Mensen die hun asielaanvraag hebben zien worden afgewezen in landen als Servië, lopen de kans uiteindelijk te worden gedeporteerd door het grensagentschap van de EU, Frontex.

(Door Nikolaj Nielsen, oorspronkelijk verschenen op EUobserver (copyrights zijn van hen), foto Stephen Ryan/IFRC/cc2.0/flickr: vluchtelingen uit Syrië in Servië 2015, (vertaling door globalinfo.nl)

De controversiële uitbesteding aan het EU-agentschap om dergelijke taken uit te voeren, gebaseerd op asiel- en terugkeerbesluiten van landen buiten de Europese Unie, wordt op donderdag (28 maart) in Straatsburg achter gesloten deuren besproken.

De gesprekken maken deel uit van een veel grotere hervorming van het in Warschau gevestigde agentschap, dat de Europese Commissie afgelopen september heeft aangekondigd.

Mede-wetgevers zijn van plan om de laatste details uit te werken in een zogenaamde triloogonderhandeling met de Europese Commissie op donderdag om de algehele hervorming vóór de Europese verkiezingen klaar te hebben.

Maar de angst groeit dat Frontex uiteindelijk gebruikt zal worden door sommige staten buiten de EU om mensen terug te sturen naar hun land van herkomst, waar ze de dood of vervolging kunnen tegemoet zien, in een manouvre die ook wel ‘non-refoulement’ (niet-terugzetting) wordt genoemd.

Non-refoulement is illegaal onder internationaal recht.

In een concepttekst die donderdag door de onderhandelaars wordt besproken en door EUobserver is gezien, staat: "het agentschap [Frontex] kan operationele bijstand verlenen bij terugkeer-activiteiten van derde landen."

Voorts staat er dat "dergelijke bijstand geen afbreuk doet aan de exclusieve bevoegdheid van de derde landen om terugkeerbesluiten te nemen".

De enige waarborgen lijken te vereisen dat het land zich heeft aangesloten bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en het Vluchtelingenverdrag van 1951.

Soortgelijke oproepen om Frontex toe te staan uitzettingen door westelijke Balkanlanden uit te voeren, werden ongeveer twee jaar geleden al verworpen tijdens een eerste herziening van het agentschap.

Maar de mogelijkheid is nu dus opnieuw opgedoken.

EUobserver heeft vernomen dat de EU-commissaris voor migratie, Dimitris Avramopoulos, druk uitoefent op socialistische en liberale EU-wetgevers om de terugkeermaatregelen te accepteren.

Het betekent dat mensen die nooit voet hebben gezet in de Europese Unie en hun zaken hebben laten beoordelen door landen die niet aan de EU-wetgeving gebonden zijn, door Frontex teruggestuurd kunnen worden naar hun land van herkomst.

Frontex, ook bekend als het Europese grens- en kustwachtagentschap, is in de loop der jaren gegroeid en ontwikkeld met meer personeel, meer budget en meer verantwoordelijkheden.

Het jaarlijkse budget ging van € 6,2 miljoen in 2005 tot € 142 miljoen in 2015 en € 239 miljoen in 2016 - met het oog op € 322 miljoen in 2020. Ongeveer € 11,3 miljard staat gereserveerd voor de periode 2021-2027.

Vorig jaar beschreef Fabrice Leggeri, het hoofd van het agentschap, Frontex als een "wetshandhavingsinstantie op EU-niveau".

Geen zee-reddingsacties meer

De meest recente stap wijst op een verdere externalisering van het terugkeerbeleid van de EU en haar bredere inspanningen om te voorkomen dat mensen de Europese Unie bereiken.

Eerder deze week werd aangekondigd dat de reddingsoperaties door de marine van de EU, operatie Sophia, eind september zouden worden stopgezet, na intense druk vanuit Italië.

Opgericht in 2015 had Sophia een mandaat gekregen om mensensmokkel te stoppen, maar moest ze ook mensen op zee redden waar nodig.

De door Italië geleide missie had sinds 2015 honderdduizenden mensen helpen redden, maar raakte verstrikt in een politiek getouwtrek over waar ze van boord konden gaan.

In feite waren de reddingsacties al min of meer gestopt sinds juli 2018, toen Italië weigerde hen aan land te laten.

Sophia zal nu alleen luchtbewaking en ondersteuning bieden aan de Libische kustwacht.

"Dat betekent meer intercepties door Libische strijdkrachten en terugkeer van vrouwen, mannen en kinderen naar nachtmerrieachtige omstandigheden en behandeling in Libië," zei adjunct-directeur Judith Sutherland van Human Rights Watch.