Ga naar de inhoud

Anne Archet: 4 Wat is eigendom?

Weer een hoofdstuk uit het door Geert Carpels vertaalde boek van Anne Archet Verweervuur. Over eigendom, de staat en jij/mij. ” We zijn allemaal vastgeketend aan de koude en verdinglijkte wereld van het prijskaartje.”

5 min leestijd

(Door Anne Archet, uit Verweervuur en andere teksten (online hier te vinden in Nederlandse vertaling)

(Foto hek rond navo-top in Den Haag 2025, Ministerie van Buitenlandse Zaken fotostream, flickr, cc-by-4.0)

“Dat is diefstal”, antwoordde Pierre-Joseph [Proudhon]. “Dat is vrijheid”, antwoordt zowat iedereen honderdzeventig jaar later.

Wat mij betreft, ik zeg heel nederig dat eigendom de omheining is.

Een van de vele leugens die het behoud van de heerschappij van het kapitaal mogelijk maakt is de gedachte dat eigendom synoniem is met vrijheid. Het was het credo van de zegevierende burgerij toen ze de aardbol begon te bedekken met afsluitingen en slagbomen – fysieke, legale, morele, sociale, raciale, militaire… Kortom, elke voorziening die nodig werd geacht om de toegeëigende rijkdommen van de wereld af te sluiten en er zeker van te zijn dat de smerige en arbeidende menigten er geen toegang tot hebben.

Wij zijn die menigten, wij die ons dagelijks die leugen laten opdienen. Sinds onze voorouders werden “bevrijd van hun kettingen” en van hun gronden, zijn we vrij om te kiezen tussen de hongerdood of het verkopen van ons leven en onze tijd aan de eerste de beste Baas die ze wil kopen. We worden beschreven als “vrije arbeidskrachten” omdat, in tegenstelling tot het vee, onze bazen zich geen zorgen hoeven te maken over ons onderhoud en ons overleven – vermits onze werkkracht de enige te gelde te maken koopwaar is waarover we beschikken. Men vertelt ons dat we naar believen over ons lichaam en ons leven kunnen beschikken, ook wanneer in werkelijkheid het grootste deel van onze tijd wordt besteed aan het moeizaam verzekeren van ons overleven.

Eigendom, zegt men ons, is een goed dat men kan kopen met geld. Dit betekent dat vrijheid besloten ligt in objecten en dat die vrijheid verhoogt met de vermeerdering van het aantal voorwerpen in bezit. Door de vrijheid na te streven, die trouwens nooit wordt bereikt, ketenen we ons aan activiteiten die we niet hebben gekozen en laten we elke poging achterwege om zelf keuzes te maken met als doel het verdienen van geld waarvan we veronderstellen dat we er vrijheid mee kunnen kopen. Terwijl ons leven op een laag vuurtje wegteert ten dienste van projecten die nooit de onze waren, verkwisten we ons salaris aan allerhande spelletjes en ontspanning, aan therapieën en pillen – de gebruikelijke verdovingsmiddelen die ons ervan weerhouden de waarheid te ontdekken die verscholen zit achter de leugen van de eigendom.

Want in feite is eigendom niet het voorwerp dat wordt bezeten, maar wel degelijk de versperring, de omheining die ons omsluit, die ons opsluit, alle omheiningen, alle muren opgetrokken om ons buiten te sluiten uit ons eigen leven, om ervoor te zorgen dat geen enkel individu op aarde ooit volledig zichzelf kan zijn, nooit helemaal tot het einde kan gaan van wat mogelijk is.

Men moet eigendom begrijpen als een sociale verhouding tussen voorwerpen en individuen met als bemiddelaar de Staat en de markt. Eigendom kan niet bestaan zonder staatsinstelling die de macht concentreert in instanties van dominantie. Zonder wetten, wapens, politie, rechtbanken en gevangenissen heeft eigendom geen enkele basis, geen enkele tastbare werkelijkheid.

Men zou zelfs kunnen zeggen dat de Staat zelf een instantie van eigendom is, want wat is de Staat anders dan een web van instellingen ter uitoefening van een macht over een gegeven gebied die ervoor zorgen dat de middelen, de grondstoffen met wapengeweld worden gecontroleerd? Elke eigendom is uiteindelijk staatseigendom want ze bestaat slechts met goedkeuring en onder bescherming van de Staat. Deze goedkeuring en bescherming kunnen op elk ogenblik en om elke willekeurige reden worden ingetrokken waardoor de eigendom terugkeert naar de Staat. Ik wil hier niet beweren dat de Staat machtiger is dan het kapitaal, maar veeleer dat beide constructies zo onontwarbaar met elkaar verweven zijn dat ze één enkele en unieke orde van dominantie en uitbuiting vormen. En eigendom is de instelling waarmee die orde zijn macht op ons dagelijkse leven uitoefent door ons te verplichten om te werken en om te betalen, waardoor die orde zich kan handhaven en vermenigvuldigen.

Eigendom is dus de prikkeldraad, het prijskaartje, de waakhond, de bewakingscamera, de politieagent. De boodschap is heel eenvoudig: men kan nergens van genieten zonder toestemming en die toestemming geeft de Staat alleen tegen betaling in klinkende munt. Onder deze omstandigheden moet men niet verbaasd zijn dat de wereld van de eigendom, bestuurd door de markt en de Staat, een verpauperde wereld is waar het tekort en niet de voldoening of het genot het bestaan beheerst. Het streven naar individuele vrijheid, telkens weer verhinderd, wordt vervangen door een steriele competitie om steeds meer voorwerpen op te hopen omdat in deze wereld, de waarde van het individu zich afmeet tegenover het aantal dingen dat hij bezit.

We zijn allemaal vastgeketend aan de koude en verdinglijkte wereld van het prijskaartje.

De voorwerpen aanpakken die in bezit zijn van de meesters van de wereld – vitrines van banken aan diggelen werpen, politiewagens in brand steken, industriële machinerie saboteren – is zeker waardevol en legitiem, al was het maar voor het plezier dat dergelijk gedrag verschaft. Maar men moet verder gaan, veel verder, en de instelling van eigendom zelf aanpakken: elke fysieke, legale, morele of sociale versperring. Alleen tegen die prijs zullen onze begeerten werkelijkheid worden en zullen we, op een dag, ons eigen bestaan weer kunnen opnemen en eindelijk leven op onze manier.