Franse scholieren en de politiek van het geweld
Wie zoekt waarom de scholieren in Frankrijk betogen, vindt dat niet gemakkelijk. Wat vooral in beeld komt, is het geweld tijdens de betogingen. Maar, dat is niet het enige geweld. Er is ook het geweld dat de scholieren zelf al jaren wordt aangedaan: geweld op hun toekomst, hun onderwijs en hun leven. Een geweld dat veel diepgaander van aard is, maar waar geen aandacht voor is.
Wie over geweld spreekt, moet eerst begrijpen waar het vandaan komt, wie het uitoefent, wie het ondergaat en in welke context het plaatsvindt. Niet alle geweld is van dezelfde aard. Over het ene geweld wordt veel gesproken, terwijl ander, soms veel diepgaander geweld wordt geminimaliseerd, genormaliseerd of gerelativeerd.
Waarom de scholieren op straat komen
Volgens de Franse zender Arte zijn de protesten van de Franse scholieren half september ontstaan uit diep sociaal onbehagen, een vastgelopen onderwijssysteem en grote onzekerheid over de toekomst. Deze jongeren willen niet langer schimmel in hun klaslokalen, hitte in de zomer en kou in de winter. Op sommige scholen is er op dit moment geen elektriciteit, worden de toiletten al jaren niet gerenoveerd en is er geen toiletpapier. Ze willen niet langer met 35 in een klas zitten: Frankrijk heeft de drukste klassen van Europa. Bovendien is er een enorme nood aan meer leerkrachten, ook dat is een van de redenen waarom ze betogen.
Volgens internationaal onderwijsonderzoek PISA behoort het Franse onderwijs ook tot de meest ongelijke systemen van Europa. Scholen in armere banlieues, zoals in het departement Seine-Saint-Denis aan de rand van Parijs, krijgen aanzienlijk minder middelen en leraren dan scholen in rijkere buurten. Met een besparing van 54 miljard euro op de overheidsuitgaven in het vooruitzicht vinden de jongeren dat onaanvaardbaar, zeker in tijden van crisis.
Die ongelijkheid zet zich voort bij de overgang naar het hoger onderwijs. Alle aanvragen voor universiteiten en vervolgopleidingen lopen sinds 2018 via Parcoursup. Veel jongeren ervaren dat selectiesysteem als een ingewikkeld en ondoorzichtig moeras: ze krijgen niet te horen waarom ze worden aanvaard of geweigerd en vrezen daardoor voor hun studiekansen.
Wie les volgt op een school met een slechte reputatie, heeft het ook moeilijker om bij bepaalde universiteiten binnen te raken. Daarom eisen de scholieren een transparanter, minder ingewikkeld en eerlijker selectiesysteem voor vervolgopleidingen
De protesten staan daarnaast niet los van de bredere maatschappelijke en internationale crisis. De scholieren maken zich ernstig zorgen over de staatsschuld, het oprukkende fascisme en de internationale politieke context.
Een jeugd die zich organiseert
De Franse jeugd is boos over de besparingen, de toenemende economische crisis en de toestand in de scholen. Daartegen organiseert ze zich. Ze eist dat er naar haar geluisterd wordt en doet dat in de eerste plaats door massaal op straat te komen, voor een toekomst die nu aanzienlijk onder druk staat.
Verschillende vakbonden lopen mee. De CGT heeft bijvoorbeeld meer dan 200 mensen ingezet op 17 oktober om te zorgen dat er zo weinig mogelijk escaleert. Ook de gele hesjes zijn aanwezig. Enerzijds uit steun voor de scholieren, anderzijds zetten de besparingen van de regering de samenleving onder druk, en die druk verbindt mensen. Zo ontstaat een brede beweging tegen de hoge kosten voor het levensonderhoud en voor een betere toekomst, die samen tegenover een regering staat met de eis dat er naar hen wordt geluisterd.
Een beweging die met harde hand wordt neergeslagen
De repressie tegen deze jongeren is ongezien. Scholieren verliezen ogen en handen of lopen meerdere breuken op. Auteur Ludo De Witte zegt hierover: “Wekenlang kregen politie en de speciale mobiele eenheden (CRS) vrij baan, zonder dat de regering één initiatief nam tot overleg of voorstellen deed om tegemoet te komen aan de gerechtvaardigde eisen van de scholieren, die door het onderwijzend personeel en de ouders worden gesteund.”
https://www.instagram.com/reel/Del6cbHMDeD/?utm_source=ig_embedhttps://www.instagram.com/reel/Del6cbHMDeD/?utm_source=ig_embed
Jean-Luc Mélenchon, leider van de linkse partij La France Insoumise (LFI), spreekt van totale onbekwaamheid bij de politie en wijst op een reeks concrete tekortkomingen. Om te beginnen deed de politieprefect van Parijs er drie dagen over om een besluit te nemen over het traject van de betoging van 17 oktober in de hoofdstad. Nog voor de manifestatie op de Place de la République kon beginnen, en voor er sprake was van enig geweld door de samenstromende betogers werd bovendien zoveel traangas ingezet dat de toegang tot het plein onmogelijk werd en de menigte uiteen werd gedreven.
Het toegewezen eindpunt van de betoging op de Place de Clichy, was daarnaast veel te klein voor zo’n massa, waardoor iedereen zich noodgedwongen over de omliggende straten moest verspreiden. Tot slot noemt Mélenchon de inzet van grenades de désencerclement (granaten die bedoeld zijn om concentraties van personen uit elkaar te drijven) een onaanvaardbaar: zulke middelen zijn in het grootste deel van Europa verboden vanwege het ernstige risico op letsel en verminking.
Deze onbekwaamheid om degelijk op te treden is niet toevallig, ze is georganiseerd. Het gaat om een strategie van verrotting (pourrissement): laat de boel escaleren, zodat de beweging zichzelf isoleert. Die strategie heeft gevolgen. Scholieren die opkomen voor hun toekomst worden gemarginaliseerd, bewegingen worden tegen elkaar uitgespeeld en het gaat niet langer over de reden waarom de jongeren massaal op straat komen.
Alle geweld benoemen
We kunnen niet wegkijken van dit geweld in al zijn vormen: het geweld op de toekomst van de jeugd, het geweld van de politie en de staat, én het geweld van sommige jongeren zelf. Ook dat laatste heeft gevolgen. De aangerichte schade treft werknemers, beschadigt de openbare ruimte en dreigt de beweging te isoleren. Maar het maakt de eisen van de scholieren niet minder gerechtvaardigd. Kritiek op bepaalde actievormen mag nooit dienen om de repressie van een hele sociale beweging te rechtvaardigen.
Rechts maakt nu gebruik van die schade en incidenten om het debat weg te sturen van de eisen van de scholieren. Zij negeren daarbij de tienduizenden die vreedzaam betoogden en kijken weg van al het politiegeweld tegen minderjarigen.
De recente vernielingen aangericht door een minderheid van relschoppers zijn onder geen beding goed te praten. Deze daders moeten vervolgd worden volgens de bestaande wetgeving. Het andere geweld dat tien jaar neoliberale afbraak onder president Emmanuel Macron heeft veroorzaakt mag echter evenmin genegeerd worden. In de analyse van het geweld van 17 oktober mag niet het geweld ontbreken dat voor die dag werd ontketend door de Franse regering.
De eisen van de honderdduizenden scholieren die op 17 oktober vreedzaam betoogden blijven even relevant. Zij worden gesteund door ouderverenigingen en leerkrachten. Ook werkende mensen en vakbonden sluiten zich er bij aan. Het gaat immers om de toekomst van hun kinderen. Zij zullen met diezelfde eisen mobiliseren voor de volgende betoging op 5 november.