ImageEen recensie, in een marxistische uitgave, over een boek dat een dialoog bevat tussen een anarchist en een socialist over de huidige stand van zaken van politiek en beweging.

Deze recensie van Ernesto Aguilar verscheen oorspronkelijk in Political Affairs, Marxist Thought Online.

Vanaf het moment dat het marxisme en het anarchisme in 1872 aparte wegen insloegen, is de eigenaardige en soms vijandige spanning tussen de twee verschillende scholen van het socialisme onderwerp geweest van veel debatten, studiegroepen en protesten. Voor anarchisten zou, zoals Mikhail Bakunin stelde, het opkomende marxisme noodzakelijkerwijs net zo onderdrukkend worden als de kapitalistische staat. Voor marxisten zou de anarchistische overtuiging dat niemand macht zou moeten hebben ertoe leiden dat de 'incrowd' met een goed netwerk, meestal rijk en wit, hun macht in een andere vorm zou uitoefenen, met stilzwijgende steun van het grootste deel van de bevolking. Vanuit deze vroege conflicten ontwikkelden zich een jarenlange karikaturisering - net zo vaak correct als vals - van anarchistische motivaties en politieke aspiraties, en over organiseren en het ontbreken ervan.

Toch zou het een zonde van omissie zijn te beweren dat er niet tenminste een spoor van bewondering onder marxisten geweest is voor het anarchistische talent om aan te haken bij de creatieve energieën van de jeugd. Of evenzeer onder anarchisten, die stiekem graag de het vermogen gehad zouden willen hebben om breed to organiseren, met helderheid en ook binnen zwarte gemeenschappen. De bewondering is echter danig bevlekt. Het marxisme en het anarchisme hebben historisch gezien een haat-liefde relatie gehad die even gepassioneerd en tragisch als de teksten van Euripides.

De anti-globaliseringsbewegingen, en inspanningen van beide stromingen om de opkomende protesten om te doen slaan in grote anti-kapitalistische mobilisaties, heeft discussies weer aangewakkerd zoals ze in het boek "Wobblies and Zapatistas: Conversations on Anarchism, Marxism and Radical History" te vinden zijn. Toegegeven, niet veel van deze dialogen hadden het stralende niveau van persoonlijkheden als Staughton Lynd (burgerrechtenactivist en historicus, red.) betrokken. Maar ze vertegenwoordigen een begin - niet alleen over verschillen, maar ook over de gemeenschappelijke en gedeelde waarden en verwachtingen over een betere wereld.

'Wobblies and Zapatistas' zet Lynd aan tafel met Andrej Grubacic, een anarchist uit Californië en daarvoor de Balkan, om uitgebreid gedachten uit te wisselen over geschiedenis, politieke theorieën en de praktische werkelijkheid. Bij de discussies worden enkele van de meer bizarre onderstromen van het marxisme en anarchisme bewust buiten beschouwing gelaten – waaronder de meest extreme vormen van sectarianisme en dat wat zich "post-links" noemt. Ook wil dit boek niet bepaalde ideeën laten "winnen". Lynd en Grubacic mikken vooral op degenen die bruggen tussen de twee kampen willen bouwen.

Hun dialoog over de strijdbaarheid van de Zapatistas is een intrigerend discours dat door het hele boek loopt, over hoe politiek gedurende de laatste generatie fundamenteel veranderd is. Dit is de reden waarom ook de manier moet veranderen waarop activisten en radicale strijders tegen zichzelf en hun doelstellingen aankijken, onder andere om zich te ontdoen van ongewenste oude labels. Dit inzicht is niet nieuw. 'Nieuw Links' (in de VS, red.) postuleert zulke ideeën al langer en de bovengenoemde anti-globaliserings-confrontaties en demonstraties hebben vaak ideologische etiketten gemeden. Volgens Lynd en Grubacic is internationalisme evenzeer een zaak van 'het hart' als van de politiek. Je mag dat spottend mistig idealisme noemen, maar je kan niet voorbijgaan aan de vastbeslotenheid waarmee deze overtuiging uitgesproken wordt.

Beide auteurs hebben gelijk als ze "grote" ideeën belangrijk beschouwen voor het formuleren van politieke visies. Zo brengen ze bijvoorbeeld te berde dat Joe Hill (befaamde zanger en activist uit de Amerikaanse arbeidersbeweging, red.) zichzelf vandaag de dag als Palestijn beschouwd zou hebben. Dat roept effectieve beelden op brengt vruchtbare discussies teweeg. Lynd lijkt goed oog te hebben voor de hoeveelheid werk die nog verzet moet worden als hij beschrijft welke moeilijkheden hedendaagse bewegingen hebben om strategieën te bepalen. Vergelijk dit maar eens met de strijd in het zuiden van de VS tegen de discriminatie en uitsluiting van het zwarte deel van de bevolking of tegen de oorlog in Vietnam in de jaren '60 en '70. Dat waren thema's die allerlei krachten bij elkaar bracht die elkaar voorheen bestreden hadden. Toch stelt het grootste deel van het boek dat het terugvallen op oude manieren om politiek te voeren een nog groter probleem vormt. Wat hier nogal makkelijk over wordt gedaan, is de inschatting van de mate van werk die verzet moet worden om de zogenaamde "grote ideeën" bewegingen te verkrijgen..

Lynds opmerking dat anarchisme en marxisme niet elkaar uitsluitende alternatieven zijn maar alleen Hegeliaanse momenten die door botsende persoonlijkheden in de Eerste Internationale gespleten zijn, lijkt ook te simpel. Ook andere commentaren in het boek reduceren belangrijke en substantiële splitsingen vaak schamper als misleidende trucjes.

Tegelijkertijd lezen we een groot aantal inspirerende observaties, zoals bijvoorbeeld anti-imperialisme niet zien als een afwijzing van alles wat Amerikaans is maar dat juist het beste van Amerikaanse radicale tradities omarmt. Ook een hernieuwde aandacht voor de 'Haymarket zaak' en de Industrial Workers of the World (in Lynds woorden, "de Zapatistas van eerdaags") doet nieuw licht schijnen op deze gedenkwaardige revolutionaire golven. Dit is te danken aan Lynds interpretatie van de geschiedenis, die veelomvattend is en geschraagd wordt door een rijke ervaring.

De ideeën die hier naar voren gebracht worden, kunnen niet besproken worden zonder stil te staan bij Lynds opmerkelijke leven. Van het weggestuurd worden uit het leger tot het directeur worden van de 'Student Nonviolent Coordinating Committee's Freedom Schools' en zijn verbintenis met de 'Youngstown steel mill' strijd in de jaren '70 en daarna, is Lynd een belangrijk figuur binnen links geweest. Hij was ook een enthousiaste socialist, en wel een die altijd gekozen heeft voor diversiteit boven het dogmatisme binnen het socialisme. Zijn oprechte liefde voor menselijkheid schijnt overal doorheen, en het is de vraag of deze dialoog zonder zijn inlevingsgevoel zo fascinerend zou zijn.

Van de bekende Duitse staatsman Otto von Bismarck is het beroemde citaat na de splitsing van de Eerste Internationale: "crowned heads, wealth and privilege may well tremble should ever again the black and red unite" [koningen, de rijken en de gepriviligeerden kunnen beter beven zouden zwart en rood zich ooit weer verenigen]. Als we de woorden in 'Wobblies and Zapatistas' mogen geloven, zou deze mogelijkheid niet zo ver buiten bereik liggen.

------------------

Wobblies en Zapatistas: Gesprekken over anarchisme, marxisme en radicale geschiedenis

door Staughton Lynd en Andrej Grubacic
Oakland, California, PM Press, 2009. 

Wobblies is het koosnaampje voor de IWW, een vermaarde internationale anarcho-communistische vakbond, die begin 1900 haar hoogtepunt in de VS had. Haymarket verwijst naar de repressie tegen de arbeidersbeweging en de anarchisten in het bijzonder, die volgde op een mysterieuze bomaanslag op politieagenten tijdens een manifestatie op het Haymerkaet plein in Chicago in 1886. Dit wordt als het begin gezien van de traditie om op 1 mei te demonstreren voor rechten van arbeiders.(beschrijving op wikipedia).

Zie hier een interview met beide auteurs van het boek.