Ga naar de inhoud

Heruitvinden Van De Democratie?

In een vraaggesprek roept de Kameroense historicus en politicoloog Achille Mbembe op de democratie vanuit het levende opnieuw uit te vinden (réinventer la démocratie). Kortgeleden schreef ik echter nog, oproepen tot opnieuw uitvinden van de democratie onzin te vinden (zie Online). Hoewel ik daarbij blijf, kan ik mij voorstellen, gelet op de context, dat Mbembe die oproep doet.

10 min leestijd

In een vraaggesprek roept de Kameroense historicus en politicoloog Achille Mbembe op de democratie vanuit het levende opnieuw uit te vinden (réinventer la démocratie). Kortgeleden schreef ik echter nog, oproepen tot opnieuw uitvinden van de democratie onzin te vinden (zie Online). Hoewel ik daarbij blijf, kan ik mij voorstellen, gelet op de context, dat Mbembe die oproep doet. Het vraaggesprek vindt plaats naar aanleiding van een recent boek van hem. Het boek draagt als titel La communauté terrestre (Aardse gemeenschap).

Mbembe beschrijft een fundamenteel andere manier van kijken naar samenleven dan wij in het westen gewend zijn. In feite heeft hij het over maatschappijverandering, wat ook vraagt om een daaraan aangepast idee over beheers- en bestuurssystemen. Want, en dat kunnen we met hem eens zijn, wat we om ons heen zien, in Europa of in Afrika, heeft niets meer van doen met democratie: beheer en bestuur van het volk door het volk. Het genoemde boek van hem heb ik niet gelezen, wel het vraaggesprek in Le Monde des livres van 3 maart 2023. Dat vormt hier de basis om bepaalde ideeën van Achille Mbembe onder de aandacht te brengen. [ThH]

Achille Mbembe studeerde in Parijs. Later ging hij doceren in Universiteit van de Witwatersrand (Zuid-Afrika). Hij is onder meer directeur van ‘Fondation de l’innovation pour la démocratie’ (Stichting Innovatie voor Democratie). Wat ziet Achille Mbembe om zich heen als het om beheers- en bestuurssystemen gaat? Een teruggang van democratie. In een discussiestuk voor Le Monde Afrique van 5 oktober 2022 merkt hij op: ‘Presidentschappen voor het leven. Overerving van vader op zoon. Derde termijn syndroom. Gemanipuleerde verkiezingen. Korporaals, kolonels en andere gewapende mannen bejubeld in de straten van Afrikaanse hoofdsteden in de nasleep van staatsgrepen, door gedesoriënteerde jongeren, zonder werk en klaar om hun leven te riskeren op gevaarlijke migratieroutes. Op sociale media worden autoritaire regimes eindeloos geprezen en bijna overal xenofobie, racisme en samenzwering gekleed in het masker van het panafrikanisme.’

Wat ik zal doen is eerst in te gaan op zijn idee over het ‘antropo-technoceen’ dat hij opvoert, waarbij ik aandacht schenk aan de technosfeer die autonoom zou zijn geworden. Dit brengt ons vervolgens bij een kapitalisme kritiek en de noodzaak tot systeemverandering. Dat loopt ten derde uit op het overdenken van een bij die verandering passende democratie.

Technologie

In het vraaggesprek van 3 maart 2023 vindt men punten die te interessant zijn om ze ongenoemd te laten. Het eerste punt waarom het draait, betreft de technologie. Mbembe ziet dat die zo nadrukkelijk aanwezig is, dat hij spreekt over het ‘antropo-technoceen’. Hij neemt daarmee aan dat de techno-sfeer en de biosfeer vanaf nu onlosmakelijk verbonden zijn. Maar laten we wel zijn. Dit is een voorstelling, een zienswijze en geen bewezen onlosmakelijke verbinding. Het is een visie om technologiekritiek doelloos te maken: kritiek helpt niet meer vanwege de aangenomen verbinding met de biosfeer. En hoe zou je kritiek op de biosfeer kunnen hebben?

Kortom, ik meen dat techno-kritiek naar alle kanten mogelijk moet blijven. Tot een van die kanten behoort ook waar techniek (of technologie) een ogenschijnlijke autonome (door)werking heeft in de maatschappij en een inwerking op mensen. Ogenschijnlijk. Een bepaalde gebruikte techniek kan namelijk immanent een functionele werking hebben. Daarop moet je wel bedacht zijn. Wie van tevoren al deze werking weet te onderkennen – en ze om welke reden ook onwenselijk vindt, kan zich dus op die grond tegen deze techniek verzetten.

Als voorbeeld gebruik ik hier vaak de oprichting van een windmolen, ten behoeve van het opleveren van een draaiende kracht (bijvoorbeeld voor het aandrijven van een pomp om overtollig water te lozen of om de stenen te laten draaien voor het malen van graan). Immanent aan de werking van zo’n type molen is windvang. Wil dat gegarandeerd zijn, dan mag er binnen een zekere straal rond die molen niet boven een bepaalde hoogte gebouwd worden. Dat is het effect van ‘de immanente wet van de functionele structuur’ van een bepaalde technologie.

Deze ‘wet’ legt een onlosmakelijke verbinding met wat wij willen (wel of geen molen vanwege het wel of niet aanvaarden van de consequenties die windvang meebrengen). Dit opent tegelijk de discussie over democratie: wie spreken mee over de al dan niet oprichting van een windmolen? De kring van (belanghebbende) mensen wordt in dit voorbeeld mede uitgemaakt door de uitgemeten straal van de windvang. Welk soort verbindingen zijn nog meer te leggen gelet op zo’n quasi-autonome werking inherent aan de gebruikte techniek, quasi omdat die wilsafhankelijk blijkt.

In het kader van het antwoord op die vraag is het niet zo vreemd als Achille Mbembe verwijst naar de Franse etnoloog en archeoloog André Leroi-Gourhan (1911-1986). Die hield zich in zijn prehistorisch onderzoek met techniek bezig. Mbembe neemt diens gedachten over van de creatie van gereedschappen en van de techniek als verlengstuk van het menselijk lichaam. Dat lijkt mij acceptabel. Je kan er evenwel niet de autonomie van de techniek uit afleiden, want opnieuw speelt hier een keuzeproblematiek. In feite repeteert zich wat we hierboven al vonden. Het ‘wij willen!’.

Zo is bekend dat in de prehistorie – in diverse gebieden – de ploeg als werktuig zijn intrede deed. Dat werktuig maakte het mogelijk meer te produceren (graan) dan voor eigen gebruik (familie, stam) nodig was. De overproductie moest worden opgeslagen, leidde tot handel, enzovoort. We herkennen onmiddellijk welk uitbuitings- en machtssysteem zich ontwikkelde. Opmerkelijk is dat er evenwel ook stammen waren die dat als het ware voorzagen en weigerden om meer te produceren dan noodzakelijk was. Zouden zij een ploeg hebben uitgevonden, dan zou die gebruikt zijn om minder te werken… Dus al duizenden jaren geleden waren er mensen die zeiden: ‘Bekijk het maar, wij willen niet!’; (zie voor meer informatie over deze prehistorische problematiek hoofdstuk 8 en 9 van mijn boek Volken zonder staat, Utrecht, 2018).

Het hoeft allemaal niet zoveel en zo snel wisten sommigen in de prehistorie al. Heden begint dit besef opnieuw door te dringen. Het is in bepaalde moderne sociale bewegingen terugvinden (van ‘fast food’ naar ‘slow food’). Het heeft zelfs zijn uitwerking in de wetenschap met slow science. Iemand die zich daarmee veel beziggehouden heeft, is de Belgische wetenschapstheoretica Isabelle Stengers onder meer met haar Une autre science est possible (Paris, 2013). Slow science…weg uit de perversie van de kenniseconomie (zie Online).

Kapitalismekritiek en drang tot ‘systemchange’

Opvalt in het vraaggesprek met Achille Mbembe is, dat er op impliciete manier kritiek op het kapitalisme geleverd wordt (impliciet omdat nergens de term kapitalisme gebruikt wordt). Het is te ontlenen aan het uitgangspunt waar het menselijk lichaam als een natuurlijk bron verschijnt en het lichaam een object van handelswaar geworden is (une marchandisation). Dat is het geval met personen van Afrikaanse oorsprong. ‘Je kan dus geen ecologische kritiek geven, aldus Mbembe, zonder rassenkritiek en kritiek op het kolonialisme’.

Hier is uiteindelijk toch bloot komen te liggen, wat onder ogen gezien moet worden.  De destructie inherent aan het inzetten van kapitalisme wordt mede opgang gehouden door beheers- en bestuurssystemen waaraan wij ondergeschikt zijn – waarvoor als afleidingsmanoeuvre de term ‘democratie’ wordt ingezet. En hoewel wij die destructie afwijzen, verlenen wij met onze ondergeschiktheid legitimatie voor het continueren van de destructie. Inderdaad een paradoxaal systeem.

In het ene geval zal het beheers- en bestuurssysteem ‘democratisch’ heten, en in het andere geval gaat het om dictatoriale, autocratische regimes. Bij alle komen we echter tegen facetten van wat de Franse kritische geograaf Christophe Guilluy weergeeft (in zijn rubriek in Marianne van 2-8 maart 2023).  De skyline van de Indonesische hoofdstad Jakarta verdwijnt langzaam in zee – een ritme van 25 cm per jaar. Zo zal 40% van de hoofdstad onder de zeespiegel komen. De stad bezwijkt namelijk onder zijn gewicht (onder meer de betonning). Aan de andere kant van de Pacific, heb je in San Francisco een wolkenkrabber (gebouwd 2009), die 7 cm per jaar zakt (sinds zijn bouw in totaal 45 cm). Oorzaak? Zijn fundering is niet berekend op het dragen van zo’n zware constructie.

De tekenen van catastrofes zijn opgemerkt, maar men gaat door, men versnelt zelfs. Verslaafd als men is aan accumulatie(van rijkdom, van beton, enz.). De ‘wereld daar boven’, kan niet en wil niet het groeimodel loslaten, merkt Guilluy op. Systemchange is dus onontbeerlijk, maar hoe?

Democratie van het levende

In het vraaggesprek met Mbembe loopt het uit op een discussie over oplossingen van de ecologische crisis. En daar verschijnt de kwestie van het vinden van andere bronnen die het mogelijk maken de politiek opnieuw te funderen. Zijn idee is niet de erfenis van de moderne filosofie geheel te vernietigen. ‘De Afrikaanse filosofieën of die van de inheemse volken, hebben gedachten over het zijn, het subject en de veel rijkere relatie tussen beide, dan die gefundeerd is op berekening (calcul), winst en het contract’. De noodzakelijke systeemverandering brengt mee het denken ‘nieuwe reizen te laten maken’, waarna de vraag volgt hoe men zich concreet een gemeenschap (een aardse) met niet-menselijke entiteiten moet voorstellen.

Mbembe herinnert eraan, in zijn antwoord op die vraag, dat in geval van de Afrikaanse mythes die hij bestudeerde, niet het idee heerst om bijvoorbeeld aan bergen en andere entiteiten als bossen of wateren dezelfde rechten toe te kennen als aan mensen. Waar het om gaat, is de grote diversiteit van alles wat is, diens veelheid, als consequentie, aan ieder ervan hun bijzonderheid en oorsprong te erkennen. In het vervolg daarop dient men te erkennen dat het levende per definitie onbegrensd is. Hier komt hij dan te spreken over een democratie van het levende. Maar hij weet ook dat de democratie in diskrediet gebracht is, dat er zelfs een haat tegen bestaat. [Zo’n 20 jaar geleden schreef de Franse filosoof Jacques Rancière al zijn boek La haine de la démocratie (Haat tegen de democratie), Paris, 2005; in het Nederlands vertaald, 2017.]

Voor Mbembe is het ander woord voor echte democratie: het levende, en het eigene van het levende, organiek gezien, het ademen. ‘De democratie en het levende vestigen heden de twee voornaamste ingangen voor hen die er naar verlangen een bewoonbare wereld voor allen in te richten, waar iedereen kan ademhalen. Welnu van daaruit is de democratie opnieuw uit te vinden’, aldus Mbembe. ‘In de zin dat de aarde het verblijf voor allen is, betekent wonen noodzakelijkerwijs samenwonen en is een recht op gastvrijheid en een recht om te ademen voor iedereen absoluut fundamenteel’ (Mbembe).

De onbeantwoorde vraag na dit betoog zal voor menigeen zijn: hoe formeren we de kracht van dit denken tot een vermogen van metamorfose? De roep om ‘systemchange’ is luid, maar waar zit het lipje ‘Hier openen’…

Thom Holterman (mede gebaseerd op ‘Achille Mbembe: Réinventer la démocratie à partir du vivant’, in : Le Monde van 3 maart 2023).