Trump wil campagne tegen Euro-antifa beginnen met ‘workshop’ in Den Haag
In het Duitse linkse dagblad Neues Deutschland wordt door Matthias Monroy goed gevolgd hoe Trump probeert een internationale jacht op wat hij noemt ‘ antifa’ te organiseren. Dat loop vooralsnog niet helemaal vlekkeloos. Maar Trump heeft nu het plan om in mei in Den Haag een ‘workshop’ te organiseren voor Europese landen.
(foto: Monica D. Spencer from Phoenix, USA – DSC_4402, wikipedia, CC-BY-2.0)
Dat Trump voor Den Haag kiest is waarschijnlijk omdat hij zich veilig voelt doordat tijden de mislukte regering (nou ja) Wilders/Schoof, het parlement een motie aannam waarin Antifa aangemernt werd als een ’terroristische organisatie’. Wat de ‘ workshop’ precies behelst en door welke afdeling van de regering die georganiseerd wordt, en of de Nederlandse regering of de gemeente Den Haag daaraan meewerkt is vooralsnog onbekend (mocht iemand meer weten: graag informatie sturen naar info@globalinfo.nl)
In het artikel voor Neues Deutschland wordt gesteld dat de ‘ workshop’ in Den Haag wel eens zou kunnen floppen.
Een vertaling:
De campagne van Trump tegen Europese Antifa-groeperingen komt niet van de grond
(Door Matthias Monroy, 23 april 2026)
De Amerikaanse regering dringt bij de EU aan op samenwerking tegen „terroristische“ Antifa-groeperingen – maar een workshop in Den Haag zou wel eens op een sisser kunnen uitlopen.
Afgelopen november heeft de Amerikaanse regering de Duitse groepering „Antifa Ost“ aangemerkt als terroristische organisatie. Het ministerie van Buitenlandse Zaken van de VS motiveerde dit met gewelddadige incidenten, waaronder aanvallen in Hongarije waarbij leden met vuisten en gereedschap op extreemrechtse activisten zouden hebben ingeslagen. Al in september had president Donald Trump een decreet ondertekend waarin “Antifa” tot “binnenlandse terroristische organisatie” werd verklaard – hoewel een dergelijke aanduiding in de Amerikaanse federale wetgeving niet bestaat. Bovendien looft de Amerikaanse regering tien miljoen dollar uit voor informatie die bijdraagt aan het ontmantelen van de financiële structuur van de groep.
Voor zover de „Antifa Ost“ überhaupt als georganiseerde groep heeft bestaan, zal deze na ruim een dozijn arrestaties en meerdere strafzaken – waaronder twee lopende grootschalige processen in Düsseldorf en Dresden – inmiddels wel ontmanteld zijn. Ook in Boedapest stonden en staan vermeende leden uit Duitsland en Italië voor de rechter; hen dreigen draconische straffen.
Duitsland houdt zich opvallend terughoudend met de beschuldiging van terrorisme tegen antifascistische groeperingen: hier luidt de aanklacht tegen de “Antifa Ost” een basering op criminele, niet op terroristische vereniging. Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken verklaarde in november dat Duitsland vooraf niet door Washington was geïnformeerd over de classificatie als terroristische organisatie.
In de strijd tegen »de Antifa« was de Hongaarse premier Viktor Orbán een van de belangrijkste partners van de VS. In december vond hierover in Boedapest een “antiterrorismebijeenkomst” plaats. “Antifa is fascisme”, zou Thomas G. DiNanno, onderminister voor Internationale Veiligheid onder Trump, daar hebben verklaard. Hij is de spilfiguur in de strijd van de regering-Trump tegen de Antifa. “Uit de decennialange strijd tegen Al Qaida en IS hebben we geleerd dat bedreigingen door deze destructieve kanker moeten worden gestopt voordat deze uitzaait”, verklaarde DiNanno in Boedapest. Hij prees de Hongaarse regering omdat deze er binnen de Europese Unie op had aangedrongen om Antifa als “terroristisch” aan te merken.
Sinds de aanslagen van 11 september 2001 houdt de EU een terroristenlijst bij, die halfjaarlijks wordt bijgewerkt en waarvoor elke lidstaat voorstellen kan indienen. Tot nu toe staan daar bijna uitsluitend personen en groeperingen uit niet-EU-landen op, waaronder de Koerdische PKK, Hamas, de Al-Aqsa-Martelaarsbrigades uit Palestina, de DHKP/C uit Turkije of het Lichtend Pad uit Peru. Er is tot nu toe niets bekend over een Hongaars verzoek om “Antifa” op te nemen. De regering-Orbán heeft echter in EU-werkgroepen elke gelegenheid aangegrepen om aan te dringen op een gelijkstelling van “Antifa” en “terrorisme”.
Met de verkiezingsnederlaag van Orbáns Fidesz-partij en daarmee ook van de extreemrechtse premier heeft de Amerikaanse regering haar belangrijkste Europese partner in de strijd tegen het antifascisme verloren – maar het is daarmee nog niet helemaal voorbij. Volgens persbureau Reuters is Trump van plan om in de zomer een conferentie tegen “de Antifa” te organiseren (Nederlandse vertaling hier op globalinfo) waarvoor vooral Europese regeringen zullen worden uitgenodigd. Ook deze plannen zijn waarschijnlijk gedwarsboomd door de recente verkiezingsuitslag in Hongarije.
Extra druk op antifascisten in Europa moet nu worden uitgeoefend door middel van een “workshop” die de Amerikaanse regering in mei in Den Haag wil houden. Deze workshop zou gericht zijn op buitenlandse wetshandhavingsinstanties om hen “te informeren over de gevaren van linkse groeperingen en de bestrijding daarvan”, meldt de “New York Times”. Tot de uitgenodigde landen behoren naast Mexico en Argentinië ook Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië, Hongarije – en Duitsland.
Het is onduidelijk of het evenement zal plaatsvinden in het kader van het EU-politiebureau Europol, dat eveneens in Den Haag is gevestigd. Europol staat tot nu toe niet bekend om zijn bijzondere inzet tegen antifascisme – de dienst had echter in de jaren 2010 samen met het Duitse Bundeskriminalamt militant “Euro-anarchisme” tot een hoofdvijand uitgeroepen. Of de workshop überhaupt doorgaat, blijft onzeker: volgens de New York Times is de belangstelling van de benaderde Europese autoriteiten tot nu toe geringer dan gehoopt.
(zie ook: Trump is trying to build an international coalition to destroy the anti-fascist left (MSNBC)