Silvia Federici onderzocht vanuit het perspectief van de vrouwengeschiedenis, heksen, vrouwen, lichaam en de primitieve accumulatie. Daarover schreef zij het boek getiteld Caliban en de heks. Het heeft als hoofdtonen (a) de inbreng van vrouwen in het sociaaleconomisch conflict en (b) de overgang van feodalisme naar kapitalisme. Ze duikt daarvoor in de tijd van de transformatie in de arbeids- en genderverhoudingen, waarin miljoenen slaven de basis legden voor het moderne kapitalisme, terwijl vrouwen stelselmatig bij duizenden in naam van de heksenjacht tot slaaf werden gemaakt en uitgeroeid. Het laat zien hoe ‘in de kapitalistische samenleving het lichaam was voor vrouwen wat de fabriek was voor arbeiders: de oorspronkelijke grond voor hun uitbuiting en hun verzet. Het vrouwelijk lichaam werd onteigend door staat en mannen en het werd gedwongen om te functioneren als een middel tot reproductie en accumulatie van arbeid’.

(Door Thom Holterman, oorspronkelijk verschenen op Libertaire Orde)

Silvia Federici (1942) is een Italiaan-Amerikaanse academica, docente en radicaalfeministische activiste. Zij is emeritus-hoogleraar en onderzoekster aan de Hofstra Universiteit in New York waar zij sociale wetenschappen doceerde. Op de Franse site van Bibliothèque Fahrenheit 451 verscheen een uitgebreide samenvatting van het boek, die ik vertaalde en bekortte tot een aantal hoofdpunten. [ThH]

Middeleeuwse samenlevingen

‘Het feodalisme is niet geëvolueerd tot kapitalisme. Dat laatste was de ‘contrarevolutie’, het antwoord van feodale heren, patriciërs-kooplieden, bisschoppen en pausen op een ‘meervoudig werelds sociaal conflict’, dat hun macht overhoophaalde. Het betrof een anti-feodale strijd die een egalitaire sociale orde eiste, gebaseerd op het delen van rijkdom, het verwerpen van de hiërarchieën en autoritaire macht, en een meer gelijke relatie tussen mannen en vrouwen.’ [..]

‘De feodale samenleving was het toneel van een onophoudelijke klassenstrijd. Het doel van de horigen (veelal gewezen slaven) was om de controle te houden over werk dat zij voor zichzelf verrichtten en over de opgebrachte producten. Daarbij streden ze voor verkorting van het verlenen van herendiensten, verzetten zich tegen de militaire dienst in oorlogstijd, leverden de strijd tegen belastingen en aanklachten. Door middel van ‘handvesten’ verwierven ze vaak meer autonomie in het beheer van de dorpsgemeenschap, wat soms echte vormen van lokaal zelfbestuur met zich meebracht. Door de omzetting van herendiensten in arbeid, in betalingen in geld, verdween de horigheid, maar staken de armste boeren zich in de schuld waarbij zij hun land verloren. De grondeigenaren waren vervolgens in staat om andere boeren in dienst te nemen en te exploiteren. De toegang van vrouwen tot eigendom en inkomen werd in de 13e eeuw beperkt. Dat leidde vaak tot hun uittocht naar de steden. In de 15de eeuw vormden ze een hoog percentage van de bevolking van de steden en verwierven ze een nieuwe sociale autonomie door de uitoefening van tal van beroepen die later als mannenberoepen werden beschouwd: smeden, slagers, brouwers, bakkers, chirurgen, schoolmeesters, verloskundigen…

Het landloze proletariaat was in de 12e en 13e eeuw de hoofdrolspeler van de ‘duizendjarige rijk bewegingen’, spontaan en zonder organisatiestructuur, en van de ketterse bewegingen, sterk georganiseerd in hun zelfverdediging, in de verspreiding van hun ideeën en hun sociale programma. De volkse ketterij was meer een beweging om hebzucht en corruptie van geestelijken, alsmede sociale hiërarchieën en economische uitbuiting aan te pakken, dan een afwijking van de orthodoxe doctrine. Het doel was een radicale democratisering van het sociale leven te bewerkstelligen. Het was het equivalent van ‘bevrijdingstheologie’ voor het middeleeuwse proletariaat.

Inquisitie, heksenjacht en seksuele ‘new deal’

Om hun aanwezigheid uit te roeien richtte de Paus ‘een van de meest perverse instellingen op die ooit in de geschiedenis van de staatsrepressie is gedocumenteerd: de Heilige Inquisitie’, die de ketters met duizenden heeft verbrand. In de middeleeuwse samenleving probeerden boeren en ambachtslieden, vanwege de beschikbaarheid van land en protectionistische beperkingen op de toegang van bedrijven, hun aantal kinderen te beperken, in het bijzonder door het uitstellen van het tijdstip van het huwelijk. Daar kwam bij dat eind 14de eeuw als gevolg van de Zwarte Dood die tussen 1347 en 1352 tussen de 30 en 40 % van de Europese bevolking het leven kostte, er een groot tekort aan arbeidskrachten in Europa ontstond. Dit werd weer met de ketterij in verband gebracht en gekoppeld aan alle vormen van anticonceptie (met inbegrip van sodomie!). De Kerk legde vervolgens ‘een echte seksuele catechismus’ op. Overigens kwam dit niet uit de lucht vallen.

Al in de vierde eeuw, toen het christendom een staatsgodsdienst werd, identificeerde de geestelijkheid ‘de macht die het seksuele verlangen vrouwen over mannen gaf’. Ze probeerden die macht uit te drijven door heiligheid te associëren met onthouding. In de 12e eeuw werd het huwelijk en het samenleven van geestelijken verboden en werd het huwelijk een sacrament. In de Kerk zijn de vrouwen niets, terwijl de ketterse bewegingen hun een hoge status geven. [Dat wordt om opportunistische redenen anders als er een nijpend tekort aan menskracht bestaat om de Kerk te dienen, zoals momenteel in de Amazone-regio; thh.] In het begin van de 15e eeuw werd de figuur van de ketter meer en meer die van de vrouw, de vervolgingen keerden zich van de ketters af om heksen aan te vallen. De afname van de beroepsbevolking leidde tot een drastische stijging van de arbeidskosten en versterkte de vastberadenheid van de boeren en ambachtslieden om de ketens van het feodale regime te doorbreken. De ontkenning van pensioenen en diensten werd een collectief fenomeen.

Aan het einde van de 15e eeuw werden mannelijke arbeiders door een contrarevolutie geassimileerd door hen vrije seks toe te staan en het klassenconflict om te buigen naar een conflict met proletarische vrouwen. Met deze seksuele ‘new deal’ werd de verkrachting van vrouwen uit de lagere klassen gedecriminaliseerd en werd de prostitutie geïnstitutionaliseerd door de opening van gemeentelijke bordelen.’ [..]

Overgang naar kapitalisme: armoede en hongersnood

‘Zodra de grond werd geprivatiseerd, stegen de prijzen van de grondstoffen, die twee eeuwen lang stabiel waren gebleven. Dit werd veroorzaakt door de ontwikkeling van een nationaal en internationaal marktsysteem, dat de import en export van landbouwproducten stimuleerde. In Spanje verachtvoudigden zich de voedselprijzen in de 16e eeuw terwijl de lonen bij een verdrievoudiging bleven hangen. In Frankrijk daalden de lonen in een eeuw tijd met 60%. Terwijl de overvloed, vooral aan vlees, kenmerkend was voor de late Middeleeuwen, bestond de maaltijd van de arbeiders van de 16e tot de 18e eeuw bijna uitsluitend uit brood. De overgang naar het kapitalisme was het begin van een lange periode van hongersnood voor de Europese werknemers, die leidde tot rellen, meestal veroorzaakt door vrouwen. Migratie, landloperij en de toename van ‘eigendomsdelicten’, kwamen op als vormen van verzet tegen verarming en onteigening, wat vervolgens enorme proporties aannam.’ [..]

‘De staten voerden een echte oorlog tegen vrouwen met het duidelijke doel de controle over hun lichaam en voortplanting te doorbreken, zoals door strengere straffen in te voeren tegen anticonceptie, abortus en kindermoord, en door de vervolging van ‘heksen’ te intensiveren. Zwangerschap werd geregistreerd, executies voor kindermoord verhoogd, vroedvrouwen werden gemarginaliseerd ten gunste van mannelijke artsen. De baarmoeder van vrouwen werd ‘een openbaar gebied, gecontroleerd door mannen en de staat, en de voortplanting stond direct in dienst van de kapitalistische accumulatie’. Prostitutie werd gecriminaliseerd, vrouwen werden van de werkplek verbannen om ‘huisvrouw’ te worden, het gezin heropgebouwd ‘als een plaats om arbeidskrachten te produceren’ en om vrouwenwerk te verbergen.’ [..]

‘Armoede werd vrouwelijk; een nieuwe patriarchale orde werd opgericht; een ‘loonpatriarchaat’ ontstond, dat vrouwen onderwierp aan de dubbele afhankelijkheid van bazen en mannen. In de 19e eeuw breidde het ‘moderne gezin’ zich uit naar de hele arbeidersklasse, gebaseerd op het onbetaalde werk van de huisvrouwen. Het resultaat van een compromis werd bereikt onder dreiging van een opstand. Het leverde op enerzijds de garantie van hogere lonen ter ondersteuning van een ‘niet-werkende’ echtgenote (wetten beperkten het werk van vrouwen en kinderen in fabrieken) en anderzijds een intensiever uitbuitingstempo. Dat vond aansluiting bij een situatie in de 16e en 17e eeuw. Toen werkte een derde van de vrouwelijke bevolking in Europa als huishoudster en bleef een derde van de plattelandsbevolking alleenstaand.

Er werden nieuwe culturele canons ontwikkeld, die enerzijds de verschillen tussen mannen en vrouwen extrapoleerden, anderzijds archetypen genereerden en vrouwen obsessief belasterden. De heksenjacht vernietigt een hele wereld van vrouwenpraktijken, collectieve relaties en kennissystemen die de basis vormden voor de macht van vrouwen in het Europa van vóór het kapitalisme en de voorwaarde voor hun verzet in de strijd tegen het feodalisme. Als gevolg van de nederlaag ontstond een nieuw model van vrouwelijkheid: de ideale vrouw, passief, gehoorzaam, zuinig, stil, hardwerkend en kuis. Deze verandering begon aan het eind van de 17e eeuw, nadat vrouwen werden onderworpen aan ‘twee eeuwen staatsterrorisme’. Terwijl het antwoord op de bevolkingscrisis in Europa de opdracht van vrouwen was om zich voort te planten, was het antwoord in koloniaal Amerika mensenhandel.’ [..]

Historische context van de heksenjacht

‘Het uitwissen van de heksenjacht, die zelden wordt genoemd in de geschiedenis van het proletariaat, draagt bij tot het bagatelliseren, depolitiseren van de eliminatie van honderdduizenden van hen die op de brandstapel kwamen. Toch heet het de ‘erfzonde’ te zijn van het proces van vernedering waar vrouwen door de komst van het kapitalisme onder lijden. De heksenjacht was ook de eerste vervolging in Europa die alle media gebruikte voor haar propaganda om een massapsychose onder de bevolking te creëren. De rooms-katholieke kerk zorgde voor de metafysische en ideologische constructie. De staat nam de leiding over de executies die door de inquisitie of de seculiere gerechtshoven werden bevolen. In de hervormde regio’s was de samenwerking nog nauwer. De heksenjacht was het eerste voorbeeld van de Europese eenwording.

Als men kijkt naar de historische context waarin de heksenjacht plaatsvond, de gender- en klassenoorsprong van de verdachten en de gevolgen van de vervolging, kan men concluderen dat de heksenjacht in Europa een aanval was op het verzet van vrouwen tegen de ontwikkeling van de kapitalistische verhoudingen, op de macht die zij hadden op grond van hun seksualiteit, hun controle over de voortplanting en hun vermogen om te genezen. De heksenjacht was ook een instrument voor de opbouw van een nieuwe patriarchale orde waarin vrouwenlichamen, werk, seksuele en reproductieve machten onder controle van de staat werden gesteld en werden omgezet in economische middelen. Er is continuïteit tussen de heksenjacht en de oudste vervolgingen van ketters, waarbij ook bepaalde vormen van sociale subversie werden bestraft onder het mom van het opleggen van religieuze orthodoxie.

Het lot van de vrouwen in Europa en dat van de indianen en Afrikanen in de koloniën waren met elkaar verbonden. Hun gemeenschappelijke definitie, gekenmerkt door beestachtigheid en irrationaliteit, was voldoende om hen uit te sluiten van het sociale contract dat besloten ligt in loonarbeid en de naturalisatie van hun uitbuiting. In de Andesgemeenschap, werden tradities en kennis en oude religies bewaard dankzij het verzet van vrouwen.’

De samenvatting door Bibliothèque Fahrenheit 451 sluit af met: ‘Een boek waar je niet om heen kan. Het zet de algemeen aanvaarde opvattingen over de middeleeuwse geschiedenis, vrouwen en het kapitalisme op de helling.’

[De samenvatting, vol met citaten uit het boek, is integraal te raadplegen de site Bibliothèque Fahrenheit; bekorting en vertaling door Thom Holterman.]

Federici, Sylvia, Caliban et la sorcière. Femmes, corps et accumulation primitive, Éditions Entremonde, Genève en Parijs, 2014, 2017 (nieuwe editie), 464 blz., prijs 24 euro