Geheel onverwacht is er een nieuw front geopend in de strijd die in Europa woedt tussen de krachten van de niets ontziende bezuinigingen en de werkende bevolking van het continent. In Portugal werd de rechtse regering van Pedro Passo Coelho na nauwelijks elf dagen aan de macht neergehaald door een links verbond van de centrumlinkse Socialistische Partij (PSP), de Portugese Communistische Partij (PCP) en het radicale Linkse Blok (BE).

 

(Door Alastair Stephens (*) Dit artikel verscheen op 10 november 2015 op Counterfire.org
Nederlandse vertaling door Ander Europa)

“De onverwachte afzetting van de rechtse regering in Portugal na nauwelijks elf dagen dienst zou een weerslag kunnen hebben in gans Europa”.

Aan het eind van een zeer dramatische dag, met duizenden vakbondsleden die voor het Parlement in Lissabon demonstreerden, werd Coelho afgezet met 123 stemmen tegen 107. De president van Portugal, de rechtse Anibal Cavaco Silva kan nu gedwongen worden tot een beschamende aftocht en zou de linkse partijen moeten vragen wat hij naar eigen zeggen wou vermijden: het vormen van een linkse regering.

Dat zou niet enkel een etiketverandering zijn. De linkse partijen hebben immers beloofd talrijke elementen van het hatelijke bezuinigingsprogramma, dat de rechterzijde de laatste vier jaar heeft toegepast, in te trekken. En het land heeft er zwaar onder geleden.

Nog voor de globale economische crisis was Portugal al het armste land van West-Europa. Het noodplan dat in 2011 werd opgedrongen deed het land in een drie jaar durende recessie belanden. In de staatsuitgaven werd diep gesneden en de meeste inkomens kelderden. De werkloosheid steeg tot 12% (tot 30% bij de jongeren) en zou zelfs nog meer gestegen zijn als niet een half miljoen mensen op een bevolking van 10 miljoen geëmigreerd was op zoek naar werk.

 

De stembus haalt een streep door de rekening

De algemene verkiezingen van 4 oktober stuurden de politieke agenda compleet in de war. De regerende coalitie van PSD (Partido Social Democrata, in feite de belangrijkste conservatieve partij) en de CDS-PP (Centro Democrático e Social – Partido Popular), die samen opkwamen onder de naam “Portugal Vooruit” (Portugal à Frente, PàF)  leed een klinkende nederlaag (*1).

Men had verwacht dat ze de Socialistische Partij (PSP) zouden verslaan die haar vooruitzichten in de loop van 2015 geleidelijk zag verslechten. Maar toen de stemmen binnenkwamen bleek dat de rechtse coalitie 38,5% van de stemmen had behaald, slechts 6% meer dan de Socialisten en ver beneden de 50% die de rechtse partijen samen hadden behaald in 2011. Zij veroverden slechts 100 zetels, dus ver beneden de voor een meerderheid vereiste 116.

De algemene verwachting was dat een minderheidsbestuur het licht zou zien. Onderhandelingen tussen de Coalitie en de PSP – waarvan een deel wel voor een overeenkomst te vinden was – werden opgestart. Maar de socialistische partijleider Antonio Costa was tegen, en de gesprekken werden reeds na enkele dagen afgebroken.

 

De President scoort in eigen doel

Vervolgens kondigde President Anibal Cavaco Silva aan dat hij Coelho en zijn “Portugal Vooruit”-coalitie vroeg een regering te vormen omdat zij als grootste partij uit de verkiezingen waren gekomen. Maar hij ging nog een stap verder en wees op de dreiging uitgaand van een mogelijk alternatief, nl. een linkse coalitie geleid door de Socialisten met ruggensteun van de Communistische Partij en het Linkse Blok. Hij zei daarover:

“In 40 jaar democratie was geen enkele regering in Portugal ooit afhankelijk van steun door anti-Europese krachten, d.w.z. krachten, die campagne voerden voor afschaffing van het Verdrag van Lissabon (*2), van het Begrotingsverdrag(*3) of van het Groei- en Stabiliteitspact (*4), die de muntunie willen ontmantelen, Portugal uit de Euro willen halen en bovendien pleiten voor het ontbinden van de NAVO. Dit is het slechtst mogelijke moment om de grondvesten van ons democratisch regime radicaal te wijzigen… Buiten de Europese Unie en de Euro zou Portugals toekomst catastrofaal zijn. Na een zwaar programma van financiële steun te hebben uitgevoerd, dat zware offers met zich bracht is het mijn plicht om binnen mijn grondwettelijke macht al het mogelijke te doen om te voorkomen dat er verkeerde signalen naar de financiële instellingen, de investeerders en de markten zouden worden gezonden.”

Dit werd door delen van de Britse media gerapporteerd als een “coup” van de EU. Door Coelho aan te stellen handelde president Silva echter binnen zijn bevoegdheid (Portugal heeft een half-presidentiële grondwet die het presidentschap uitgebreide machten verleent). Bovendien was hetgeen hij zegde evenmin een diktaat van Brussel, maar vertegenwoordigde het ongewijzigde standpunt van de Portugese heersende klasse sedert meer dan 40 jaar.

Hoe dan ook was het een antidemocratische poging om de linkse partijen (die samen een meerderheid hebben in het parlement) van de macht te houden en veroorzaakte mede daardoor veel ophef. De verklaring sloeg dan ook helemaal terug. Zij leidde ertoe dat links zich verenigde en dat de voorstanders in de PSP van een deal tussen links en rechts in het defensief werden gedrongen, zodat deze mogelijkheid effectief werd uitgesloten.

Antonio Costa verbond er zich echter toe dat de PSP een bestuur van de rechtse minderheid niet zou neerhalen als er geen alternatieve regering kon komen, omdat het grondwettelijk gezien onmogelijk was nieuwe verkiezingen te organiseren voor juni 2016.

 

Verschuiving naar links

Het verkiezingsresultaat wijzigde alle eerdere berekeningen. Het land was duidelijk naar links opgeschoven. De PSP moest zich aan de veranderde stemming aanpassen en had in haar verkiezingscampagne moeten beloven vele van de bezuinigingsmaatregelen van de voorgaande administratie terug te draaien. Zij voelden nu bovendien de concurrentie op hun linkerzijde.

Het radicale “Linkse Blok”, in 1999 opgericht uit een samensmelten van trotskisten, maoïsten en nog anderen had zijn stemmenaantal verdubbeld tot 10%. Met hun beste ooit behaalde resultaat werden zij de derde grootste partij in het parlement. Net na hen volgde met 8% de CDU, een verbond tussen de Communistische Partij en de Groenen. Dit kwam alles samen neer op het hoogste stemmenaantal ooit behaald door partijen links van de Socialistische Partij. Samen bezetten zij nu 44 zetels.

De linkse partijen delen een geschiedenis van sterke onderlinge vijandigheid. De Socialistische Partij was eertijds bij de omverwerping van het fascisme in 1974 opgezet met steun van Duitsland en de Verenigde Staten, vooral om de communisten van de macht te houden. Sindsdien hadden de communisten zich teruggetrokken in een sektarisch isolement weliswaar met behoud van hun sociale basis, maar politiek even immobiel als hun communistische medestanders in Griekenland (*5).

Het Linkse Blok van zijn kant was vooral opgericht uit verzet tegen de verrechtsing, die de socialisten samen met de andere Europese sociaaldemocratische partijen hadden doorgemaakt in de jaren ’90.

 

Linkse eenheid

Maar een verlangen naar eenheid hing in de lucht. In een TV-debat met Antonio Costa tijdens de campagne presenteerde Catarina Martins, de woordvoerster van het Linkse Blok, de voorwaarden voor een akkoord. De Socialisten zouden moeten toegeven op drie punten: het bevriezen van de pensioenen, de hervormingen in de sociale zekerheid en de wijzigingen aan de rechten van de werkers. Nog explicieter was ze tijdens een toespraak op de verkiezingsnacht: “Het Linkse Blok zal alles in het werk stellen om te voorkomen dat de rechtse coalitie een regering kan vormen. We wachten nu het antwoord af van de andere partijen”.

Door het vooruitzicht op een mogelijke brede linkse regering en de bedreiging die uitging van het Linkse Blok voor haar eigen basis kwam de Communistische Partij in actie. Zij verklaarde zich eveneens bereid tot het bespreken van een linkse regering.

Dit vooruitzicht bracht de gevestigde orde in een staat van razernij. Maar zij kon de beweging naar eenheid van links niet meer stoppen en een overeenkomst werd bereikt. Het Linkse Blok en de PCP besloten voorrang te geven aan het terugdraaien van de bezuinigingen en kwesties als het lidmaatschap van de Euro, waar zowel het Linkse Blok als de PCP tegenstander van zijn, werden op een lager pitje gezet.

De Socialisten aanvaardden de drie voorwaarden van het Linkse Blok, maar het akkoord gaat verder. Onder andere wordt het einde van de privatiseringen bedongen en het ongedaan maken van de stappen naar privatisering van het openbaar vervoer in Oporto en Lissabon van voor de verkiezingen. Water wordt beschermd als een essentieel openbaar goed. Vier publieke feestdagen worden in ere hersteld, de pensioenen worden verhoogd en het minimumloon zal stijgen tot 557 Euro en tot 600 tegen het einde van de regeerperiode. De collectieve onderhandelingen zullen worden hersteld.

Eenmaal op 8 november een akkoord was bereikt waren de Socialisten bereid hun belofte in te lossen om de regering Coelho af te zetten als er een alternatieve regering klaarstond om aan te treden. Aldus zetten de linkse partijen de stap om een stem van wantrouwen in de regering Coelho uit te brengen.

 

Een nieuwe dageraad?

 De bal ligt nu in het kamp van de president. Of hij vraagt Antonio Costa een brede linkse regering te vormen, of hij kan de Coelho-regering aan de macht houden. Maar deze laatste zal dan verplicht zijn als een zombie voort te strompelen zonder begroting en niet in staat om nieuwe wetgeving te laten goedkeuren tot de nieuwe verkiezingen in 2016. Of hij kan tot dan een technische regering aanduiden in de hoop dat die enige wetgeving door de assemblee kan krijgen, wat onwaarschijnlijk lijkt.

Maar verder doen met links van de macht te houden zou waarschijnlijk de zwaarste politieke crisis uitlokken die het land heeft gekend sinds de revolutionaire jaren 1974-1975 (*6).

Hoe het een nieuwe (linkse) regering zal vergaan is onmogelijk te voorspellen. Zij zal onder enorme druk staan van de rechterzijde en de heersende klasse in eigen land, én van de EU, de ECB en de markten. Nauwelijks twee dagen na de verkiezingen vroeg de Europese Commissie al om meer hervormingen in het sociale zekerheidsstelsel. Vanaf dan zal het enkel nog moeilijker worden, vooral omdat er op enkele sleutelkwesties geen akkoord is tussen de PSP en de linkse partijen.

Het aantreden van een linkse regering tegen bezuinigingen in Portugal draagt hoe dan ook bij tot het verminderen van de sfeer van angst, die werd geschapen door de nederlaag van Syriza. En met de verkiezingen van volgende maand bij de veel grotere Iberische buur Spanje zou de totaaldynamiek van verzet tegen de bezuinigingen opnieuw van richting kunnen veranderen. Dit eigenaardig verloop van de gebeurtenissen in een hoek van Europa zou wel eens veel verder daarbuiten een weerslag kunnen hebben.


(*) De Brit Alastair Stephens was zijn ganse volwassen leven socialist en actief vakbondsmilitant, studeerde Russisch in Portsmouth, Politiek van het Midden-Oosten in Londen en schrijft geregeld voor Counterfire, de publicatie van de gelijknamige radicaal-linkse Britse organisatie.

Over de perspectieven voor Links in Portugal verscheen op Grenzeloos ook de vertaling van een analyse door Francisco Louçã van het Links Blok.

Noten:

 (*1) In tegenstelling tot wat de naam zou kunnen laten vermoeden is de PSD niet aangesloten bij de sociaaldemocratische fractie S&D in het Europees Parlement (dat is wel het geval voor de PSP) maar bij de bij de christendemocratische EVP. Het is de partij van gewezen Commissievoorzitter Barroso, van de huidige Portugese president Cavaco Silva en de pas gevallen premier Coelho. Ook de CDS-PP is bij de Europese christendemocraten van de EVP aangesloten.  (noot van de vertaler)
 

(*3) Begrotingsverdrag: zie http://www.andereuropa.org/begrotingsverdrag/

(*4) Stabiliteitspact: zie http://www.andereuropa.org/stabiliteitspact/

(*5) Bedoeld is de KKE, de sectarische Communistische partij van Griekenland (noot van de vertaler).

(6) De Anjerrevolutie volgend op  de val van de fascistische dictatuur (nvdv).