Ga naar de inhoud

Voedselinflatie en de rol van monopoliemacht van multinationals

Voedselinflatie: de berekeningen kloppen niet als de monopoliemacht van de transnationale agro-ondernemingen er niet in meegenomen worden.

14 min leestijd

(Foto Travel Aficionado, Flickr CC2.0)

Het afgelopen jaar braken in minstens 65 landen (1) grote boerenprotesten uit. Van India tot Kenia, via Colombia en Frankrijk heeft de wanhoop een breekpunt bereikt. Boeren waarschuwen dat zonder betere prijzen en meer bescherming hun toekomst in gevaar komt. Boerenbewegingen als La Via Campesina hekelen al meer dan 30 jaar (2) de WTO en het groeiend aantal bilaterale vrijhandelsovereenkomsten (FTA) omdat ze hun levensonderhoud vernietigen.

Deze protesten ontvouwen zich echter tegen de achtergrond van mondiale voedselprijzen die tot recordhoogte (3) zijn gestegen. De prijzen stegen eerst tijdens de pandemie en vervolgens opnieuw aan het begin van de oorlog in Oekraïne en bereikten in 2022 een ongekende recordhoogte. Tussen 2021 en 2022 verdubbelde de prijzen volgens de mondiale algemene consumentenprijsindex (CPI) en bijna verdrievoudigde voedselprijzen of voedselprijsinflatie (4).

Volgens de voedselprijsindex van de Wereldvoedselorganisatie (FAO) zijn de internationale prijzen, ook al zijn ze in 2023 gematigd, nog steeds hoger dan in 2019 (zie grafiek 1). En alles wijst erop dat dit een prijzencrisis is en geen voedseltekort op mondiaal niveau (5). De afgelopen 20 jaar heeft de wereldgraanproductie de beschikbare voorraden overschreden.

De impact van deze stijgingen van de voedselprijzen op miljoenen mensen, vooral de armen, is verwoestend. In 2022 leed 9,2% van de wereldbevolking chronisch honger (6) een stijging van 122 miljoen mensen sinds 2019. Maar zoals de boerenprotesten van dit jaar duidelijk maken, komt de stijging van de voedselprijzen niet in hun portemonnee terecht. Wie profiteert er dus van deze voedselprijsstijgingen?

Volatiliteit door ontwerp

De FAO en de managers van de transnationale agro-ondernemingen hebben de recente stijgingen van de voedselprijzen toegeschreven aan ontwrichtende toeleveringsketens voor olie, gas, meststoffen en basisgoederen (7). Dit is een halve waarheid en dus bedrieglijk. Ze vermelden niet hoe de huidige structuur van het voedselsysteem dergelijke verstoringen aanmoedigt en versterkt.

Decennialang hebben de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds (IMF) een structureel aanpassingsbeleid (de zgn. SAP) en groene revolutietechnologieën (hybride zaden + chemische pesticiden en meststoffen) over de hele wereld gepromoot. We hebben nu een mondiaal voedselsysteem dat is ontworpen (8) rond de productie van een klein aantal landbouwproducten (tarwe, rijst, maïs, sojabonen, palmolie) in een paar gebieden van de wereld die volledig gewijd zijn aan de massale industriële productie van monoculturen die afhankelijk zijn van het aanbod van input, en geconcentreerd in de handen van een paar zeer grote transnationale agro-ondernemingen. 

Elke verstoring binnen dit mondiale systeem, of het nu gaat om oorlog of droogte, kan grote gevolgen hebben voor de toegang van mensen tot voedsel. Dit is vooral acuut in landen in het mondiale Zuiden (9) die nu sterk afhankelijk zijn van voedselimporten vanwege het beleid dat hen wordt opgelegd via multilaterale banken en vrijhandelsovereenkomsten (10) Bovendien gaan we een periode van intense klimaatcrisis, watercrisis, geopolitieke spanningen en afnemende oogstopbrengsten binnen, die naar verwachting vaker en ernstiger verstoringen zullen veroorzaken (11).

Voor sommigen is deze volatiliteit (prijsschommelingen veroorzaakt door crises) echter een kans. Vanwege het doelbewuste neoliberale beleid dat sinds de jaren tachtig is ingevoerd (zie kader), is er tegenwoordig een groot en groeiend deel van de financiële sector dat profiteert van verschuivingen in de voedselprijzen door gebruik te maken van zogenaamde ‘derivaten’. In theorie helpt het gebruik van deze instrumenten kopers en verkopers om prijzen vast te leggen en zichzelf te beschermen tegen het risico van prijsschommelingen. De meest voorkomende en belangrijkste van deze instrumenten zijn termijncontracten, dit zijn overeenkomsten om landbouwgrondstoffen op een bepaalde toekomstige datum te kopen of verkopen. Op termijnmarkten wordt niet het landbouwproduct zelf verhandeld, maar het contract. De prijs van het termijncontract verandert afhankelijk van vraag en aanbod op de financiële markten. 

Maar deze prijsschommelingen op de termijnmarkten hebben een directe invloed op de prijsschommelingen van de goederen (tarwe, rijst, maïs, sojabonen, palmolie) waarop het termijncontract betrekking heeft (12).  Als de prijs van een termijncontract voor tarwe bijvoorbeeld stijgt, geeft dit aan dat de geschatte toekomstige prijs van tarwe hoog is. Bijgevolg stijgt de werkelijke huidige prijs van tarwe. Met de toegenomen activiteit op de financiële termijnmarkten wordt de voedselhandel steeds meer gerelateerd aan termijnprijzen (13). In een vicieuze cirkel trekt de volatiliteit van de voedselprijzen meer speculatief geld naar de termijnmarkt voor grondstoffen. Dit versterkt op zijn beurt de volatiliteit van de termijnmarkten en drijft de reële voedselprijzen omhoog of omlaag.

De prijsvolatiliteit tijdens de voedselprijzencrisis van 2007-2008 (14) was deels het gevolg van een golf van financiële speculatie (15). Op dezelfde manier schoten de beleggingen in grondstoffenfutures en aan grondstoffen gekoppelde fondsen omhoog toen de oorlog in

Oekraïne begon. De speculatieve posities op de Parijse tarwemarkt stegen (15) van 35 miljoen euro in januari 2021 naar 1 miljard euro in maart 2022. Uit een rapport van IPES-Food (16) bleek dat de prijs van tarwe op de termijnmarkten in negen dagen met 54% steeg, en de Amerikaanse commissie voor de handel in grondstoffenfutures merkte op dat de volatiliteit 20% hoger was dan normaal. Terwijl dit tot prijsstijgingen leidde die consumenten benadeelden, maakten hedgefondsen (17) en pensioenfondsen (18) die op de voedselmarkten speculeerden enorme winsten.

Ook de 5 grootste transnationale agro-ondernemingen met enorme monopoliemacht die handelen in landbouwgrondstoffen in de wereld, hebben enorm van deze situatie geprofiteerd, onder meer door hun deelname aan de financiële markten (19). In 2022 zijn de winsten behaald door de 5 grootste transnationale ondernemingen in deze sector (20) in deze sector verdubbeld en zelfs verdrievoudigd vergeleken met de periode 2016 – 2020. Uit een rapport van de Conferentie van de Verenigde Naties voor Handel en Ontwikkeling (21)

Blijkt dat de ondernemingswinsten van mondiale voedselhandelaren lijken sterk gekoppeld aan periodes van buitensporige speculatie op de grondstoffenmarkten (22) en aan de groei van schaduwbankieren – een ongereguleerde financiële sector die buiten de traditionele bankinstellingen opereert”.

Ze hebben een aantal belangrijke voordelen ten opzichte van puur financiële spelers. Ten eerste zijn zij als ‘commerciële actoren’ niet onderworpen aan dezelfde beperkingen of regels als financiële actoren op de grondstoffenhandelsmarkten. Bovendien beschikken ze door hun wereldwijde aanwezigheid over de meest diepgaande en actuele informatie over de beschikbaarheid van producten en zijn ze als eerste op de hoogte van slechte oogsten of recordoogsten. Uit een onderzoek van SOMO (22) is gebleken dat de grootste transnationale ondernemingen in landbouwgrondstoffen, ADM, Bunge, Cargill, COFCO International en Louis Dreyfus (meestal “ABCCD” genoemd), 73% van de mondiale graan- en oliezaadhandel controleren, evenals een gecombineerde oppervlakte van 1 miljoen hectare aan landbouwgrond.

(Kadertje: Een perverse en goed voorbereide uitlijning van de sterren in de jaren tachtig

Drie parallelle ontwikkelingen in de jaren tachtig waren van cruciaal belang voor de financialisering van het mondiale voedselsysteem. 

Ten eerste werd de liberalisering van de landbouwmarkten bevorderd door de Wereldbank en andere internationale organisaties. Tot dan toe hadden regeringen in verschillende regio’s beleid aangenomen om boeren te beschermen tegen productierisico’s. 

Ten tweede werden de financiële markten in de Verenigde Staten gedereguleerd en begonnen investeringsbanken en transnationale ondernemingen in de grondstoffenhandel indexfondsen op de markt te brengen die de prijzen van verschillende grondstoffen volgden. 

Daarnaast probeerden grote institutionele beleggers (zoals pensioenfondsen) hun beleggingen te diversifiëren. Om hun risico’s af te dekken, verhoogden ze hun beleggingen in grondstoffenderivaten en fysieke activa. Als gevolg hiervan begon een groeiend aantal financiële spelers te speculeren met voedselprijzen. 

Ten derde ondervonden transnationale agro-ondernemingen net als andere ondernemingen, een dramatische verschuiving in eigendom door de komst van grote vermogensbeheerders. De salarissen van CEO’s werden gekoppeld aan de waarde van aandelen, waardoor er een sterke prikkel ontstond om bedrijven te herstructureren op manieren die meer winst voor de aandeelhouders genereerden. Met het oog hierop namen de fusies en overnames toe, waardoor de basis werd gelegd voor de huidige diepe bedrijfsconcentratie in de agrifoodsector.

Bron: Jennifer Clapp en S. Ryan Isakson, “Speculative Harvests: Financialization, Food, and Agriculture”, Agrarian Change & Peasant Studies, 2021.

(Einde kadertje)

Prijsmanipulatie en verkopersinflatie

Financiële markten zijn niet de enige ruimte waar grote landbouw- en voedingsmultina-tionals invloed hebben op de voedselprijzen. Een groeiend aantal stemmen, zoals van de econoom Isabelle Weber (24), wijzen op de monopoliemacht van deze multinationals als een

belangrijke factor in de recente prijsinflatie, ook op het gebied van voedsel. Wat zij ‘verkopersinflatie’ noemen, vindt plaats in een context van knelpunten in de toeleverings-keten en kostenschokken. Wanneer prijsstijgingen in upstream-sectoren (zoals het gas dat nodig is voor kunstmest) zich verspreiden over de toeleveringsketen, berekenen multina-tionals in downstream-sectoren kostenstijgingen door om de winstmarges te beschermen en zelfs van de gelegenheid gebruik te maken om deze marges te vergroten. Ze kunnen de prijzen verhogen in de wetenschap dat al hun concurrenten hetzelfde zullen doen.

Dergelijke strategieën zijn alleen mogelijk in contexten waarin een handvol grote transnationale agro-ondernemingen de macht heeft om monopolieprijzen vast te stellen, zoals het geval is in de voedsel- en landbouwsector. Slechts 4 transnationals (25), Bayer, Corteva, Syngenta en BASF, controleren bv. de helft van de zaadmarkt en 75% van de mondiale markt voor landbouwchemicaliën. Sinds 2018 is hun winst bijna verdubbeld. Aan de kant van de meststoffen wordt de wereldmarkt gecontroleerd door een klein aantal transnationals. 

Vier daarvan beheersen een derde van de productie van stikstofkunstmest (26). Van 2018 tot 2022 zijn de winsten van de negen grootste kunstmestmultinationals (27) meer dan verdrie-voudigd, omdat ze hun monopolieprijzen verhoogden tot ver boven de productiekosten. Een ander voorbeeld is te vinden in de op één na grootste vleesverwerker ter wereld, Tyson (28).

Het bedrijf heeft zijn marges en winst eind 2021 ruimschoots verdubbeld. Dit was te danken aan de prijsverhogingen die het had geïnitieerd en vervolgens bleef verhogen om de marges te beschermen tegen de kostendruk als gevolg van graanprijzen. Een soortgelijke strategie werd gevolgd door grote merken als de multinationale voedingsmiddelenconcerns Nestlé, Unilever en Mondelez (29) die de prijzen verhoogden en in 2022 uiteindelijk hoge winsten boekten.

Deze combinatie van monopolistische macht en ongereguleerde activiteit op de financiële markten zorgt ervoor dat handelaren in landbouwgrondstoffen, grote transnationale agro-ondernemingen en transnationale voedingsmiddelenconcerns enorme winsten kunnen maken uit de stijging van de voedselprijzen.

Het tegengaan van de macht van transnationale agro-ondernemingen in voedselsystemen.

De grote boosdoener als het gaat om de huidige hoge voedselprijzen voor consumenten en lage prijzen voor boeren is de macht van het internationale agro-industriële complex. De klimaatcrisis zal deze situatie alleen maar verergeren, tenzij er dringende maatregelen worden genomen om de monopoliemacht van de transnationale agro-ondernemingen te ontmantelen en over te stappen op meer gelokaliseerde voedselsystemen, gebaseerd op gediversifieerde voedselproductie en tegemoetgekomen aan de voedselbehoeften van mensen, in hoofdzaak de boerenmassa in het mondiale Zuiden. De strijd tegen vrijhandelsovereenkomsten die centraal staat in veel van de hedendaagse boerenprotesten, is daarom van cruciaal belang.

Tegelijkertijd zijn er acties nodig om de macht te veroveren van de actoren in de casino-economie die de volatiliteit en de stijging van de voedselprijzen vergroten. Als het gaat om financiële speculatie, een belangrijke aanjager van de volatiliteit van de voedselprijzen, moeten de regels worden aangescherpt. En om de zogenaamde ‘verkopersinflatie’ aan te pakken, hebben we maatregelen nodig om winstbejag te voorkomen, zoals belastingen op onverhoopte winsten, antitrustmaatregelen en, nog belangrijker, publieke controles op de voedselprijzen en programma’s die zorgen voor een, eerlijke economie en veilige distributie van voedzaam voedsel aan iedereen.

(Noten:)