Ga naar de inhoud

De genialiteit van Donald J. Trump

De genialiteit van Donald J. Trump, uitgelegd door zijn aanhang, en met dank aan de vuilnisophaling van New York

8 min leestijd

Dit verhaal observeert hoe macht, overtuiging en taal klinken in het dagelijks leven van mensen die ermee te maken krijgen. De figuren – Jack, Ventouse en de stemmen die Trump “uitleggen” – zijn geen vertegenwoordigers van een groep en claimen geen morele autoriteit. Hun woorden en ervaringen tonen hoe zekerheid, hiërarchie en overtuiging concreet worden beleefd, hoe routines en kleine handelingen daarin een rol spelen, en hoe absurditeit en twijfel tegelijk aanwezig kunnen zijn. Het doel is nadrukkelijk niet om slachtoffers belachelijk te maken, macht te verheerlijken of een abstracte analyse op te dringen. Humor en ironie verschijnen als een natuurlijke reactie binnen observatie, niet als afstand of spot. Ook de geconstrueerde stemmen functioneren als registraties van hoe macht werkt en hoe mensen daarin handelen.

Deel 1: wij die hem zien zoals hij is Wij zeggen niet allemaal alles op dezelfde manier.
Maar we komen wel altijd op hetzelfde uit.
Zij zeggen dat Donald J. Trump dom is. Dat hij geen boeken leest. Dat hij niet weet waar landen liggen. Dat hij zinnen begint zonder te weten waar ze eindigen.
Zij denken dat slim zijn betekent: twijfelen.
Trump twijfelt niet. En wie niet twijfelt, weet.
Dat is de eerste les.
En zoals altijd begint hij met woorden.

I KNOW WORDS
“I know words. I have the best words.”
De media lachen. Nogmaals. Nog eens.
Voor ons klinkt het anders.
Hij spreekt niet zoals politici. Hij spreekt zoals mensen praten wanneer ze geen tijd hebben om na te denken: korte zinnen, herhalingen, superlatieven.
Dat hij soms struikelt over woorden als anonymous, dat hij dingen zegt als bigly of covfefe, bewijst volgens ons één ding: hij denkt sneller dan taal.
“Dat gebeurt” zeggen wij, “bij mensen die sneller zijn dan hun woorden.”
Twijfel vertraagt. Zekerheid doet handelen, soms sneller dan woorden kunnen volgen.

DE PANDEMIE EN HET LUIDOP DENKEN Tijdens een COVID-briefing staat Trump voor de camera. Tussen artsen en grafieken.
Hij zegt: “I see the disinfectant, where it knocks it out in a minute. One minute. And is there a way we can do something like that, by injection?” De wereld valt stil. De pers spreekt over gevaar.
Susan zegt: “Waarom mogen alleen dokters vragen stellen? Waarom zou een president niet mogen meedenken?”
“Een genie”, zeggen wij, “en wie volgt, is verantwoordelijk voor het volgen.”

DE TEST DIE ALLES BEWEES Trump doet een cognitieve test. Geen IQ-test, gewoon zien of hij nog functioneert.
Hij slaagt. En zegt:
“Person. Woman. Man. Camera. TV.”
Hij herhaalt het. Nog eens. Nog eens.
Later zegt hij:
“Many people said it was amazing how I did it.”
De elite gniffelt. Wij zijn trots.
Andere presidenten laten zich niet testen. Volgens ons is dit leiderschap.

DE ORKAAN, DE KAART EN DE STIFT Trump zegt dat Alabama gevaar loopt door een orkaan.
Meteorologen zeggen van niet.
Trump blijft bij zijn punt.
Hij komt terug met een kaart en tekent een boog rond Alabama.
De pers roept: Sharpiegate.
Wij zien leiderschap.
Mike zegt: “De kaart kan fout zijn. Hij niet.”
“I don’t change my mind,” zegt Trump.
En dat is precies wat wij willen in een leider, volgens onze maatstaven.

KLIMAAT, WIND EN GEVOEL Trump zegt:
“Windmills cause cancer.”
“It’s very cold today. Where is global warming?”
Wetenschap protesteert.
Wij knikken.
Mike zegt: “Dat voel je toch gewoon.”

GROENLAND IS LOGICA Trump stelt voor Groenland te kopen.
Niet als land, maar als stuk.
Een groot stuk ijs.
Strategisch. Economisch zinvol. Zo redeneert hij.
De Denen en Groenlanders zeggen nee.
Trump zegt dat het gesprek daarmee klaar is.
Wij spreken niet over diplomatie. Wij spreken over logica.
Karen zegt: “Daar woont toch niemand. Ge koopt een stuk grond.”
Trump denkt in mogelijkheden.
“I think big. I think really big.”

JOURNALISTEN Trump zegt:
“The fake news media is the enemy of the people.”
Hij zegt het niet boos. Hij zegt het alsof hij iets vaststelt.
Journalisten zijn lastig. Ze stellen vragen. Ze hangen aan woorden. Elk woord telt.
Trump imiteert hen. Hij toont hun gebreken.
De pers noemt het pesterij.
Mike zegt: “Ze maken het hem ook moeilijk. Altijd maar vragen.”
“Wie hem aanvalt,” zegt hij, “moet ook klappen kunnen verdragen.”
Karen knikt. “En dat kan hij. Dat zie je.” En: “Tja… hij zal wel weten wat hij doet zeker.”
Dat hij journalisten tot vijanden maakt, is geen aanval.
Het is zelfverdediging.

Deel 2: de vuilnisophaler Terwijl de wereld schokt, rijdt Jack door Brooklyn en denkt na over wat écht telt. Elke ochtend om halfzes begint zijn ronde. Door straten vol reclame en regels. Oranje vest. Handschoenen die al jaren meegaan.
Thermos koffie, bitter, zonder suiker.
Op de radio hoort hij Trump. En zij die hem uitleggen. Elke dag opnieuw.
Wanneer woorden struikelen, denkt Jack aan mannen die veel praten en nooit luisteren.
“Ge moet geen woorden hebben,” zegt hij, “ge moet weten wanneer ge uw mond houdt.”
Ventouse snuffelt aan een hoop flyers. Zij tilt haar kop op.
“Woorden zijn botten,” zegt Ventouse. “Niet om mee te gooien, wel om op te kauwen.”

Bij het bleekmiddel zet Jack de motor even af en denkt aan zijn collega die zijn longen kapot hoestte in 2020.
“Luidop denken is gemakkelijk,” zegt hij, “maar mensen werken met wat je zegt, ik weet niet wanneer dat ooit verandert maar wel dat het niet vanzelf zal gaan.”
“Van boven klinkt alles vrijblijvend,” snuift Ventouse, “van beneden is alles instructie.”
Bij de cognitieve test lacht Jack kort. Meer moe dan vrolijk. Zijn handen trillen, hij voelt de absurditeit. “Als je applaus krijgt omdat je nog weet wat een mens is,” zegt hij, “dan is er iets mis met wie klapt.”
Jack start de motor opnieuw. Niet uit woede. Uit routine.

De kaart en de stift herinneren Jack aan een kind dat verliest met Monopoly en geld bijtekent.
“Altijd gelijk móéten hebben”, zegt Jack, “dat is geen sterkte. Dat is gewoon schrik.”
“En systemen houden die schrik bewust in leven om aan de macht te blijven.”
“Wie zijn fout bijtekent,” gromt Ventouse, “wil niet gelijk krijgen, maar winnen.”

Het geluid van windmolens. Koude dagen. Jack schudt zijn hoofd.
Hij zet de motor uit. Hij zet de radio wat stiller.
“Dat is absurd, dat is zelfs geen mening,” zegt hij, “dat is gewoon lawaai, lawaai dat afleidt van wie beslist, wie profiteert, en wat we zelf zouden kunnen veranderen.”
Jack denkt ook: “Wie hier nog moet over nadenken, gelooft in sprookjes.”

Groenland doet hem denken aan eigendom, iets wat je niet zomaar koopt.
“Wie denkt dat alles te koop is,” zegt hij, “vergeet dat ijs, lucht en water van niemand zijn, zelfs bedrijven en staten proberen dat soms te negeren.”
“De straat,” gromt Ventouse, “laat zich niet bezitten.”
Jack mompelt: “Macht klinkt altijd indrukwekkender dan hij is.”
“Dat zegt gij,” gromt Ventouse, “tot ze uw straat afsluit.”

Wanneer journalisten tot vijanden worden gemaakt, merkt Jack op:
“Wie vragen tot vijand maakt, wil een wereld waarin niemand nog ziet wat de macht eigenlijk regelt, wie er wint, wie er verliest en wie er betaalt.”
“Macht,” gromt Ventouse, “haat ogen.”
Jack start de motor opnieuw. De diesel ruikt scherp. Hij zet ook de radio wat luider.
“Het gevaar,” roept hij, “is dat zekerheid klinkt als moed als je het maar luid genoeg verkondigt.” En ook: “Maar je mag de mensen niet haten om wat ze geloven als je weet wie er geld aan verdient.”
Ventouse rent naast de vuilniswagen.
“Ge roept dat nu,” gromt Ventouse, “maar morgen zet je de radio toch weer op.”
Jack zingt nu luidkeels met de radio mee: “You can fool some people sometimes, but you can’t fool all the people all the time.” *
“Ge kunt erop hopen,” blaft Ventouse,
“maar ge kunt het ook opschrijven. Om te lachen. Met de macht. En soms… om te handelen op manieren die de macht niet ziet aankomen.”
Ze kijkt nog even achterom.
De straat is proper. Voor even.
Morgen ligt er weer vuil.

Deel 3: epiloog We schrijven dit om te zien, om te observeren, en soms… om te lachen. “Zelfs een straathond ziet het,” gromt Ventouse,
“Een keizer in zijn bloot vel. En toch lopen ze achter hem aan. Alsof hij onkwetsbaar is. Terwijl het systeem zelf hem misschien pas echt onkwetsbaar maakt.”

Ventouse – always there, always aware.

(Paul Siperius)

Noot van Ventouse Dit satirisch proza verhaal observeert macht, media en overtuigingen via straatperspectief, humor en systeemkritiek. Jack en Ventouse kijken, denken en relativeren, maar claimen geen morele autoriteit. De aanhang van Trump wordt niet verheerlijkt, het stuk laat zien hoe overtuigingen klinken wanneer twijfel geen ruimte krijgt. De spot richt zich op structuren en machtsmechanismen, niet op mensen individueel. Voor wie kijkt en hoort, spreekt de satire vanzelf.

*Oude volkswijsheid (19e eeuw), later hernomen in protestcultuur, populair gemaakt door Bob Marley (Get Up, Stand Up, 1973).