“Het idee voor ‘een discussie over de actualiteit van het anarchisme’ als thema ontstond alweer even geleden. Aanleiding vormde een boekbespreking door een van de redactieleden van Buiten de Orde van Thom Holtermans boek Anarchisme in de Lage Landen. Er ontstond vervolgens een correspondentie tussen Thom en de redactie over de actualiteit van het anarchisme. Op zijn website Libertaire Orde houdt Thom zich al langer bezig met de vraag of er sprake is van (theoretische) vernieuwing of van actualisering van het anarchisme aan de huidige, eenentwintigste-eeuwse omstandigheden.

(Door Thom Holterman en redactie Buiten de orde, bron: libertaire Orde)

Voor ons anarchisten is het anarchisme uiteraard altijd actueel, want wie is er nu aanhanger van achterhaalde concepten? Maar als het anarchisme zo actueel is, waarom heeft het in de praktijk dan zo weinig opgeleverd? Meer dan honderd jaar na het formuleren van de anarchistische basisprincipes door verschillende anarchistische denkers lijken staat en kapitaal alleen maar sterker te zijn geworden, en de anarchistische beweging kleiner en zwakker dan ooit tevoren. Deze overwegingen lagen ten grondslag aan de oproep om bijdragen in te zenden voor dit thema”.

Dit is de inleidende alinea bij de introductie van de opgenomen discussiestukken in Buiten de Orde nr. 1, voorjaar 2019. Hierna treft u het vervolg van deze introductie aan. Het gehele pakket is te lezen in het genoemde nummer van BdO. Aan het eind van de introductie volgt nog enige informatie aangaande overige stukken in dit nieuwe nummer. [ThH]

Vervolg anarchisme-discussie

“Op de oproep kwamen verschillende inzendingen en toezeggingen, waarvan er uiteindelijk zo’n tien in dit thema zijn beland. De oogst is zeer divers, maar de oproep bood dan ook verschillende vragen waarop lezers werden uitgenodigd in te gaan. Is het anarchisme vandaag de dag nog actueel? Zo ja, waarom is dat dan zo? Is de anarchistische beweging vastgelopen? Zo nee, waarom lijkt er dan zo weinig te zijn bereikt? Is het anarchisme in staat zichzelf te vernieuwen? Is dit nodig? Of dient het anarchisme zich alleen maar aan te passen aan een actuele context? Of is er wel sprake van ‘hedendaags anarchisme’, en zo ja, wat is dat dan? Is er wel degelijk sprake van nieuwe beginselen? De vragen werden op verschillende manier beantwoord in de bijdragen die we ontvingen. Allen zijn het er (logischerwijs) over eens dat er met het anarchistische gedachtegoed niets mis is. Over de manier waarop dit in de praktijk gebracht moet of moest worden, lopen de meningen soms nogal uiteen.

Volgens Tommy Ryan bevindt de anarchistisch beweging zich, net als ‘links’ in het algemeen, in een crisis. Dit ligt volgens hem niet aan de rijkdom van de anarchistische ideeënwereld, maar aan de anarchistische beweging zelf, die zich meer en meer van de samenleving lijkt te vervreemden. Tommy pleit voor het ontwikkelen van nieuwe revolutionaire perspectieven gericht op praktische en concrete maatschappijverandering. Hij geeft verschillende voorbeelden die aantonen dat het anarchisme wel degelijk actueel is, maar het zijn volgens hem wel de anarchisten die de relevantie hiervan moeten creëren.

De rijkdom van de anarchistische ideeënwereld is ook iets waar PéPé op wijst in zijn bijdrage. Anders dan het marxisme is het anarchisme geen dogma, maar veeleer een proces. Meningsverschillen en het steeds weer opnieuw uitvinden van de actualiteit van het anarchisme is dus iets wat inherent is aan het anarchisme. Net als Tommy Ryan maakt ook PéPé onderscheid tussen de anarchistisch ideeën en de anarchistische beweging. Maar waar hij in het eerste geval vol lof spreekt over de rijkdom ervan, is hij over de beweging veel minder positief. De discussies over welke vorm van anarchisme nu de beste is tonen volgens PéPé vooral de armoede aan van de anarchistische beweging aan. Hij wijt dit voor een groot deel aan de ontoegankelijke, subculturele kringen waarin het anarchisme zich bevindt, en ook aan de huidige cultuur binnen de beweging, waardoor geïnteresseerde buitenstaanders maar moeilijk binnen komen. De geschiedenis laat meer dan genoeg anarchistische sporen zien. Dat deze niet meer gezien worden wijt hij aan onze eigen onzichtbaarheid en gebrek aan ambitie.

In de door Jan Bervoets gemaakte vertaling van een artikel uit Le Monde Libertaire gaat de auteur niet direct in op de actualiteit van het anarchisme. Wel legt hij haarfijn uit wat nu precies het verschil is de vrijheidssopvattingen van een anarchist en liberaal: de absolute vrijheid versus de economische vrijheid binnen een autoritair kapitalistisch systeem.

Dhjana schrijft naar aanleiding van wat ze op Libertaire Orde las, of beter gezegd, wat ze daar niet las, over klassisme binnen de anarchistische beweging. In een prachtige, fictieve, maar zeer herkenbare dialoog legt ze de vinger op de zere plek: de blinde vlek van de anarchistische beweging voor klassenverschillen, die volgens haar niet alleen zorgt voor klassisme binnen de beweging, maar ook voor het onvermogen een brug te slaan naar de (zogenaamde) arbeidersbeweging, die volgens Dhjana daarom liever achter Wilders aanholt.

Thom Holterman legt in zijn bijdrage aan de door hem geïnitieerde discussie uit waarom de vraag naar de actualiteit van het anarchisme hem al jaren bezighoudt en waarom deze vraag zo belangrijk is. Wanneer anarchistische stellingen tot dogma’s verheven worden, dan zou het anarchisme immers verstenen en veranderen in een kerk. Aan de hand van een boek van Günther Bartsch over het anarchisme in Duitsland in de jaren zestig en zeventig en een boek van Carlos Taibo over het anarchisme in Spanje maakt Thom duidelijk dat het heruitvinden en vernieuwen van het anarchisme niet alleen van alle tijden is, maar ook een plicht is van elke generatie anarchisten.

Wie de klachten van Tommy Ryan en PéPé over het gebrek aan slagvaardigheid van de beweging, en die van Dhjana over klassenstrijd, vergelijkt met die van Simone Weil in het door Johny Lenaerts vertaalde artikel van Charles Jacquier zou bijna denken dat Simone Weil een tijdgenoot van ons is. Ze schreef haar kritieken echter honderd jaar eerder. Na het lezen van haar standpunten ben je misschien meteen geneigd om te geloven dat het anarchisme niet in staat is zich te vernieuwen, maar zich slechts aanpast aan de veranderende omstandigheden. Hoewel? Afgezien van haar kritiek op de Sovjet-Unie is veel van Weils kritiek nog uiterst actueel, aangezien ze al in de jaren twintig het naïeve geloof in grenzeloze economische groei aan de kaak stelde en toen al wees op de ontluikende energiecrisis.

Het artikel van Johny Lenaerts over Rudolf Rocker laat zien hoe Rocker onder invloed van de beide wereldoorlogen zijn eigen anarchistische opvattingen opnieuw uitvond en – in het naoorlogse Duitsland van de nog niet opgerichte Bondsrepubliek – aanpaste aan een nieuwe actualiteit. De ideeën van Max Nettlau, die we vooral kennen als historicus van het anarchisme en chroniqueur van de anarchistische beweging, hadden hierbij een grote invloed op Rocker. Voor Nettlau was het anarchisme beslist niet statisch en stond het juist open voor verdere evolutie en voor invulling van elk individueel streven naar vrijheid. Dat dit Rocker op het lijf was geschreven weet Johny Lenaerts goed aan te tonen. De man van het anarcho-syndicalisme gooide namelijk zijn ideeën over klassenstrijd en sociale revolutie overboord en beschouwde voortaan het deelnemen aan de lokale politiek als een plicht voor elke anarchist, waarmee hij dus kan worden gezien als voorloper van het municipalisme, zoals dat later door Murray Bookchin zou worden uitgewerkt.

Weia van Atalanta gooit het in haar bijdrage over een heel andere boeg. Ze wijst er namelijk op dat anarchisme een aangeboren eigenschap is. Er is dus altijd al anarchisme geweest en het zal ook altijd bestaan, of dit nu wordt onderbouwd of getheoretiseerd of niet. Of dit nu wel of niet de naam ‘anarchisme’ draagt en of dit nu wel of niet wordt heruitgevonden. In die zin is er dus altijd sprake van hedendaags anarchisme. Verder gaat ze kort in op een aantal ‘stukjes’ anarchisme: klassenstrijd, revolutie, intersectualiteit, utopisme en (filosofische) scepsis, waarin de rode draad een pleidooi voor bescheidenheid en wat meer aandacht voor de verpakking in plaats van de inhoud lijkt te zijn. Wie te veel en te hard schreeuwt wordt immers niet gehoord.

Verder hebben we nog een column van Nayakosadashi, waarin hij misschien wel aansluit bij de stelling van Weia dat anarchisme aangeboren is en altijd en overal de kop zal opsteken. Nayakosadashi identificeert en analyseert namelijk verschillende voorbeelden van anarchistisch gedrag, juist bij mensen die helemaal geen anarchist zijn.

In de misschien wel meest provocerende bijdrage aan deze discussie pleit Peter Polder voor een revolutie binnen het anarchisme zelf. Net als Nayakosadashi ziet ook Peter anarchistische manieren van denken en handelen bij allerlei individuen en groepen, maar anders dan bij Nayakosadashi gaat het hier om feministen, dierenrechtenactivisten en mensen uit de klimaat- en milieubeweging. Deze potentiele ‘bijna-anarchisten’ zijn in hun theorie en praktijk vaak al heel erg anarchistisch, maar willen volgens Peter niets van het anarchisme weten vanwege het slechte image dat het anarchisme en de anarchistische beweging hebben: een stelletje sektarische, in lompen geklede types die vanuit hun smerige kraakpanden een onbegrijpelijk jargon spreken, die zich beroepen op Russen die al honderdvijftig jaar dood zijn, niet in staat zijn om zichzelf te organiseren en laat staan anderen kunnen overtuigen van het anarchisme als alternatief voor de huidige kapitalistische staat waarin wij leven.

Peter besluit zijn artikel met tien suggesties voor een structurele hervorming van het anarchisme en de anarchistische beweging om deze als zodanig weer een factor van betekenis te maken in het huidige maatschappelijke klimaat.

In zijn pleidooi voor een intersectioneel anarchisme komt ook Jeroen Robbe tot de conclusie dat verandering nodig is binnen de anarchistische beweging. Wanneer we onze anarchistische identiteit belangrijker zullen blijven vinden dan onze anarchistische strijd zal het anarchisme volgens Jeroen in toenemende mate irrelevant zijn. Daarom zou de anarchistische beweging een keuzen moeten maken voor intersectionaliteit. Niet uit liefdadigheid of sympathie met de strijd van anderen, maar uit actieve solidariteit, vanuit het idee dat we bondgenoten zijn in elkaars bevrijdingsstrijd en bovendien inspelen op de concrete noden van deze tijd.

Ook de vaste rubrieken ‘Dialoogje’ en ‘Sjakoo’s Boekentips’ staan in teken van de discussie over de actualiteit van het anarchisme. Mirka vraagt zich in haar dialoogje onder meer af of ‘actueel’ ook niet zou moeten betekenen dat de anarchistische ideeën ingang vinden bij een grotere groep mensen. Want hoe actueel kan iets zijn wanneer het slechts door een zeer kleine groep geleefd en geloofd wordt. Uit het dialoogje blijkt ook dat de thema’s waarop anarchisten actief zijn volgens Mirka wel degelijk zijn veranderd. En misschien zit daarin wel de actualiteit van het anarchisme: het toepassen van anarchistische basisideeën op alle aspecten van het dagelijks leven.

Uit de boekentips van het Fort van Sjakoo blijkt dat de vraag naar de actualiteit van het anarchisme ook in andere delen van de wereld velen bezighoudt. Boeken als How not to be governed (Klausen en Martel) en Anarchy Works pogen beide te laten zien dat de klassieke anarchistische principes beslist niet utopisch zijn, maar nog steeds actueel en praktisch inzetbaar zijn in het hier en nu. De boeken Direct Action (Graeber) en Anarchy Alive (Gordon) zijn hier het bewijs van, want beschrijven de anarchistische basisprincipes in de praktijk van verschillende radicale sociale bewegingen. Ook To Our Friends (Invisible Committee) en Anarchy in the Age of Dinosaurs (CrimethInc.) geven een inkijk in de actuele praktijk van het wereldwijde anarchisme. Met Water bij de Wijn wil Revolt Press duidelijk maken dat zelfs meer dan twintig jaar oude Italiaanse teksten over sociale woon- en werkpanden nog (of juist) actueel zijn in het huidige Nederland van na het kraakverbod. Het meest nieuwsgierig maakt overigens de boekentip van het boek Two Cheers for Anarchism (Scott), dat kan worden beschouwd als een handboek voor een constructief anarchisme in de praktijk, met veel voorbeelden van ‘anarchistische gymnastiekoefeningen’ voor het openbare en het privéleven, van scholen en werkplekken tot bejaardentehuizen en de overheid zelf.

Met dit thema hoopt de redactie van BdO een bijdrage te leveren aan de niet aflatende discussies en gesprekken over de actualiteit van het anarchisme en daarmee aan de actualisering van het anarchisme zelf. Mogelijk kan het thema ook gebruikt worden als uitgangspunt voor een discussie op het congres van de Vrije Bond dat vermoedelijk dit jaar gaat plaatsvinden. Reacties zijn welkom!” [De redactie van BdO].

Malatesta-methode en nog veel meer…

Naast de artikelen die de anarchisme-discussie omvatten, vindt men nog andere interessante items in dit nummer van BdO. Een ervan betreft een artikel vertaald door Kees Stad over een anarchistische visie op economie. In dit geval wordt de Malatesta-methode behandelt, die duidelijk maakt dat deze Italiaanse anarchist een ‘duale organisatie’ voorstond. Malatesta (1853-1932) meende dat er twee soorten organisaties nodig zijn om in de richting van (positieve) anarchie te werken: massaorganisaties (vakbonden, gemeenschapsorganisaties, enzovoort) en kleine revolutionaire organisaties, met meer politieke overeenstemming. Kortom, dit stuk had binnen de ‘anarchisme-discussie’ niet misstaan.

Verder is te lezen over waar de Eerste Mei, de Dag van de Arbeid, vandaan komt en om welke strijd het gaat, uitgelegd door Peter Storm. Daarnaast nog over ‘Vrijplaatsen’ en kraken in Amsterdam en nog veel meer dat de actualiteit aangaat. Als slotopmerking wijs ik er op dat het Franse anarchistische maandblad Le Monde libertaire(nr. 1806, mei 2019) een dossier heeft opgenomen dat verwant is aan de ‘anarchisme-discussie’ in het onderhavige nummer van BdO. De titel van het dossier luidt ‘Wij geven de voorkeur aan het anarchisme!’. Het gaat om uiteenlopende artikelen vatbaar voor discussie.

Thom Holterman

Buiten de Orde, nr. 1, voorjaar 2019, 92 blz., prijs 2, 50 euro.

[Beeldmateriaal overgenomen van de Engelse illustrator en anarchist Clifford Harper.]