussen de rechten en de plichten van investeerders voor. Echter, Nederland en een aantal andere landen zijn nauwelijks bereid om hieraan tegemoet te komen. Onderzoekster Roeline Knottnerus is kritisch: “Investeringen worden door overheden gezien als een ontwikkelingsinstrument. Maar tegelijkertijd wordt steeds breder onderkend dat bedrijfsactiviteiten, en zeker die van grote multinationale ondernemingen, een enorme, negatieve impact kunnen hebben op mensenrechten en duurzame ontwikkeling. De exponentiële groei van transnationale economische activiteiten en arbitragezaken sinds de jaren ’90 maakt het noodzakelijk om de huidige kaders voor investeringsbescherming kritisch tegen het licht te houden.”

In de aanbevelingen van het rapport stelt SOMO dat Nederland zou moeten stoppen met het faciliteren van ‘treaty-shopping’ rond investeringsovereenkomsten. In plaats daarvan moet Nederland inzetten op standaarden die multinationals de nodige verplichtingen opleggen om te zorgen dat buitenlandse directe investeringen daadwerkelijk bijdragen aan sociaal rechtvaardige en duurzame ontwikkeling.

Dossier Handel & investeringen

Engelstalige aankondiging.

Download rapport hier (pdf)