‘Wij’ in de preambule de Grondwet van de Verenigde Staten (1787), is een leugenachtig woord. Die preambule opent dan wel met ‘We the People’, maar dit ‘wij’ omvatte niet de hele bevolking. Het verwees effectief naar volwassen, witte mannen, naar de slavenhouders en -handelaars, naar de welgestelden. Vrouwen deden niet mee net zomin als de zwarte bevolking. Het ‘wij’ legitimeerde de dominantie van een kleine groep binnen een staatsverband, een natiestaat en dat doet het nog steeds. Het kan ook anders, namelijk werken aan ‘een wij zonder staat te vormen, een planetair wij’, zoals de Mexicaanse taalkundige Yásnaya Elena Aguilar Gil beschrijft. Een tiental artikelen van haar over dit onderwerp is  gebundeld onder de titel Nous sans l’État (Wij zonder staat).

(Overgenomen van Libertaire Orde)

Yásnaya Elena Aguilar Gil, geboren in het Mixe Gebergte in de deelstaat Oaxaca, en opgeleid in de literatuur- en taalkunde aan de Autonome Nationale Universiteit van Mexico (UNAM), onderzoekt de staat en zijn verschillende mechanismen met een kritisch oog om andere opties voor te stellen. Ernest London bespreekt deze bundel op de site Bibliothèque Fahrenheit 451. Ik vertaalde deze bespreking; zie hier onder. [ThH]

Inheemse volkeren

“Ongeveer driehonderd jaar geleden begon de wereld, via een complex proces, een sociaal-politieke monocultuur te begunstigen die de planeet verdeelde in wettelijke en juridische entiteiten die natiestaten werden genoemd, of meer algemeen, landen. Volgens deze traditie is het alleen gegeven aan de voogdij van de staat en zijn wettelijk kader het leven in gemeenschap te organiseren.”

“De staat dringt aan op controle van het geheel van sociale interacties. Desondanks ontstaan er overal ter wereld structuren die weerstand bieden. Ze herinneren ons aan het bestaan van andere, pluriforme manieren om ons als samenleving te organiseren, in verzet tegen de opgelegde sociaal-politieke monocultuur. Het zijn met name onder de inheemse volkeren van de wereld die dit ondernemen.” In Mexico komt men bijvoorbeeld de bevolking van het Zapatistische Chiapas tegen die op een andere manier een samenleving organiseren; zie Online.

“De staat is de sociaal-politieke structuur die het meest operationeel is gebleken voor het kolonialisme en het kapitalisme, maar er zijn overal benaderingen die neigen naar andere mogelijkheden.” Het systeem van drie diep verweven componenten: kapitalisme, kolonialisme en patriarchaat, dat vandaag de wereld regeert en haar dreigt te vernietigen, is gebouwd op de koloniale orde die tot stand kwam na de catastrofe van de verovering van Tenochtitlán [hoofdstad van de Asteken/Mexico] vijfhonderd jaar geleden. “Racisme, dat lichamen ordent en classificeert, is voortgekomen uit het kolonialisme, net zoals machismo voortkomt uit het patriarchaat en classicisme uit het kapitalisme.”

Het woord ‘inheems’ (inheemse volkeren) komt uit het Latijn en werd gebruikt om een verwantschap met een geboorteplaats aan te duiden, terwijl het woord ‘Indiaan’ afkomstig is van de naam van de rivier die door India stroomt en er zijn naam aan heeft gegeven. Na een geografische verwarring is die naam overgenomen om de bewoners van het Amerikaanse continent aan te duiden bij de komst van de Europese kolonisatoren.

Natiestaten als invasiesystemen

voleknthomDe natiestaten gebruiken beide termen door elkaar om dezelfde categorie aan te duiden. ‘Nooit in de geschiedenis van de mensheid is de wereld verdeeld geweest in iets meer dan 200 landen volgens een ideologisch model waarin voor elk van hen een identiteit, een vlag, een geschiedenis, een taal en een reeks bijbehorende symbolen zijn vastgesteld’. Binnen deze moderne staten, die beweren naties ‘met een nationalistische ideologie’ te zijn, kennen duizenden ingekapselde naties, die geen eigen staat hebben gevormd. [Zoals ook de Duits antropoloog Hermann Amborn heeft geanalyseerd in zijn onderzoek; zie daarover Thom Holterman, Volken zonder staat, Kelderuitgeverij, Utrecht, 2018; thh.]

In Mexico staat de misleidende creatie van de categorie ‘mestizo’ [meties] tegenover de categorie ‘inheems’. De gedwongen castilianisering [proces dat de minderheidstaal terugdringt], waarbij inheemse bevolkingsgroepen het recht op onderwijs in hun moedertaal wordt ontzegd, heeft hen geminimaliseerd: ‘de schijnbare mestiezenmeerderheid is in feite een bevolking die zijn inheemse karakter door het staatsproject is ontnomen.’ Het maakt de staat tot een invasiesysteem.

Hoewel meer dan 75% van het grondgebied van de deelstaat Oaxaca collectief eigendom is, zijn meer dan 300 mijnbouwconcessies zonder overleg goedgekeurd. De auteure wijst op andere tegenstrijdigheden, zoals de erkenning van de culturele verscheidenheid, die niet dezelfde politieke implicaties heeft als de erkenning van een plurinationale staat. Ondanks de grondwettelijke erkenning van hun autonomie, heeft het Mexicaanse identiteitsdiscours de inheemse eigenschap als een culturele eigenschap geïnstitutionaliseerd.

Yásnaya Elena Aguilar Gil legt ook uit hoe natiestaten een hiërarchie aanbrengen tussen verschillende identiteitskenmerken, terwijl hun tegenstelling symmetrisch van aard is. Zij verkent alle vormen van verzet, en waarschuwt tegen de ‘individuele opname in westerse validatiesystemen’ die de collectieve uitsluiting maskeert waarop zij gebaseerd zijn. Vervolgens onderzoekt zij de implicaties van het leren van een hegemoniale tweede taal, in een koloniale en racistische context, op identiteitsprocessen. De validering door de staat van wat inheems is – Canada gebruikt bijvoorbeeld de ‘graad van Indiaans bloed’ – beïnvloedt het emotionele leven van inheemse vrouwen.

De relatie van de westerse traditie met andere systemen van kennisproductie wordt vastgesteld vanuit drie invalshoeken: verachting, idealisering, validering, terwijl ‘alle kennis, ook die van het Westen, lokaal is, aangezien zij gesitueerd is in specifieke historische, sociale en culturele omstandigheden en beantwoordt aan de specifieke behoeften en ervaringen van de samenlevingen die haar hebben ontwikkeld.’

Wij zonder staat

Het voorstel van de auteure voor een ‘Wij zonder Mexico’ is gebaseerd op de noodzaak om ‘een symbolische autonomie op te bouwen waarin het behoren tot onze nationaliteiten tot uiting kan komen zonder het idee wat de staten ervoor hebben geconstrueerd’. Tegelijkertijd wordt ernaar gestreefd de functies van de staten op te heffen door middel van het zelfbeheer van het leven in gemeenschap, op het gebied van justitie, veiligheid, onderwijs en gezondheid. Kortom werken aan ‘wij zonder staat’.

Met haar tien artikelen spreekt Yásnaya Elena Aguilar Gil ons over verzet tegen ‘een groot invasiesysteem’ en de noodzaak om ‘een wij zonder staat te vormen, een planetair wij’. Laten we naar haar luisteren.

Een ‘wij’ zonder staat. Dat is nog eens iets anders, zo voeg ik (thh.) toe, dan wat de Nederlandse hoogleraar Staatsrecht, Wim Voermans, ons met zijn verhaal over de Grondwet en het zoeken naar ‘wij’ wilde verkopen. Want uiteindelijk gaat het telkens weer om statelijkheid te legitimeren, terwijl we juist van de staat af moeten zien te komen.

Ernest London (Vertaling Thom Holterman; bespreking integraal te vinden op Bibliothèque Fahrenheit 451.) 

Gil, Yásnaya Elena Aguilar, Nous sans l’État, Éditions Ici bas, Toulouse, 2022, 144 blz., prijs 15 euro.