De Koerden hebben enkel de bergen als vrienden
‘De Koerden hebben enkel de bergen als vrienden’… Het is een oud Koerdisch gezegde dat verwijst naar de isolatie waarmee de Koerden, die verspreid leven over Iran, Irak, Syrië en Turkije, altijd af te rekenen hebben gehad.
(Foto: Begraafplaats in Qamishlo van SDF-strijders die sneuvelden in de strijd tegen IS; Foto: D.Dessers)
Je kan er zeker kanttekeningen bij plaatsen, maar het past als gegoten voor de situatie waarin de Koerden in Syrië vandaag zijn terechtgekomen: in de steek gelaten door alles en iedereen terwijl het Syrische leger een grootschalig militair offensief lanceert in het Koerdische noorden en oosten van het land.
Syrisch Koerdistan wordt ook wel Rojava genoemd, oftewel West-Koerdistan. In het noordelijke en later ook oostelijke deel van Syrië bouwden Koerden samen met voornamelijk Arabische en Assyrische bondgenoten al meer dan tien jaar aan een autonome regio, met een politiek project dat democratisch, feministisch en ecologisch wilde zijn – een parallelle machtsstructuur aan de centrale van Damascus.
Hun Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) speelden een cruciale rol in het blokkeren en verslaan van de fundamentalistische terreurgroep Islamitische Staat (IS). Zonder de Koerden en hun bondgenoten, die de grondtroepen leverden voor de internationale strijd tegen IS, zou bijvoorbeeld de zogenaamde ‘hoofdstad van het Kalifaat’, Raqqa, nooit bevrijd zijn in 2018.
In een stad als Qamishlo, de informele hoofdstad van Rojava, kan je een bezoek brengen aan de begraafplaats van de gesneuvelden. Daar liggen vele duizenden jongeren begraven die het leven lieten in de strijd tegen IS, vaak mensen van rond de twintig jaar. Heel de wereld leek even dankbaar voor de offers die daar gebracht werden, niet in het minst omdat het elimineren van IS ook belangrijk was voor het tegengaan van terrorisme in het Westen. Het maakte dat de Koerden en hun bondgenoten lange tijd bescherming genoten van de Internationale Coalitie tegen IS, aangevoerd door de VS. Vandaag is die bescherming volledig opgeheven.
Dat maakte de VS-ambassadeur in Turkije, Tom Barrack, heel duidelijk toen hij dinsdag op X poneerde dat er volgens de VS een Syrische eenheidsstaat moet komen onder leiding van de nieuwe president al-Sharaa. Hij zegt in zoveel woorden dat de SDF de beste partner op het terrein was om IS te verslaan, maar dat de situatie nu, na de val van Assad, “fundamenteel is veranderd” en dat al-Sharaa voortaan de door de VS gesteunde partner in Syrië is. “De oorspronkelijke rol van de SDF als de belangrijkste anti-IS-macht ter plaatse is grotendeels achterhaald, aangezien Damascus nu zowel bereid als in staat is om de veiligheidsverantwoordelijkheden over te nemen”, legt Barrack uit.
Dat betekent zoveel als: we hebben jullie gebruikt, maar nu we jullie niet meer nodig hebben, smijten we jullie ongegeneerd onder de bus. En dat is effectief wat er vandaag aan het gebeuren is. Alles waar voor gevochten is, maar ook alles wat politiek, bestuurlijk en administratief werd opgebouwd tijdens de afgelopen tien tot vijftien jaar onder de Autonome Administratie van Noord en Oost-Syrië (AANES), dreigt verloren te gaan door het huidig grootschalig militair offensief van de regeringstroepen van al-Sharaa in Rojava. Nadat er minstens 12.000 jonge mensen in het noorden en oosten van Syrië gesneuveld zijn in de strijd tegen IS, steunen Turkije en de Westerse machten nu een niet-verkozen president met een verleden bij de islamistische terreurgroep Al-Qaeda. Het voelt als dansen op hun graven.
Het gebrek aan engagement van de VS om de strategische aanwezigheid van de SDF in het land te verdedigen, is extreem teleurstellend voor de Koerden die zich zwaar verraden voelen. VS-president Donald Trump duwde het mes dinsdag nog wat dieper door zijn expliciete steun uit te spreken voor al-Sharaa. Hij noemde hem complimenteus een “tough guy”. Hij zei ook dat hij de Koerden “mocht”, maar voegde eraan toe dat zij “enorme geldbedragen” en olie hadden ontvangen en “meer voor zichzelf” dan voor de VS hadden gehandeld.
Plotse escalatie
Sinds de val van het Assad-regime iets meer dan een jaar geleden dringen de nieuwe soennitisch-islamistische machthebbers erop aan dat de SDF onder het gezag van het Syrische ministerie van Defensie wordt gebracht en het gebied bestuurd door de AANES, onder de gecentraliseerde autoriteit van Damascus wordt geplaatst. (Dit gebied omvatte overigens het grootste deel van de Syrische oliebronnen, evenals twee grote dammen.)
Op 10 maart 2025 werd een raamakkoord gesloten tussen interim-president al-Sharaa en SDF-bevelhebber Mazloum Abdi en waren er opvolgende gesprekken om tot een definitief staakt-het-vuren en politiek akkoord te komen. Onder druk van Turkije strandden deze gesprekken op 5 januari abrupt. (Al sinds de overname van al-Sharaa hamert Turkije agressief op het herstel van het gezag van de centrale regering over de AANES, omdat het vreest dat autonomie voor de Koerden in Syrië een weerslag zou kunnen hebben op de Koerdische bevolking in eigen land.)
In een verklaring op sociale media enkele uren nadat het nieuws over de mislukte gesprekken met de regering-Sharaa bekend geraakte, gaf SDF-woordvoerder Farhad Shami al aan dat de groep zich schrap zette voor een reeds lang gevreesde grootschalige confrontatie. Hij schreef: “Voor ons volk: ofwel een leven met waardigheid, ofwel een dood met eer”.
Op 6 januari lanceerden troepen gelieerd aan de centrale regering een aanval op de twee Koerdische stadsdelen van de belangrijke oostelijke Syrische stad Aleppo. Nadat ze de plaatselijke Koerdische veiligheidstroepen hadden verdreven en de stad volledig hadden ingenomen, breidden de regeringstroepen hun aanvallen verder uit naar het oosten. Ze werden bovendien vervoegd door lokale Arabische stammen die voorheen geallieerd waren met de SDF, maar recent van kamp wisselden. Dit zorgde ervoor dat ze snel konden oprukken en leidde tot een aanzienlijk verlies van grondgebied voor de SDF.
Op zondag 18 januari begon de tekst van een regeringsvoorstel tot een staakt-het-vuren-akkoord te circuleren op sociale media en lokale nieuwskanalen. Damascus eiste daarin de volledige en onmiddellijke administratieve én militaire overdracht (ontmanteling van de SDF) van de overwegend Arabische provincies Deir ez-Zor en Raqqa, die al jarenlang onder SDF-controle stonden en waar zich de belangrijkste olievelden van Syrië bevinden. Daarnaast eiste het de integratie van alle civiele instellingen van de overwegend Koerdische provincie Hassakeh in de Syrische staatsinstellingen en administratieve structuren. Het gaat om de volledige opheffing van het autonoom bestuur (AANES) in alle drie de provincies. De pil leek te bitter om te slikken voor de SDF, maar mogelijk overleg over de interpretatie van het voorstel was niet aan de orde, want het offensief van de regeringstroepen werd volop voortgezet en het staakt-het-vuren zou zich nooit materialiseren. Het regeringsleger bleef terrein winnen in het noordoosten en onder zware militaire druk stemde de SDF ermee in zich terug te trekken uit Deir ez-Zor en Raqqa.
Verschillende bronnen ter plaatse meldden grove mensenrechtenschendingen van troepen en militieleden verbonden aan de Syrische regering tijdens de belegering van de Koerdische gebieden. In het bijzonder Koerdische vrouwen zouden worden geviseerd. Op kerkhoven zoals in de stad Hassakeh zouden graven van anti-IS-verzetsstrijders worden geschonden en vernietigd. Omdat het Syrische leger extremistische facties omvat met vroegere of huidige banden met al-Qaeda en/of IS, vrezen de Koerden het slachtoffer te worden van massaslachtingen. Op sociale media circuleren video’s waarop te zien lijkt hoe gevangengenomen SDF-strijders worden vernederd, mishandeld en zelfs geëxecuteerd. De SDF heeft regeringsgezinde facties er ook rechtstreeks van beschuldigd onthoofdingen uit te voeren.
Een tijdsvenster van vier dagen
Te midden van een verslechterende situatie was de VS-regering naar verluidt betrokken bij pogingen om een nieuwe toenadering te bewerkstelligen tussen Damascus en de SDF. Maandag 19 januari, laat in de avond, zou president Trump getelefoneerd hebben met al-Sharaa. Volgens een officiële lezing van het telefoongesprek “benadrukten beide partijen de noodzaak om de rechten en bescherming van het Koerdische volk te garanderen binnen het kader van de Syrische staat”, maar bevestigden ze ook “het belang van het behoud van de eenheid en onafhankelijkheid van het Syrische grondgebied”.
Daags nadien, op dinsdag 20 januari, kondigde de Syrische regering een vierdaags staakt-het-vuren met de SDF aan, dat die avond nog van kracht ging. Volgens de voorwaarden van dit akkoord krijgt de SDF vier dagen de tijd om een gedetailleerd plan voor te leggen over hoe de overgebleven gebieden die het controleert -met name de noordoostelijke provincie Hassakeh, met de steden Hassakeh en Qamishlo, en de stad Kobane in de provincie Aleppo- geïntegreerd zullen worden in de Syrische staat. SDF-commandant Mazloum Abdi zou op grond van de nieuwe overeenkomst een viceminister van Defensie en een gouverneur voor de provincie Hassakeh mogen aanwijzen, evenals vertegenwoordigers in het Syrische parlement.
Alle SDF-troepen zouden worden geïntegreerd in de militaire en veiligheidsstructuren van de Syrische regering, die zich ertoe verbindt het decreet dat de Syrische president Ahmed al-Sharaa op 16 januari uitvaardigde, te zullen respecteren. Dat decreet belooft in het toekomstige Syrië bescherming te bieden aan de culturele, taalkundige en burgerrechten van de Koerden, al bracht het decreet geen materiële wijzigingen aan in de Syrische grondwet.
De SDF bevestigde in een statement het staakt-het-vuren volledig te aanvaarden en beloofde geen militaire acties te ondernemen tenzij het zou worden aangevallen. Kort nadat het staakt-het-vuren van kracht ging, meldde de SDF echter dat het op verschillende plaatsen al werd geschonden door aan Damascus gelieerde facties.
Gisteren heerste er volgens bronnen ter plaatse een relatieve kalmte, maar de Koerdische regio’s onder SDF-controle blijven voorbereid op een finaal totaaloffensief van het regeringsleger en zijn bondgenoten. Sinds maandagavond zijn er intensieve defensieve voorbereidingen aan de gang. Burgers bouwen barricades en bewapenen zich – velen ook uit grote angst voor wat de aan de regering gelieerde troepen en milities voor hen in petto hebben. Ze zijn de slachtpartijen tegen de Alawitische en Druzische minderheden vorig jaar immers niet vergeten.