Het heeft even geduurd, maar nu is er dan toch een handleiding voor de hedendaagse doe-het-zelvers in de overzeese hulp. Als je op vakantie ergens tussen Cairo en Kaapstad in een hongersnood terechtkomt of je wordt nog eens overvallen door een tsunami in Polynesië, zegt het boek je klip en klaar wat je te doen staat. Je kunt ook (n)iets doen is een minutieuze beschrijving van het lot van een groep studenten die het afgelopen najaar spontaan en in recordtijd een 'zeer succesvol noodhulpproject' uit de grond stampte.


ImageDeze recensie verscheen eerder op de website ravagedigitaal

Je kunt ook (n)iets doen is een product van de rijzende ster op de Nederlandse charimarkt Ralf Bodelier. Zijn naam ontbrak weliswaar in de uitnodiging voor de feestelijke presentatie van het boek, maar hij blijkt verantwoordelijk te zijn voor een viertal interviews en het afsluitende hoofdstuk. Verder is Bodelier eigenaar van Words Unlimited Travel, het reisbureau dat de groepsreis heeft georganiseerd, en oprichter van de stichting Het Goede Doel, waaraan de uitgever de volledige opbrengst van het boek heeft toegezegd.

Nadat de journalisten Arnolf Verplancke en Martijn de Ruijter, studenten aan de Theologische Faculteit van de Universiteit van Tilburg, hun coming out als hulpverlener in Malawi uit de doeken hebben gedaan, is Bodelier gelukkig zo eerlijk te bekennen (p. 54) dat hij met opzet heftige emoties bij zijn klanten teweegbrengt: "Pas door de directe confrontatie met honger en armoede, of met de mensonwaardige situatie in de ziekenhuizen en scholen, kan iets ontstaan als compassie of engagement. Wie ooit in zo'n hutje of aan een overvol ziekbed stond, wie ooit praatte met mensen die honger lijden, wordt gevoeliger voor het lot dat hen trof."

Voedselproject

In het concrete geval van het reisgezelschap uit Tilburg, dat eind oktober in Malawi - vanuit het perspectief van Bodelier - met zijn neus in de boter (een dreigende hongersnood!) viel, gaf trouwens niet iedereen zich zo maar gewonnen. Na een voedseluitdeling in het geboortedorp van een Malawische medewerkster van Het Goede Doel, verweten enkele groepsleden Bodelier ervan dat hij - zo schrijft De Ruijter - er een dubbele agenda op nahield en hen voor zijn karretje spande. Maar naarmate de shock-therapie werd geïntensiveerd, verstomden de kritische geluiden en konden 'de activisten' die popelden om de handen uit de mouwen te steken zich volledig uitleven in wat sindsdien het 'Voedsel Project Malawi' is genoemd.

Begin februari, geruime tijd, na terugkeer van de groep uit Malawi, naderde het resultaat van de geldinzamelingen in Nederland de honderdduizend euro. Daarmee waren met name 13.000 scholieren enkele maanden lang van verrijkte voeding voorzien en hadden nog 3.000 andere Malawianen voedselhulp gekregen. Eind maart van dit jaar werd het project afgerond. De initiatiefnemers maakten de balans op: "We hebben ervoor gezorgd dat 16.000 mensen deze hongersnood hebben overleefd, nu mogen ze weer voor zichzelf zorgen."

In het laatste nummer (april 2006) van het overheidsblad Internationale Samenwerking is een interview gepubliceerd met de uit Malawi afkomstige wetenschapper Thandika Mkandawire. Daarin geeft deze het volgende antwoord op de vraag of hij een voorbeeld kan geven van een hoopvolle ontwikkeling in Afrika: "De aanpak van de voorspelde hongersnood in Malawi. Een half jaar geleden werd daarover internationaal de noodklok geluid. Maar juist omdat Malawi tegenwoordig een democratie is, debatteerde het parlement al heel snel over de dreigende ramp. Malawiaanse leiders werden daardoor al in een vroeg stadium aangespoord maatregelen te nemen om de crisis te voorkomen. Overheidsgeld werd vrijgemaakt om extra voedsel te kopen. Westerse hulporganisaties deden een beroep op de internationale gemeenschap om te hulp te schieten, maar achteraf gezien moeten we concluderen dat dit helemaal niet nodig was. Malawi is erin geslaagd de dreigende hongersnood zelf aan te pakken, zonder hulp van buiten. Afrika is minder afhankelijk van hulp dan westerse donoren denken."

Corporate filantropie

Het handige van dit boek is niet alleen dat je het gemakkelijk in een rugzak kunt stoppen, maar ook dat hiermee de neo-filantropische trend in hulpverlenend Nederland een duidelijk gezicht heeft gekregen. Liefdadigheid is weer helemaal terug, of eigenlijk zou je moeten zeggen dat ze nooit is weggeweest, maar sinds enkele jaren mag het beestje weer bij de naam genoemd worden. Zeker het bedrijfsleven heeft op dit vlak al een lange geschiedenis: van de sociale inspanningen van Philips op het Brabantse platteland tot het wereldberoemde model van de gemeenschapsontwikkeling van Shell in Nigeria. Met name de millenniumdoelstellingen van de Verenigde Naties zijn een belangrijke impuls geweest voor wat tegenwoordig 'corporate filantropie' heet.
De neo-filantropen in het algemeen houden de traditie in ere van Nederland als koloniserende natie, waarin de koopman en de dominee gezamenlijk optreden en de een het gedrag van de ander rechtvaardigt of - zo nodig - compenseert. De nieuwigheid is dat de dominee zijn habijt heeft uitgetrokken, dat hij geen Jezus of bijbel meer nodig heeft en zichzelf nu presenteert als brenger van het heil: "Komt tot mij, gij naakten en hongerenden, en ìk zal u verlichten." Bodelier heeft het in het boek over 'de Hollandse variant van de morele globalisering'. Geen wonder dat De Ruijter op het eind van zijn bijdrage (p. 29) zichzelf gaat vergelijken met een vage mythische stamvader van drie wereldgodsdiensten: "Hij deed enkel wat hij moest doen. Zo voel ik dat ook, hier en nu, en hopelijk nog ver de toekomst in."
Dat belooft wat!

Boek: Je kunt ook (n)iets doen; Kleinschalige noodhulp in Afrika: een praktijkvoorbeeld
Uitgeverij Pepijn in Eindhoven. Omvang: 64 pagina's. Prijs: 12 euro.
ISBN: 90 807574 62
Meer lezen over het voedselproject van Het Goede Doel.




(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door
Theo Ruyter.)