Ga naar de inhoud

Een goed leven voor de 99% is geen utopie: het is haalbaar. En wel zo

Stel je een toekomst voor waarin iedereen een hoog welzijnsniveau geniet; waarin 90% van de wereldbevolking het inkomen verdubbelt, maar slechts de helft van de uren werkt die we nu werken. Een wereld waarin het aandeel van de onderste helft van de mensheid in de wereldwijde rijkdom stijgt van slechts 2% vandaag naar 30%; een wereld waarin we genoeg consumeren, maar niemand te veel.

6 min leestijd

Door Thomas Piketty, Lucas Chancel, Cornelia Mohren, Rowaida Moshrif, Moritz Odersky and Anmol Somanchi, Engelse versie op website The Guardian

Zie ook: Ons plan is radicaal – maar door onze manier van leven op deze eindige planeet te veranderen, is bijna iedereen erbij gebaat (Engels)

Stel je een toekomst voor waarin iedereen een hoog welzijnsniveau geniet; waarin 90% van de wereldbevolking het inkomen verdubbelt, maar slechts de helft van de uren werkt die we nu werken. Een wereld waarin het aandeel van de onderste helft van de mensheid in de wereldwijde rijkdom stijgt van slechts 2% vandaag naar 30%; een wereld waarin we genoeg consumeren, maar niemand te veel. En stel je voor dat we dit bereiken op een planeet die het menselijk leven ruimschoots kan ondersteunen zonder dat het klimaat instort.

Tegenover de sombere, techno-autoritaire toekomstbeelden die ons momenteel worden voorgeschoteld, is er dringend behoefte aan een radicaal nieuwe visie op wereldwijde vooruitgang in de 21e eeuw. De meest geloofwaardige visie is er een waarin de leefbaarheid van de planeet een voorwaarde is voor menselijke ontwikkeling en gelijkheid.

In ons nieuwe rapport onderzoeken we welke voorwaarden er nodig zijn om de wereld tegen het einde van deze eeuw op een economisch en ecologisch verantwoorde manier dichter bij deze ambitie te brengen.

De conclusie? Een wereldwijde transformatie die de leefbaarheid van onze planeet verzoent met een hoog welzijnsniveau voor iedereen is mogelijk – mits aan drie voorwaarden tegelijk wordt voldaan. Een snelle decarbonisatie van energiesystemen is noodzakelijk. Maar we hebben ook een ingrijpende verschuiving nodig van overconsumptie naar ‘voldoening’. Dit zou een scherpe vermindering van het aantal arbeidsuren en het gebruik van grondstoffen met zich meebrengen, samen met grote veranderingen in consumptiepatronen, eetgewoonten, landgebruik en bosbedekking. Om decarbonisatie zowel voldoende te financieren als politiek te ondersteunen, is een drastische vermindering van de ongelijkheid in inkomen, rijkdom en macht nodig, zowel tussen landen als binnen landen. Deze vermindering van wereldwijde ongelijkheid is verenigbaar met diepgaande decarbonisatie; het is zelfs een noodzakelijke voorwaarde voor gedeelde welvaart op een eindige planeet.

Het Global Justice Report is de eerste poging om een volledig gekwantificeerd plan voor deze transitie voor te stellen. Het combineert vier dimensies die in de huidige debatten vaak afzonderlijk worden behandeld: herverdeling op wereldschaal; een ingrijpende hervorming van de internationale financiële en economische orde; een radicale transformatie van energiesystemen; en substantiële verschuivingen in consumptiepatronen. In vergelijking met de meeste klimaatscenario’s (waaronder die van het Intergovernmental Panel on Climate Change) is de belangrijkste vernieuwing dat we alle vier de dimensies samen modelleren – en ongelijkheid en toereikendheid centraal stellen in de analyse.

Wat zou deze transitie opleveren? De kern ervan is convergentie (vermindering van de ongelijkheid, vert.) tussen landen. Het gemiddelde nationale inkomen per hoofd van de bevolking, dat vandaag de dag wordt gekenmerkt door een 16-voudig verschil tussen de armste (290 euro per maand in Sub-Sahara Afrika) en rijkste (4.590 euro in Noord-Amerika/Oceanië) regio’s van de wereld, zou tegen 2100 in alle landen stijgen naar een gemeenschappelijk niveau van ongeveer 5.000 euro per maand.

Maar deze convergentie is niet alleen van monetaire aard. Het aantal werkuren per jaar per werkende zou dalen van ongeveer 2.100 naar zo’n 1.000, waarmee de langdurige verschuiving naar kortere werktijden zich zou voortzetten; terwijl het aandeel van de wereldwijde werkuren dat aan onderwijs en gezondheidszorg wordt besteed, zou stijgen van 11% naar 43%. Vrouwen en mannen zouden naar gelijke beloning en een gelijk aandeel in economische en huishoudelijke arbeid toe groeien.

Dit alles zou zich afspelen binnen een leefbaar klimaat. Dankzij duurzame convergentie en snelle decarbonisatie zou de opwarming van de aarde uitkomen op 1,8 °C, tegenover meer dan 4 °C bij de huidige trends.

Dit alles is onmogelijk zonder een forse vermindering van de ongelijkheid. De inkomensverschillen tussen individuen zouden afnemen tot een verhouding van één op vijf en de vermogensverschillen tot één op tien, waarmee de ontwikkeling die West- en Noord-Europa in de 20e eeuw hebben doorgemaakt, wordt voortgezet. Het aandeel van de wereldwijde rijkdom dat in handen is van de armste helft van de mensheid zou stijgen van 2% naar 30%, terwijl het aandeel van de miljardairsklasse zou dalen van 6% naar 0,05%.

Vrouwen en mannen zouden naar gelijke beloning en een gelijk aandeel in economische en huishoudelijke arbeid toe groeien.

Deze veranderingen zouden worden gefinancierd en aangestuurd door nieuwe instellingen. Een wereldwijd rechtvaardigheidsfonds zou tussen 2026 en 2060 jaarlijks gemiddeld 10% van het mondiale bbp besteden aan landendividenden en investeringen, tegenover de minder dan 0,4% die ontwikkelingshulp en de gezamenlijke begrotingen van de VN, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank vandaag de dag vertegenwoordigen. De middelen zouden afkomstig zijn van een wereldwijd staatsfonds dat 10% van het wereldwijde kapitaal bezit, een wereldwijde vermogensbelasting die oploopt tot 20% per jaar voor miljardairs en een wereldwijde inkomstenbelasting die oploopt tot 90% voor de allerrijksten, die elk ongeveer 1% van de wereldbevolking betreffen.

Het resultaat is geen herverdeling van velen naar enkelen, maar een winst voor bijna iedereen. Bijna 90% van de wereldbevolking zou tussen 2026 en 2100 zijn inkomen verdubbelen, en als we vrije tijd en een leefbare planeet meerekenen, komt meer dan 99% er beter uit. Het plan zorgt ook voor een herverdeling van de macht. Vandaag de dag hebben de rijkste regio’s bij het IMF en de Wereldbank vier keer zoveel stemmen als hun aandeel in de wereldbevolking zou rechtvaardigen; in de nieuwe orde zou elke inwoner een gelijke stem hebben, ondersteund door een internationale clearingunie en een nieuwe internationale munteenheid om een einde te maken aan de exorbitante privileges van de dominante machten en om de mondiale handelsonevenwichtigheden aan te pakken.

Ons rapport maakt deel uit van een bredere internationale agenda voor de leefbaarheid van onze planeet, sociale rechtvaardigheid en hervorming van de mondiale financiële architectuur – waaronder de Bridgetown-agenda die in 2022 door Barbados werd gelanceerd, het Sevilla-initiatief inzake ontwikkelingsfinanciering, het VN-proces rond een belastingverdrag en de G20-initiatieven onder leiding van Brazilië en Zuid-Afrika inzake mondiale ongelijkheid. De belangrijkste bijdrage van dit rapport is dat deze voorstellen in een gekwantificeerd institutioneel kader worden geplaatst, waarbij sociaaleconomische convergentie, temperatuurveranderingen en verdelingstrajecten tot het jaar 2100 worden gemodelleerd.

Een leefbare, rechtvaardige en welvarende 21e eeuw is materieel gezien mogelijk. Het koolstofbudget laat het toe en de geschiedenis biedt voorbeelden op vergelijkbare schaal: algemeen kiesrecht, de universalisering van gezondheidszorg en onderwijs, de halvering van de arbeidstijd en de sterke afname van ongelijkheid in de loop van de 20e eeuw. Het is niet de technische onmogelijkheid die in de weg staat, maar veeleer het ontbreken van een gedeelde visie op sociale vooruitgang, die tegelijk concreet en radicaal is. Wat er in plaats daarvan nodig is, is een politieke keuze en het harde werk van coalitievorming daarachter.

• Thomas Piketty is hoogleraar economie aan de Paris School of Economics en mededirecteur van het World Inequality Lab; Lucas Chancel is hoogleraar economie aan Sciences Po Paris en mededirecteur van het World Inequality Lab; Cornelia Mohren is milieucoördinator bij het World Inequality Lab; Rowaida Moshrif is mededirecteur bij het World Inequality Lab; Moritz Odersky is econoom bij het World Inequality Lab; Anmol Somanchi is coördinator mondiale rechtvaardigheid bij het World Inequality Lab.

• Dit artikel is gebaseerd op de conclusies van hun Global Justice Report