gulliverHet bijzondere nummer van Le Monde libertaire (nr. 38) bestaat voor de helft uit bijdragen van lezers, daartoe opgeroepen om te schrijven over het thema ‘alternatieven voor het kapitalisme’. In dat kader schrijft de Franse libertaire denker Michel Onfray een bijdrage onder de titel ‘Le principe Gulliver’. U weet wel die van ‘Gullivers reizen’ (1726) van de Engelse schrijver J. Swift. Wat behelst dit beginsel? Dit is schaamteloos geplukt van de website devrije.nl

Het antwoord op die vraag ontleen ik aan de hierboven genoemde bijdrage van Onfray, die daarbij ‘microfascismen’ confronteert met ‘microverzet’.

MICROFASCISMEN. De verdwijning van het fascisme op macroniveau, dus in zijn gecentraliseerde, bureaucratische, bestuurlijke en statelijke zin (denk aan Hitler-Duitsland, Mussolini-Italië), heeft plaats gemaakt voor microfascismen, gedecentraliseerd, verankerd als planten met een wortelstok, intersubjectief en overal verstrooid. De macht kent niet meer één specifieke plek, zoals marxisten dachten, hij is overal. Om dit te bestrijden moeten we dus op een andere manier de wereld in ogenschouw nemen dan voorheen, aldus Onfray. Microfascismen: een veelvoud van onderwerpingsstructuurtjes dus, functionerend met behulp van het ‘Führerprinzip’, zou ik zeggen.

MICROVERZET. Wat moet er gebeuren om die microfascismen te lijf te gaan? We moeten er aan de ene kant mee ophouden zelf allerlei microfascismen te creëren, die allerlei vormen van onderwerping inhouden. Aan de andere kant moeten we ermee ophouden te buigen voor bestaande microfascismen. Want de logica van de overheersings- en onderdanigheidrelatie bestaat slechts uit de wil van hen die domineren en de besluiteloosheid van hen om deze wilsoplegging te ondergaan. Onfray roept op om elk microfascisme te doen splijten door een microverzet.

GULLIVER. Om zover te komen introduceert Onfray het Gulliver beginsel. Iedereen kent het verhaal hoe een reus, Gulliver genaamd, door lilliputters uiteindelijk in de kluisters wordt gezet. Dit gebeurt alleen dan indien het touw van een van de lilliputters om de reus vast te zetten, zich weet te verbinden met de veelheid van touwen van al die andere kleintjes. Dit is de metafoor die Onfray gebruikt bij wat al een aantal eeuwen geleden is verwoord door Étienne de La Boétie (1530-1563).

Zo illustreert de geschiedenis van Gulliver de les van La Boétie, die over vrijwillige onderdanigheid de nog immer leesbare tekst ‘Discours de la servitude volontaire’ schrijft (vergelijk ook wat Frank van Dun over hem en zijn denkbeelden vertelt).

De les van La Boétie luidt: ‘Wees beslist in het niet meer onderdanig willen zijn en ziedaar u bent vrij’. De overheersing bestaat slechts door de instemming ermee van hem en haar die het niet afwijzen. Indien men de onderwerping weigert, en indien men ervoor met genoeg anderen is (de les van de ‘associatie van egoïsten’ van Stirner…), wel dan stort de macht vanzelf in elkaar. Want ze bestaat slechts vanwege onze zwakte, dat wil zeggen er is slechts macht vanwege onze onderdanigheid, neemt Onfray van La Boétie over.

Om ons te verzetten hoeven we niet te wachten op de komst van de revolutie, is de overtuiging van Onfray. Ons verzet moeten we in het perspectief plaatsen van een concrete, libertaire, niet-autoritaire revolutie, een revolutie zonder bloed en wapens, zonder geweld en terreur. Waar denkt Onfray dan, om te beginnen, aan?

In het kader van een libertair socialisme is het mechanisme van de concrete microverzetsvormen in een reeks van bewegingen te volgen. Men ziet de feministe op papier, de antiracist onder het spandoek, de ecologist op de vaantjes, de antifascist aan de megafoon, de revolutionair met zijn slogan… Nu komt het erop aan feminist te zijn in de liefdesrelatie, antiracist in het alledaagse, ecologist in zijn gewoontes, zijn gedrag, zijn handelen, antifascist in alle intermenselijke relaties – met zijn kinderen, zijn naasten, zijn familie, zijn buren, zijn collega’s op het werk, zijn tafelgenoten, de mensen van het openbaar vervoer, zijn medemensen op straat, dat wil zeggen in elke concrete situatie…

Daarvoor hoeft men niet te wachten tot morgen, dat is te gemakkelijk, te eenvoudig, te comfortabel. Het gaat om hier en nu, direct. Het levert een begin op om het Gulliver beginsel te activeren, ben ik geneigd te zeggen. En om een misverstand te voorkomen, dit betekent geenszins dat allerlei antiracistische, antifascistische, ecologische organisaties en actiegroepen die zich inzetten voor mens en dier ophouden een bestaansrecht te hebben. Integendeel. Het betekent ook niet dat men kan ophouden met het analyseren en kritiseren vanuit een libertair perspectief van het huidige maatschappelijke bestel op micro-, meso- en macroniveau. Eveneens: integendeel.

Kortom, ik zou bijna vergeten te vermelden dat er nog veel meer in het hors-série nummer van Le Monde libertaire te lezen is. Zoals een doorwrocht betoog van René Berthier over het gebruik van het woord ‘anarchie’ door Bakoenin, een aantal korte bijdragen met betrekking tot antikapitalisme van de hand van diverse auteurs, een bijdrage over de ‘libertaire katalyserende groep’ van mijzelf en een zeer uitgebreide bespreking van het boek van Philippe Pelletier over de Franse geograaf en anarchist Élisée Reclus (dat ik al besprak op deze site).

LE MONDE LIBERTAIRE, hors-série 38, december 2009 – februari 2010, 34 blz., prijs € 3,50.