Ga naar de inhoud

Stop de haatmanifestatie op 19 september!

Hoeveel ruimte geven we extreemrechts nog?

3 min leestijd

Op 19 september willen verschillende extreemrechtse groepen, waaronder Defend Netherlands, Save Europe Act, Stop Antifa, Nationaal Protest en White Lives Matter, via sociale media grote aantallen mensen mobiliseren voor een nieuwe haatmanifestatie op het Malieveld in Den Haag. Hun boodschap richt zich vooral tegen minderheden, inclusiviteit en iedereen die niet binnen hun beperkte beeld van de samenleving past.

Deze aangekondigde demonstratie roept veel zorgen op. Dit protest lijkt een vervolg te zijn op een extreemrechtse manifestatie rond dezelfde periode vorig jaar die vreselijk uit de hand liep en veel onrust veroorzaakte. Voor veel inwoners van Den Haag bleef niet alleen de overlast hangen, maar vooral het gevoel van onveiligheid en angst. Minderheden die zich aangesproken voelen door de uitsluitende en vijandige taal van deze rechtsextremistische groepen, vragen zich af of zij zich nog welkom en veilig kunnen voelen in hun eigen stad.

Een zorgelijke ontwikkeling daarbij is dat extreemrechtse bewegingen proberen aansluiting te zoeken bij bredere maatschappelijke onvrede. Zij richten zich niet alleen op hun eigen achterban, maar proberen ook groepen uit andere protestbewegingen aan zich te verbinden, waaronder de boeren en andere sectoren waar frustratie leeft over het overheidsbeleid. Door de bestaande onvrede te koppelen aan een bredere boodschap van nationalisme, uitsluiting en wantrouwen tegen instituties, proberen zij hun invloed te vergroten en nieuwe groepen te bereiken. Daarmee verschuift een maatschappelijk debat over concrete problemen naar een beweging waarin tegenstellingen worden uitvergroot en minderheden steeds vaker als zondebok worden aangewezen.

Het recht om te demonstreren is een belangrijk onderdeel van onze democratische rechtsstaat. Maar democratie betekent niet dat we alles maar moeten accepteren wat onder het mom van vrijheid van meningsuiting wordt verspreid. Wanneer groepen mensen worden weggezet, geïntimideerd of als bedreiging worden bestempeld, raakt dat de basis van een inclusieve samenleving waarin iedereen gelijkwaardig hoort te zijn.

Wat extra zorgelijk is, is de manier waarop sociale media worden gebruikt om mensen te mobiliseren rond een hatelijke boodschap van uitsluiting. Extreemrechtse bewegingen proberen steeds vaker hun ideeën te verspreiden en te normaliseren door angst en verdeeldheid aan te wakkeren. De geschiedenis laat zien dat uitsluiting en het aanwijzen van minderheden als zondebok vaak de eerste stappen zijn richting grotere maatschappelijke ontwrichting.

Daarom moeten we verder kijken dan alleen de vraag hoe de openbare orde op 19 september wordt gehandhaafd. De fundamentele vraag is welke samenleving we willen zijn. Willen we een stad waarin mensen zich moeten afvragen of zij nog veilig zijn wanneer extremistische groepen zich organiseren? Of kiezen we voor een samenleving waarin iedereen meetelt en beschermd wordt, ongeacht afkomst, geloof, gender, seksuele oriëntatie of politieke overtuiging?

Het bestrijden van de groei van extreemrechts vraagt om meer dan alleen optreden op momenten dat het misgaat. Het vraagt om duidelijke politieke keuzes, om onderwijs dat jongeren weerbaar maakt tegen haat en desinformatie, en om een samenleving waarin we niet zwijgen wanneer groepen mensen worden buitengesloten.

Den Haag is de stad van vrede en recht. Juist daarom moeten we ons uitspreken wanneer dit soort abjecte bewegingen proberen om verdeeldheid te zaaien en de gelijkwaardigheid van mensen onder druk zetten. Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar vrijheid kan niet los worden gezien van verantwoordelijkheid. Een democratische samenleving wordt niet alleen bepaald door de ruimte die zij geeft aan verschillende meningen, maar ook door de manier waarop zij haar inwoners beschermt tegen haat, intimidatie en uitsluiting.

Daarom: stop de haatmanifestatie op 19 september!