heinbergBij Uitgeverij Jan van Arkel verscheen onlangs van Richard Heinberg: Einde aan de groei – Ons aanpassen aan de nieuwe economische realiteit. Het is een omvangrijk boek (380 pagina’s) dat veel van de onderwerpen bespreekt die ook door het Platform Duurzame en Solidaire Economie – PDSE aan de orde worden gesteld. Het verbindend thema is de economische groei. Heinberg laat opnieuw en overtuigend zien dat de huidige groei-economie vol staat van zeepbellen en tot catastrofale gevolgen zal leiden.

 

(Origineel op blog PDSE)

Zijn voornaamste invalshoek is de ecologische. Maar tegelijkertijd geeft hij op onderdelen ook aandacht aan actuele sociale kwesties. Daarbij beschikt hij over een uitgebreid overzicht van het vele onderzoek dat ten grondslag ligt aan de kritiek op het heersende groeimodel. Maar hij blijft niet bij het leveren van kritiek, hij bespreekt ook vele alternatieve mogelijkheden. En dan blijkt dit boek van encyclopedische allure, zelden heb ik zo’n breed geschakeerd overzicht van problemen en mogelijke oplossingen gezien.

Heinberg schuwt de theoretische diepgang niet. Hij geeft een handzaam overzicht van de geschiedenis van de economie, beginnend bij de jagers en verzamelaars. En ook van het economisch denken, van Smith en Ricardo tot en met de neoliberalen. Op verschillende plaatsen geeft hij ruime aandacht aan de geschiedenis van het geld en aan de huidige financiële crisis, teksten die zeer kunnen worden aanbevolen aan het groeiend aantal deelnemers aan het debat over de werking van het geldsysteem.

Maar de meeste aandacht gaat uit naar de vele tekortkomingen en ernstige gevolgen van het heersende groeimodel. Prima informatie, op een overzichtelijke manier geordend. Bijvoorbeeld laat hij zien dat louter technologische oplossingen niet voldoende zijn, er zal aan krimp gewerkt moeten worden. Daarbij is hij voorstander van “gecontroleerde krimp” waarbij de sanering van het financiële stelsel een belangrijke rol speelt. Hij is ook voorstander van een ingrijpende overheid. Tegelijkertijd zal er van echte vernieuwing geen sprake zijn als die nieuwe economie niet zichtbaar wordt in allerlei vernieuwingen op lokaal niveau, daar krijgt de zo noodzakelijke inspiratie en creativiteit het duidelijkst gestalte. In zijn bespreking van alternatieven komen ook voorbeelden voor die op dit moment in Nederland gepraktiseerd worden. Hoewel hij de uitdrukking regionalisering niet gebruikt gaan zijn gedachten in diezelfde richting. Hij is ook voorstander van wat wij in Nederland complementaire geldsystemen noemen. En in “transitiesteden” ziet hij veel perspectief, o.a. om de gevolgen van de heersende crisis (als werkloosheid) op te vangen. Maar dat alles verbonden met ingrijpende maatregelen op de hogere niveaus.

Zijn vele referenties gaan meestal over Noordamerikaanse auteurs en onderzoeksinstellingen. Tegelijkertijd heeft hij een aardig inzicht in wat er in West-Europa gebeurt. Zo bespreekt hij bijvoorbeeld de décroissance beweging. Ook de New Economics Foundation staat bij hem hoog in het vaandel, evenals auteurs als André Gorz en Bernard Lietart. Nederlandse auteurs komen in dit boek niet voor, tevergeefs zoek ik naar namen als Tinbergen, Hueting, Goudzwaard, Van Dieren, Opschoor of De Lange.

Zijn hoofdthema is als gezegd de economische groei, hij pleit voor krimp. Daarbij definieert hij economische groei als de groei van het BBP, en die groei moet stoppen. Ondanks zijn kritiek verlaat hij niet de heersende omschrijving en meting van economische groei. Binnen PDSE wordt principiëler gekozen voor een ander begrip van economie, met centraalstelling van menswaarden en natuurwaarden. Economische groei kan dan worden opgevat als de groei van menswaarden en natuurwaarden die op duurzame en solidaire wijze tot stand komt. Vanuit deze visie is er geen reden tegenstander te zijn van iedere economische groei. Zelfs is denkbaar dat het begrip BBP zo geherdefinieerd wordt dat het opnieuw nuttig wordt voor de beschrijving en analyse van de economie. Hoe dan ook, op dit conceptuele punt verschilt hij niet fundamenteel van de heersende economieopvatting.

Heinberg toont zich zeer kritisch ten opzichte van het neoliberale denken. Des te opvallender is dat hij weinig aandacht geeft aan concrete neoliberale systeemkenmerken. Vrijhandel, bijvoorbeeld, en het WTO beleid, worden niet echt geanalyseerd, privatisering en deregulering evenmin. Dat wil niet zeggen dat hij geen aandacht heeft voor systeemkenmerken. Zie bijvoorbeeld zijn bespreking van de kwesties als de overmatige geldcreatie. Maar zijn manier van analyseren is wel van invloed op zijn verwachtingen ten aanzien van de maatschappelijke conflicten die het huidige groeimodel gezien de toenemende schaarste oproept. Hèt grote conflict is dan de strijd tussen de armen en rijken van deze wereld over de schaarser wordende bestaansmogelijkheden. Maar juist vanwege diverse systeemkenmerken zouden andere conflicten wel eens belangrijker kunnen worden. Wanneer Heinsberg bijvoorbeeld pleit voor regionalisering, zou hij meer aandacht moeten geven aan de grote belangen en belangengroepen die aan vrijhandel zijn verbonden. Die verzetten zich nu al met grote effectiviteit tegen de opbouw van een andere economie, bovendien zijn zij ook onderling verwikkeld in belangenstrijd. En als hij het geldsysteem wil saneren, dan komt hij ook aan de vele honderdduizenden wier werkgelegenheid verbonden is met het voortbestaan van de huidige financiële sector. Een ander punt van kritiek is dat hij de grote armoede en de groeiende ongelijkheid vooral als afgeleide van de grote ecologische kwestie behandelt. De andere grote sociale kwesties die evenzeer bepalend zijn voor armoede en ongelijkheid hebben in zijn beschrijving en analyse een veel minder principiële positie. En dat ondanks dat hij in zijn bespreking van de geschiedenis van het economisch denken zich positief uitspreekt over de marxe analyse van het kapitalisme.

Zo zijn er wel meer punten van kritiek mogelijk. Dat neemt niet weg dat dit boek een prima leerboek is voor allen die willen werken aan een transitie naar een duurzame en solidaire economie. Maar dan wel in samenhang met andere bronnen. En het is vooral geschikt voor wat ik gemakshalve “gevorderden” noem, het boek blinkt niet uit in Jip-en-Janneke-taal. Dat hoeft ook niet maar daar moet wel rekening mee worden gehouden.

Uitgeverij Jan van Arkel