Film201Eerder belichtten we een aantal speelfilms waarin illegale migratie naar Europa centraal staat, en vooral hoe moeilijk en gevaarlijk dat is geworden door het repressieve migratiebeheersingsbeleid. We zagen dat er ook Europeanen zijn die zich tegen de uitsluiting van migranten verzetten, en zo willens en wetens het risico nemen om zelf in de problemen te komen. Deze keer zoomen we in op hoe de illegalen overleven in Europa. Welk werk doen ze, en hoe komen ze daaraan? Onder welke omstandigheden werken en wonen ze? Van wie zijn ze afhankelijk? En lukt het hen om enige grip op het eigen bestaan te krijgen?

(Oorspronkelijk verschenen op de website van doorbraak)

De films draaien deze keer vooral om de uitbuiters en hun praktijken. Het zijn niet zozeer de topfiguren die we zien, maar tussenpersonen die zelf ook tot de onderklasse behoren en die eveneens een problematisch en armoedig bestaan leiden. Via hen krijgen we goed inzicht in de levens van illegalen en hoe de uitbuitingsketen werkt. Daarbij wordt meestal naast de tussenpersoon ook op een van de illegale migranten ingezoomd. Die verkeren vaak in een ontzettend machteloze positie, maar blijken meestal toch mensen met een sterke wil en een doel voor ogen.

Filmposter.

Machteloosheid

Zo volgen we in de film “It’s a free world” (Groot-Brittannië, 2007) van Ken Loach de zojuist als uitzendbureauconsulent ontslagen Angie. Ze besluit om haar eigen recruitment agency op te zetten. Eerst probeert ze het op een legale manier, maar er gaan steeds meer dingen mis. Als alleenstaande moeder met schulden zit ze diep in de put, en haar ondernemerschap levert haar alleen maar nieuwe problemen op, zodat ze elke nieuwe mogelijkheid benut om het hoofd boven water te houden. Als een gokverslaafde die steeds opnieuw verliest en daardoor steeds grotere risico’s moet nemen, gaat ook zij steeds verder met haar uitbuiting. Ze verandert langzaam van een naïeve maar enthousiaste alleenstaande moeder in een keiharde koude koppelbaas.

Dat de kijker zich met haar kan identificeren, betekent niet dat de film haar verontschuldigt of de ellende die ze veroorzaakt relativeert. Loach laat veeleer zien hoe het kan gebeuren dat een vrouw bijna letterlijk over lijken gaat en hoe makkelijk illegalen, aan de absolute onderkant van de pikorde, daarvan de slachtoffers worden. De film gaat over macht en machteloosheid. De machteloosheid die Angie voelt tegenover haar oude macho-bazen, de macht die ze vervolgens uitoefent over de migranten die haar smeken om werk en inkomen. Maar ook de macht die dezelfde migranten over haar kunnen uitoefenen door haar gewelddadig onder druk te zetten. En tenslotte de komende machteloosheid van alle toekomstige migranten die hun hele hebben en houden achterlaten in ruil voor valse beloften en een ellendige toekomst.
Inleven

Filmposter.

Inleven

In “La promesse” (België, 1996) van de gebroeders Dardenne is tiener Igor de hoofdpersoon. Zijn vader Roger biedt illegalen onderdak, werk en verblijfspapieren. Igor is door hem volledig ingelijfd in de uitbuitingspraktijken en kan daardoor in feite geen kind zijn. Na een ongeluk gaat hij zich het lot van een van de illegalen aantrekken. Die doet hij een belofte die de relatie met zijn vader hevig onder druk zet. Door zich in te leven in zijn medemens leert Igor morele keuzen te maken, en is er hoop. Hoop voor hem als mens, en hopelijk uiteindelijk ook een beetje voor de machteloze en papierloze onderklasse.

“La promesse” is een mistroostige film over de harde realiteit waarin illegalen moeten zien te overleven. Uitbuiting is hun deel. Vader en zoon komen over als koude personen die de illegalen puur voor hun eigen behoefte gebruiken. Maar ze worden zelf ook weer misbruikt door uitbuiters die boven hen staan.

Uitbuitingsketen

Filmposter.

Ook in “Biutiful” (Spanje, 2011) van Alejandro González Iñárritu leren we het leven van illegale en uitgebuite vluchtelingen kennen via een tussenpersoon: Uxbal. Het leven biedt Uxbal weinig moois. Hij staat alleen voor de opvoeding van zijn twee kinderen. Zijn ex-vrouw is manisch-depressief en heeft een verstorende invloed op hun leven. Uxbal verdient zijn geld met schimmige zaakjes, zoals het bieden van hand- en spandiensten bij het onderbrengen en te werk stellen van illegalen. Zo is hij tussenpersoon voor Afrikaanse en Chinese straatverkopers en betaalt hij de corrupte politie om hen met rust te laten. Ook Uxbal is de klassieke tussenpersoon: hij leidt bepaald geen luxe leven, en andere uitbuiters proberen een graantje mee te pikken en oefenen druk op hem uit.

Dan slaat het ongeluk toe: Uxbal wordt ernstig ziek en ook de zaakjes met de illegalen lopen gruwelijk mis. Hij probeert wanhopig grip te krijgen op zijn leven en komt meer en meer met zijn geweten in de knel. Hij probeert het goede te doen: voor zijn kinderen en voor de illegalen. Maar uiteindelijk is hij net zo goed als ieder ander een schakel in de uitbuitingsketen. De illegalen zijn afhankelijk van Uxbal, maar hij beseft dat hij net zo goed van hen afhankelijk is. Het veilig stellen van de toekomst van zijn kinderen kan alleen als hij hun lot aan dat van de illegalen verbindt. En daarmee is de grotere boodschap van de film dat we elkaar niet moeten gebruiken, maar elkaar als mensen nodig hebben.

Filmposter.

Troosteloosheid

De film “Import/Export” (Oostenrijk, 2007) van regisseur Ulrich Seidl focust niet alleen op de situatie van illegalen, maar ook op algemenere vragen over migratie. Waarom gaan mensen van het ene land naar het andere? Waar gaan ze heen? En wat gebeurt er met hen wanneer ze proberen een nieuw leven op te bouwen? Deze vragen komen terug in de twee verhalen die in de film verteld worden: dat van de verpleegkundige Olga, die naar Oostenrijk gaat omdat ze het zat is om vanuit haar bed in de Oekraïne met een webcam internetporno de wereld in te sturen. En dat van de werkloze Pauli, die juist vanuit Wenen naar het oosten trekt om kauwgum- en gokmachines te verkopen en die eigenlijk gewoon op zoek is naar een doel voor zijn leven.

Zonder papieren kan Olga in Oostenrijk natuurlijk ook niet als verpleegkundige werken. Maar wel als huishoudelijke hulp bij rijke families, en, nadat ze daar wordt ontslagen, als schoonmaker in een verpleeghuis. Ook al mag het niet van haar baas, ze kan daar wel een band opbouwen met de oudjes die smeken om een beetje menselijk contact. Ook Pauli komt op zijn tocht naar het oosten in een harde realiteit terecht, vol armoede, geweld, prostitutie en uitbuiting. Hun belevenissen worden op een droge, realistische manier verteld waardoor je soms niet weet of je moet lachen of huilen. Juist doordat de lange scènes soms wat komisch of absurd lijken, wordt de troosteloosheid duidelijk. Daardoor laat de film vooral één ding zien: de toevalligheid van de wendingen die het leven van deze migranten neemt en het gebrek aan controle dat zij hebben over hun eigen toekomst.

Filmposter.

Dood

Met “Ghosts” (Groot-Brittannië, 2006) verfilmde Nick Broomfield het waargebeurde verhaal van de 23 illegale Chinezen die in Engeland tijdens hun werk als kokkelvissers de verdrinkingsdood stierven. We zien het leven van Ai Qin, van het Chinese platteland, via haar zes maanden durende smokkeltocht en haar werkende leven in allerlei shitbaantjes tot de tragische gebeurtenissen in februari 2004. Ai Qin kruipt onder je huid: haar verdriet en dat van haar lotgenoten is schrijnend. De druk waaronder ze staan omdat ze enorme schulden hebben, is enorm.

Het onderscheid tussen documentaire en fictie is in deze film verdwenen. De rollen worden niet gespeeld door acteurs, maar door migranten die zelf ooit illegaal waren, en dat geldt ook voor hoofdpersoon Ai Qin. De baantjes, de behuizing en de corruptie die in de film worden verbeeld, zijn gebaseerd op de ervaringen van de acteurs en op onderzoek van de Brits-Taiwanese journaliste Hsiao-Hung Pai. In de film komen de Britten maar zijdelings voor, als een schakel in de uitbuiting, als gewelddadige racisten, en heel af en toe als aardig medemens.

Broomfield laat zien dat grote supermarktketens profiteren van de slavenarbeid van de illegalen om zo goedkoop mogelijk vlees, fruit en groente in hun winkels te kunnen aanbieden. Maar de Chinezen verbazen zich in de supermarkt toch over hoeveel de winkels nog durven te vragen voor de bosuitjes die ze zelf die dag voor bijna niets uit de grond getrokken hebben. Zo gaat het ook in Nederland, met Polen en Bulgaren bij champignonkwekerijen en aspergevelden, in overvolle krotten van huizen of caravans op boerderijerven, bij schimmige “uitzendbureaus” en met behulp van koppelbazen.

Filmposter.

Toekomst

In de film “Sleep dealer” (VS, 2008) komt regisseur Alex Rivera met een dystopie waarin de huidige vormen van migratiebeheersing en uitbuiting nieuwe vormen hebben aangenomen. Migratie zoals wij die kennen, bestaat niet meer. De grenzen tussen landen – de film speelt zich af in Mexico en de VS – zijn absoluut dicht en niemand komt er nog doorheen. Maar de rijke landen hebben wel een manier gevonden om alsnog gebruik te kunnen maken van de arbeidskracht van de arme buitenlanders. De niet-migranten kunnen in eigen land via zogenaamde nodes, een soort contactpunten in het lichaam, inloggen om robots te besturen die in de rijke wereld huizen bouwen of bussen besturen. Ze putten zich uit in een soort digitale sweatshops, zonder daadwerkelijk de grens over te steken. Zo trekt de film de laatste consequentie uit de huidige kijk op migranten: ze zijn tot last als mensen, maar ze zijn nuttig als arbeidskrachten.

Deze technologie heeft ook nog een tweede functie. Amerikaanse soldaten besturen vanuit eigen land drones waarmee ze overal ter wereld “bad guys” te lijf gaan. Uiteindelijk is het een van deze “afstands-soldaten” die zich tegen het systeem keert, omdat hij ineens twijfels krijgt over de rechtvaardigheid van zijn handelen. Door met zijn drone een grote dam op te blazen behaalt hij een kleine, maar belangrijke overwinning op het systeem dat ook in deze geperfectioneerde vorm scheuren krijgt op het moment dat mensen zich van hun eigen rol en hun eigen macht bewust worden.

Hoop

Illegale arbeiders kunnen moeilijk controle over hun eigen leven nemen. Maar via netwerken kunnen ze elkaar wel steunen, door elkaar baantjes of huisvesting toe te schuiven bijvoorbeeld. Nog meer kans biedt het collectief vechten voor de eigen rechten. Zo hebben de witte illegale arbeidsmigranten rond 2000, en vluchtelingen in 2006, samen met betrokken activisten pardonregelingen uit het vuur gesleept. Filmmakers kunnen een rol vervullen in die collectieve strijd, al was het maar door het probleem van het leven in de illegaliteit te verbeelden en aan de kaak te stellen.

In Groot-Brittannië kwam er een flinke discussie op gang na de dood van de kokkelvissers. Er zijn hoge gevangenisstraffen opgelegd aan de grootste uitbuiters. Maar de Chinese families die hun geliefden verloren, kampen nog steeds met enorme schulden aan de maffiose geldschieters die geld leenden voor de reis naar Engeland. De Britse overheid kijkt de andere kant op en daardoor hebben actievoerders voor hen een noodfonds opgericht. Maar de leef- en werkomstandigheden van de kokkelvissers en andere illegale arbeidsmigranten is niet veranderd. Hun arbeid is welkom, hun mens-zijn, hun aanwezigheid niet, zoals in de naargeestige toekomstvisie van “Sleep dealer” in het extreme is verbeeld.

Gregor Eglitz
Ellen de Waard