Op vrijdag 8 november ging ik naar de openingsmeeting van het ‘European Forum’ in Brussel. De locatie voor het drie dagen durende forum was goed gekozen, de auditoria van de Brusselse Koninklijke Musea voor Schone Kunsten zijn aangenaam en goed bereikbaar. Over de boodschap van dit European Forum ben ik minder enthousiast.

(Door Herman Michiel, oorspronkelijk verschenen op Ander Europa)

10 november 2019

Het Forum is een initiatief van de Partij van Europees Links (European Left, EL), waar veel van de linkse (te begrijpen als links van de sociaaldemocratie en de groenen) partijen bij aangesloten zijn; zo onder andere Die Linke (Duitsland), het Griekse Syriza, de Franse en Spaanse communistische partijen, het Portugese Bloco de Esquerda en andere. Het initiatief startte in 2017 met het forum in Marseille, en kende een vervolg verleden jaar in Bilbao, en dit jaar dus in Brussel. Bedoeling van dit forum is een ‘ontmoetingsplaats te zijn voor linkse, progressieve en ecologische partijen, voor vakbonden en sociale organisaties’. In theorie wordt de politieke kern ervan gevormd door de ‘progressive caucus‘, bestaande uit een aantal leden van de radicaal-linkse (GUE/NGL), sociaaldemocratische (S&D),  en Groene (Greens/EFA) fractie in het Europees Parlement.

Zoals ook de Brusselse uitgave van het Forum aantoont bestaat dit ‘progressief samenwerkingsverband’ eigenlijk alleen in de hoofden van een aantal kopstukken van de Partij van Europees Links. De groene inbreng beperkte zich tot een speech van Philippe Lamberts, vice-voorzitter van Greens/EFA, en uit het covoorzitterschap (samen met Pierre Laurent, van de Franse communistische partij) van de meeting door een lid van de (uiterst kleine) Griekse groene partij. Van sociaaldemocratische kant had men blijkbaar niemand bereid gevonden om het woord te nemen, en van enige aanwezigheid vanuit die hoek was ook niets te merken. De opkomst (ca. 150 mensen) gaf ook niet de indruk een Europees  initiatief te zijn waar drie politieke stromingen bij betrokken zijn.

Nu heb ik misschien de indruk gewekt tegen de samenwerking van linksen, sociaaldemocraten, groenen en andere progressieve krachten te zijn. Dat is absoluut niet het geval, integendeel. Al deze actoren zouden veel vaker dan nu het geval is de krachten moeten bundelen om samen strijd te voeren rond welbepaalde doelstellingen. De gelegenheden daarvoor zijn legio, want men kan vanuit verschillende invalshoeken en achtergronden tot het besluit komen dat kernenergie moet beëindigd worden, dat de neoliberale vrijhandelsakkoorden nefast zijn, dat er moet geïnvesteerd worden in de openbare sector, dat er een eind moet komen aan de tragedie op de Middellandse Zee, enzovoort enzoverder. Maar wat de leiding van Europees Links nastreeft met de Europese fora is iets anders dan de samenwerking rond concrete objectieven.

Als je de verschillende documenten naleest die in de aanloop van het forum geproduceerd werden (voor zover ik zie alleen door medewerkers van de leiding van Europees Links) komt daar de volgende analyse uit naar voor. Europa wordt bedreigd door een reeks diepgaande crisissen, maar het zijn de reactionaire rechtse krachten die daar dreigen hun voordeel uit te halen. Daarom moeten de linkse en progressieve krachten een “aantrekkelijk sociaal alternatief uitwerken, een cultuur van emancipatie en solidariteit, een alternatief dat de weg toont naar een aantrekkelijke toekomst” (*1).

Een instinctieve reactie zou kunnen zijn: ja, waarom niet? Een breed gedragen links alternatief, wat wil je meer? Maar enig nadenken toont al vlug de onbezonnenheid van dit idee. Als ik me niet vergis is het toekomstbeeld, het streefdoel, het ‘aantrekkelijk sociaal alternatief’ van radicaal links het socialisme, de beëindiging van de kapitalistische winsteconomie, van het vrij ondernemerschap, vervangen door een democratische besliste productie.

Dat is niet het toekomstbeeld van de groenen. Zij denken in de richting van een ‘duurzaam kapitalisme’, waar de ecologische uitwassen uit verdwenen zijn. Ecosocialisten zullen zeggen dat dit een illusie is, maar het heeft geen zin daarover een gemeenschappelijk standpunt te willen definiëren. In de huidige conjunctuur is het veel vruchtbaarder om te kijken welke concrete politieke doelstellingen samenkunnen nagestreefd worden door groenen en radicaal links. Dat is vrij vaak het geval; in het Europees Parlement bijvoorbeeld zijn er nogal wat wetsontwerpen en resoluties die alleen door groen en radicaal links worden goed- of afgekeurd.

Een gelijkaardige houding is aangewezen tegenover de sociaaldemocratische stroming: waar samenwerking rond concrete  objectieven mogelijk is moet de kans aangegrepen worden, maar  ‘convergentie in de toekomstperspectieven’ nastreven is een totale illusie. Door het jarenlange medebeheer van de burgerlijke staat door sociaaldemocratische partijen is de afstand misschien nog groter dan voor groenen. In het Europees Parlement bijvoorbeeld levert de  sociaaldemocratische fractie (S&D), de tweede grootste na de christendemocraten, vaak de nodige stemmen om rechtse voorstellen een meerderheid te bezorgen. Zowat het hele besparingsbeleid dat opgelegd werd in de loop van de financiële crisis werd mede door hen goedgekeurd, en het waren niet de sociaaldemocraten die de kastijding van Griekenland in de weg stonden, nietwaar meneer Dijsselbloem?  In de nationale politiek, in de lidstaten, zijn sociaaldemocratische regeringen of regeringspartners vaak de gangmakers of handlangers voor neoliberale ‘oplossingen’.

Dat wil niet zeggen dat links geen pogingen moet doen om de sociaaldemocratie publiek voor keuzes te stellen, haar te wijzen op haar historische wortels, te proberen de linkervleugel ervan tot betere standpunten te verleiden en waar mogelijk aan eenzelfde concreet zeel te trekken. Maar dat is iets helemaal anders dan samen met hen een ‘aantrekkelijk alternatief’ uit te werken zoals Europees Links voorstelt. Wie de grootste gemene deler neemt van links en sociaaldemocratie krijgt een smakeloos brouwseltje dat niemand lust. Als radicaal links niet langer de authentiek socialistische pool, hoe klein ook, is in het politieke spectrum is er geen enkele reden meer om deze pool te steunen.

Meer nog dan uit een samenvatting van (soms nogal warrig geschreven) teksten kunnen we de achterliggende idee van de Europese fora afleiden uit de activiteit ervan. Deze beperkt zich eigenlijk tot het voorbereiden van … het volgende forum. Zeker, er werd een hele inventaris opgesteld van wenselijke dingen als volledige tewerkstelling, een ecologische transitie, gelijkheid van vrouwen en mannen, vrede, een economie in het teken van het menselijk welzijn… Maar deze inventaris kennen we al lang, de vraag is hoe er iets van gerealiseerd kan worden. Strategie dus, een woord dat in de forumdocumenten vaak voorkomt maar geen enkele concrete invulling krijgt. Als er nu ook maar over één concreet doel afgesproken werd, bevestigend dat men in het komende jaar alles in het werk zal stellen om het  – nee, zelfs niet te realiseren maar – te  promoveren, en bij het volgend forum de balans op te maken van wat lukte en wat niet. Dat linksen, progressieve groenen en sociaaldemocraten in hun structuren zullen aandringen om het Europees budget te boycotten zolang er geld naar de militaire industrie gaat. Om maar iets te zeggen. Of om elk vrijhandelsakkoord dat sociaal en ecologisch nefast is (alle dus) met alle middelen te bestrijden, samen met actiegroepen en sociale bewegingen. Soms komt het op weinig aan om het verschil te maken en kan voluntaristisch activisme van partijgenoten iets uithalen; we gaven onlangs nog het voorbeeld van de resolutie in het Europees Parlement over het redden van levens in de Middellandse Zee, een resolutie die door toedoen van drie (!) sociaaldemocraten had kunnen goedgekeurd worden tegen de rechtse meerderheid in (*2).

Natuurlijk heeft de aanpak van Europees Links een prijs. We vermeldden al het verlies van de eigen politieke identiteit als verdedigers van het socialistisch alternatief. Het is de aanpak van gewezen Europees Links-voorzitter Pierre Laurent, tevens gewezen voorzitter van de Franse Communistische Partij (PCF) die de eigen politieke identiteit inslikte om toch maar lokale coalities met de PS te kunnen aangaan. De gevolgen zijn gekend, de PCF bestaat ongeveer niet meer.

Er is meer. De kritiek op de rechtse aspecten van de politiek van de ‘partners’ moet tot een minimum herleid worden (*3). Zo was er niets te horen op de meeting over de onaanvaardbare repressie in Catalonië; de sociaaldemocraat Sanchez probeert zich immers door een hard optreden tot een even betrouwbaar verdediger van de  Spaanse staat op te werpen als de (extreem-)rechtse partijen . Geen woord overigens over Labour en Jeremy Corbyn, nochtans de sociaaldemocratische partij die momenteel  in de belangrijkste verkiezingsstrijd in Europa verwikkeld is. Maar ja, Groot-Brittannië en dus ook Labour verlaten binnenkort toch de EU en zijn dan nog van weinig tel in een electorale strategie. Opvallend was ook de afwezigheid van Varoufakis’ beweging DiEM. Ik weet niet of die uitgenodigd was, maar als men een eenheid beoogt met groenen en sociaaldemocraten zou DiEM er zeker ook bij geweest moeten zijn.

Er was één tussenkomst waarin ik me kon terugvinden: die van Raoul Hedebouw, die sprak in naam van de Belgische PVDA-PTB. Op een voorzichtige maar toch niet mis te begrijpen manier nam hij afstand van de lijn van het grote ‘eenheidsfront van linksen en progressieven’. Hij had het over la vraie gauche dat de idee van de klassenstrijd moet terug propageren, en bij de uitwerking van alternatieven zich moet afvragen welke rol de markt nog moet spelen. “En daar wringt het schoentje, nietwaar meneer Lamberts” zei hij. Hedebouw verwees ook naar de regeringsonderhandelingen in Wallonië, waaruit de PTB zich terugtrok omdat een verdedigbaar akkoord met de PS niet mogelijk was (*4). Voorzitter Laurent onthield zich wijselijk van commentaar.

De linkse fractie in het Europees Parlement heeft weliswaar een nieuwe leiding, maar over een nieuwe strategie om links terug aan zet te laten komen beschikt deze nog niet. Het electoraal debacle van mei 2019 zou nochtans het ‘strategisch denken’ een nieuw elan moeten geven.

Voetnoten

(*1)Ik citeer hier uit een document ter voorbereiding van een forumsessie over ‘Vrede, hoeksteen voor een linkse Europese strategie’. Het werd geschreven door o.a. Gabi Zimmer, onder de voorbije legislatuur voorzitter van de linkse fractie GUE/NGL in het Europees Parlement.

(*2) Zie Ander Europa, 25 oktober 2019, EVP: dat ze verdrinken, zolang ze niet binnenkomen

(*3)In de reeds vermelde tekst over een vredesstrategie staat weliswaar dat er ‘eerlijk en objectief moet gesproken worden over de rol van leidende sociaaldemocraten’. Alsof het probleem zich tot enkele individuen beperkt… 

(*4) Voor de opinie van een buitenstaander daarover, zie Hugues Le Paige, Politique, PS-Ecolo-PTB : Guerre de position(nement)