drawing by Rini TempletonDe pionier van de 'eerlijke koffie' Nico Roozen heeft deze week een koninklijke onderscheiding gekregen voor zijn 'fair trade' werk. In interviews (*) zoals in de Volkskrant toont hij zich uitermate tevreden over de resultaten van zijn strategie. Het is echter de vraag of dat terecht is. Merkwaardig is bovendien dat hij geen goed woord over heeft voor mensen die een meer activistische aanpak verkiezen.

Een ingekorte versie van dit artikel verscheen op 9 november 2007 in dagblad Trouw

Op het succes van 'Fair Trade' valt nogal wat af te dingen. In interviews beweert Nico Roozen onomwonden dat "multinationals om zijn". We zouden moeten ophouden om ze als vijanden te zien en voortaan samen moeten optrekken. Hij wordt immers voortdurend uitgenodigd door de top van het Europese bedrijfsleven, die allemaal plotseling duurzaamheid hoog in het vaandel zou voeren.

Het eerste dat bevreemdt is Roozens optimisme. Wie goed om zich heen kijkt ziet de wereld niet bepaald mooier worden. Het milieu holt achteruit in zo'n snel tempo dat het niet bij te houden is en meer mensen dan ooit leven in extreme armoede. En dat bij een ongekende welvaart voor de mondiale 'happy few'. Alle cijfers wijzen uit dat de kloof tussen arm en rijk toeneemt, overal. Wat heeft Roozen dan bereikt dat hij meent te kunnen claimen dat de overwinning binnen is?

Natuurlijk is het mooi als grote bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen voor de arbeids- en milieuomstandigheden bij hun bedrijf. Maar het zou eigenlijk niet meer dan normaal moeten zijn dat ze mens en natuur een beetje netjes behandelen. Voorlopig moet er echter nog heel wat verbeteren bij de meeste, zo niet alle, multinationals voor ze enigszins fatsoenlijke maatstaven hanteren in hun hele productieketen. Nico Roozen lijkt al snel tevredengesteld.

Daarnaast geldt dat het bedrijfsleven op een paar kleine uitzonderingen na steevast terug blijkt te vallen zo gauw de druk van buitenaf weggevallen is. Ze hebben graag een groen stempeltje als dat hip is, vooral als het niet te veel kost of zelfs wat opbrengt. Want er moet natuurlijk wel winst gemaakt worden. Dat laatste zal altijd de bodem van het vat vormen en je kunt ze dat niet eens kwalijk nemen. Je moet ook geen liefdadigheid eisen van bedrijven, want daar zijn ze niet voor. Je moet eisen dat ze stoppen met uitbuiten en milieuvervuilen. In de praktijk betekent dat meestal dat ze beter helemaal kunnen stoppen, want winst maak je nu eenmaal door uitbuiting van mens en natuur. De kleine lokale productie die de grote bedrijven wegconcurreren, levert bovendien meestal kwalitatief beter werk op en betere produkten.

Veel van de plotseling opgebloeide liefde van het bedrijfsleven voor mens en natuur is te verklaren met de deplorabele toestand waarin ze de aarde hebben veranderd en de onrust die dit oplevert. De meeste acties van de bedrijven vallen dan ook onder de afdeling 'windowdressing' en 'greenwashing'. Dat verhult meestal de werkelijkheid. Shell en BP kunnen wel af en toe een natuurpark subsidiëren en ons daar de hele tijd met mooie reclamefilmpjes op wijzen, het blijven enorm machtige en smerige bedrijven. Natuurlijk is het goed om gebruik te maken van deze gevoelige snaar om ze tot fatsoen te dwingen. Maar dan wel met het juiste verhaal en zonder je te laten misbruiken om het marktaandeel te vergroten.

Bedrijven hebben daarnaast de nare gewoonte om kritische stromingen in te kapselen en vervolgens onschadelijk te maken. Zo'n begrip als 'duurzaamheid' bijvoorbeeld, dat Roozen argeloos hanteert, heeft dat proces al grotendeels ondergaan. Multinationals kunnen daar in de 'lichte' definiëring prima mee leven. Wat Roozen ook vergeet te vermelden, is de schadelijke werking van de inkoopkracht van winkelketens, vooral supermarktbedrijven. Het is bekend dat zij die gebruiken om van hun toeleveranciers voortdurend bijstelling te eisen van de prijs en levervoorwaarden. In de biologische landbouwsector zijn de grote supermarktketens om die reden berucht. Ze doen niets anders dan de standaards die gelden voor biologische certificering terug te schroeven. Wie niet akkoord wil gaan, raakt al snel zijn afzetmogelijkheid kwijt.

Een goede kijk op de praktijk leert ook dat de meeste bedrijven, met name via hun vertegenwoordigende organisaties, hard lobbyen om zich zoveel mogelijk van hinderlijke regels en wetten te ontdoen. Het recente drama omtrent de REACH milieuwetgeving binnen de EU en hoe de chemische industrie die weggebuldozerd heeft, laat echt niets aan duidelijkheid te wensen over. Het is maar een van heel veel voorbeelden.

Ergerlijk aan Roozens verhaal is dat hij voor het gemak vergeet dat er veel andere actoren zijn, waaronder nogal wat die de door hem verfoeide radicale strijdmethoden hanteren en daarvoor vaak een zware tol betalen. Zij hebben voor de benodigde druk op de multinationals gezorgd en doen dat nog steeds. Dat zijn gewoon ouderwetse vakbonden, actiegroepen, inheemse organisaties en lokale bewoners. Het is mede door hun werk dat Roozen af en toe aan mag schuiven bij de grote heren. Inplaats van hun rol de verdiende aandacht te geven, kiest Roozen ervoor om een eervolle vermelding te geven aan de tv-beroemdheid die een liefdadigheidsproject begint. Alsof we nog niet genoeg Madonna's en Bono's rond hebben lopen.

Het vreemde is dat we ondertussen struikelen over de voorbeelden dat dat soort projecten meer kwaad doet dan goed en meestal vooral reclame maakt voor bedrijven. Neem Bono's nieuwste speeltje, 'Product Red'. Dat is een label dat enkele grote bedrijven op een paar produkten kunnen plakken, waarvan een klein deel van de opbrengst in een AIDS-fonds gaat. Zoals het gigantische kledingbedrijf GAP. Onlangs werd bekend dat de betreffende kleding onder meer in Lesotho gemaakt wordt onder erbarmelijke arbeidsomstandigheden. De mensen worden ouderwets uitgebuit voor Bono z'n goede doel. GAP zelf laat de rest van z'n kleren onder zo mogelijk nog slechtere omstandigheden produceren. Zo ontdekte the Observer onlangs dat de kindercollectie voor aanstaande kerst door kindarbeiders in India gemaakt wordt onder "omstandigheden die dicht tegen slavernij aan zitten". (3) Ondertussen heeft GAP wel mooi goede sier met de alliantie met Bono kunnen maken. Zo was enkele weken geleden een hele Oprah Winfrey-show gewijd aan de introductie van het label. Ze werd samen met de rockster in een GAP-vestiging toegejuicht door het voltallige gelukkige personeel. Gratis maakten de twee miljonairs zo een uitzending lang reclame voor het bedrijf. Oprah heeft uiteraard haar eigen goede doel, iets met scholen bouwen.

Nu zal Roozen zeggen dat het net een ander project is dan zijn fair trade. Dat klopt, maar het zit allemaal dicht tegen elkaar aan en gaat allemaal uit van dezelfde formule: bekende tv-ster pusht project dat multinational omarmt.

De grote 'anti-groei-beweging' in Frankrijk heeft zich publiekelijk uitgesproken tegen de Max Havelaar-strategie die ook in Frankrijk de supermarkten aan het binnentreden is. Volgens stukken in het populaire maandblad 'Decroissançe' is die koffie een paard van Troje. Ze wint nooit een substantieel marktaandeel, maar haalt ondertussen wel twijfelende en kritische consumenten de winkel binnen. Goedkoper heeft een bedrijf zich niet kunnen witwassen. Dat er geen enkele selectie meer plaatsvindt, toont de deal met Lidl wel aan. Dat is zonder twijfel de ergste discountsuper de er in Europa bestaat. Die interesseert zich alleen maar voor de laagste inkoopsprijs en geldt als genadeloze killer van elke lokale middenstand. Maar Max Havelaar maakt reclame voor deze schurken omdat ze wat eerlijke koffie in het gangpad gooien. De omvangrijke beweging voor 'economische rechtvaardigheid' Attac in Duitsland heeft laten weten niets te voelen voor wat 'eerlijk' spul in de schappen van Lidl zolang die er verder zo'n praktijk op nahoudt.

Een laatste kanttekening die gezet moet worden bij de ophemeling van fair trade betreft de eerlijkheid van die eerlijke handel. De consument hier in Nederland wordt de illusie geschonken dat het verder goed zit met de beloning van de boer die voor zijn koopwaar heeft zitten ploeteren. Het klopt natuurlijk dat die vaak beter af is dan een naburige boer die geen vergelijkbare handelsconstructie heeft. Maar het blijft ploeteren en er wordt nog lang geen evenredige beloning betaald als de consument voor vergelijkbaar werk hier zou krijgen. Het is alleen maar 'fair' omdat de wereld verder zo verschrikkelijk unfair is. Geen mens zou bij wijze van spreken in Nederland bereid zijn onder dezelfde omstandigheden te werken.

Er moet helaas nog heel wat meer veranderen dan dat er een paar centen bijgelegd worden aan de kassa en wat managers verlicht raken. Dat zal onvermijdelijk gepaard gaan met politieke organisatie en strijd, waarbij de bedrijven meestal aan de verkeerde kant aangetroffen worden. Uiteindelijk gaat het er om de macht van die bedrijven langzaam maar zeker te verkleinen en met name de hele groten die de markt monopoliseren geheel te laten verdwijnen. Je krijgt er waarschijnlijk geen lintje voor, maar wel een wereld die duurzaam eerlijker en gelijker is.

------------

*) Trouw had op 27 oktober zelfs een heel katern over Fair Trade, dat jammergenoeg niet online staat

--------------

Naschrift: Deze reactie werd aanvankelijk aan de Volkskrant aangeboden, die er geen belangstelling voor had. Vreemd genoeg was dagen na inzending van het stuk wel een eigen artikel te lezen van hun economieredacteuren over de 'Gap'-zaak die in het stuk naar voren gebracht wordt. Alleen had de redacteur het voorval benut om ongeveer het omgekeerde te beweren, namelijk dat het aantoont hoe moelijk het is voor bedrijven als GAP die enorm hun best doen, om de productieomstandigheden te controleren.