Ga naar de inhoud

Chris Kaspar de Ploeg – De Grote Koloniale Oorlog deel II

Onderzoeksjournalist en grassroots-organizer Chris Kaspar de Ploeg heeft zich tot taak gesteld een overzicht te bieden van de al 500 jaar durende gewelddadige strijd van het koloniale kapitalisme tegen de mensheid. In drie boeken bespreekt hij wat hij de Grote Koloniale Oorlog noemt. In dit artikel vindt u een recensie van het onlangs uitgebrachte tweede deel van die trilogie.

19 min leestijd

Plus daaronder de eerdere recensie van deel I

Voor goed begrip moet nog even terug worden gegaan naar het analytische raamwerk dat eerder is uitgezet in deel I (1). Ontvouwing van de recente wereldgeschiedenis, om maar eens bij Marx’ inspirator Hegel te blijven, is een dialectische strijd tussen non-egalitaire en egalitaire politieke ideologieën. Het kapitalisme, ontegenzeggelijk de manifestatie van non-egalitaire organisatie, wordt al ruim 500 jaar getekend door koloniale exploitatie, geweld, onderdrukking en massamoord. Dat is wat De Ploeg de Grote Koloniale Oorlog noemt. Patriarchaat, racisme en een klassenstrijd van rijk tegen arm zijn onlosmakelijk gebonden aan die oorlog. Daartegen, vindt De Ploeg, moeten de representanten van egalitaire politieke stromingen – gewapend met historische kennis – in verzet blijven komen.

Belangrijk in deel 1 is aan te tonen dat Hitler-Duitsland geen uitzondering is geweest in de westerse traditie, integendeel. De Ploeg betoogt dat volkerenmoord, zoals die tot stand is gekomen in de Holocaust, geen radicale breuk met het kolonialisme is geweest, maar een logische voortzetting ervan. Daarop bouwt de schrijver voort in deel 2, dat de periode van de Koude Oorlog als toneel heeft. Op dat toneel is de bloedige strijd tegen de verworpenen der aarde business as usual doorgezet, ditmaal met de VS als leider van de koloniale wereld.

Nazi’s overal

Na de tweede wereldoorlog bezat de VS veruit de grootste economie met de helft van alle productieve krachten ter wereld. Het land kon nu de positie van imperialistische leider van de Angelsaksisch gedomineerde wereldorde overnemen van Groot Brittannië. De Amerikanen wilden daarbij wel het systeem van koloniale preferenties openbreken, zodat zij toegang voor zichzelf konden bewerkstelligen tot al die lucratieve markten.

Ondertussen waren in Europa de communisten en de Sovjet Unie opgedoken als morele leiders van het verzet en de nederlaag van Hitler. Dat leverde de Amerikanen een dubbele opdracht op. Dekolonisering zou in gang gezet worden, maar tegelijkertijd moest ook het socialisme buiten de deur worden gehouden. De nieuwe staten moesten afhankelijk blijven van westers dirigisme via neokoloniale instituties en zetbazen van westers kapitaal aan het roer.

De contouren van de Koude Oorlog begonnen zich al aan te dienen, toen de eerste atoombom op Japan werd gegooid. Die misdaad tegen de menselijkheid fungeerde als waarschuwing voor de Sovjets, want tactisch had inzet van dit monsterlijke wapen nauwelijks zin. Japan lag verslagen in de touwen en de Sovjets stonden op het punt hen de oorlog te verklaren. Een vrijgeleide voor de keizer was nog het enige struikelblok voor de Amerikaanse wens van een onvoorwaardelijke overgave.

De grondoorlog tegen het communisme in Europa startte zelfs al eerder, op een moment dat Duitsland nog niet eens verslagen was. GB bood al in 1944 fundamentele hulp aan nazi’s en hun collaborateurs in Griekenland in hun poging de communisten in toom te houden. Nazi’s en hun helpers werden met hun “nuttige fanatisme” door de westerse grootmachten sowieso gezien als experts in antilinkse subversie en daarom breed ingezet. Geheime diensten en stay-behind-netwerken in Europa (“Gladio”) waren na de oorlog dan ook doortrokken van de ex-nazi’s en andere fascisten.

Saillant genoeg – maar binnen het geschetste kader volkomen logisch – trok de nieuwe imperator samen op met de voormalige vijandelijke staten Japan en Duitsland. Officieel waren die ex-fascistisch, maar feitelijk op belangrijke posities nog steeds volledig doortrokken van voormalige nazi’s en hun mentaliteit. Onder Amerikaanse controle konden zij dienen als belangrijkste breekijzers, om als een soort dubbelzijdige economische blok het Euraziatische communisme in te sluiten en te pletten.

Vestigingskoloniën, met name de VS, Zuid-Afrika en na 1967 ook Israël, bleken voorname aanjagers van het racistische, anticommunistische politieke model. Elk van hen had in de recente historie ervaring met kolonisering voor Lebensraum, met bijbehorende genocide en installatie van raciale hiërarchieën.

De connectie met de koloniale ideologie was onmiskenbaar. Tijdens de Koude Oorlog vormden westerse kolonisten samen met gevluchte of beschermde nazi’s een belangrijke transnationale voedingsbron voor rabiaat anticommunisme. Deze kruisbestuiving diende als een soort bindmiddel dat het koloniale, racistische denken op wereldschaal kon uitrollen.

De Ploeg schetst daarmee een patroon van een internationaal georganiseerde beweging van witte suprematie en anticommunisme. Daarbij werd een vorm van welvaart en vrijheid toegestaan aan de witte bevolking, terwijl de rest van de wereld met keiharde terreur in dienst van het westen werd gedwongen. De schrijver noemt dat de Herrenvolk democratie. Er bestaan democratische rechten voor het geprivilegieerde witte “ras”, naast keiharde onderdrukking van alle anderen, een model dat vooral in de koloniën vorm had gekregen.

Liberaal-kapitalistische landen en hun fascistische politieke broertjes bonden dus hun gedroomde gezamenlijke strijd aan tegen alles wat de continuïteit van het privaat eigendom regime zou kunnen bedreigen. De Ploeg bespreekt uitputtend de vele coups en genocidale vernietigingsoorlogen die het communisme moesten inbinden en terug rollen: Korea, Iran, Guatamala, Indonesië, Vietnam, de rest van Zuidoost-Azië en zuidelijk Afrika. Daarbij valt vooral de nietsontziende wreedheid op die “de koloniale uitwissingsideologie” zo kenmerkt. Die heeft, zo schat De Ploeg, in de hete gebieden van de Koude Oorlog zeker 33 miljoen levens gekost.

Zionisten als de beschaafde tak van het jodendom

De bespreking van de rol van het zionisme en de staat Israël in geschetste ontwikkelingen vormt het hart van het boek. Zionisme ontwikkelde zich, met name onder inspiratie van Theodor Herzl en Arthur Ruppin met zijn rassentheorieën, als rechtse, middenklasse stroming onder de paraplu van het Britse rijk. Opvallend was de integratie van het typische westerse denken van eind 19de/begin 20ste eeuw volgens raciale lijnen, obsessie voor raszuiverheid en het idee dat bloed onlosmakelijk gebonden zou zijn aan land.

Het nieuwe land Israël moest dus wel westers worden. “Onbeschaafde” Ost-Juden (Joden uit Oost-Europa) met hun hang naar socialisme en het Jiddisch, waren naast armen, ouderen en gehandicapten een stuk minder welkom in het nieuwe land. “Kwaliteitsimmigratie”, waarmee dan vooral fit, rijk en (liefst west-)Europees werd bedoeld, zou leidend moeten zijn.

Opmerkelijk genoeg was nazi-Duitsland in de beginjaren onmisbaar voor het zionistische project. Omdat het vertrek van joden naar Palestina een oplossing zou kunnen zijn voor het “Joden vraagstuk”, was men in eerste instantie bereid tot samenwerking. Kapitaal uit Duitsland was in Palestina zeer welkom en Duitse zionistische groeperingen hanteerden een pragmatische coöperatie met de nazi’s.

In latere fasen, toen een andere “eindoplossing” zich aandiende, werd de pragmatische houding nauwelijks ingewisseld. Berichten over georganiseerde massamoord werden grotendeels onderdrukt. De westerse machten zagen nog geen noodzaak voor een tweede front en waren bang dat politieke druk om de doodskampen te stoppen, hen daartoe zou kunnen bewegen. Er kwamen ook geen grote reddingsacties voor joden om naar Palestina te vluchten. Dat kwam onder andere vanwege de prioriteit voor naoorlogse onderhandelingen met westerse machten, waarbij de stichting van een zionistische staat in Palestina moest worden gewaarborgd. Daarnaast was ook sprake van fatalisme, schrijft De Ploeg. De zionistische top nam aan dat het onmogelijk zou zijn veel joden uit de klauwen van de vernietigingsmachine te redden.

Men zou kunnen zeggen dat gehoorzaamheid via Joodse Raden en andere overlegorganen die disproportioneel werden gedomineerd door zionisten, ontstond uit pragmatische motieven. Zo zou dan in ieder geval nog een belangrijk deel van de joden gered kunnen worden. Aan de andere kant detecteert De Ploeg ook cynischere tendensen in het beleid en de overwegingen van de zionistische top. Het is lastig alle subtiliteiten van dit indrukwekkende verhaal over te brengen in een korte recensie. Alleen vanwege deze reden is het al aanbevelenswaardig het indrukwekkende betoog van De Ploeg, zelf joods, volledig zelf te verwerken.

Wat in elk geval staat is dat de schrijver laat zien hoe de samenwerking tussen zionisme en wereldwijde contrarevolutionaire krachten de politiek van de staat Israël heeft gecreëerd, eigenlijk tot vandaag aan toe. Voor de Amerikanen bleek Israël een grote lokale hulp bij het ondermijnen van het seculiere pan-Arabisme met socialistische tendensen. En nog steeds trekken beide staten gezamenlijk op om de spilpositie van het westen in het Midden Oosten te garanderen. Overigens deed (of doet) men dat samen met beschermde, ultra-reactionaire steunpunten, zoals het wahabitische Saudi Arabië, het fundamentalistische Pakistan en bewegingen als de Mujaheddin.

Herken de anti-egalitaire krachten

Het is een enorme taak waarvoor De Ploeg zich heeft gesteld – gedreven door een gevoel van urgentie om te schrijven over 500 jaar aan genocidale terreur onder het kapitalistische systeem. Het zware gemoed van de schrijver is voelbaar in zijn dankwoord. Het is ook zo logisch als wat. Waar oneindig veel westerlingen van links tot rechts een blinde vlek hebben en vooral in de eigen voortreffelijkheid zijn getraind, is de kritische beschouwer die de feiten wél kan laten binnenkomen, onderworpen aan een serie van emotionele shocks.

Meerdere schrijvers hebben de westerse oorlogen en genocides behandeld, vaak per casus. Noam Chomsky heeft zeker 60 jaar van zijn leven gewijd aan de systematische beschrijving van het imperialisme van de VS en hun “vijfde vrijheid”, de vrijheid te roven, te plunderen en te moorden. Naomi Klein heeft ons geleerd hoe neoliberale shock doctrines het westerse model schraagden in neokoloniale relaties.

De Ploeg voegt daar een breed interpretatiekader aan toe. Langlopende patronen worden blootgelegd, zodat men ook de huidige toestand van de internationale orde beter kan begrijpen. Zijn studie is goed bruikbaar voor jongeren met het rusteloze gevoel dat something is rotten in the state of Denmark. Fijn is daarom ook dat De Ploeg een apart hoofdstuk aan ons land heeft gewijd.

Zeer behulpzaam is dus zijn schets van het grotere, langdurige kader van strijd, hoewel voor de nieuwe generaties het gevaar bestaat staatssocialisme nog steeds als oplossing te zien. In feite kenden gedurende de Koude Oorlog zowel het westen als het oosten vormen van staatsgeleid kapitalisme. Onder Stalin en navolgers domineerde de staat(sklasse) de maatschappelijke krachten volledig, in de VS gebeurde dat via strak top-down geregisseerd militair keynesianisme.

De kanttekening uit mijn recensie van deel I staat wat mij betreft nog steeds. Het is zaak binnen het gegeven kader liever nieuwe egalitaire stromingen te ontwikkelen, dan terug te grijpen naar het ook niet erg egalitaire marxisme-leninisme.

Noot:

(1) Zie recensie van De Grote Koloniale Oorlog deel I, gepubliceerd in het anarchistische vakbondsblad Buiten de Orde, nummer 1, 2025. (hieronder ook afgedrukt, globalinfo)

Chris Kaspar De Ploeg – De Grote Koloniale Oorlog deel I

boekbespreking

Het is niet te onderschatten in welke mate het verhaal dat het Westen over zichzelf vertelt aan de hand van de Tweede Wereldoorlog, invloed heeft op ons zelfbeeld en van daaruit op alle politieke handelingen in zowel binnenlands als buitenlands perspectief. Chris Kaspar De Ploeg, betrokken bij de Amsterdamse gemeenteraadsfractie De Vonk, is er veel aan gelegen de schijnheiligheid achter dat zelfbeeld te deconstrueren.

Zoals hij deed in zijn uitstekende boek Oekraïne in het kruisvuur, bijt de schrijver zich ook nu weer vast in zijn thema, resulterend in een notenapparaat dat de duizend noten overstijgt. In het eerste deel van een trilogie, dat onlangs is verschenen, schetst hij een beeld van de geplande massamoorden in de tweede wereldoorlog als culminatie van een politieke stroom binnen de westerse wereld die al eeuwenlang gebruikt maakt van expansie en genocide.

De trilogie zal betogen dat praktijken die plaats hebben gevonden vanaf de periode van koloniale uitbreiding – grofweg in 1492 begonnen met Columbus’ reis naar Amerika en de voltooiing van de christelijke Reconquista in Spanje – in een rechte lijn doorlopen tot de huidige tijd. Met andere woorden, in wezen wordt het kapitalisme, in welke vorm dan ook, al ruim 500 jaar getekend door geweld, exploitatie, onderdrukking en massamoord. Dat is eigenlijk de Grote Koloniale Oorlog die nog steeds onze aardbol teistert en waartegen de representanten van egalitaire politieke stromingen in verzet moeten blijven komen.

Geen uitzondering

Het belang van het eerste deel van de trilogie, dat dus gecentreerd is rond WOII, is meervoudig. Je zou kunnen zeggen dat WOII in het Westen nog steeds het absolute morele ijkpunt is achter politiek handelen. Wij waren ontegenzeggelijk de goede strijders voor vrijheid en democratie, die door de vijand gedwongen werden zich militair bovenmatig in te spannen om diens expansiedrift in dienst van slavernij en massamoord te stoppen. En dat zijn we nog steeds als de zoveelste nieuwe Hitler (Milosevic, Saddam Hoessein, Khadaffi, Assad, Poetin) zich sterk maakt. Ten oorlog trekken wordt altijd weer voorgesteld als bittere noodzaak en de enige mogelijkheid die de vijand ons open laat, net zoals Hitler dat ooit ook deed.

Ontzenuwen van dit verhaal zou ons meer mogelijkheden geven in verzet te komen tegen de expansiedriften van NAVO en het Amerikaans geleide imperium en op te komen voor vredesoplossingen. Dat ontzenuwen doet De Ploeg in talloze voorbeelden eigenlijk als een bijeffect van zijn grotere betoog.

Belangrijker voor dit boek is aan te tonen dat Hitler-Duitsland geen uitzondering is geweest in de westerse traditie, integendeel. De führer zelf is onmiskenbaar beïnvloed door zijn studie van de Angelsaksische wereldheerschappij. Ontmenselijking, rassenwetten, concentratiekampen, georkestreerde hongersnood zijn altijd onmiskenbare instrumenten geweest in de koloniale politiek van de westerse landen. Zij hebben een onuitputtelijke bron geboden aan de nazi-planners. De Ploeg betoogt met talloze voorbeelden dat volkerenmoord, zoals die tot stand kwam in de Holocaust, geen radicale breuk met het kolonialisme is geweest, maar een logische voortzetting ervan.

De voornaamste reden van De Ploeg’s aanval op het frame van WOII als de oorlog van goed versus kwaad, waarbij het westen vooral voor zichzelf de kant van het goede heeft bedacht, heeft een nog diepere achtergrond. Andere naties, groepen en mensen worden in dat verhaal stelselmatig uitgesloten. Zij mogen vooral het ongeziene lijden voor hun rekening nemen. De Ploeg is er veel aan gelegen een stem geven aan al die anderen die hebben geleden en gevochten tegen de alles vernietigende krachten van het fascisme.

Het verzet en de militaire inspanningen van westerse landen waren feitelijk marginaal ten opzichte van wat met name landen als Rusland en ook China hebben moeten doorstaan. Het lijden en strijden van deze landen heeft nooit een plaats gekregen in de westerse versie van geschiedschrijving, met name door een combinatie van politieke redenen, misplaatste zelfvoldaanheid en gewoonweg puur racisme. Dat geldt trouwens ook voor de zwarten of mensen uit de koloniën die de geallieerde legers voor 50% bevolkten. Het boek van De Ploeg geeft hen de plaats die hen toekomt en dat is een grote waarde die zijn studie de lezer biedt.

Kapitalisme is in bezit nemen

Een sterk uitgangspunt van De Ploeg’s betoog is de recente wereldgeschiedenis te zien als een strijd tussen egalitaire en non-egalitaire stromingen. Binnen dat raamwerk wordt kracht gegeven aan de rol van andere volkeren en individuen in de ontwikkelingen naar egalitaire leefwijzen tegen het verhaal in dat de liberale status quo in het westen over zichzelf vertelt. David Graeber en David Wengrow hebben bijvoorbeeld in hun studie “Het begin van alles” (2021) al overtuigend aangetoond dat de Verlichting en ideeën over gelijkheid in belangrijke mate zijn geïnspireerd door contacten van westerlingen met de volkeren in Noord-Amerika.

Het uitgangspunt biedt ook ruimte voor onderzoek naar de werkelijkheid van klassisme, racisme en patriarchale overheersing, die verdonkeremaand worden bij het vertellen van dat liberale verhaal. Kapitalisme is een beweging van 500 jaar die gekenmerkt wordt door een sterke drang naar in bezitneming. In traditionele zin is dat in eigendom nemen van land en van grondstoffen, via de enclosures die de communale gronden afsloten voor gemeenschappelijk gebruik, tot verovering van kolonies.

Maar kapitalisme is ook een beweging naar in bezitneming van rechten. Feitelijk is a priori wetenschappelijk geen enkel uitgangspunt te formuleren waarom de ene mens meer rechten zou moeten kennen als de ander, bijvoorbeeld in toegang tot economische hulpbronnen. In wezen heeft elk mens sinds zijn geboorte gelijk recht om zichzelf in zijn levensonderhoud te voorzien, zich te uiten en zich te ontwikkelen in alle gelijke politiek-economisch gerechtigdheid als de mensen om zich heen. De kapitalistische traditie rond privaat bezit is daarom vertegenwoordiger van de non-egalitaire stroom in de recente geschiedenis, die zich vooral kenmerkt door inbreuk te maken op de rechten van de ander, door ze in bezit te nemen en onder controle te brengen.

Op die wijze is ook duidelijk de continuïteit te zien tussen koloniaal kapitalisme, liberaal kapitalisme en fascisme. In agressieve vorm streven zij altijd naar vernietiging van de antikoloniale en socialistisch beweging, vaak verweven met elkaar in een revolutionaire traditie. De nazi Holocaust tegen “het joodse bolsjewisme”, waarbij vernietiging van volkeren en ideologie gezamenlijk zijn opgegaan, is dan ook vooraf gegaan en herhaald in talloze landen met dezelfde bruut- en wreedheid en nietsontziende minachting voor andere volkeren en individuen.

Het is niet vreemd dat het anticommunistische AntiKomintern pact van Duitsland, Italië en Japan koloniale ambities verenigde met de wens de socialistische en antikoloniale traditie met wortel en tak uit te roeien. Fascisme werd gezien als oplossing voor klassenstrijd en daarom bewonderd door leiders van de “democratische” landen. Er is ook geen fascistisch regime in de 20ste eeuw geweest dat niet is gesteund door het westen, of het nu Hitler-Duitsland, het Griekse kolonelsregime, de Latijns-Amerikaanse dictaturen of Suharto in Indonesië betreft.

Dat is ook het grote belang van de huidige antiracistische en dekoloniseringsbeweging. Zij kunnen met hun toegang tot een groot cultureel-historisch archief van koloniale misdaden een sterke kritiek formuleren op de huidige mondiale kapitalistische samenleving, waar de goegemeente doorgaans teruggrijpt naar het luie, zelfvoldane liberalisme van de fatsoenlijk witte burger.

Rehabilitatie bolsjewisme?

De Ploeg maakt er in zijn boek dus veel werk van de hypocrisie te laten zien achter de façade van het westerse, kapitalistische systeem. Onderdeel daarvan is ook het ontmantelen van westerse kritiek op het bolsjewistische communisme, zoals dat na de oktober revolutie van 1917 gestalte heeft gekregen in de Sovjet Unie en daarbuiten. Er is feitelijk ook geen aantijging vanuit de krochten van de westerse propaganda aan het adres van de staatssocialistische staten te verzinnen, die niet beantwoord kan worden met voorbeelden van het eigen handelen die in kwaadaardigheid matchen en meestal ook sterk overtreffen.

Enerzijds is die benadering van de schrijver heel legitiem. Wanneer rationele distantie wordt aangehouden kan feitelijke geschiedschrijving zich beter ontwikkelen, waarbij westerse mythes die die geschiedschrijving zo diep hebben vervalst, aan het licht kunnen worden gebracht. Aan de andere kant balanceert zijn methode op een dun koord, wat bij lezers tot een verdenking zou kunnen leiden dat de staatssocialistische regimes een rehabilitatie ondergaan die zij niet verdienen.

Volgens De Ploeg functioneerde de Sovjet Unie in economische, sociale en sociaal-demografische termen als een arbeidersstaat, ondanks alle tekortkomingen. In werkelijkheid werd de invloed van arbeiders in de eerste vier jaar van de revolutie al stelselmatig vervangen door regelrechte top-down militarisering van het werkvolk, zoals Maurice Brinton stap voor stap neerzet in zijn uitstekende werk “De bolsjewieken en het arbeiderszelfbestuur 1917-1921”. De ondermijning van socialistische democratie was hoofdbestanddeel van de agenda van de bolsjewieken. Zij runden als een bevoorrechte staatsklasse de maatschappij feitelijk als één groot kapitalistisch bedrijf, waarin de bevolking onder militaire discipline aan het werk gezet werd.

De schrijver benoemt wel degelijk “de monsterlijke bureaucratie”, de terreur en de tanks die over Oost-Europa rolden. Maar hij beoordeelt de machtsgreep van de bolsjewieken als een gevolg van de keiharde oorlog die de imperialistische staten tegen de revolutie voerden. De indruk kan ontstaan dat te weinig afstand wordt genomen van het bolsjewisme. De Vonk adverteert op haar website ook met Lenin, in wezen een meedogenloze potentaat die de volksrevolutie heeft gesmoord onder de verstikkende terreur van de Communistische Partij (1).

Elitisme en centralisme – laten we zeggen: in bezitneming van de revolutionaire krachten – zijn onmiskenbaar inherent aan de marxistisch-leninistische praktijk. Staatsvorming is “pacificatie” van de bevolking, wat wil zeggen dat een interne kolonisatie wordt vorm gegeven door de sterkste macht ter plaatse, die zich vervolgens soeverein stelt. De gedwongen collectiviseringen van het platteland door de bolsjewieken kan het beste binnen een dergelijk kader worden bekeken. Zo bezien was de staat van de bolsjewieken zelf een koloniale uiting van wit westers non-egalitair denken.

Conclusie

Hypocrisie is een onvervreemdbaar kenmerk van het westerse ideologische project. Dat betekent dat de bevolking voortdurend bezig is met het onderdrukken van onwelgevallige feiten, daarbij geholpen door een hels beïnvloedingsapparaat van reclame, Public Relations en staatspropaganda. Een bombardement van feiten helpt wellicht een opening te creëren, al blijkt het psychologische verzet hardnekkig. (2)

De Ploeg biedt evenwel met een soort crash course een sterk verhaal over de aanloop en het vervolg van de tweede wereldoorlog vanuit een ander perspectief, dat hopelijk een breed publiek kan bereiken. De sterke kant van zijn betoog is dat hij het klassisme, racisme en patriarchaat een plaats geeft in de westerse geschiedschrijving. Volgens de schrijver is “de vijfhonderdjarige oorlog in wezen een oorlog tegen arbeiders, gekoloniseerde volkeren, vrouwen en de aarde”, een betoog dat hij ondersteunt met talloze voorbeelden en feiten.

Deel 2 van De Ploeg’s trilogie zal De Koude Oorlog behandelen, een tijdperk dat in weerwil van de westerse naamgevers een hete vernietigingsstrijd tegen de opkomst van antikoloniale stromingen in “de periferie” betekende. Die strijd heeft net als die van het AntiKomintern pact tegen het communisme vele miljoenen mensen het leven gekost. Dat zijn wel verhalen die de witte westerse mens moet kennen.

Het valt goed te begrijpen dat het staatssocialisme de antikoloniale bevrijdingsbewegingen een aantrekkelijk en eenvoudig programma heeft geboden, namelijk die van overname van de staat door een inheemse elite met verzekerde steun van de SU achter de hand. Maar wat duidelijk is geworden is dat er niet zoiets bestaat als een revolutionaire staat (3). Voor de huidige tijd is er dan ook een sterke behoefte aan nieuwe, frisse ideeën.

Teruggrijpen naar analyses (historisch materialisme), politieke culturen (voorhoede denken) en organisatievormen (partij, staat) die vooral 100 jaar geleden nuttig leken, is een stap achteruit. Zij hebben hopeloos gefaald en daarmee het egalitaire socialistische project een gevoelige slag toegebracht, waar het nog lang niet van is hersteld. Het is te hopen dat nieuw radicaal links ook dat in het achterhoofd zal houden na het lezen van De Grote Koloniale Oorlog.

Noten

1. De schrijver verdedigt zich tegen de aanklacht in een artikel https://www.nieuwwij.nl/opinie/de-grote-koloniale-oorlog-is-geen-pro-sovjet-boek/

2. Zie bv de recensie van Ewout Klei https://www.nieuwwij.nl/opinie/recensie-van-de-grote-koloniale-oorlog-van-chris-kaspar-de-ploeg/

3. Hier een korte verklaring van Crimethinc https://theanarchistlibrary.org/library/crimethinc-there-s-no-such-thing-as-revolutionary-government.