Ga naar de inhoud

Dossier 137: minutieus ontrafeld staatsgeweld

Dossier 137, van Dominik Moll, met in de hoofdrol een ingetogen en magistrale Léa Drucker, lijkt wel een documentaire. Het volgt minutieus een van de ontelbare zware misdrijven die de Franse politie de laatste jaren heeft begaan tegen demonstranten.

3 min leestijd

De zaak die gevolgd wordt, is gebaseerd op een ware gebeurtenis, meldt de film ook aan het begin. Een gezin uit een stadje buiten Parijs, besluit aan een van de Gele Vestjes-demonstraties deel te nemen. Parijs wordt overspoeld door demonstranten en de politie heeft de grootste moeite om de controle niet te verliezen en haalt alle middelen uit de kast om de meute te onderdrukken.

Een van de slachtoffers is Guillaume Girard, een jonge elektricien in opleiding, die voor het eerst aan een demonstratie deelneemt. Hij wordt aan zijn hoofd geraakt door een flash-ball granaat van de politie die ‘snachts in een afgelegen straatje van dichtbij op hem afgeschoten wordt door een groep van vijf agenten in burger die ‘ als cowboys’ door de buurt lopen om demonstranten af te tuigen.

Dat wordt pas duidelijk door het onderzoek van Stephanie en haar collega’s van de IGPN (Inspection Générale de la Police Nationale, een soort rijksrecherche). Dat het uiteindelijk blootgelegd wordt, komt doordat Stephanie – ten koste van haar eigen prive-leven – op de zaak zit en alle camerabeelden uit de buurt verzamelt en achter getuigen aangaat.

In dit geval moet de zaak uitgezocht worden omdat het slachtoffer zwaar gewond is geraakt – uiteindelijk weten we voor de rest van zijn leven hersenbeschadiging heeft opgelopen – en de boel in de media terecht is gekomen. Slechte reclame voor de staat dus. En een ondankbare taak voor Stephanie en haar cel in de IGPN die tegengewerkt wordt door haar leiding en natuurlijk door de politie zelf, die moord en brand schreeuwt omdat er iemand vervolgd dreigt te worden.

Ook de familie van de slachtoffers zelf – de metgezel van Guillaume wordt opgepakt en krijgt drie maanden cel en verliest zijn baan omdat hij, niet de politie, geweld zou hebben gebruikt – gelooft nauwelijks in het nut van het onderzoek en denkt dat het allemaal wel in de doofpot zal verdwijnen.

Het lijkt er aanvankelijk op dat de film erop uit zou kunnen draaien om Stephanie een heldenrol te geven, maar ook dat gebeurt niet. De film vouwt rustig en minutieus uiteen wat je overkomt als je het waagt om tegen overheidsbeleid te demonstreren. De agenten die nergens aan meewerken weten precies wat ze moeten zeggen om aan vervolging te ontsnappen en worden daarin ondersteun door de extreemrechtse politievakbond.

Er zitten een stel grandioze monologen in de film, zoals die van de schoonmaakster van het hotel waarvoor de schietpartij plaatsvond en die getuige is geweest en uitlegt waarom ze niet aan het onderzoek mee wil werken. Of van Stephanie tegen haar chef, als die komt vertellen dat ze van het onderzoek afgehaald gaat worden omdat ze bevooroordeeld zou zijn. Daarin krijgen we een morele les over moderne staatsmacht, verpakt in een spannende film.