Ga naar de inhoud

Heersers dwingen te gehoorzamen

“Water is meer waard dan goud. We kunnen zonder goud leven, maar niet zonder water.” Aldus Miguel Rivera, actief in het verzet tegen de komst van een goudmijn bij zijn dorp in El Salvador. Het gaat hem niet alleen om materiële verbeteringen, maar ook om levenskwaliteit, behoud van de aarde en zelfbeheer. Rivera is een van de ruim zeventig leiders van sociale bewegingen die hun verhaal vertellen in Until the Rulers Obey. Voices from Latin American Social Movements

6 min leestijd

(oorspronkelijk verschenen op de website van La Chispa)

Onder redactie van twee journalisten uit de Verenigde Staten werkten bijna dertig mensen aan dit boek: met deze bewegingen sympathiserende journalisten, wetenschappers en activisten of combinaties daarvan. Bijna evenveel vrouwen als mannen en driekwart uit de VS, een kwart uit Latijns Amerika en één Nederlander, Raphael Hoetmer, die als onderzoeker in Peru samenwerkt met sociale bewegingen en ook artikelen schreef voor La Chispa.

Na een verhelderende algemene inleiding krijgen vijftien landen ieder een dertigtal pagina’s toegemeten. Die beginnen met zes-zeven pagina’s – meestal goede en soms voortreffelijke – inleiding om de context aan te geven. Dan volgen interviews van gemiddeld vijf pagina’s. Het gaat om bewegingen van kleine boeren, landarbeiders, krottenwijkbewoners, vrouwen, studenten, inheemse groepen, seksuele minderheden en jongeren. Daarnaast zijn er mensenrechtenactivisten, ecologische bewegingen en mensen die collectief een bedrijf of eigen media hebben opgezet of een failliet bedrijf voortgezet.

Wegjagen

Geen continent kent tegenwoordig zulke sterke sociale bewegingen als Latijns Amerika en nergens wordt socialisme zo sterk als wenkend perspectief gezien. De vakbeweging, jarenlang de sterkste beweging, heeft minder invloed en nieuwe bewegingen hebben de leidende rol overgenomen. De afgelopen jaren droegen die sterk bij aan het wegjagen van regeringen in Argentinië, Ecuador, Bolivia en Peru en wonnen linkse presidentskandidaten in Brazilië (Lula), Bolivia (Morales) en Paraguay (Lugo) vooral door steun van deze bewegingen.

De bewegingen juichten de komst van linkse regeringen in deze en andere landen toe, maar dat stelde hen ook voor nieuwe vragen. Hoe stel je je op tegenover geestverwante regeringen, die toch vaak je wensen niet willen of kunnen uitvoeren? Meestal kiezen ze voor behoud van hun autonomie en willen zich niet laten inpakken. Dat is niet altijd gemakkelijk, zeker niet met autoritaire regeringen als in Venezuela en Nicaragua. Als je niet voor de regering bent, noemt de regering je snel vijand of ‘imperialistisch agent’.

In Ecuador en andere landen raakten inheemse groepen en ecologische bewegingen hevig in conflict met regeringen die milieuverwoestende mijnbouw bevorderen om snel aan geld te komen. Die bewegingen vinden de regeringen niet democratisch of socialistisch, maar eerder dictatoriaal en rechts. Ook overheidsuitkeringen aan de armste groepen, die hebben geleid tot vermindering van armoede en ongelijkheid, brengen de bewegingen in een lastig parket. Ze willen ook minder armoede en ongelijkheid, maar vrezen dat de afhankelijke ontvangers van uitkeringen cliëntelistisch door partijen gemanipuleerd worden en minder bereid zijn zelf voor hun rechten te strijden. Van aanpakken van de kapitalistische wortels van de armoede komt dan weinig terecht.

Kosmologie

Bewegingen hechten aan hun autonomie, niet alleen tegenover politieke partijen en de staat. Autonomie betekent ook dat ze in ‘bevrijde’ gebieden, zoals terreinbezettingen voor huisvesting in steden en landbezettingen voor landbouw, zoveel mogelijk hun eigen zaken willen regelen. Vaak klinken oude anarchistische idealen – de Latijns-Amerikaanse arbeidersbeweging kende een eeuw geleden een sterke anarchistische stroming – door. Een Colombiaanse vredesactivist ziet het liefst helemaal geen regering en een radicale Chileense feministe (de enige in het boek met een pseudoniem) wil geen legalisering van abortus door de staat. Vrouwen moeten dat zelf regelen.

De meeste bewegingen zien zich als links of socialistisch, maar veel inheemse bewegingen voelen niets voor deze ‘westerse’ tegenstelling tussen links en rechts. Vanuit hun kosmologie moeten zulke tegenstellingen juist worden overbrugd. Ook op lokaal niveau zie je vaak dat linkse en rechtse groepen gewoon samenwerken.

Opmerkelijk is ook het standpunt van een jonge leider van een organisatie van werkende kinderen uit Paraguay. Hij vindt het streven van internationale organisaties als Unicef om kinderarbeid te verbieden paternalistisch. Het houdt geen rekening met de betekenis van werk in inheemse gemeenschappen.

Optimistische en pessimistische geluiden houden elkaar aardig evenwicht, met regionale verschillen. Bij de hoofdstukken over Mexico en Midden-Amerika zakt de moed je soms in de schoenen bij al die repressie en massamoorden en weinig succesvol verzet. In de meeste Zuid-Amerikaanse landen is die repressie minder hevig en bereiken bewegingen vaker resultaten.

Goed-slecht indeling

Bijna geheel afwezig is de katholieke kerk. Dertig jaar geleden zouden zeker vanuit de kerk sociaal gemotiveerde mensen zijn geïnterviewd. Dat was in de tijd van sterke basisgemeenschappen en de bevrijdingstheologie, die sindsdien vanuit Rome de kop zijn ingedrukt. Oudere geïnterviewden noemen wel een paar keer kerkelijke steun bij het opzetten van hun organisatie in die tijd, toen onder de militaire dictaturen de kerk enige bescherming bood.

Dit boek is in veel opzichten breed. Het gaat niet over een paar landen die vaak al veel in het nieuws zijn, maar over vijftien. Van de belangrijkste Latijns-Amerikaanse landen ontbreekt alleen Costa Rica. Daarnaast komen veel verschillende bewegingen, thema’s en uiteenlopende opvattingen aan bod. Ook zijn bijna evenveel vrouwen als mannen geïnterviewd, en mensen van negentien tot tachtig jaar.

Tot mijn vreugde ontbreekt een simpele goed-slecht indeling van de linkse regeringen, in de ene vorm – Chili, Uruguay, Brazilië goed, want gematigd en democratisch, Venezuela, Bolivia en Ecuador slecht, want radicaal en niet-democratisch – of de andere: de laatste drie goed want socialistisch, de eerste drie slecht want niet socialistisch. De redacteuren, andere auteurs en geïnterviewden zien geen van die landen als socialistisch. Ze zijn kritisch over al die regeringen, en schuwen voor Venezuela, Ecuador en Nicaragua woorden als dictatoriaal niet, juist omdat daar de autonomie van sociale bewegingen niet wordt gerespecteerd.

‘Onthoofden’

Het boek heeft ook beperkingen. De geïnterviewden zijn allemaal lokale of nationale leiders, vaak met inzicht in grotere verbanden, keuzes voor bepaalde strategieën en soms grote, wat utopische vergezichten. Dat is prima, maar we horen bijna niets over de ervaringen van gewone deelnemers. Hoe is het voor een dakloze zonder actie-ervaring en bredere visie om deel te nemen aan een landbezetting om aan huisvesting te komen? En wat denkt die, als het gevaar van gewelddadige ontruiming is afgewend, van de verplichte wekelijkse vergaderingen in het kader van zelfbeheer? Zulke ervaringen hadden het beeld vollediger kunnen maken.

We lezen ook weinig over interne problemen en conflicten binnen bewegingen, die er wel degelijk zijn. Externe komen wel aan bod, zoals linkse regeringen die de leiders overheidsbanen aanbieden en daarmee de beweging ‘onthoofden’. Buitenlandse mijnbedrijven beloven lokale arbeiders geweldige banen en kopen burgemeesters en lokale leiders om, zodat die zich niet tegen de komst van de mijn verzetten. Natuurlijk beginnen de leiders liever niet over interne problemen, maar misschien hadden de met hen sympathiserende interviewers meer door moeten vragen. We lezen nu erg vaak dat er eigenlijk geen leiders zijn, dat iedereen meepraat en serieus wordt genomen en dat alle besluiten op consensus berusten.

Slechts een enkele keer zegt iemand dat besluiten per consensus helemaal niet goed gaat, terwijl een vrouw uit Paraguay de sociale organisaties in haar land zeer hiërarchisch met leiders als commandanten noemt. Een Peruaanse vrouw vertelt dat ze al die jaren van maatschappelijke betrokkenheid haar familie, kinderen en zichzelf heeft verwaarloosd. Enig bewustzijn van deze beperkingen kan helpen de verhalen in een beter perspectief te plaatsen, maar ze tasten de vele sterke punten van dit boeiende boek niet aan.

Clifton Ross en Marcy Rein (red.), Until the Rulers Obey. Voices from Latin American Social Movements. Oakland: PM Press 2014, 486 pag. ISBN 978-1-6-7486-7, € 28,-.