Soms krijg je een boek in handen waar alles aan klopt. Surazo, van de Oostenrijkse cultuurwetenschapper Karin Hasselaar, is zo’n boek. Prachtig vormgegeven en meeslepend verteld, diepgravend en tegelijk ontroerend en onthullend. Het vertelt de waargebeurde geschiedenis van Duitse nazi’s in Bolivia, hoe die na de tweede wereldoorlog ongestoord de Zuidamerikaanse dictaturen aan wapens en kennis over repressie helpen. En hoe sommige kinderen zich daar tegen proberen te verzetten.

(Door Kees Stad)

De twee hoofdpersonen in het boek zijn de cameraman Hans Ertl en zijn dochter Monika. Hoewel Monika in het hele boek aanwezig is, krijg je over haar eigenlijk nog het minst te weten. Dat komt gedeeltelijk omdat ze maar kort leefde en de Boliviaanse dictatuur van Hugo Banzer haar persoonlijke archief heeft doen verdwijnen, zoals die ook haar fysieke lichaam heeft weggevaagd na haar in 1973 op straat in La Paz dood te schieten.

Hans Ertl daarentegen is alomtegenwoordig, en ook op internet kun je allerlei films en interviews van of met hem vinden. Hij is pas in 2000 op 92-jarige leeftijd in Bolivia overleden. Ertl was de cameraman van Leni Riefenstahl, de befaamde filmmaakster van de nazi’s en lievelingsfilmer van Hitler en zijn kliek. Hij was onder andere betrokken bij de twee documentaires over de olympische spelen van 1936 (en daarvoor die over ‘Unsere Wehrmacht’en vele andere propagandafilms). In 1940 werd hij door Rommel naar Zuid Amerika gestuurd om daar opmunterende speelfims te maken zoals ‘Ein Robinson’ met een Duitse matroos in de hoofdrol, die als schipbreukeling gered wordt door een nazi-marineschip en dan in volle glorie terug naar de Heimat vaart. De titel van het boek, Surazo, verwijst naar een koude bergwind in Bolivia, waar Ertl een film naar vernoemd had waarvan de opnames echter verloren zouden zijn geraakt en die er in ieder geval nooit gekomen is.

Koloniale geschiedenis

Karin Harrasser stuit bij toeval op beelden van Hans Ertl als ze onderzoek doet naar de geschiedenis van Duitse missionarissen in de 17e eeuw en het verband met koloniale ontwikkelingen sindsdien. In een online archief van een Boliviaanse steungroep van inheemse volkeren, ziet ze interviews met een stokoude vent met een witte baard die met een zwaar Beiers accent vertelt, en waarvan ze de naam vaag kent. Ze duikt dan in zijn leven, en zijn films en ontwart beetje bij beetje het netwerk van Duitse (en andere) nazi’s die na de Tweede Wereldoorlog hun toevlucht zochten in Bolivia en naburige landen, veelal geregeerd door gruwelijke regimes die de VS op allerlei manieren steunde.

Hans Ertl hoefde niet eens echt te vluchten. Hij probeerde aanvankelijk zijn carrière als filmmaker weer op te pakken, en werd niet vervolgd vanwege zijn werk voor de propaganda-afdeling van de nazi’s . Maar hij kwam ook niet makkelijk aan werk, en merkte dat hij niet in aanmerking kwam voor filmprijzen. Dat was het moment dat hij, met vrouw en kinderen begin jaren 1950 naar Bolivia verkaste dat hij al kende van docudrama’s die hij maakte over ‘natuurvolkeren’ en hun spannende geheimen. Hij heeft goede contacten met de militaire dictator Hugo Banzer (eveneens van Duitse afkomst) en begint een veehouderij op een lap oerwoudgrond in Santa Cruz.

Een van zijn beste kameraden daar is ene Klaus Altmann, die door Monika en haar twee zussen ‘oom Klaus’ wordt genoemd. Het is de man die eigenlijk Klaus Barbie heet en later wereldnieuws wordt omdat hij door Serge en Beate Klarsfeld opgespoord wordt en in Frankrijk wordt berecht voor zijn gruweldaden als hoofd van de Gestapo in Lyon. Zoals veel andere nazi’s was hij via de ‘rattenlijn’ en vaak met hulp van extreemrechtse functionarissen van het Vaticaan naar Zuid Amerika ontkomen. Daar was hij regimes gaan steunen in spionage en terreur en wapens gaan leveren. Het is zeer waarschijnlijk dat hij een rol heeft gespeeld in het opsporen en afmaken van Monika Ertl. Die was ondertussen een hele andere kant opgegaan, en had zich, na ervaringen met mijnwerkers in Chili, bij de linkse guerrilla gaan voegen. Maar Barbie is maar een voorbeeld, het wemelde daar van de oud-nazi’s die grotendeels nogal open opereerden, en zakelijk floreerden, onder andere door wapenhandel, en drugs.

Monika Ertl

surazotweecamerasMonika was van 1937 en Hans’ lievelingsdochter. Ze assisteerde hem ook bij zijn ‘Incafabels’in de jaren ‘60. Ze trouwde met een zoon van een van haar ouders vrienden, Hans Harjes. Hij was mijnbouwingenieur en waarschijnlijk is ze als zijn echtgenote in Chili gepolitiseerd toen ze mijnwerkers zag die stakingen organiseerden en de campagne van Salvador Allende steunden. Ze scheidde in 1969 van haar man. En moet dan al contacten gehad hebben met de Boliviaanse verzetsbeweging ELN, die waar Che Guevara zijn laatste dagen mee vocht. Che Guevara zelf was al omgekomen. Er zijn sterke vermoedens dat Monika later in 1971 naar Hamburg is gegaan om de man die verantwoordelijk was geweest voor het doodmaken van Guevara (en het laten afhakken van zijn handen) en die daarna als erebaantje consul in Hamburg was geworden, Roberto Quintanilla, dood te schieten. Ze reisde vervolgens naar Cuba, en ging terug naar Bolivia om te proberen de ELN terug tot leven te wekken, maar werd op 12 mei 1973 in La Paz samen met een andere verzetsstrijder doodgeschoten door veiligheidsdiensten. Volgens de beroemde Franse guerilla-intellectueel Regis Debray waren ze op dat moment bezig om te proberen Klaus Barbie te ontvoeren om hem te laten berechten in Frankrijk. Maar Barbie zelf was op hoog niveau betrokken bij de opstandsbestrijding in Bolivia en waarschijnlijk verantwoordelijk voor de opsporing van Monika.

De schrijfster van het boek gaat niet op die details in. Ze probeert wel inzicht te krijgen in de beweegredenen van vader Ertl, die dictator Banzer als buurman had en goed bevriend was met Barbie maar hen nooit gevraagd heeft om het lichaam van zijn dochter terug te geven. Wel heeft hij zich bezwaard omdat bij een huiszoeking zijn persoonlijke archief meegenomen was en hij dat terug wilde. Wat we door de gelaagde en zoekende schrijfsteil te zien krijgen is, hoe die werelden van extreemrechtse witte zakenmannen en veeboeren bestaat en verweven is met die van lokale politici en doodseskaders, tot aan het verzet tegen de ‘eerste inheemse’ president Evo Morales aan toe.

Waarschijnijk heeft Monika nooit absoluut afgerekend met haar vader, die ook geen enorm ideologische nazi was, eerder een rasopportunist en hedonist zonder al teveel scrupules. Er zijn aanwijzingen dat Monika haar vader nog heeft geprobeerd over te halen om toe te laten dat de verzetsstrijders ook van zijn boerderij gebruik konden maken als toevluchtsoord, maar dat Hans daar niets van wilde weten. Zoals zoveel nazi’s na de tweede oorlog probeerde hij zijn overtuiging en praktijk zoveel mogelijk te verhullen. Maar volgens Harrasser was hij zijn hele leven trots op zijn rol in de Wehrmacht, en werd hij in 2000 in Bolivia in zijn oude uniform begraven.

Alpinisten

Schrijfster Karin Harrasser ontdekt nog een vreemde overeenkomst tussen veel van de oud-nazi’s en Hans Ertl en dat is hun hang naar bergsport. Dan komt ze zelf in beeld, en in het boek vraagt ze zich ook regelmatig af wat haar eigen geschiedenis en omgeving te maken heeft met de netwerken rond Hans Ertl. Zelf komt ze uit het Oostenrijkse/Tirolse Kufstein en ze kent die wereld goed. Maar ook in Bolivia zijn hoge bergen en door Duitsers opgestarte alpinistische verenigingen en natuurlijk was de nazi-’cultuur’ doordrongen van Alpenverering. Maar het moet volgens de schrijfster ook iets te maken hebben met de landsgrenzen die vaak met die bergen gepaard gaan – en dus vluchten mogelijk maken – en de typische Feldjäger-mentaliteit om hoog in de bergen met kleine groepen te opereren zonder dat iemand er naar omkijkt. Hoe dan ook, ze vraagt zich af hoe toevallig het was dat de dochter van Klaus Barbie, Ute Messner uiteindelijk een keurig leven als bibliothecaresse in Kufstein kan leiden, na de ontdekking van haar vader. En ook andere hoge nazi’s komen uit de streek, zoals de oorlogsvlieger met de meeste medailles Hans-Ulrich Rudel, ook nooit vervolgd en die een monument heeft in het dorp. Ook Rudel deed het goed als wapenhandelaar voor Zuidamerikaanse regimes, organiseerde de Argentijnse luchtmacht en leefde in het Paraguay van Stroessner (alweer zo’n Duitse naam) en kon ongehinderd heen en weer vliegen. Hij was een van de vluchthelpers voor Joseph Mengele en werd tegelijkertijd openlijk vereerd in Tirol. Het is vreemd, merkt Harrasser op, hoe conservatief de gemeenschap om hen heen is dat het dit soort mensen zonder probleem zijn gang laat gaan.

Het boek van Karin Harasser is juist zo indrukwekkend door de rustige introspectieve toon, die niet voor het spektakel gaat dat makkelijk voor het grijpen ligt. Ze gaat diep in op de films van Hans Ertl en wat die onthullen over witte grootheidswaanzin (terwijl ze voordoen over inheemse volkeren te gaan). Liever dan voor de grote klappers, gaat ze voor “beter begrijpen van de bijdrage van vrouwen aan de opstand rond 1968 en ook om licht te laten schijnen op dat wat je uit je verleden kunt meenemen voor vandaag. Daarom heb ik me niet beperkt tot de ascetische benadering die wordt vereist door biografische theorie, maar heb ik geprobeerd allerlei sporen te volgen, waaronder de zwakke en onwaarschijnlijke”. Ze zoekt daarom, zelf uit 1974, naar een duiding van die generatie die het eind jaren 1960 niet wilde accepteren en daar met hun leven voor betaald hebben. Ze verwijst daarvoor naar de film van Chris Marker, Le Fond de l’air est Rouge, die volgens haar ‘waarschuwt voor naiviteit, verkeerde keuzes en fouten, en die desondanks vasthoudt aan dat historische moment dat alles anders had kunnen worden’.

Want de oude en nieuwe nazi's en de geheime diensten en de in de VS getrainde militairen hebben voortdurend jacht gemaakt op linkse politieke activisten en vakbondsleden en dergelijke. De geschiedenis van de koude oorlog was in Zuid Amerika zo heet als wat, en daarbij kwamen de ervaren oud strijders uit Europa en hun netwerken goed van pas. Eigenlijk is die geschiedenis nog steeds nauwelijk beschreven en zijn vele archieven nog gesloten. Maar door boeken als Surazo wordt er iets van onthuld, en wordt enkele van de slachtoffers alsnog iets recht gedaan.

-----------

Surazo: Monika und Hans Ertl: Eine Dutsche Geschichte in Bolivien  Karin Harrasser Matthes & Seitz 2022, 270 pag., 26 €