Victor Serge (1890-1947), een pseudoniem voor Viktor Kibaltsjitsj, is in anarchistische kring geen onbekende. Onlangs verscheen in Frankrijk een bundel met teksten van hem onder de titel Essai critique sur Nietzsche. De bundel is ingeleid, vertaald en van noten voorzien door de Franse libertaire filosofe Annick Stevens. Lezers van deze site kennen haar ook als redactrice van het Franse studieuze anarchistische tijdschrift Réfractions. Met haar uitgebreide inleiding en vele informatieve noten bij de teksten van Victor Serge heeft zij een aanzienlijke meerwaarde aan de bundel gegeven.

(Door Thom Holterman, oorspronkelijk verschenen op Libertaire Orde)

In de bundel zijn vijf Nietzsche artikelen opgenomen. Die verschenen in het Spaanse anarchistische weekblad Tierra y Libertad tussen augustus en december 1917. Victor Serge schreef ze onder een andere schuilnaam, V.S. Le Rétif. Daarvan zijn door Annick Stevens nieuwe vertalingen gemaakt. In de bundel vindt men daarnaast nog twee artikelen van Victor Serge over de onderwerpen ‘Arbeidersanarchisme’ en ‘Tegen de honger’ en enkele brieven. De bundel wordt besloten met een korte biografie over de zoon van Serge, de kunstschilder Vlady. Hieronder komt de invloed van Nietzsche op Serge aan de orde zoals hij die zelf ziet. Eerst geef ik echter enkele historische verwijzingen naar hem en wijs op zijn tekst over repressie en veiligheidsdiensten.

Victor Serge

Hij is in 1890 geboren in Brussel uit ouders die als anarchistische vluchtelingen afkomstig waren uit Rusland. Al op jeugdige leeftijd leidde hij een activistisch leven en 19 jaar oud ging hij naar Parijs waar hij zich aansloot bij anarchistische groeperingen. In 1912 wordt hij tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens zijn vermeende lidmaatschap van de ‘Bende van Bonnot’ (ook wel de ‘Autobandieten’; zie de AS 181/182). Na zijn vrijlating in 1917 vertrok hij naar Barcelona voor revolutionaire activiteiten en gelet op het uitbreken van de Russische revolutie kwam hij in 1919 in Rusland terecht om zich bij de bolsjewisten aan te sluiten. Samen met zijn vrouw Lioula Roussakov kreeg hij in 1920 een zoon Vladimir, die zich later als kunstschilder zou ontpoppen en zich Vlady noemde. Na enige tijd keerde Serge zich tegen de bolsjewisten door in de oppositie te gaan. Als trotskist kreeg hij met de bolsjewistische geheime dienst de Tsjeka te maken. Op enig moment werd hij verbannen naar een streek in de Oeral voor ‘heropvoeding’. In 1936 kwam Victor Serge vrij, door toedoen van druk van buitenaf. Hij vertrok toen  met zijn gezin naar België, waarna hij zich vervolgens in Parijs vestigde. Hij bleef in contact met Trotsky en reisde hem in 1941 na naar Mexico-Stad.  Tenslotte overleed hij in 1947 in Mexico.

In anarchistische kring verwerft Victor Serge bekendheid onder meer met zijn in het Frans geschreven Wat elke revolutionair moet weten over repressie(1925). Het is een tekst die geënt is op zijn zoektochten in de archieven van de tsaristische geheime dienst (de Okhrana). Die waren tijdens de Russische revolutie geopend. Wat Serge over het doen en laten van de tsaristische geheime politie tot uitdrukking brengt, is leerzaam om te weten. Zijn tekst is in de jaren 1930 in het Nederlands vertaald onder de titel De geheimen van een politieke veiligheidsdienst en in 2000 nog eens herdrukt. De tekst is ook te lezen op Internet (klik HIER).

Victor Serge en Nietzsche

Dat Serge zich met Nietzsche heeft beziggehouden was mij niet bekend. Overigens is het van Serge niet zo opmerkelijk. Tijdens zijn eerste verblijf in Parijs heeft hij zich vooral opgehouden met mensen, die zich tot de individueel anarchisten rekenden. In dat geval ligt aandacht voor de Duitse filosoof  Friedrich Nietzsche (1844-1900) voor de hand.  Een paar keer heb ik zelf in de loop van vele jaren getracht mij in Nietzsche te verdiepen, maar het lukt mij niet mijn aandacht erbij te houden – hoewel je soms uitspraken en kwikslagen tegen komt die je kunnen aanspreken. Victor Serge heeft kennelijk doorgezet? Echter, de teksten van Serge aangaande Nietzsche lezende, lijkt het me dat hij bij de Duitse filosoof zocht wat hij voor zichzelf bruikbaar achtte. Hij geeft daar namelijk tussen de regels door blijk van.

Al in het begin van het eerste artikel merkt hij op niet de pretentie te hebben zijn gedachten over Nietzsche te presenteren als een kritische studie over diens filosofie. Daarvoor laat hij, zo erkent Serge, te veel punten liggen. ‘Ik onthoud mij ervan hem als zendeling te presenteren van het ideaal van het autoritaire en krachtdadige, maar diepgeworteld barbaars, leven – volkomen tegengesteld ten opzichte van waar wij voor strijden’ (p. 63). Naast dit al staat – en nu vaar ik blind op het gezag van Annick Stevens – dat Victor Serge regelmatig onjuist citeert en zaken aangaande Nietzsche verwart. Wat daarvan zij, ik voel mij gesterkt in mijn inschatting dat Serge bij Nietzsche alleen versterking voor zijn eigen idee of gevoel zocht.

Annick Stevens formuleert dan tegen het eind van haar erudiete en tegelijk zeer leesbare inleiding: ‘Ten diepste is Serge altijd geweest en zou hij blijven een solidaire individualist. Hoezeer hij zich ook verzette tegen het gebrek aan gulheid van bepaalde individualistische kameraden, hoezeer hij zich ook verzette tegen de vermorzeling van individuen in de eerste jaren van de bolsjewistische revolutie, nooit zou hij afzien van de noodzaak dat er sterke en bekwame persoonlijkheden moeten zijn ten behoeve van de nieuwe waarden. Verre van het idee om zich te bedienen van nieuwe vormen van overheersing moest de kracht, die hij bij een ieder trachtte op te wekken juist in tegendeel het middel zijn om elke onderdrukking en elke vorm van conformisme te weerstaan. [..]’.

In 1918 schreef Victor Serge nog dat het aan het individu is zichzelf om te vormen en zonder ophouden te werken aan de sociale omwenteling. ‘Ik maak mij los van andere individualistische theoretici en bevestig de noodzaak deel te nemen aan de sociale strijd’. Daarop laat Stevens fijntjes volgen: ‘In werkelijkheid toonde hij in de loop van jaren geen enkele intentie om deel te nemen aan de sociale strijd, en nog minder aan de klassenstrijd…’.

Vlady

Zelfportret Vlady

De bundel is verluchtigd met werk van Vlady (1920-2005), de zoon van Victor Serge. Toen Serge naar de Oeral verbannen werd voor ‘heropvoeding’, werd de negenjarige Vlady leerling van dissidenten aldaar. Hij bleek een geweldig talent te herbergen. Nadat Serge in 1936 werd vrijgelaten en zich opnieuw in Parijs vestigde, ging Vlady zich in kunstenaarskringen ophouden en ontpopte zich daar als kunstschilder en tekenaar met surrealistische allure. Nadien volgde hij zijn vader naar Mexico. Over Vlady schreef Claudio Albertani, een libertair en docent van de Université autonome van de stad Mexico, specialist van het werk van Victor Serge en directeur van het ‘Centre Vlady’, een korte biografie. Deze is als laatste bijdrage in de bundel opgenomen onder de titel ‘Vlady, de schilder van de sociale revolutie’.

Tegen het eind van die bijdrage lezen we: ‘De wereld van Vlady, evenals die van Serge, is de wereld van de kritiek op macht; Vlady vertaalt in beeldtaal het literaire werk van zijn vader’. En hoewel zijn zoon geen direct politiek actief leven leidde, heeft hij als kunstenaar de zapatistische opstand in Chiapas gesteund en de uitzonderlijke mensen die hij er ontmoette – zoals ondercommandant Marcos en bisschop Samuel Ruiz – vergeleken met Zarathustra, de Nietzscheaanse held van zijn vader…

Thom Holterman

SERGE Victor, Essai critique sur Nietzsche, ingeleid, vertaald en geannoteerd door Annick Stevens, Nada Éditions, Paris, 2018, 160 blz., prijs 15 euro.