Dat de Belgische maatschappijcriticus Raoul Vaneigem (1934) zich op enig moment over de revolte van de beweging van de ‘gele hesjes’ zou uitlaten, was te voorzien. Een onlangs verschenen Franstalige aanmoediging werd al snel in het Nederlands vertaald door Geert Carpels (van wie ik de tekst ook ontving). Raoul heeft het allemaal al eens meegemaakt, als situationist. Hij sloot zich in 1961 aan bij de situationistische beweging waarvan hij tot 1970 deel zou uitmaken. In een in boekvorm verschenen vraaggesprek tussen hem en de auteur Gérard Berréby onder de titel Niets heeft een eind, alles een begin, leest men over een aan- en ingrijpend deel van zijn activistische leven (het boek is eerder op Libertaire orde besproken). Het vuur brandt nog steeds zo blijkt uit zijn hieronder in vertaling opgenomen betoog (TH).

(Overgenomen van Libertaire Orde foto: Aramis Funkographer cc/flickr)

De redenen van de woede

vaneigemMen kan bij rechte verwonderd zijn over de tijd die er nodig was vooraleer zoveel mannen en vrouwen, waarvan het bestaan een dagelijks gevecht is tegen de machine van het profijt, tegen de weloverwogen aanslag die van het leven en van de aarde een woestijn maakt, uit hun lethargie en hun gelatenheid kropen. Hoe heeft men zo lang zo stil kunnen gedogen dat de arrogantie van de financiële machten, van de Staten waarvan ze de touwtjes in handen hebben en van die vertegenwoordigers van het volk, die niets vertegenwoordigen behalve hun eigen egoïstische belangen, ons de les en de zeden spellen?

Die stilte werd echter goed onderhouden. Men leidde de aandacht af met veel gerucht over politiek geruzie tot uiteindelijk de conflicten en paringen tussen links en rechts iedereen koud lieten en naar het belachelijke neigden. Men probeerde zelfs, nu eens heimelijk, dan weer openlijk, op te jutten tot een oorlog van de armen tegen nog armer, migranten opgejaagd door de oorlog, de armoede, dictatoriale regimes. Tot op het moment dat men gewaar werd dat de machine die het leven radbraakt, tijdens deze perfect beraamde onoplettendheid, zonder oponthoud verder maalt.

Maar men heeft de voortschrijdende woestijnen wel moeten in het oog krijgen, en de voortschrijdende verontreiniging van de aarde, van de oceanen, van de lucht, en de voortschrijdende kapitalistische graaizucht en verpaupering die voortaan zelfs het eenvoudige overleven van de soorten – waaronder het onze, bedreigen. De door de leugen van onze zegslieden onderhouden stilte is een stilte vol lawaai en razernij.

Dit zet mooi enkele zaken recht. Men begrijpt eindelijk dat de echte brokkenmakers de Staten zijn en de financiële belangen die hen aansturen, niet wie wat luxe vitrines inslaan, vitrines die de slachtoffers van het consumentisme en van de groeiende verpaupering uitdagen met hetzelfde cynisme als de vrouwen en mannen uit de politiek dat doen, van welke partij ook.

Toen ze de Bastille innamen op 14 Juli 1789, hadden die vrouwen en mannen amper begrip, een vleugje misschien, van de filosofie van de Verlichting. Ze ontdekten later dat ze, zonder het te weten, de vrijheid hadden genomen die onder andere Diderot, Rousseau, d’Holbach, Voltaire poogden te verklaren.

Het was de vrijheid om de tirannie omver te werpen. Het diepgewortelde weigeren van de despotismen heeft weerstaan aan de guillotine van de jakobijnen, van de samenzweerders van 9 Thermidor, van Bonaparte, van de monarchistische restauratie, ze heeft het vuurpeloton van de Parijse Commune weerstaan, ze stak Auschwitz en de goelag over.

Zich meester maken van het Élysée zou zeker te veel eer betekenen voor het groteske kinkeltje dat de politie zaken met middelen van de uitzonderingsstaat laat opknappen voor de Orde van de multinationals. [Op zaterdag 1 december 2018 zijn in Parijs meer dan 13 500 granaten van allerlei typen tegen de gele hesjes ingezet; zie Ouest-France; thh.] We mogen ons niet tevreden stellen met het vernielen van symbolen. Een bank in brand steken is niet hetzelfde als een einde maken aan het bankensysteem en aan de dictatuur van het geld. De prefecturen en de centra van de administratieve papierwinkels in lichterlaaie zetten, is niet een einde maken aan de Staat (evenmin als het afzetten van zijn notabelen en gerechtigden).

Men moet nooit overgaan tot het kapot maken van mensen (zelfs bij sommige pandoeren valt nog een zeker menselijk bewustzijn te redden). Dat de gele hesjes liever hebben gekozen om machines te vernielen die ons overal geld uit de zakken halen en om graafmachines onklaar te maken die voren van profijt door onze landschappen trekken, is een teken van aanmoediging betreffende de menselijke vooruitgang van het oproer.

Ander geruststellend teken: in tegenstelling tot de menigten, de samenklittende kuddes die gemakkelijk vallen te manipuleren – zoals de van uiterst links tot uiterst rechts heersende vriendjespolitiek aantoont, merkt men hier, voor het ogenblik nog, een afwezigheid van bazen en benoemde vertegenwoordigers, hetgeen de machtshebbers erg verveelt; hoe moeten ze die vage en bewegende mensenwolk aanpakken? Men ziet hier en daar enkelingen, die gewoonlijk opgaan in de massa, met elkaar in gesprek gaan, blijk geven van creatieve humor, initiatief en vernuft, van menselijke vrijgevigheid (zelfs al blijven uitschuivers altijd mogelijk).

gele brilDe beweging van de gele hesjes straalt een vrolijke woede uit. De staatskundige en kapitalistische instellingen houden haar graag voor blind. Ze is alleen op zoek naar een klare kijk. De blindheid van de heersers is  altijd op zoek naar een bril. Een dame in het geel verklaart : ‘Ik wil wel eens horen van Macron, die in een paleis woont, hoe die denkt dat ik kan leven met 1500 euro per maand’. En hoe de mensen het blijven verdragen dat de budgettaire beperkingen de gezondheid aantasten, de niet-industriële landbouw, het onderwijs, de dienstverlening van de treinen, de landschappen vernielen ten voordele van gebouwen en commerciële centra?

En de petrochemie en de industriële verontreinigingen die de overleving van de planeet en haar bevolkingen bedreigen? Waarop Kinkel de Eerste met een ecologische maatregel komt. Met een belasting op brandstof die de gebruikers moeten kopen. Zo moet hij niet raken aan de winsten van Total en soortgelijken. Hij had zijn bekommernis voor het milieu al getoond toen hij 2500 gendarmes op Notre-Dame des Landes [de ZAD in de omgeving van Nantes] afstuurde om er de collectieve moestuinen te vernietigen, samen met de zelfbouw en de ervaringen van een nieuwe samenleving.

En wat te zeggen over die belastingen en heffingen die, verre van ten goede te komen aan wie ze betaalt, dienen om het wanbeheer van de banken gaande te houden? Hospitalen met een tekort aan medisch personeel? Landbouwers die de grond haar aard terug geven en hun overheidssteun naar de agro-voedingsindustrie zien gaan en naar de verontreiniging van de grond en het water? Leerlingen gestationeerd in concentratie kwekerijen waar de markt zijn slaven komt kiezen?

« Proletariërs aller landen, zei Scutenaire [Belgische surrealist; 1905-1987], ik heb jullie geen raad te geven. »

Zoals ook aangetoond met de golf van democratisch totalitarisme, hebben alle vormen van regeren, van het verleden tot het heden, onze afschuwelijke onmenselijkheid duidelijk alleen maar verergerd. De cultus van het profijt doet pijn aan de solidariteit, aan de vrijgevigheid, aan de gastvrijheid. Het zwarte gat van de efficiënte rentabiliteit slorpt beetje bij beetje de levensvreugde en zijn melkwegen op. Het is ongetwijfeld tijd om de wereld en ons dagelijks bestaan weer op te bouwen. Het is ongetwijfeld tijd om “zelf onze zaken ter hand te nemen”, tegen de zaakjes die in ons nadeel worden beraamd en die ons ontrieven.

Te oordelen naar de vrijheden van de handel, die het leven uitbuiten en doden, is de vrijheid altijd broos. Een ‘niets’ is in staat ze om te keren en in haar tegengestelde te veranderen. Een ‘niets’ herstelt haar.

Laten we ons met ons eigen leven bezig houden, het gaat de hele wereld aan!

Raoul Vaneigem (van hem verscheen onlangs nog: Bijdrage tot de opkomst van gebieden die bevrijd zijn van de greep van staat en handel. Bedenkingen over het zelfbeheer van het dagelijkse leven, Payot Rivage, Paris, oktober 2018. De vertaling van de bovenstaande tekst is van Geert Carpels, Wodeke, België.)