Is de anarchistische beweging vastgelopen? Erkend moet worden dat meer dan een eeuw van intense strijd om een maatschappij zonder overheersing en onderdrukking op te bouwen, zonder resultaat is gebleven. Dit inzicht vormt het uitgangspunt voor overdenkingen omtrent het anarchisme in een actuele context. In nummer 40 van het Franse libertaire tijdschrift Réfractions (voorjaar 2018) treft men die overdenkingen in een aantal bijdragen aan, verzameld onder het thema ‘Anarchisme als veelvormig verzet’.

(Door Thom Holterman, oorspronkelijk verschenen op Libertaire Orde)

Hoewel het te denken geeft dat het beoogde resultaat tot nu toe is uitgebleven, betekent dit nog niet dat we de strijd moeten opgeven. Ofwel: ‘Je hoeft niet te slagen om te volharden’ (spreuk terecht of ten onrechte toegeschreven aan Willem van Oranje). Bovendien, in de veelvormige libertaire praktijken en wat daarmee telkens bereikt wordt, openbaart zich voldoende waardevols. Daarmee is hun bestaan gerechtvaardigd, aldus de redactie van Réfractions. Hieronder mijn bespreking van de wijze waarop het thema ‘anarchisme als veelvormig verzet’ is uitgewerkt.

Anarchisme in een actuele context

Veelvormig verzet, maar verzet waartegen? Voor een antwoord op die vraag kan men enerzijds het verleden in duiken (waartegen hebben anarchisten zich zoal verzet?) maar men kan ook de actuele maatschappelijk context onderzoeken. Dat doet de bekende Spaanse libertaire activist en anarchistische theoreticus Tomás Ibánez in het eerste artikel in het genoemde nummer van Réfractions. Het draagt als titel ‘Anarchisme in de actuele context’. Wat die context betreft, signaleert hij een nieuw totalitarisme en wel van de digitale soort. Dat dringt zich aan ons op vanuit allerlei sectoren, de economische, het medische, evenals via de communicatie en de sociale relaties. De staat laat zich daarbij niet onbetuigd: die maakt er gretig gebruik van door veiligheid als toezicht te transformeren, aan welk toezicht dan vrijheidsrechten ondergeschikt worden gemaakt.

Die actuele situatie roept de vraag op of er nieuwe vormen van libertair verzet moeten en kunnen worden ontwikkeld. Hoewel het erin zijn bijdrage op lijkt dat hij die vraag positief gaat beantwoorden, manifesteert bij hem tegelijk het inzicht dat er in het anarchisme stabiele elementen of beginselen voorkomen, die als constitutief (bepalend) voor het anarchisme te zien zijn (ik spreek al jaar en dag van ‘constanten’). Ik vraag in dat geval nadrukkelijk aandacht voor de titel van zijn bijdrage. Het is namelijk niet ongebruikelijk de term ‘hedendaags anarchisme’ tegen te komen (‘anarchisme contemporain’). Ik vind dat een onzinterm. Het is alsof er ook niet-hedendaags anarchisme zou bestaan. Daar heeft geen anarchist van gehoord. Ja, je zal bijvoorbeeld ‘klassiek anarchisme’ tegenkomen, het anarchisme uit een voorbije context, maar wel anarchisme waarin beginselen zitten die bepalend zijn voor het anarchisme, zoals Ibanez opmerkt.

Waar we als anarchisten op moeten letten is het volgende. Allerhande lui van niet-libertaire huize zijn erop uit de constitutieve beginselen te lozen om zo ‘hedendaags anarchisme’ te laten verschijnen. Het is dan vaak een anarchisme door het postmodernisme gedenatureerd, geneutraliseerd zelfs (onschadelijk gemaakt). Ibanez spreekt dan ook over ‘anarchisme post-modernisé’. Aan het eind kom ik hierop terug met een verbazingwekkend voorbeeld.

De denaturerende theoretisering van het anarchisme tot ‘hedendaags anarchisme’ komt er onder meer op neer het anarchisme zijn antikapitalistische insteek te ontnemen en het denken in termen van collectieve belangen eruit te lichten. Het postmodernisme is bij uitstek het infuus voor het neoliberalisme. Dat is ‘hedendaags’ en heeft dus inhoudelijk niets met het anarchisme te maken. Het valt evenwel niet te ontkennen dat het ‘hedendaagse’ mede de actuele context uitmaakt en dus ook die van het anarchisme raakt. Zo kan je opmerken dat de actuele context van 1911 een andere was dan die van 2018. De verschillen tussen 1911/2018 maken evenwel de ‘constanten’ in het anarchisme niet anders, wel noodzaken zij anarchisten na te denken over hoe op de veranderde context te reageren. En dat is de weg die Tomás Ibánez in zijn bijdrage tracht uit te stippelen.

Wat maakt volgens hem het onveranderlijke voetstuk uit van het anarchisme? Dat is de radicale verwerping van overheersing en onderdrukking. Dit houdt ook in de strijd tegen economische uitbuiting zowel als de strijd om de materialisatie van het vereiste van vrijheid in gelijkheid. Het anarchisme maakt verder zelforganisatie tot een van zijn vaste bestanddelen en kent een aanhoudend verzet tegen het bestaande (actuele) systeem. Het gaat erom, aldus Ibanez, het virus van de revolte, de kritiek, de bestrijding van macht veilig te stellen (tegen post-moderniseren). Het libertaire besmettingsmodel (virus!) is dat van de propaganda door het voorbeeld, door de gedeelde praktijken. In het actuele kader van de digitalisering van de wereld zal dat ook zijn effecten op anarchisten hebben. Waar was het systeem altijd al te treffen? In zijn infrastructuur. Dat is met de ‘overheersing van de informatie’ niet anders. Sommige anarchisten ontwikkelen zich dan ook als hacker om het digitale overheersingssysteem te verstoren, te saboteren (gebruik ontregelen). En het is duidelijk dat Le Sabotage van Emile Pouget uit 1911 geschreven werd in een andere actuele context dan de onze, maar maakt dat sabotage als activiteit anders…?

Veelvormig verzet

Na deze inleiding van Tomás Ibánez volgen twee bijdragen die expliciet over hackers en de neutraliteit van het Net gaan (door Ippolita en Crimethinc). Deze bijdragen gaan niet over anarchisme – wel over hoe anarchisten kunnen denken over een aantal zaken die met digitalisering samenhangen. En als er al over ‘digitale revolutie’ wordt gesproken, dan heeft dat niets met een libertaire revolutie van doen. Bedenk, zegt Ippolita, het is een ‘revolutie van de orde’ en bedient in dat geval een libertarische, dat wil zeggen anarcho-kapitalistische oriëntatie.

Anarchisme als veelvormig verzet is onder meer te herkennen in antikapitalistisch zelfbestuur. Daarover is een vraaggesprek opgenomen met enkele praktische uitvoerders ervan. In dat gesprek komt mede aan de orde de vraag naar het ontwikkelen van perspectieven, die kunnen leiden tot een grotere onafhankelijkheid van de kapitalistische markt. Te denken is aan het opbouwen van parallelle circuits door het opwekken van initiatieven van dezelfde soort. Daar blijkt men wel mee bezig, maar het is nog te vroeg om effecten te verwachten. Het zal nog wel een jaar of tien duren…

Voor het opbouwen van parallelle circuits is het verstandig enig inzicht te hebben in wat het mutualisme als kritiek op en het handelen tegen het kapitalistisch systeem betekent.  Dit onderwerp wordt behandeld door Julien Vignet. De aandacht richt zich op het associationisme, dat wil zeggen op de ervaringen van volksassociaties die lagen in de sfeer van wederkerige hulp, vakverenigingen, coöperaties tot en met geheime genootschappen. In een wereld die door neoliberale invloeden hyper-individualistisch is geworden, kan het geen kwaad via de nog steeds bestaande ‘sociale kwestie’ het associationisme nieuw leven in te blazen. Langs die weg kan men vormen van collectieve praktijken laten ontstaan, die impact hebben op het sociale dagelijks leven. Daarbij kan men tegelijk mikken op het aanwakkeren van verzetshaarden gericht tegen het economisch-politieke systeem, of dat nu door Macron of het VVD-span Rutte-Dijkhoff in stand wordt gehouden. Het gaat er immers om zich tegen inkapseling te wapenen.

Een van de andere vormen van verzet vindt men in de verdeling van woningen, die, in ieder geval in Frankrijk, zeer problematisch is. De libertaire advocaat Jean-Jacques Gandini schrijft erover in Réfractions. Hoewel nu elke woning wellicht van een eigen toilet en douche is voorzien, heersen er nog woonsituaties van een halve eeuw terug en is er een daklozen-problematiek van jewelste. De ideologische strijd gaat nog steeds over de vraag waar de prioriteit ligt: het woonrecht of het eigendomsrecht. Het woonrecht verwijst naar een sociale functie: wonen. Het eigendomsrecht naar individueel zeggenschap. In een actuele context van leegstand en grote aantallen woningvragenden hoort het woonrecht te prevaleren. Uiteraard zal de eigenaar zeggen dat zijn eigendomsrecht prevaleert; hij maakt uit of hij met het leegstaande gebouw wil speculeren. Het is ook voor de Lage Landen een herkenbare kwestie. Gandini schreef over deze conflictsituatie een ook voor niet-juristen begrijpelijk stuk. De strijd wordt voortgezet tot elke persoon over een passend onderkomen kan beschikken.

Waar het om strijd gaat, dringt zich ook de vraag naar het gebruik van geweld op, denk maar aan het kraken van een pand, het bezetten van een olieraffinaderij, het inbeuken op een gevechtsvliegtuig (zie het artikel over de Ploegscharenbeweging in Buiten de Orde nr. 2, 2018; maak er kennis met Kees Koning en Co van Melle die met een bijl twee NF-5 jachtbommenwerpers bewerkten). De voorbeelden leveren elementen voor een discussie over violence/non-violence. Gabriel Kuhn, die kennelijk als een autoriteit op dit vlak wordt gezien, verwerkt in een bijdrage voor Réfractions zijn gedachten over deze kwestie. Hij heeft het over drie ‘opties’. Het wil overigens dat ongeveer tezelfdertijd de vertaling uit het Engels van een vraaggesprek met Kuhn verscheen in Buiten de Orde (nr. 2, 2018, p. 9-13).

Het mag dan ‘Als een grijs gedraaide plaat: geweld en politiek verzet’ zijn, zoals de titel van de bijdrage van Gabriel Kuhn luidt, mij heeft hij niet weten te overtuigen het beginsel los te laten, dat in de sociale strijd de middelen het na te streven doel moeten uitstralen (eerste optie). Dat het hier niet gaat om een beginsel dat tot passiviteit noopt, integendeel, is al decennia geleden duidelijk gemaakt. Bovendien het staat het open voor een discussie wat onder ‘geweld’ te begrijpen. Lijnrecht tegenover de eerste optie staat het leninistische uitgangspunt: ‘het doel heiligt de middelen’ (tweede optie). Maar zegt Kuhn er is ook een derde, door hem aangehangen, optie die meer realistisch is dan de twee eerdere: alle doelen heiligen niet alle middelen, maar, afhankelijk van de omstandigheden, heiligen sommige doelen sommige middelen. Ik heb hier geen vertrouwen in. Op de eerste plaats maakt het gebruik van ‘meer realistisch’ mij wantrouwend, want hoe realistisch moet je dan zijn? Op de tweede plaats leidt de formulering van de derde optie tot dezelfde interne discussie als die we kennen. Het wil dat in Buiten de Orde (nr. 2, 2018) twee ‘klassieke’ bijdragen zitten onder kop ‘Wel geweld, geen geweld’ die ten behoeve van de bedoelde discussie voldoende stof tot nadenken geven, te weten die van Clara Wichmann en van Anton Constandse. Op de derde plaats heb ik persoonlijk geen behoefte bijvoorbeeld de zogeheten ‘casseurs’ aan te spreken op hun geweldsgebruik omdat ik ook wel weet wie de echte casseurs zijn: zoals de lui die al jarenlang elke 12 minuten een bom afwerpen. Tegen hen hebben we ons te richten, waarbij ik de eerste optie handhaaf.

Theoretisering van ‘hedendaags anarchisme’

Er is een bijdrage in Réfractions te vinden die buiten het thema valt, maar waarmee ik het thema wil afsluiten. Ze levert het verbazingwekkende voorbeeld waarvan ik hierboven sprak. Het betreft de kritische bespreking door de filosoof Jean-Christophe Angaut van het boek getiteld Theorizing Contemporary Anarchism. Solidarity, Mimesis and Radical Social Change (2017) van Iwona Janicka. Hier treffen we een boek dat ‘hedendaags anarchisme’ zal theoretiseren. In het begin heb ik er al op gewezen dat ik het een onzinterm vind. Het hoort te gaan over anarchisme in de actuele context (anarchisme zonder franje dus). De titel van het boek geeft evenwel onmiddellijk in dat het helemaal niet over het anarchisme zal gaan: het moet nog getheoretiseerd worden. Anarchisme in de actuele context bestaat en is in het handelen van libertairen te observeren…

Angaut maakt met een paar voorafgaande opmerkingen duidelijk welk eigenaardig (kunst) vlees we in de kuip hebben. Het boek heeft de omvang van 190 bladzijden en kost…100 euro. Het wordt dus alleen onder vermogenden verspreid. De eerste keer dat er iets over het anarchisme te lezen valt is op pagina 142! Als het woord nog eens valt, komt het van een Franse anarchisten-vretende marxist-leninist/stalinist/maoïst en Pol Pot aanhanger, de filosoof Alain Badiou (over wie Janicka misschien wel iets juist zegt, maar wat buiten het anarchisme valt). Zo’n boek, begrijp ik de bespreking door Angaut goed, wil je onder het voorwendsel van ‘hedendaags anarchisme’ van je anarchisme afhelpen. Van de ‘radicale sociale verandering’ komt dan ook niets, althans ik lees er bij Angaut niet iets indringend over. Wij blijven bij ‘anarchisme in de actuele context’ en daar hebben we het al druk genoeg mee.

Dekoloniseren van het anarchisme?

In de vorm van een onder-dossier wordt het thema van het vorige nummer van Réfractions (nr. 39) vervolgd met aandacht voor de notie ‘postkoloniaal’. Het thema omvat meerdere bijdragen waarvan die van Edouard Jourdain het meest duidelijk is waarover het gaat. Het kolonialisme wordt door anarchisten vanaf het ontstaan als beweging gekritiseerd langs drie lijnen: (1) de staat en de nationalistisch ideologie, (2) het kapitalisme, dat uit is op het vinden van nieuwe winstbronnen en (3) de religie, als ideologie die macht en overheersing legitimeert. Anarchisten wijzen de gehuldigde marxistische visie af dat het kolonialisme een noodzakelijke fase (een historische etappe) zou zijn in de expansie van het kapitalisme – en dus als zodanig niet is te veroordelen noch moreel af te wijzen.

Steeds is vanuit het anarchisme geageerd tegen imperialisme, tegen kapitalistische uitbuiting en ook tegen politieke overheersing. Sommigen waren evenwel gevoelig voor het argument dat kolonialisme binnen een vooruitgangsgedachte een rechtvaardiging kan vinden. De vooruitgang moest dan wel voor eenieder – ook de inheemse bevolking – gelden (een discussie die vooral voor Frankrijk in relatie tot Algerije is gevoerd).

Het nummer wordt zoals gebruikelijk afgesloten met een aantal boekbesprekingen.

Thom Holterman

Réfractions nr. 40, voorjaar 2018, 20 blz., prijs 15 euro.

[Beeldmateriaal ontleend aan de Franse kunstenares Anne-Emanuelle Micucci.]