Trump is een rat op twee poten. In het Mexicaans-Spaans rijmt dat ook nog: Rata con dos patas. Dat zijn niet mijn woorden; ik denk dat er nog wel betere beschrijvingen zijn voor de voorlopig nog machtigste man op deze aardbol en het is de vraag of we de onschuldige beestjes deze vergelijking aan mogen doen. De beschrijving valt te horen, te midden van een opsomming nog van veel gruwelijkere beschuldigingen, op een even ingetogen als prachtige en woedende plaat van (of beter gezegd: onder redactie van) muzikant Marc Ribot, met als titel: Songs of Resistance 1942 - 2018.

Dat de begindatum midden in de tweede wereldoorlog ligt is geen toeval. Het betreft het aloude antifascistische verzetslied Bella Ciao (Vaarwel, schoonheid). Deze versie is van Tom Waits, die daarmee voor het eerst sinds vele jaren weer iets nieuws heeft geproduceerd en daarmee veel aandacht trok en dus ook hielp om aandacht op de cd te vestigen van de doorgaans niet heel bekende Marc Ribot.

Ribot is een muzikanten-muzikant, een gitarist in de folk/americana-hoek die al tientallen jaren voornamelijk voor anderen speelt, zoals voor Tom Waits, Elvis Costello en John Zorn. Maar hij maakt ook filmmuziek en treedt op met een paar bands, waarvan Ceramic Dog wellicht de bekendste (tip: in februari treedt de band op in Nederland en België, met in elk land een enkel concert...) Zie zijn website.

U kunt de cd natuurlijk het best ook zelf kopen. maar op internet is die ook in zijn geheel te beluisteren, als voorproefje zeg maar. En wel hier.

De afzonderlijke nummers staan ook allemaal openbaar online. En globalinfo zet ze even voor u op een ritje.

De CD gaat vergezeld van een tekstboekje met een introductie van Ribot zelf, waarin hij uit de doeken doet hoe schokkend de verkiezingsoverwinning van Trump was, terwijl hij al geen grote verwachtingen had van andere en eerdere politici. Maar Trump is dermate bedreigend voor alles dat hem dierbaar is dat hij denkt dat protest alleen niet genoeg zal zijn; er moet verzet komen. Omdat hij zelf muzikant is, begint zijn verzet met muziek, deze CD dus, waarvan de opbrengst ook nog eens volledig gaat naar een fonds (the indivisible project) dat beoogt verzet tegen Trump op te bouwen in elk kiesdistrict in de VS.

Maar dan de muziek. De CD begint met een ‘traditional’ gearrangeerd door Marc Ribot: We Are Soldiers in the Army; over mensen die ten strijde trekken ookal houden ze daar helemaal niet van. “We have to fight although we have to cry”. Starring (free) jazz-zangeres Fay Victor. Dat is dan meteen gedurfd, want menigeen zal de ‘moeilijke muziek’ moeilijk verteren.

Dan volgt de Bella Ciao van Tom Waits. Niet bepaald de mooiste vertolking ooit van dit legendarische lied. En met een - geweldige - clip. Hier wordt de kern van de boodschap duidelijk uitgebeeld. Het verzetslied uit de tweede wereldoorlog in Italië, wordt onverbloemd over de huidige ontwikkelingen in de VS gelegd. Bij de zin “One fine morning I woke up early to find the fascist at my door” komt het gebouw van Homeland Security in beeld. beelden van Washington vol militairen tijdens de inhuldiging van Trump worden afgewisseld met die van demonstranten en antifascistische leuzen...

Het derde lied op de plaat is Srinivas van de countryrocker Steve Earle, die al jarenlang het podium gebruikt voor in sterke muziek verpakte politieke boodschappen, soms regelrechte oproepen tot revolutie. Op elk concert klinkt zijn ode aan Joe Hill en Woody Guthrie Christmas in Washington  waarin hij letterlijk vraagt of Emma Goldman alsjeblieft terug kan komen, en Malcolm X ook trouwens. (Hier afgelopen jaar in Amsterdam) Niet gek voor iemand met een miljoenenpubliek!

Maar op de plaat van Marc Ribot speelt Earle dus Srinivas, een door Ribot geschreven nummer over twee jongens uit India (Srinivas Kuchibhotla en Alok Madasani) die in Kansas door een racist werden doodgeschoten: “Madman pulled the trigger; Donald Trump loaded the gun,” the singer belts over a strummed acoustic guitar. “My country ’tis of thee.” schrijft muziektijdschrift Rolling Stone, die de beschrijving van het nummer afsluit met de woorden: “The track slowly crescendos with drums and waves of post-punk guitar feedback”. En daar doorheen hoor je de namen van alle mensen die recentelijk door racisten in de VS werden vermoord. De zangeres die je hoort is Tift Merritt

Dan volgt How To Walk in Freedom, met de zangeres van het eerste nummer Fay Victor en de jonge folkzanger Sam Amidon. Dit nummer begint met een aanzoek aan Rosa Parks om terug te keren, en dit keer ook achter het stuur van de bus te gaan zitten. En wederom duikt Emma Goldman op in de tekst, ook zij is nodig om ons weer te leren hoe we moeten vechten, zelfs al kost dat het leven... Teach us how to walk in freedom, cause I am gonna walk in freedom, even if it is gonna cost my life... En Malcolm X, ook hier. De muziek met strijkers en fluit en jazzgitaar een soort jazzrock met een geïmproviseerd einde vol strijdleuzen.

Dan eindelijk het nummer dat de titel van dit artikel leverde. Rata de dos patas dus. Het begint met een grommende opsomming van beledigingen, waarvan filthy rat nog een van de netste is. Hier is iemand echt onverhuld ernstig woedend. Om vergissingen te voorkomen eindigt de reeks scheldwoorden met de woorden: Donald Trump, I am talking to you. Dan verandert de muziek in swingende Mexicaanse Ranchera-muziek, wat een stuk vrolijker klinkt, maar wie even oplet merkt dat het gewoon dezelfde woorden zijn, maar dan in het Spaans. Op de cd-hoes staat vermeld dat de betreffende zanger verkoos anoniem te blijven, uit vrees anders problemen met de migratie-autoriteiten te krijgen. Maar op internet wordt de man natuurlijk meteen herkend. Er doorheen wordt er gerapt door de Amerikaanse acteur Ohene Cornelius (no borders, no walls, I hate you, not my president...)

The Militant Ecologist is weer een heel ander kaliber, prachtige scape-muziek, grandioos gezongen door zangers Meshell Ndegeocello over de mogelijkheid dat er toch een toekomst is. Als we allemaal een militant ecologist worden. Bij de strijd voor behoud van de Lutkemeerpolder bijvoorbeeld, gaan we aan dat koor mee kunnen doen.

Het is het enige andere nummer, behalve Bella Chao, met een eigen clip. Het nummer is gebaseerd op weer een Italiaans antifascistisch lied, Fiscia Il Vento.

The Big Fool is weer een eigen nummer van Marc Ribot, over de klimaatramp begint met monotone gitaar, zwelt dan aan, vol bijbelse verwijzingen naar de ark van Noach en het is natuurlijk duidelijk wie er hier bedoeld wordt met de Big Fool. Wanhopig...

Steve Earle keert dan terug met een simpel honky meezingertje Ain’t Gonna Let them Turn us Round, dat aan duidelijkheid niets te wensen over laat, begint met verwijzingen naar Woody Guthrie en zijn bound for glory, en adviezen geeft voor de komende strijd en eindigt met opzwepende strijdklanken No Donald Trump, no fascist USA, No pasaran, no how no way, ain’t gonna let them turn me round...

Dan een jazzy John Brown met weer de zangers Fay Victor. Over de legendarische guerilla-strijder tegen slavernij in Missouri, die niet schroomde om de wapens te gebruiken en uiteindelijk in 1859 terechtgesteld werd. Met een gescandeerd en opzwepend Give the guns, to the people, give the power, to the people, give the freedom, to the people, etcetera. Geweldige toeters en prachtig gezongen, misschien wel het mooiste nummer van de plaat.

Het tiende nummer is Knock that Statue Down (van Ribot zelf) over het neerhalen van standbeelden (waarover veel van de anti/fascistische confrontaties in het zuiden van de VS gaan) maar hier gaat het om het neerhalen van tirannen en dat we geen tweede keer een fascistisch regime aan de macht zullen laten komen. Met zangeres Syd Straw

En ten slotte We’ll Never Turn Back, van Freedom Singer Bertha Gober Bertha Gober, melancholisch over nooit opgeven ook niet als het er duister uitziet en met vermelding van dragqueen Marsha P Johnson, homo en trans-activiste die in 1992 ‘onder verdachte omstandigheden’ overleed en veterane van de Stonewall-rellen was.

In een nawoord gaat Marc Ribot in op het fenomeen linkse strijdmuziek. En het verschil met rechtse marsmuziek. Een van de verschillen, merkt Ribot op, is dat de linkse muziek ruimte laat voor twijfel en verdriet, waarbij de rechtse alleen maar willen opzwepen. Deze liederen die ook de menselijke kwetsbaarheid laten zien en het feit dat we “moeten huilen als we gedwongen worden te vechten” zijn volgens hem een teken van enorme kracht, en een teken van hoop en dat er “tenminste iets is dat het waard is om voor te vechten.