Westerse maatschappijtypen waarin wij leven worden vrije maatschappijen genoemd. Ten opzichte van een maatschappij als die van Noord-Vietnam, zal het eerste staande kunnen worden gehouden. Vrij is echter een relatief begrip, vrij waarvan en waartoe? Het valt op dat vele zaken die ons in westerse maatschappijen omringen ‘geprogrammeerd’ zijn, buiten ons om en over ons heen (zowel door overheid als privaat ondernemen). Zelfs de gloeilamp die u koopt is geprogrammeerd, namelijk met ‘versnelde veroudering’. Er wordt in dat geval gesproken over ‘geprogrammeerde veroudering’. Daarmee worden we belazerd wat de levensduur van die lamp aangaat (en wie dat niet wil, moet op kaarsen terugvallen).

(Door Thom Holterman, oorspronkelijk verschenen bij Libertaire Orde)

Veel mensen werken tegen zo’n laag loon, dat zij voor het eind van de maand blut zijn; gepensioneerden zouden een geïndexeerd pensioen krijgen, terwijl al meer dan tien jaar dat (cumulatief) niet is uitgekeerd; flexwerkers lijken ‘zelfstandigen’ maar zijn veelal gewoon loonslaven en net voor zij een vaste baan zouden kunnen krijgen, wordt hun contract niet meer verlengd. Al die mensen bij elkaar vormen het bekende ‘precariaat’ (precair, onzeker). Met een variant op het voorgaande spreek ik hier generaliserend over ‘geprogrammeerde verarming’. Vervolgens krijgen we een technologische en industriële stand van zaken, onderdeel van de maatschappij waarin we  leven, opgedrongen, die immanent stuurt op uitbreiding, wat ik ‘geprogrammeerde dwang’ noem.

Het anarchistische kwartaalblad Buiten de Orde (nr. 3, 2019) gaat, op sterk uiteenlopende manier, met korte en langere bijdragen, in op deze knechtende maatschappelijke situatie.

Geprogrammeerde dwang

Jawel, en ik herhaal, ik generaliseer. De maatschappelijke werkelijkheid is natuurlijk veelsoortiger dan de twee termen suggereren. Die veelsoortigheid komt in het thema van dit nummer van Buiten de Orde (BdO) aardig tot uitdrukking: Technologie. Het thema loopt van ‘online bestaan’ tot technologie-kritiek. Maar steeds komt ‘dwang’ in beeld – ook al is het soms in de vorm van de roep om het tegendeel, zoals in de eerste bijdrage onder de titel ‘Voor een vrij en solidair online bestaan’. Een volgende bijdrage gaat over surveillance (!) van de sociale media. Ook al niet iets waar ‘vrij’ vanaf spettert.

Daarna lezen we over ‘Technieken en beleidsplannen’ waarvan regeringsleiders zeggen dat ze bedoeld zijn om de klimaatramp tegen te houden. Door Peter Storm wordt uitgelegd dat dit het niet gaat worden. Want in de techniek zit ‘ingebouwde drang’ tot meer techniek. Het is het economische systeem dat op de schop moet: concurrentie en winst-maken als ‘ingebouwde drives’ moeten worden ontkracht. Weg met die dwang. In enkele andere bijdragen wordt op onderdelen van het voorgaande teruggekomen, zoals met een bijdrage over robots en een over hoe YouTube-accounts van ‘Women on Waves’ in 2019 al drie keer verwijderd zijn.

‘Beste klant, u bent ontspannen, uw hersens zijn nu heel goed beschikbaar, om op te nemen dat onze glyfosaat chips het beste voor u zijn!’

Tot slot van dit onderdeel wil ik wijzen op het door Johny Lenaerts vertaalde vraaggesprek met de Franse jurist, socioloog en filosoof Jacques Ellul (1912-1994), die gerekend wordt tot de christenanarchisten. Hij is tevens een van de eersten die op de gevaren van technologie in de moderne maatschappij wees en hij mag worden beschouwd als voorloper van de huidige ont-groei beweging. In het vraaggesprek treft men een antwoord aan dat lijnrecht loopt naar ‘geprogrammeerde dwang’: ‘We zouden afstand kunnen nemen van negentig procent van de technieken die we gebruiken [bedenk: daaronder vallen alle oorlogstechnieken; dat schiet op thh.] en van negentig procent van de medicijnen die we consumeren [bedenk: we worden met medicijnen belazerd waar we bij zitten; thh.], maar de kracht van de propaganda bestaat er juist in om nutteloze voorwerpen tot noodzakelijke voorwerpen te transformeren. Onze behoeften werden kunstmatig door de reclame gecreëerd en nu bestaan ze op natuurlijke wijze’.

Georganiseerde verarming

Kees Stad schrijft in BdO over ‘Regeringsbeleid is diefstal’. Hij laat zien dat Rutte zich een dief van de armen toont. De wijze waarop Kees dit uitwerkt, maakt duidelijk wat ik ‘geprogrammeerde verarming’ noem. Het gaat namelijk over een systematische verzwaring van lasten, die elders als verhoging van winsten wordt toegestaan. Zou je een bijdrage schrijven over pensioenen, dan zou je eenzelfde ‘mechanisme’ (argumentatie) tegenkomen, want het gaat om ‘geprogrammeerde’ uitwerkingen.

‘Ik heb geen werk meer en heb ook geen recht op een werkloosheidsuitkering, wat is er dan nog voor mij over?’

Het precariaat!’

De lastenverzwaring wordt door veel mensen gevoeld, ook al behoort men niet tot iemand in een arbeidssituatie.  Deze stand van zaken maakt dat er een andere invulling aan het idee klassenstrijd moet worden gegeven (omdat de oorsprong van het moderne idee erover ligt bij de opkomende arbeidersbeweging). Toen, in de laat 18de en 19de eeuw was er ook sprake van geprogrammeerde verarming, maar in de 21ste eeuw verbreedt die verarming zich en daarmee het idee van de klassenstrijd. Zo wordt er door Jan Bervoets in BdO geschreven over ‘directe klassenstrijd’ die gevoerd wordt door spontaan georganiseerde lokale massa’s, die niet uit een arbeidssituatie voortkomen. De verbreding zal ertoe leiden dat veel meer klassenstrijd zal worden gevoerd, voorspelt Jan. Dat zal ofwel als vorm van directe straatpolitiek worden gevoerd, zoals door de ‘gele hesjes’, ofwel als wijkopstand. En nog breder zal die kunnen gaan verlopen als klassenstrijd tegen de door het industriële stelsel veroorzaakte klimaatsverandering.

Especifismo?

Bij de visie op wat zich reeds als strijdvormen ontwikkeld heeft, sluit een door Tommy Ryan vertaalde bijdrage aan over de anarchistische praktijk in Latijns-Amerika, over het opbouwen van massabewegingen en revolutionaire organisatie. Dit geschiedt onder de onmogelijke benaming especifismo. Mij is de term, ondanks de erbij gegeven uitleg, niet duidelijk geworden, behalve dan dat het om een specifiek anarchistische organisatie gaat. Maar dat is herhalen van woord (specifiek) dat juist toegelicht moest worden. Wat is specifiek aan anarchistische organisatie? Dat zijn de constanten, zou ik zeggen, die al zo’n anderhalve eeuw ermee samenhangen zoals: horizontalisme, bottom-up, geen durend leiderschap (roulatie), gebonden mandaat, consensusvorming.

Met in achtneming van voornoemde soort constanten wordt dan ‘de’ (!) massabeweging ontwikkeld. Een organisatie van verschillende anarchistische stromingen wordt namelijk afgewezen. Dit lijkt me nogal doctrinair. Ik laat het hierbij, maar ik heb nog meer twijfels over het hele betoog. Overigens, als men het in de Latijns-Amerikaanse situatie, waar ik geen enkel zicht op heb, in bepaalde anarchistische kringen terugvindt en als zij dat aldaar passend achten, wie ben ik dan om dit te kritiseren… Dat wordt anders wanneer het getransporteerd wordt naar onze gewesten. Ik wacht af.

Buiten de Orde, nr. 3, 2019, 80 blz., prijs 2, 50 euro

[Beeldmateriaal overgenomen uit Siné Mensuel, nr. 89 en nr. 91.]