Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn negen jonge vrouwelijke politieke gevangenen in Duitsland ontsnapt en dwars door het front naar hun vrijheid gelopen. Een van die negen, Suzanne Maudet, heeft het verhaal daarna opgeschreven. Dat is nu in het Duits vertaald verschenen.

(Een recensie van globalinfo.nl die graag donaties ontvangt)

Suzanne Maudet had haar verhaal, en dus dat van haar acht metgezellen, meteen na terugkomst in 1946 neergepend. Maar een damesblad wees publicatie van de hand en het manuscript bleef vervolgens tientallen jaren ongepubliceerd liggen. Pas tien jaar na haar dood, verscheen het boek in 2004 in het Frans onder de titel Neuf Filles Jeunes Qui Ne Voulainent Pas Mourir (Negen jonge vrouwen die niet dood wilden gaan). Nu is het in het Duits vertaald verschenen bij Assoziation A onder de titel Dem Tod Davongelaufen (De Dood Ontvlucht).

De negen waren allen politieke gevangenen, ze hadden in Frankrijk in het verzet gezeten (*), waren gepakt en toen - via de gevangenis van Fresnes - naar Ravensbruck en daarna Buchenwald vervoerd waar ze onder weerzinwekkende omstandigheden gedwongen werden in een munitiefabriek (HASAG) te werken. Aan het einde van de oorlog toen de geallieerden oprukten en de Russen vlakbij Leipzig waren, lieten de nazi’s de overlevenden van de concentratiekampen afvoeren in zogenaamde dodenmarsen. Dit gebeurde ook met de andere kampen. Het plan was om ze daarbij af te maken, zodat er geen getuigen zouden overleven.

Het verhaal wordt door Maudet in een bewonderenswaardig luchtige toon verteld, met soms hilarische details. Te midden van alle verschrikkingen die ze beleven is dat een verademing.

Achteraf blijkt dat de ontsnapping tijdens de ‘dodenmars’ hen allemaal het leven heeft gered. De mensen die door bleven lopen zijn allemaal om het leven gekomen. Madelon Verstijnen, een van negen, schrijft later dat er naar schatting ‘een promille’ van de gevangenen het overleefd heeft.

Iedereen die niet mee kon komen tijdens de dodenmars, werd afgemaakt. De mannen liepen voorop en hadden de ergste bewakers bij zich. De in totaal 5000 vrouwen hadden allemaal een groot wit kruis op de rug geschild gekregen om ze als gevangenen herkenbaar te maken, en hebben houten klossen als schoenen, zonder kousen. Ze liepen in rijen van vijf voortdurend langs stervende of geëxecuteerde medegevangenen die in de greppel naast de weg lagen of gegooid waren. De negen vrouwen vormden een hecht groepje dat bij elkaar bleef, ze waren allen jong en kenden elkaar grotendeels goed. Ze hadden afgesproken dat ze zouden proberen te ontsnappen, en altijd bij elkaar zouden blijven. Na twee dagen lopen zonder eten zagen ze op een gegeven moment dat de bewakers (SS’ers en kampbewaarders die iets minder sadistisch waren) niet goed opletten en zijn ze een bosje ingesprongen en hebben gewacht tot de stoet uit zich was. Toen zijn ze op goed geluk gaan lopen - ze hadden geen idee waar in Duitsland ze zaten, maar hadden het plan naar het front toe te lopen (dat in de verte hoorbaar was) om zich daar bij de geallieerden te melden.

Na zeven dagen ‘vrij lopen’ lukte dat uiteindelijk, waarbij de negen vrouwen door geluk en slimheid konden overleven. In het eerst dorpje waar ze aankwamen, troffen ze bijvoorbeeld een paar Joegoslavische krijgsgevangenen die daar te werk gesteld waren. Deze verborgen de vrouwen onmiddellijk en haalden overal kleren en eten voor ze vandaan, waarna ze verder konden trekken. Ze werden meerdere keren beschoten door geallieerde vliegtuigen, en op de laatste dag toen ze het front overstaken (in de vorm van de rivier de Mulde) door Duitse scherpschutters. Maar gevaarlijker dan dat waren de Duitse autoriteiten en nazi’s in de dorpjes waar ze langs of doorheen liepen, en waar ze zich doorheen gebluft hebben. De chaos was compleet, alle Duitsers wisten dat de oorlog verloren was en dat ze binnenkort onder de voet gelopen zouden worden. Ze werden veelal argwanend en woordeloos nagekeken, soms uitgescholden. Meerder keren, signaleert Suzanne Maudet, hebben de negen het vermoeden dat de Duitsers ineens aardig proberen te doen in de hoop daar later baat bij te kunnen hebben. En vaker nog moeten ze overhaast weer vertrekken, zonder wat gegeten te hebben, omdat ze vermoeden dat de politie getipt is om ze te komen ophalen. Slechts in een geval worden ze onthaald door een boer (Ernst) en zijn dochter Annelise die echt ontdaan lijken door hun lot. Als ze ‘s avond bij de maaltijd (met bloemen op tafel!) vertellen over over hoe het er aan toeging in de concentratiekampen, zoals dat er executies plaatsvonden door vrouwen op te hangen in de eetzaal, tijdens het eten, moeten ze huilen. De schrijfster constateert dan dat het wellicht klopt, dat er Duitsers waren die het echt niet gewusst hebben.

De negen vrouwen zijn allen in de twintig, en ze zijn allemaal in Frankrijk opgepakt bij verzetsdaden, maar twee zijn Nederlands (Madelon (Lon) Verstijnen en Guillemette (Guigui )Daendels), en een derde, de jongste, Jose, is Spaans. De overige zes zijn dus Françaises: Christine, Jacky, Mena, Nicole, Zinka en Zaza (de bijnaam van Suzanne Maudet).

Van de Joegoslaven hebben ze het advies gekregen om in elk dorp de burgemeester te proberen te vinden of de chef van de politie en die een vrijgeleide naar het volgende dorp af te troggelen. De Nederlandse Madelon - die als enige Duits kan - wordt meestal, samen met Christine, voor die taak het dorp in gestuurd. De rest blijft dan gespannen in een greppel buiten het dorp wachten of het gelukt is.

Een van de twee Nederlandse vrouwen, Madelon Verstijnen, heeft zelf ook een boekje geschreven (in eigen beheer, 1991: Mijn Oorlogskroniek, Met de Ontsnapping Buchenwald Colditz 15-21 april 1945) Daarin vertelt ze over dezelfde tocht, maar dan veel korter. En ze geeft ook andere informatie, over het leven in de kampen en over haar broer Eric, die samen met haar werd gearresteerd maar het kamp niet overleefde. Ze overleed niet zo lang geleden, in 2017 op honderdeneenjarige leeftijd en bleef tot het einde van haar leven fel over haar ervaringen. Zie dit stuk over haar in Het Parool.

De andere Nederlandse, Guigui Daendels, is in 2007 op 87-jarige leeftijd in Frankrijk gestorven.

De negen vrouwen worden in beide boeken bij voornaam genoemd en elk liefdevol kort beschreven. Maar toen Maudet haar boek schreef, was er weinig bekend over de achtergrond van haar lotgenoten. Madelon heeft ze geprobeerd op te sporen, hetgeen veelal lukt en hield contact met sommigen van hen. Er is een prachtige documentaire over dit gebeuren gemaakt door Jetske Spanjer en Ange Wieberdink, die de documentaire ook integraal op haar website heeft staan (waarvan we hem hieronder overgenomen hebben). In de documentaire staan twee van de negen centraal; Madelon Verstijnen en Christine Bénedite die elkaar als oude dames ontmoeten.

Een derde boek over deze ontsnapping is zeer onlangs verschenen, van de hand van de Amerikaans/Haitiaanse Gwen Strauss, achternicht van een van de negen. Zij publiceerde het boek ‘The Nine’ (St Martin’s Press 2021)  en dat is allemaal veel meer spektakel dan de ingetogen twee persoonlijke verhalen van degenen die het echt beleefd hebben. Maar zij heeft wel goed uitgezocht wie de negen waren en wat er van hen gekomen is.

Maar voor het echte ervaringsverhaal moeten we het Duitse of Franse verhaal van Suzanne Maudet zelf lezen, dat nu meer dan een halve eeuw nadat het vastgelegd werd, beschikbaar is. Je leest daar veel over lekker eten, vanwege het totale gemis daaraan. De aardappel is ongeveer de centrale figuur in het verhaal.

Beide vrouwen vertellen in hun boek terloops hoe groot de honger was, en hoe er als manier om te overleven recepten voor enorme maaltijden vol lekker eten werden gedeeld. In het boekje van Madelon Verstijnen zijn afdrukken van die recepten uit Buchenwald opgenomen.

Op de laatste dag voordat ze met gevaar voor eigen leven de rivier overstaken waarachter de Amerikanen lagen te wachten, werden ze tegengehouden door een roedel piepjonge Duitse soldaten. De vrouwen schatten ze een jaar of 15, en hadden dan ook geen enkele achting voor de pubers. Maar ze hadden wel grote geweren en ze vertrouwden ze dan ook voor geen cent. En er is een oudere hogere militair bij die even onvoorspelbaar lijkt. Maar ze schrikken zich pas echt rot als ze zien dat ze met de pantserfausten lopen te jongeleren die zij als dwangarbeiders hebben moeten produceren. Ze hebben ze in de HASAG-fabriek zoveel mogelijk lopen te saboteren en ze weten dat die dingen elk moment kunnen ontploffen...!

Ze nemen die laatste horde door de hoogste militair voor te stellen dat ze ‘de troepen inspecteren’, klimmen met gevaar voor eigen leven over de opgeblazen brug over de rivier, moeten nog wat scherpschutters zien te overleven en zien dan de bevrijdende eerste jeep op hen afkomen, met daarin een paar soldaten die hun ogen niet kunnen geloven en dan de sigaretten te voorschijn halen om hen aan te bieden, wat volgens Maudet ‘zo cliché is dat je er bijna om zou moeten huilen’. En dan zijn ze pas helemaal vrij en kunnen naar het kasteel van Colditz voor een bad, eten en een echt bed ‘met op elke hoek een soldaat om ons te bewaken, nog nooit zo lekker geslapen’.

Dem Tod Davongelaufen, Assoziation A ISBN 978-3-86241-488-8 | verschenen op 08/2021 | 128 paginas | Hardcover | leverbaar| 16,00 € 

(*) De twee Nederlandse gevangenen en ook enkele Fransen waren actief in een netwerk om Joden en andere vluchtelingen via Frankrijk naar Spanje te smokkelen. Ze werden verraden, en er zijn veel aanwijzingen dat dit gebeurde door een vermaarde infiltrant uit het kamp van Prins Bernhard, Christiaan Lindemans, alias King Kong. Zie wikipedia