Na jaren van EU-financiering: Maritiem noodcentrum in Libië "niet operationeel". Sinds 2017 heeft de EU alleen al in één project minstens 57 miljoen euro geïnvesteerd om migratie uit Libië tegen te gaan. De Brusselse geldschieters maken zich nu ook zorgen over hun reputatie.

Door Matthias Monroy, vertaling globalinfo.nl (dol op donateurs) foto: Libische kustwacht steekt boten van aan boord genomen vluchtelingen in brand (Sea-Watch).

Sinds de zogenaamde "migratiecrisis" investeert de Europese Unie in meer toezicht op de zeegrenzen van Libië. In 2017 kreeg Italië de opdracht een maritiem coördinatiecentrum in de hoofdstad Tripoli te installeren en een Search And Rescue (SAR)-zone in te stellen, waarvoor Libië sindsdien als enige verantwoordelijk is.

Een jaar later heeft Libië met Italiaanse steun deze SAR-zone geregistreerd bij de Maritieme Organisatie van de Verenigde Naties. Nu blijkt echter dat het bijbehorende centrum in Libië zelfs na vijf jaar EU-steun in feite "helemaal niet operationeel" is. Dit heeft de hoge vertegenwoordiger en vicevoorzitter van de EU-commissie, Joseph Borrell, bekendgemaakt in antwoord op een parlementaire vraag. Parlementslid Özlem Demirel had vragen gesteld over de door de EU gefinancierde technologie in het centrum.

SOLAS-verdrag niet nageleefd

Een maritiem reddingscoördinatiecentrum (MRCC) is nodig om te voldoen aan het wereldwijde Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (SOLAS), dat in 1974 door veel maritieme staten is gesloten. Libië had het verdrag ook ondertekend, maar is de daaruit voortvloeiende verplichtingen jarenlang niet nagekomen. Operaties in de Libische maritieme reddingszone werden in plaats daarvan gecoördineerd door MRCC's in Italië of Malta en mensen werden vervolgens in deze twee landen van boord gehaald.

Vanaf 2018 gaven de Europese kustwachten, maar ook Frontex en de militaire missie van de EU IRINI, de Libische kustwacht echter steeds vaker de opdracht de vluchtelingen op weg naar Europa tegen te houden en terug te sturen. Volgens het internationaal recht leek deze procedure geldig; het SOLAS-verdrag bepaalt dat het MRCC dat verantwoordelijk is voor een reddingszone op de hoogte moet worden gebracht van een noodsituatie op zee. Hier zit echter een achterdeurtje achter: de EU-schepen brengen de vluchtelingen niet zelf naar een land waar vervolging dreigt, maar geven de Libische autoriteiten toestemming tot "pullbacks".

Als er echter geen MRCC in Tripoli of elders is, voldoet Libië niet aan de SOLAS-eisen van de Verenigde Naties om een eigen SAR-zone te hebben. Particuliere reddingsorganisaties wijzen hier al jaren op. Volgens hen is de Libische kustwacht vaak niet beschikbaar of spreekt de bemanning geen Engels. Volgens de Verenigde Naties behoren beide echter tot de principes van een SAR-zone.

Drie concurrerende autoriteiten tegen migratie

De betekenis van de reactie van Borrell mag dan ook niet worden onderschat. Voor het eerst geeft een hoge vertegenwoordiger van de EU toe dat de doelstellingen van de steun uit Brussel niet zijn bereikt. Bij eerdere onderzoeken konden zowel de Commissie als de Raad niet eens zeggen waar de MRCC zou worden gevestigd.

Voor de oprichting van het MRCC betaalde de EU aanvankelijk 42 miljoen euro uit het Emergency Trust Fund for Africa in het project "Support to Integrated Border Management and Migration Management in Libya - SIBMMIL", gevolgd door nog eens 15 miljoen euro voor een tweede fase.

Het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken wil echter concrete details, waaronder de verblijfplaats van de financiering, geheim houden. De journaliste Sara Creta daagt daarom de regering in Rome voor de rechter.

Waar is het aangekochte materiaal gebleven?

Volgens het antwoord is er nog steeds geen gecoördineerde procedure voor reddingen op zee in Libië. Naast de militaire kustwacht, die bestaat uit milities, zijn er namelijk nog andere eenheden die zich verantwoordelijk verklaren voor het terugbrengen van vluchtelingen naar de Libische kusten.

 

Zo voert de maritieme politie (General Administration for Coastal Security; GACS), ondersteund door Frontex, steeds meer missies uit. Vorig jaar deed ook de Stability Support Authority (SSA), berucht om haar brutaliteit, haar intrede.

Het is onduidelijk bij welke van de milities het voor een MRCC aangeschafte materieel is gebleven. Vermoedelijk vechten ook de kustwacht, de maritieme politie en de SSA om verantwoordelijkheden. Maar dit doet niets af aan de verdediging tegen migratie in dienst van de EU. In 2021 zijn ten minste 32.425 mensen door Libische eenheden onderschept en in onmenselijke kampen gepropt, onder wie 1.500 minderjarigen. In vergelijking met 2020 is dit aantal bijna verdrievoudigd.

Nieuwe poging met MRCC in containers

Nu doet de EU een nieuwe poging om in Libië een reddingscentrum voor de zee op te zetten. In december heeft de Italiaanse marine hiervoor tien containers met nieuwe technologie verscheept. Volgens de krant Altreconomia moet deze mobiele apparatuur langs de kust worden gestationeerd en worden aangesloten op de systemen van de Libische marine. De bewakings- en communicatieapparatuur is geleverd door ELMAN, de radarsystemen door GEM elettronica, beide uit Italië. De uitrusting omvat ook systemen voor de ontvangst van nood- en waarschuwingsberichten van Inmarsat uit Groot-Brittannië en radio's van Rohde & Schwarz uit Duitsland.

De bewakingstechnologie van de EU zal nog meer mensen blootstellen aan de wrede methoden van de Libische kustwacht en militiekampen. Berichten hierover worden ook voor de EU een probleem. In een document over het SIBMMIL-project schrijft de Commissie bijvoorbeeld dat de behandeling van vluchtelingen tijdens zoek- en reddingsoperaties moet worden verbeterd, omdat anders "het verhaal en de reputatie van de EU verder worden geschaad".

Tot nu toe heeft dit niet gewerkt: onlangs verklaarde zelfs de commissaris voor de grondrechten van Frontex dat de Libische autoriteiten mensen die op zee uit nood moesten worden gered, mishandelden. Volgens het rapport had de kustwacht daar zelfs meermaals op de vluchtelingen op zee geschoten. Dit is ook meermaals gedocumenteerd door particuliere reddingswerkers op zee. Onlangs dreigden maritieme grenstroepen uit Libië zelfs een vliegtuig van de organisatie Sea-Watch met een raket neer te schieten.