Een boekje met bijtende kritiek op het fenomeen ontwikkelingshulp, en de conclusie dat er beter maar eens mee gestopt kan worden.

ImageVan tijd tot tijd zijn, in verschillende landen, de doodsklokken geluid over de ontwikkelingshulp, waarmee al sinds de jaren vijftig van de afgelopen eeuw de ooit vanuit Europa gekoloniseerde gebieden moesten worden opgestoten in de vaart der volkeren.

Ook in Nederland, maar bij uitstek hier waren kwakzalvers er als de kippen bij om de patiënt weer op te lappen en als herboren op zijn voetstuk terug te zetten. De hulpindustrie liet zich haar bron van inkomsten niet zo maar afpakken en de liefdadige burgerij geloofde maar al te graag het sprookje van Nederland de hulpkampioen.

Sinds kort krijgt de ontwikkelingshulp weer wind in de zeilen door de wereldwijde campagne van regeringen, bedrijven, popsterren en hulporganisaties voor de Millenniumdoelen van de Verenigde Naties.
"Meer en betere hulp", luidt de kreet die deze keer de lading moet dekken. Maar ondertussen schijnt niemand zich nog openlijk af te vragen wat al die tijd in de lading gezeten heeft en of er wel iets aan te verbeteren valt.
Hulpverleners zouden in dit geval kunnen laten zien dat ze nog werkelijk hun cliënt hoogachten door er zelf eindelijk eens een punt achter te zetten en met iets nieuws te beginnen.
Daar is ongetwijfeld moed voor nodig, maar aan goede argumenten hoeft het hun niet te ontbreken.

De auteur is bestuurslid van Attac-Nederland en betrokken bij de denktank Vóór de Verandering. Hij was, in de jaren zeventig, de eerste correspondent in Afrika (ten zuiden van de Sahara) voor een aantal Nederlandse nieuwsmedia en werkte in 2002-2003 nog voor een Europese ontwikkelingsorganisatie in Tsjaad.

Theo Ruyter; Requiem voor de Hulp
De ondergang van een bedrijfstak

Vlugschrift nr. 18
Stichting Uitgeverij Papieren Tijger
ISBN 90-6728-183-2 - Euro 10,--

(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door
Theo Ruyter.)